ARS ] AFVALSTOFFENHEFFING ] ARMOEDE ] BEDRIJVEN ] BETAALD PARKEREN ] BELASTINGEN ] BEWONERS ] BUURTEN ] CAMPUS NIEUW WEST ] DIEREN ] DUALISME ] EESTERENMUSEUM ] EVENEMENTEN ] GROEN ] JONGEREN ] KAARTEN ] KUNST ] LINKS ] MARKTEN ] MILIEU ] MONUMENTEN ] ONDERWIJS ] OUDEREN ] POLITIEK ] RECREATIE ] RELIGIE ] SPORT ] STADSDEELGIDS ] STADSVERWARMING ] STICHTINGEN ] STATISTIEKEN ] STEDELIJKE_VERNIEUWING ] STRATENGIDS ] VEILIGHEID ] VRIJWILLIGERS ] VERVOER ] WEGWERKZAAMHEDEN ] WERK ] WETENSWAARDIGHEDEN ] WINKELCENTRA ] [ WONEN ] ZORG ]

KOOPWONINGEN ] WOONVISIE ] 

Wonen en Werken 

De belangrijkste taken van de Wethouder Piet Dikken (PvdA) en stadsdeelsector Wonen/Werken zijn beleidsontwikkeling, planvorming, vergunningverlening en handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, economische zaken, milieu en volkshuisvesting. De sector heeft vijf afdelingen: Ruimtelijke Ordening & Beleid, Vergunningen & Handhaving, Grondzaken, Bedrijfsbureau en Projecten. 
De afdeling Ruimtelijke Ordening & Beleid houdt zich bezig met het maken van inrichtingsplannen voor de openbare ruimte en stedenbouwkundige plannen. Een belangrijk deel van de inzet is gericht op de stedelijke vernieuwingsprojecten van Geuzenveld-Slotermeer, waarbij de afdeling het beleid vertaalt in concrete programma’s, stedenbouwkundige plannen en ontwerpen voor de openbare ruimte. Ook op het gebied van verkeer en vervoer ontwikkelt de afdeling beleid, zoals bijvoorbeeld het parkeerbeleid. Daarnaast behandelt de afdeling klachten en verzoeken over verkeerssituaties en bereidt verkeersbesluiten voor. Tot slot trachten medewerkers Economische Zaken en goed economisch klimaat in het stadsdeel te bevorderen. Zij houden de economische ontwikkeling bij, initiëren en ontwikkelen beleid.

De afdeling Grondzaken houdt zich bezig met de grond in eigendom van de gemeente Amsterdam. Dat geldt voor vrijwel alle grond in het stadsdeel, met uitzondering van grond onder enkele scholen en kerken. In Amsterdam wordt de grond (ook wel kavels genoemd) niet verkocht, maar in erfpacht uitgegeven. De afdeling Grondzaken geeft uitvoering aan het door de gemeente Amsterdam vastgestelde beleid, en is onderverdeeld in de afdelingen Ontwikkeling en Beheer. De afdeling Ontwikkeling zet grondexploitaties op, doet het onderhoud, en verzorgt erfpachtuitgiften. De afdeling Beheer houdt zich bezig met het erfpachtbeheer.

Toezien op een juiste uitvoering van de Wet Ruimtelijke Ordening, Woningwet en aanverwante regelgeving is de belangrijkste taak van de afdeling Vergunningverlening en Handhaving. Daarnaast onderzoekt het de staat van de volkshuisvesting en toetst bouwaanvragen aan bestemmingsplannen. De afdeling verleent en controleert bouw-, sloop-, ligplaats- en gebruiksvergunningen, ziet toe op de staat van de bestaande bebouwing, behandelt woonklachten en spoort illegale gebruiks- en bouwactiviteiten op. Daarnaast stuurt de afdeling de Dienst Milieu en Bouwtoezicht aan met betrekking tot de milieuvergunningverlening, handhaving en klachten over bedrijven. Medewerkers Marktbeheer zijn binnen het kader van de gemeentelijke verordening op straathandel verantwoordelijk voor de exploitatie en het beheer van de markten in het stadsdeel.

Het bedrijfsbureau van de sector Wonen en Werken is een serviceverlenende eenheid voor het management van de sector en voor de afdelingen Grondzaken, Vergunningen & Handhaving, Ruimtelijke Ontwikkeling & Beleid. Het bedrijfsbureau, leverancier van bedrijfsmatige ondersteuning, heeft geen directe producten zoals deze wel zijn te benoemen bij de andere afdelingen van de sector. Als indirecte producten zijn de disciplines managementondersteuning, planning en control te benoemen. Managementondersteuning draagt zorg voor de postverwerking, archivering, administratieve vastlegging, coördinatie en bewaking van (beleids)stukken voor het Managementteam en het Dagelijks Bestuur. De discipline planning omvat ondermeer het opstellen en bewaken van planningen voor de beleidsvelden en de te realiseren producten en projecten waarvoor de sector verantwoordelijk is. Tot slot omvat het onderdeel control onder meer de advisering en coördinatie van de planning- en controlproducten van de sector. 

Het Bureau Projecten houdt zich bezig met in- en externe coördinatie bij voorbereiding en realisatie van de fysieke en economische pijlers (projecten) binnen de stedelijke vernieuwing. De coördinatoren en projectmedewerkers stedelijke vernieuwing zijn voor de sector, vanuit stedelijke vernieuwing gezien, de verbindende schakel tussen de sectorafdelingen. Daarnaast zijn ze de schakel tussen het Programma Stedelijke vernieuwing en het management van de sector Wonen en Werken. Vernieuwingsplannen, zoals Geuzenveld Zuid, Buurt 5 en Buurt Ne9en, en stedenbouwkundige programma's van eisen voor de deelprojecten in vernieuwingsbuurten zijn de meest in het oog springende producten van de hand van de coördinatoren. 

Het college van de Gemeente Amsterdam wil op de grote uitleglocaties vasthouden aan 30 procent sociale woningbouw, terwijl gelijktijdig de sociale grondprijs wordt afgeschaft. Het nieuwe bestuur heeft de grondsubsidie van gemiddeld 33.000 euro per sociale huurwoning afgeschaft. Daarmee dicht de gemeente op eenvoudige wijze een fors deel van het nakende tekort in het Vereveningsfonds.
De corporaties moeten nu betaalbare huurwoningen bouwen en beheren voor groepen die niet op eigen kracht aan een passende woning kunnen komen. Binnen dit kader moeten de partijen toch tot afspraken komen. Dat vergt inschikken van beide kanten: minder subsidie leidt onvermijdelijk tot (nog) minder overheidsbemoeienis. 

Een van de nieuwe woningcorporaties die recentelijk is ontstaan uit de fusie tussen AWV en Het Oosten, heet Stadgenoot, de derde corporatie van de stad. 
Eigen Haard is de grootste, met 38.000 huizen in Amsterdam. Rochdale heeft er 34.000. AWV en Het Oosten hadden samen zo'n 33.000 woningen in hun bezit. Stadgenoot is ook sterk vertegenwoordigd in Geuzenveld-Slotermeer.
Stadgenoot wil beginnen met zogenoemde buurtentrees. In deze wijkpunten zetelt de huismeester, maar worden ook computers geplaatst, zodat bewoners vragen en klachten naar de corporatie kunnen mailen en ook terecht kunnen met ideeën voor buurtinitiatieven.
De corporatie zit nu nog deels in het oude pand van Het Oosten aan de Sarphatistraat en deelsin het kantoor van AWV op het Bos en Lommerplein. Het Oosten heeft onlangs het monumentale politiebureau pal naast zijn kantoor aangekocht. De twee panden worden samengevoegd. Over anderhalf jaar moet de verbouwing klaar zijn, en zullen alle medewerkers dit nieuwe gebouw betrekken.

Op vrijdag 20 juni 2008 heeft Robin de Bood, stadsdeelvoorzitter van Geuzenveld-Slotermeer namens de stadsdelen in Nieuw West het plan voor de uitvoering van de wijkaanpak in Amsterdam ondertekend. Samen met minister Ella Vogelaar zette hij zijn handtekening onder de stukken. In het plan spreken rijk, gemeente en stadsdelen met elkaar af om de komende tien jaar fors te investeren in de Amsterdamse Krachtwijken, waar Geuzenveld-Slotermeer onderdeel van uitmaakt.
Jaarlijks moeten er worden er projecten worden opgestart op het gebied van leren, talentontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid, onder andere met het programma Koers Nieuw West.

Wijkweb
Veel projecten werden nu nog gedekt uit incidentele middelen. Het stadsdeel heeft de afgelopen jaren bijvoorbeeld veel geld geïnvesteerd in Wijkweb. Een netwerk van bewoners, die andere bewoners activeren om ook actief te worden in de buurt. 

Dekker wil inkomenstoets huurders
19 februari 2006 Huurders van een goedkope woning met een redelijk tot goed salaris, krijgen een periodieke inkomenstoets. Zo wil minister Dekker scheefgroei bestrijden. Dekker wil deze huurders elke vijf jaar op inkomsten controleren. Voorwaarde is dat er voldoende aanbod is van duurdere huurwoningen. Voor het eerst zal dat in 2008 worden gemeten. Momenteel wordt alleen naar inkomen van huurders gekeken als ze een nieuwe woning betrekken.
Scheefgroei is vooral een probleem in Amsterdam, waar 70% van het woningbestand tot de sociale huurwoningen behoort, terwijl maar 48% van de inwoners voor die groep in aanmerking komt.

AMSTERDAM - Woningcorporaties mogen hun huizen niet tijdelijk verhuren voorafgaand aan verkoop. Tijdelijke verhuur zou een wezenlijke aantasting van de huurbescherming betekenen. Tientallen huurders met een tijdelijk contract kunnen nu een definitieve overeenkomst eisen. 
Een arrest bij het gerechtshof in Amsterdam stelde eerder deze maand woningcorporatie Ymere, die tot tijdelijke verhuur wilde overgaan, in het ongelijk. Het hof vindt tijdelijke verhuur onaanvaardbaar. Alleen in geval van sloop of renovatie mag het.
De Huurdersvereniging Amsterdam is blij met de uitspraak. Bastiaan van Perlo van de huurdersvereniging is verontwaardigd over het feit dat Ymere heeft geprobeerd aan de rechten van huurders te morrelen. ''Corporaties zijn bedrijven geworden die voor huurders bedreigend zijn,'' aldus van Perlo. ''Ze verwaarlozen hun sociale taken.''

wijziging van de Leegstandswet
Op 1 maart heeft de Eerste Kamer ingestemd met een wijziging van de Leegstandswet.
Op grond van de Leegstandswet mag een woning die gesloopt of gerenoveerd gaat worden tijdelijk worden verhuurd. Voorwaarde is wel dat de verhuurder hiervoor een vergunning van B&W heeft. Onder de oude regeling was de maximale termijn 2 jaar. Deze kon bij onverwachte vertraging bij de sloop of renovatie maximaal met 1 jaar verlengd worden tot maximaal 3 jaar. 
De wetswijziging betreft een beperkte wijziging: de termijn voor tijdelijke verhuur op grond van de Leegstandswet wordt uitgebreid van maximaal 3 naar maximaal 5 jaar." Het gaat daarbij uitdrukkelijk alleen om gevallen waar zich problemen voordoen waardoor de sloop of renovatie wordt vertraagd. Het uitgangspunt blijft dat tijdelijke verhuur in principe voor maximaal 2 jaar is, maar dat kan nu bij problemen maximaal 3 keer met 1 jaar verlengd worden.  De wetswijziging is nadrukkelijk niet bedoeld om in een keer voor 5 jaar tijdelijk te gaan verhuren. De wetswijziging treedt binnenkort in, na publicatie in het staatsblad.

Huur A'dam fors hoger 
De huren van woningen in Amsterdam rijzen steeds verder de pan uit. Bewoners die een nieuw huis betrekken, betalen soms wel 41 procent meer dan de vorige huurder. Door wijzigingen in woningwaarderingen steeg de gemiddelde maximale huurprijs van 274 euro begin 2002 naar 385 euro. 
De gevolgen van de nieuwe regels worden bij elke verhuizing beter zichtbaar. De explosieve stijging van de huurprijzen belemmert  de toch al trage doorstroming in de hoofdstad. 

Woningnood dreigt voor lage inkomens
Corporaties hebben vérgaande plannen voor de sloop van sociale huurwoningen. Per jaar willen ze landelijk meer van deze huizen afbreken. Landelijk driemaal, en in de grote steden zelfs vijfmaal zoveel als nu. Dat kan leiden tot woningnood onder mensen met een laag inkomen.
58 corporaties hebben aangegeven hoeveel huizen zij de afgelopen tien jaar hebben gesloopt, en wat hun sloopplannen voor de komende tien jaar zijn. De ondervraagde corporaties bezitten samen 500000 sociale huurwoningen -20 procent van het totaal in Nederland.
Corporaties willen vooral naoorlogse portiek- en etageflats en eengezinswoningen slopen. Zij noemen diverse redenen: de slechte bouwkundige staat, de huizen zijn niet in trek, er zijn er te veel van.'' De massale sloopplannen zullen leiden tot woningnood voor mensen met een laag inkomen: hun huizen maken plaats voor duurdere huur- en koopwoningen. '

woningToewijzingsregels sterk vereenvoudigd
Met ingang van 1 juli 2003 zijn de regels voor de toewijzing van woningen vereenvoudigd. De eisen die bij de toewijzing gesteld worden aan het inkomen en de grootte van het huishouden zijn beperkt. Dit betekent dat u bij de woningadvertenties minder voorwaarden en uitzonderingen zult tegenkomen. De voorwaarden zijn teruggebracht tot een paar algemene vuistregels. In de rest van de regio Amsterdam blijven de regels ongewijzigd. 

Vuistregels woningtoewijzing
Ieder huishouden mag op elke woning reageren 
Ieder huishouden mag in principe op elke woning reageren. Dit betekent dat in de woningadvertentie niet meer wordt voorgeschreven voor hoeveel personen de woning is bestemd. Zo mag een alleenstaande reageren op een grote vijfkamerwoning van 100 m2. Maar omgekeerd mag een gezin met drie kinderen ook reageren op een kleine vierkamerwoning van 55 m2. Er wordt van uitgegaan dat u zelf het beste kunt inschatten of een woning past bij de grootte van uw huishouden. Een verhuurder kan in de advertentie wel een advies geven over de woning, bijvoorbeeld 'niet geschikt voor grote huishoudens’. Dat kan zijn omdat de woning een houten vloer heeft of vanwege de indeling van de woning. Dit advies hoeft u niet op te volgen. Bij de toewijzing van de woning mag de verhuurder in dat geval echter op grond van de huishoudgrootte en met opgaaf van reden (bijv. kans op overlast door houten vloer) de kandidaat afwijzen.

Woninggrootte en huishoudgrootte
Bij de bepaling van de woninggrootte wordt voortaan uitgegaan van het aantal vierkante meters woonoppervlak. Het aantal kamers bepaalt niet langer de woninggrootte. Ter informatie wordt in de woningadvertentie het aantal kamers en de oppervlakte van de kamers wel vermeld. 
Voor de bepaling van de huishoudgrootte telt voortaan alleen het totaal aantal personen, zonder onderscheid te maken tussen volwassenen en kinderen. Een moeder met een kind telt voortaan dus als een tweepersoonshuishouden. Een samenwonend stel zonder kinderen telt ook als een huishouden van twee personen en een eenoudergezin met drie kinderen telt als vier personen.

Grote huishoudens krijgen voorrang bij grote woningen
Omdat in Amsterdam en Diemen grote woningen schaars zijn, worden deze woningen met voorrang aangeboden aan grote huishoudens. De regels zijn als volgt:
Woonoppervlak van 0 t/m 60 m2 * normale toewijzing, geen voorrang voor bepaalde huishoudens 
Woonoppervlak van 61 t/m 80 m2 voorrang voor huishoudens bestaande uit tenminste 3 personen 
Woonoppervlak vanaf 81 m2 voorrang voor huishoudens bestaande uit tenminste 5 personen 
* In Diemen worden 4-kamer eengezinswoningen tot 60 m2 met voorrang toegewezen aan huishoudens van 3 of meer personen.

De voorrang houdt in dat ieder huishouden op de woning mag reageren, maar dat grote huishoudens met het hierboven genoemde aantal personen als eerste kandidaat eindigen. Wanneer geen grote huishoudens reageren, wordt de woning volgens de normale volgordebepaling aangeboden aan de kandidaat met de langste woonduur of inschrijfduur.

Voorrang voor ouderen en mensen met een medische of WVG indicatie
In Amsterdam en Diemen krijgen ouderen (65 +) en mensen met een medische of WVG indicatie voorrang op alle woningen op de begane grond, eerste etage of bereikbaar met lift. Dit betekent dat deze woningen eerst aan deze personen worden aangeboden. In de advertentie staat dan ‘Voorrang 65+ / MI / WVG’.
Het betekent niet dat andere woningzoekenden geen kans meer maken op deze woningen. Integendeel. De ervaring leert dat woningen op de begane grond, eerste etage of bereikbaar met lift maar in 30% van de gevallen terechtkomen bij ouderen en mensen met een medische of WVG indicatie. Andere woningzoekenden blijven dus een grote kans houden op deze woningen. Een voorrang betekent dus niet dat andere groepen niet meer mogen reageren. Het betekent ook niet dat andere groepen geen kans meer maken. 

Voorrang bij sloop of renovatie en sociale of medische problemen
Amsterdam en Diemen kennen verder nog een voorrangsregeling voor mensen die door sloop of renovatie gedwongen hun woning moeten verlaten (stadsvernieuwingskandidaten) en voor mensen die om sociale of medische redenen dringend een woning nodig hebben. Stadsvernieuwingskandidaten hebben voor alle woningen in Amsterdam en Diemen voorrang op alle andere woningzoekenden. Mensen met sociale of medische problemen (voorrangskandidaten) krijgen niet voor alle woningen een voorrang. In de woningadvertentie staat vermeldt wanneer voorrangskandidaten voorrang hebben. In de advertentie is dit aangegeven met de tekst 'voorrangskandidaten kunnen reageren'. De huidige zoekprofieldatum vervalt hiermee.

Nog maar één huurgrens en één inkomensgrens.
Amsterdam en Diemen hebben geen huur-inkomentabel meer waarin is vastgelegd welke inkomens passend zijn bij welke huurprijzen. Dit betekent echter niet dat er helemaal geen inkomensvoorwaarden meer gelden. In hoofdlijnen gelden de volgende regels: Rekenhuur € 0 t/m € 368,- Alleen toegankelijk voor huishoudens met een belastbaar jaarinkomen onder € 31.750,- (= ziekenfondsgrens) 
Rekenhuur € 368,01 t/m € 585,24 Toegankelijk voor alle huishoudens

Als een huishouden recht heeft op huursubsidie, gelden de inkomensvoorwaarden uit de Huur-
subsidiewet. Als een huishouden geen recht heeft op huursubsidie wordt een normbedrag voor het benodigde inkomen aangehouden.

Rekenhuur vanaf € 585,25 Toegankelijk voor alle huishoudens.
Het benodigde netto maandinkomen is minimaal 3x de bruto maandhuur. 

Bij de toewijzing van de woning wordt gekeken of het inkomen voldoende is. Dit is afhankelijk van of u wel of niet in aanmerking komt voor huursubsidie. De toetsing vindt plaats op basis van het belastbaar jaarinkomen. Dat is het huishoudeninkomen in het voorgaande belastingjaar. In 2003 wordt dus gekeken naar uw huishoudinkomen over jaar 2002.

Wel huursubsidie
Als een woning gehuurd kan worden met huursubsidie gelden voor deze huishoudens geen aparte inkomenseisen.

Geen huursubsidie
Als de rekenhuur van de woning ligt tussen € 368,01 en € 584,24 en u komt niet in aanmerking voor huursubsidie, hanteren de verhuurders een normbedrag voor het benodigde inkomen. Het normbedrag is het bedrag dat u minimaal moet overhouden als u de brutohuur aftrekt van uw netto maandinkomen. De normbedragen verschillen per huishouden en zijn afgeleid van de normbedragen uit de bijstandswet: Huishouden Normbedrag* 
Alleenstaande € 425,-

Alleenstaande met een kind € 625,-

Twee- en meerpersoonshuishouden € 1025,-


* Het bedrag dat u overhoudt als u de brutohuur heeft afgetrokken van uw netto maandinkomen

Als de rekenhuur van de woning meer is dan € 585,24 mag de bruto maandhuur niet hoger zijn dan 1/3 van het netto maandinkomen. 

Als het normbedrag onvoldoende is om de huur te kunnen opbrengen, bestaat de mogelijkheid om de woning toch te huren als iemand anders garant wil staan. Degene die garant staat dient wel aan te tonen dat hij over voldoende inkomen beschikt en moet een garantverklaring tekenen. De woningcorporatie behoudt het recht een woningaanbieding te weigeren als zij van mening zijn dat het inkomen niet toereikend is.

Huursubsidie 
Om in aanmerking te komen voor huursubsidie moet u minimaal 18 jaar zijn en een zelfstandige woning huren. Verder moeten uw huurprijs en uw inkomen binnen bepaalde grenzen vallen. De rekenhuur mag in ieder geval niet lager zijn dan € 172,80 en niet hoger dan € 585,24. Voor de huursubsidie geldt dat u altijd zelf een deel van de huur betaalt. Om voor huursubsidie in aanmerking te komen, hanteert het rijk de volgende grenzen voor uw inkomen, (eventuele) vermogen en huur:

Inkomens en vermogensgrenzen Uw situatie Maximum inkomen 2002 Maximum vermogen 2002 
U bent jonger dan 65 jaar en
- u woont alleen
- u heeft medebewoners 
€ 18.325,-
€ 24.575,- 

€ 19.875,-
€ 36.292,-

U bent 65 jaar of ouder en 
- u woont alleen
- u heeft medebewoners 
€ 16.275,-
€ 21.225,- 

€ 34.000,-
€ 47.075,-

Huurgrenzen Uw situatie Uw rekenhuur moet minder zijn dan 
U bent jonger dan 23 jaar en heeft geen kinderen € 317,03

U behoort tot een 1 of 2-persoonshuishouden € 453,77

U behoort tot een 3 of meer persoonshuishouden € 486,30

Meer informatie over huursubsidie vindt u op de internetsite www.huursubsidie.nl. van het Ministerie van VROM. U kunt hier ook een proefberekening maken. In Amsterdam kunt u voor meer informatie terecht bij het Woonloket van de gemeentelijke Dienst Wonen, Zuiderkerk, Zuiderkerk 92, telefoon 020-680.6806.

Piet Dikken (PvdA) (portefeuillehouder Wonen in Geuzenveld-Slotermeer)

Piet Dikken (48) kwam in ‘75 met zijn vrouw in Amsterdam wonen, op een kamertje bij een vriend aan de Overtoom en verhuisde daarna naar een benedenwoninkje in de Staatsliedenbuurt om uiteindelijk in een driekamerwoning in Slotermeer van woningbouwvereniging Het Oosten terecht te komen. Met een derde op komst verhuisde het gezin in ’85 naar de dr. H. Colijnstraat. En in 1995 tenslotte naar de Jacob Cabeliaustraat.

Huurverhoging per 1 juli
l mei jongstleden heeft u waarschijnlijk van uw verhuurder een brief gekregen waarmee hij uw huurverhoging per l juli aanzegt. Verschillende verhuurders matigen deze huurverhoging, maar anderen zullen de nieuwe maximale percentages hanteren. In de procedures om de huurverhoging te weigeren is een aantal wijzigingen aangebracht en dit is een reden om goed op te letten.
De nieuwe percentages voor de huurverhoging hangen samen met de huurwaarde van uw woning. Deze maximale huurprijs berekent u via een puntentelling. De aftrekpunten voor veroudering (leeftijd) van de woning zijn inmiddels vervallen. Blijkt dat de huur gelijk is aan de huurwaarde, dan komt u in aanmerking voor een verhoging van maximaal 3 procent. Dit percentage geldt ook als uw betaalde huur 75 tot 100 procent bedraagt van de huurwaarde. Is dit 65 tot 75 procent, dan is het maximale percentage 4 procent, bij 55 tot 65 procent is het percentage 4,5 procent. En bedraagt uw huur minder dan 55 procent van de huurwaarde, het maximale percentage van 5 procent. Bij een huur lager dan 178,45 euro per maand is een huurverhoging mogelijk van 13,61 euro. Bij huurverhogingen van meer dan 3 procent moet de verhuurder een puntentelling en een toelichting op zijn onderhouds- en huurbeleid meezenden. De maximale huurgrens voor dit huurregime bedraagt per 1 juli € 596,54, dit is ook de huurgrens voor de huursubsidie.
In tegenstelling tot vroeger kunt u nu slechts bezwaar maken tegen de huurverhoging tot aan de ingangsdatum, bijvoorbeeld 1 juli. De verhuurder moet dan het bezwaarschrift met zijn commentaar binnen zes weken na 1 juli doorzenden naar de huurcommissie. U kunt dus alleen bezwaar maken tegen de hoogte van de huurverhoging, of omdat de verhuurder te laat heeft aangezegd of omdat de verhuurder met de huurverhoging van meer dan 3 procent niet de juiste papieren heeft meegezonden. In het geval van onderhoudsklachten bestaat al jaren een aparte procedure bij de huurcommissie om een (tijdelijke) huurverlaging te verzoeken omdat de woning in een slechte staat verkeert. 
Gelukkig is de oude rappelprocedure vervallen. Voorheen moest de verhuurder via de huurcommissie de huurder nog een keer aanschrijven om de huurder erop te attenderen dat hij zonder bezwaar te maken nog steeds zijn huurverhoging niet betaalde. Nu kan de verhuurder, in het geval de huurder na 1 juli zijn huurverhoging niet betaalt en daartegen geen bezwaar heeft ingediend, de zaak voorleggen aan de huurcommissie. Er zijn twee mogelijkheden. Heeft de verhuurder de huurverhoging per aangetekende brief verzonden voor 1 mei en de huurder betaalt zijn verhoging niet, dan kan de verhuurder deze zaak voorleggen aan de huurcommissie alsof de huurder een bezwaar had ingediend. Dat doet de verhuurder 6 weken na 1 juli. Heeft de verhuurder de huurverhoging niet aangetekend verzonden, dan moet hij dat alsnog doen en 2 weken na verzending (als de huurder dan nog niet reageert) kan hij de zaak voorleggen aan de huurcommissie. Ja, ik kan er ook niets aan doen, maar iemand in Den Haag heeft dit verzonnen... 
Het ministerie van Volkshuisvesting (VROM) geeft op www.vrom.nl onder het kopje ´Huurverhoging´ meer informatie. U kunt ook het telefoonnummer van Postbus 51 (08008051) bellen met vragen. Deze ingewikkelde regels van huurprijsvaststellingen en huurverhogingen teisteren ons landje al sinds 1979. Steeds beloven opeenvolgende regeringen deze regels te vernieuwen en zeker te vereenvoudigen.

Verhuurders mogen onder voorwaarden meer huur vragen

Verhuurders mogen onder voorwaarden meer huur vragen Verhuurders, zoals woningcorporaties, mogen van minister Dekker van VROM met ingang van 1 juli 2005 gemiddeld meer huur voor hun woningen gaan vragen onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat zij een bijdrage gaan leveren aan het betaalbaar houden van het wonen voor de lagere inkomens. Dit schrijft de minister in een brief aan de Tweede Kamer over het huurbeleid voor de korte termijn en over de hoofdlijnen voor de lange termijn. Een nadere uitwerking van dit .ruimere. huurbeleid stuurt de minister komend voorjaar naar de Kamer. 
Er blijft een vangnetregeling, zoals nu de huursubsidieregeling, bestaan waarmee huishoudens die dat niet zelf kunnen betalen, goed kunnen wonen. Het rijk blijft verantwoordelijk voor de daarbij behorende regels en de normen. Verhuurders gaan dus niet zelf bepalen welke huur bij welk inkomen past. Maar verhuurders moeten wel een bijdrage gaan leveren. Dat kan bijvoorbeeld door te regelen dat verhuurders een deel van de huurprijs niet in rekening brengen of dat verhuurders een deel van de woonlasten van de huurders met lage inkomens compenseren. 

Uitgangspunt bij de nadere uitwerking van dit .ruimere. huurbeleid is dat de doorstroming wordt bevorderd en dat verhuurders hun kerntaken 
-investeren in nieuwbouw en herstructurering van oude wijken - actief en effectief invullen. Verder zal bij de uitwerking zorgvuldig gekeken worden naar effecten op de bewonerssamenstelling (naar inkomen) van wijken en naar effecten op de woonlasten voor de verschillende inkomensgroepen. In het volgend voorjaar wil minister Dekker . na overleg met de betrokken partijen - met een uitgewerkt voorstel voor het huurbeleid voor de langere termijn komen (voor de periode ingaande op 1 juli 2005). Tot die tijd wordt het huidige huurbeleid voortgezet.
Een belangrijk probleem van het huidige inflatievolgende huurbeleid is dat het de verhuurders niet genoeg prikkelt om te investeren in nieuwbouw en in wijkverbetering. Doordat er niet genoeg woningen bijkomen raakt door een gebrek aan doorstroming de woningmarkt verstopt; starters, studenten en huishoudens met lage inkomens komen niet aan de beurt. De stedelijke vernieuwing stagneert zodat wijken verschralen en geen passend aanbod meer leveren voor midden . en hogere inkomens. Deze huishoudens keren als zij de kans krijgen de stad de rug toe en verhuizen naar de omringende (kleine) gemeenten. Hun plaats wordt ingenomen door (kansarme) groepen met lage inkomens.
Op dit moment zitten de huren gemiddeld nog ruim onder de wettelijk toegestane maximale huur. En door een strikte beperking van de jaarlijks toegestane huurverhoging kunnen verhuurders de huren pas op zeer lange termijn meer in overeenstemming met de kwaliteit van de woning brengen. De kloof tussen huren in de bestaande woningvoorraad en de huren van nieuwbouwwoningen wordt al snel te groot. Huishoudens met middeninkomens stromen daarom niet door naar nieuwe huurwoningen of koopwoningen. Maar ook nieuwbouw komt onvoldoende tot stand, waardoor hogere inkomens onbedoeld blijven profiteren van de relatief lage huurprijzen. Daarom kan een verruiming van het huurbeleid een belangrijke impuls zijn om de woningmarkt weer in beweging te brengen en investeringen in de huursector op gang te brengen. 
Het huurbeleid dat per 1 juli 2004 gaat gelden is een voortzetting van het huidige beleid. Dat wil zeggen dat de gemiddelde huurverhoging voor het woningbezit van een corporatie niet hoger mag zijn dan 0,4% boven het gemiddelde inflatiepercentage van de afgelopen vijf jaar. Per woning kan dat verschillen: naarmate de huur lager is in verhouding tot de kwaliteit van de woning, mag ook de huurverhoging hoger zijn met een maximum van twee procent boven de gemiddelde inflatie van de afgelopen vijf jaar.
Overigens is het huidige huurbeleid gebaseerd op een advies van de Commissie Huurbeleid, waarin onder leiding van de Rotterdamse oud- wethouder Vermeulen, vertegenwoordigers zaten van verhuurders (zoals woningcorporaties) en huurders (Woonbond). Vermeulen heeft de minister onlangs laten weten dat - gezien de VROM-begroting voor 2004 en de standpunten van de verschillende partijen in de commissie . .voortzetting van de werkzaamheden van de Commissie Huurbeleid thans niet in de rede ligt..

Voor meer informatie:
Ministerie van Volkshuisvesting,Ruimetlijke Ordening en Milieubeheer Persvoorlichting Wonen Willem Klein 070-3393981 

Woonsubsidies nu in het Wooninformatiecentrum 
De afdeling Woonsubsidies is  per 1 september 2002 verhuist naar het Wooninformatiecentrum in De Zuiderkerk. Deze afdeling verzorgt de Vangnetregeling, het Woonlastenfonds en is informatiepunt Huursubsidie.
De Vangnetregeling geeft een tegemoetkoming in de huurlasten wanneer men ineens sterk in inkomen achteruit is gegaan. Deze regeling is een vorm van huursubsidie die wordt berekend op basis van het huidige inkomen. 
Het Woonlastenfonds voorziet in een extra bijdrage in de woonlasten als aanvulling op de huursubsidie: de afvalstofheffing, de kwaliteitskorting (het deel van de huur dat niet wordt gesubsidieerd), de roerend zaakbelasting en het watergeld.
Bij het informatiepunt Huursubsidie kan men terecht voor algemene informatie over huursubsidie.

Door toevoeging van de afdeling Woonsubsidies breidt het Wooninformatiecentrum haar dienstverlening verder uit en wordt gewerkt aan de één loketgedachte: Vragen over wonen? Alle antwoorden onder één dak!

Bij het Wooninformatiecentrum kan men terecht voor informatie op maat, maar ook voor algemene vragen over wonen in Amsterdam. Verder kunnen belangstellenden in het Wooninformatiecentrum inlichtingen inwinnen over nieuwbouwprojecten van koop- en huurwoningen in Amsterdam. Het Wooninformatiecentrum is gevestigd in De Zuiderkerk, waar regelmatig tentoonstellingen worden gehouden rondom de thema's wonen, stedelijke vernieuwing en ruimtelijke ontwikkeling.

Wooninformatiecentrum in De Zuiderkerk
Zuiderkerkhof 72
1011 WB Amsterdam
ma 11.00 - 16.00 uur, di t/m vr 09.00 - 16.00, do tot 20.00 uur
www.wonen.amsterdam.nl 

Voorwaarden voor een huisvestingsvergunning
U komt alleen in aanmerking voor een huisvestingsvergunning in Amsterdam als u voldoet aan de volgende eisen:

U bent minimaal 18 jaar oud. 
U hebt de Nederlandse nationaliteit of bezit een geldige verblijfsvergunning. 
Er is sprake van een binding aan de regio Amsterdam of aan Almere. De regio Amsterdam bestaat uit de gemeenten Aalsmeer, Amstelveen, Amsterdam, Beemster, Diemen, Edam/Volendam, Haarlemmermeer, Landsmeer, Oostzaan, Ouder-Amstel, Purmerend, Uithoorn, Waterland, Wormerland, Zaanstad en Zeevang. De binding kan bestaan uit: 
economische binding (werken of studeren in de regio Amsterdam of in Almere), of: 
maatschappelijke binding (twee jaar wonen in de regio Amsterdam en/of in Almere, of er de afgelopen 10 jaar tenminste 6 jaar aaneengesloten hebben gewoond), of: 
gelijkgesteld zijn aan personen met een binding. Dat is het geval als u in Nederland woont en langdurig werkloos bent (2½ jaar aaneengesloten), gepensioneerd, volledig arbeidsongeschikt, erkend vluchteling, remigrant zonder huisvesting of gescheiden en daardoor zonder onderdak. 
Uw gezinsinkomen mag niet hoger zijn dan € 30.220,- belastbaar per jaar voor woningen met een rekenhuur tot € 356,-. Rekenhuur is de kale huur plus (een deel van) eventuele servicekosten. Voor woningen met vijf of meer kamers en een rekenhuur tot € 356,- geldt een inkomensgrens van € 23.750,- voor personen jonger dan 65 jaar en € 20.500,- voor personen van 65 jaar en ouder. Voor duurdere woningen met een kale huur tot € 473,- mag uw inkomen niet meer zijn dan € 42.325,-. 
NB: Deze bedragen worden elk jaar opnieuw vastgesteld. De hier genoemde bedragen gelden tot 1 juli 2003. 
De woning mag niet te groot zijn voor uw huishouden, volgens onderstaande tabel. 

Evaluatie wijziging huurwetgeving: positie huurder versterkt 
De positie van huurders is duidelijk sterker geworden sinds in november 1999 nieuwe regels in de huurwetgeving in werking traden. Dit blijkt uit een evaluatie van die nieuwe regels. Het ging bij de inwerkingtreding om de positie van de huurder ten opzichte van de verhuurder bij achterstallig onderhoud en gebreken aan de woning. Nu kan de huurder bij de Huurcommissie een procedure beginnen om de huur fors te verlagen, sinds 1 juli 2002 tot zelfs 20% van de maximale huurprijs. Demissionair minister Kamp heeft de evaluatie met zijn standpunt naar de Tweede Kamer gestuurd.

Gebrekenregeling
Vóór de wijziging van de huurwetgeving in 1999 kon een huurder slechts één maal per jaar bezwaar maken tegen de huurverhoging als er sprake was van onderhoudsgebreken aan de woning. De Huurcommissie kon dan besluiten tot huurbevriezing. Sinds november 1999 is de koppeling aan de jaarlijkse huurverhoging geschrapt en kan de huurder op elk moment naar de Huurcommissie, nadat hij de verhuurder van zijn klachten op de hoogte heeft gesteld. De Huurcommissie kan nu - afhankelijk van de ernst van de gebreken - een huurverlaging opleggen tot zelfs 20% van de huur die maximaal mogelijk is voor de betreffende woning.
Deze maatregel was en is bedoeld als sterke financiële prikkel voor de verhuurder om de gebreken sneller te verhelpen.
Uit de evaluatie blijkt dat het aantal procedures om de huur te verlagen, is afgenomen maar dat dit vooral komt door de sterk toegenomen bouwtechnische kwaliteit van de woningvoorraad. Maar ook het feit dat de huurder zelf het initiatief voor een procedure moet starten heeft geleid tot minder procedures.
Het is echter de vraag wat voor procedures destijds werden opgestart. Nu krijgen de huurders bij 70% van de ingestelde procedures gelijk van de Huurcommissie, terwijl dat vroeger juist in 70% van de gevallen de verhuurder was. Ook worden - weliswaar in beperkte mate - de gebreken eerder verholpen dan vroeger het geval was.
Demissionair minister Kamp is het eens met de conclusies en vindt - gezien de verbetering van de woningvoorraad - extra maatregelen niet nodig. Bovendien ligt er nog een voorstel voor een wetwijziging bij de Eerste Kamer dat de huurder de gebreken aan de woning op kosten van de verhuurder mag (laten) verhelpen. Dit voorstel zal naar verwachting al op 1 januari 2003 in werking treden.

Legesheffing
Uit de evaluatie komt naar voren dat het heffen van tweezijdige leges door de Huurcommissie - 11 euro voor zowel huurder als verhuurder - niet de beoogde drempelverhogende werking heeft gehad. Huurders en verhuurders geven aan dat het bedrag redelijk is en geen beletsel vormt om een serieuze procedure te starten. Deskundigen die voor de evaluatie zijn geraadpleegd en de voorzitters van de Huurcommissies willen de tweezijdige legesheffing afschaffen. Deze geeft naar hun mening te veel administratieve rompslomp.
De demissionair minister vindt dat de legesheffing moet blijven om toch een beperkte drempel te hebben en omdat voor andere overheidsdiensten ook leges worden betaald. Wel wil hij de tweezijdigheid afschaffen vanwege de administratieve rompslomp en vervangen door eenzijdigheid, waarbij de huurder het bedrag terugkrijgt van de verhuurder als hij gelijk krijgt. Ook wil hij het bedrag verhogen van 11 naar 12,5 euro.

Vrije Sector Woningen 
Vrije sector woningen zijn huurwoningen met een kale huurprijs (dat is huur exclusief bijkomende kosten) van meer dan € 473,00 per maand. Boven deze huurprijsgrens stelt de gemeente geen voorwaarden en is er geen huisvestingsvergunning nodig. Voor vrijesectorwoningen komt dus iedereen in aanmerking.

Wanneer vrije sector?
De huurprijs van een woning is afhankelijk van de kwaliteit, de grootte, de ligging en de voorzieningen. Het ministerie van VROM hanteert een woningwaarderingsstelsel: een puntensysteem waarmee u de maximale huur voor uw woning kunt berekenen. De huurprijsgrens, € 473,00, komt overeen met 114 punten. Heeft een woning meer dan 114 punten, dan komt de huurprijs dus boven de huurprijsgrens.

Op de website van VROM, www.vrom.nl , vindt u uitgebreide uitleg over het woningwaarderingsstelsel. Op de site van het Amsterdams Steunpunt Wonen, www.steunpuntwonen.nl , vindt u een rekenprogramma waarmee u zelf de waarde van de woning kunt vaststellen. Over de puntentelling vindt u ook op de website van de Dienst Wonen meer informatie onder woningwaarderingsstelsel/huurprijs/huurcommissie.

WONINGBOUWVERENIGINGEN/CORPORATIES

Het Oosten/AWV=Stadgenoot


Woningbouwvereniging Het Oosten en Kristal hebben hun projectontwikkeling gebundeld in Het Oosten Kristal bv. De bijbehorende economische belangen zullen door Het Oosten worden ingebracht in deze gezamenlijke bv, waarna Het Oosten Kristal bv zelfstandig op zal treden. Vooralsnog zijn die belangen echter nog niet (volledig) overgedragen en overeenkomsten worden dus nog door het Oosten Kristal bv in volmacht aangegaan namens Het Oosten. 

http://www.huurnet.nl (De Dageraad; Wst. De Key; Wcp. Nieuw Amsterdam;Wst. Zomers Buiten)



http://www.onsbelang.nl Objectief
http://www.wrv-spectrum.nl (samenwerkingsverband ACOB, Eigen Haard, Ons Belang, Ons Huis en Rochdale)
http://www.awv.nl



http://www.euronet.nl/users/wbv_acob
http://www.woonzorg.nl


http://www.afwc.nl

http://www.dekey.nl
http://www.olympusgroep.nl
http://www.stadsherstelamsterdam.nl

Doorstromer:
U neemt een abonnement op het Spectrum Woningbulletin op het moment dat u een woning zoekt en ook een kans denkt te maken op een toewijzing. U kunt dat doen door het aanmeldingsformulier in te vullen en op te sturen naar één van de Spectrum corporaties. Als u op dit moment al een woning van een Spectrum corporatie huurt kunt u volstaan met het insturen van het ingevulde aanmeldingsformulier.
Als u geen abonnement neemt op het Spectrum Woningbulletin bouwt u als doorstromer toch altijd woonduur op; de tijd loopt immers gewoon door. Starter:
Met een aanmeldingsformulier kunt u zich bij Spectrum laten registreren als woningzoekende. Hiervoor moet u tenminste een leeftijd van 18 jaar hebben. Vanaf de datum van uw inschrijving en betaling begint u met het opbouwen van inschrijfduur.
Pas op het moment dat u een woning zoekt en ook een kans denkt te maken op een toewijzing neemt u een abonnement op het Spectrum Woningbulletin.http://www.wrv-spectrum.nl (samenwerkingsverband ACOB, Eigen Haard, Ons Belang, Ons Huis en Rochdale)

Starter:
Indien u geen doorstromer bent
dan wordt u beschouwd als een nieuwe woningzoekende en kunt u zich bij Spectrum melden als starter. Een starter moet tenminste 18 jaar zijn. Als ingeschrevene bouwt u wachttijd (inschrijfduur) op om in aanmerking te komen voor een woning. Indien u reeds bij een ander cluster of samenwerkingsverband in de regio als starter staat ingeschreven kunt u een kopie van de bevestigingsbrief (waarin de inschrijfdatum vermeld staat) meesturen. Spectrum kan dan deze reeds opgebouwde inschrijfduur overnemen. De kosten voor inschrijving bedragen fl. 50,-. Na ontvangst van uw betaling zal Spectrum u inschrijven als starter.

Zelfwerkzaamheid huurder wettelijk geregeld

Huurders krijgen het wettelijk recht om zelf veranderingen en verbeteringen in hun woning aan te brengen. De verhuurder kan zijn toestemming alleen weigeren als de waarde of de verhuurbaarheid van de woning door die veranderingen wordt geschaad. Deze doorbraak in het huurrecht is te danken aan een amendement van het Kamerlid Ineke van Gent van Groen Links op de wetsvoorstellen voor de integrale herziening van de huurwetgeving.

Het amendement van Groen Links werd breed gesteund in het overleg dat de Tweede Kamer op maandag 26 maart had met staatssecretaris Remkes van VROM en minister Korthals van Justitie. Ook de bewindslieden stemden ermee in. De Nederlandse Woonbond pleit al jaren voor deze principiële verbetering van het huurrecht en is dus zeer ingenomen met dit resultaat. In feite wordt nu de kern van de modelregeling voor Zelfaangebrachte Veranderingen (ZAV) die de Woonbond onlangs met Aedes, vereniging van Woningcorporaties is overeengekomen tot wet verheven. Daardoor komt een goede ZAV-regeling ook binnen bereik van huurders van particuliere verhuurders en minder welwillende woningcorporaties.

Herziening Huurwetgeving
Het overleg ging over het tweede gedeelte van de 'Integrale Herziening van de Huurwetgeving' (IHH). Het eerste gedeelte van de IHH is eind 1999 al afgerond met de invoering van de gebrekenregeling (de onderhoudsprocedure van artikel 18 Huurprijzenwet Woonruimte) en de invoering van de leges bij huurcommissieprocedures. Het doel van de IHH is met name het overzichtelijker maken van de hele huurwetgeving, die nu in een groot aantal afzonderlijke wetten en algemene maatregelen van bestuur (AMvB's) is geregeld. Daardoor ziet men door de bomen vaak het bos niet meer. Alle wetgeving ten aanzien van huurovereenkomsten wordt nu opgenomen in het Burgerlijk Wetboek en alle wetgeving over huurprijzen in de Uitvoeringswet Huurprijzen Woonruimte. Hoewel het niet in eerste instantie de bedoeling was, hebben de bewindslieden van VROM en Justitie toch van de gelegenheid gebruik gemaakt een paar wezenlijke verbeteringen door te voeren. De Tweede Kamer heeft daar nu een schepje bovenop gedaan.

Herstel in oude staat afgeschaft
Een belangrijke verbetering die nu wordt voorgesteld is de afschaffing van het principe van 'herstel in oorspronkelijke staat'. In de nieuwe wet wordt vastgelegd dat de huurder de woonruimte moet opleveren in 'de toestand die redelijkerwijs in overeenstemming met de oorspronkelijke kan worden geacht'. Dit betekent bijvoorbeeld dat een zelfaangelegde centrale verwarming bij het einde van de huur niet hoeft te worden vervangen door de oorspronkelijke kolengestookte potkachel. Volgens de Woonbond was hiermee de actuele problematiek rond het 'herstel in oude staat', dat verantwoordelijk is voor zoveel huurdersleed, niet opgelost. Hét grote knelpunt bij 'herstel in oude staat' is immers dat de bewijslast bij de huurder ligt wanneer de meningen over de 'oorspronkelijke staat' verschillen en een beschrijving van de woning aan het begin van de huur ontbreekt. Ook dit knelpunt wordt nu ondervangen door een amendement van Groen Links. Bij verschil van mening is de beschrijving (de opnamestaat) doorslaggevend. Als de beschrijving ontbreekt, mag de huurder de woning achterlaten in de toestand waarin die zich op dat moment bevindt. De nieuwe regeling zal huurders heel wat onredelijke claims van verhuurders besparen. Ook zal dit verhuurders stimuleren serieus werk te maken van een opnamestaat, waardoor huurders meer duidelijkheid hebben over de wederzijdse rechten en plichten.

Amsterdam, woensdag 28 maart 2001

HUUROPZEGGING DOOR VERHUURDER

De verhuurder kan maar op zes gronden de huur opzeggen, andere gronden zijn ongeldig. In de vragen hierna leggen we de betekenis verder uit. De zes gronden zijn:

1. De huurder gedraagt zich niet als een goed huurder.

2. De afgesproken tijd is verstreken. Dat is het geval als een huur voor bepaalde tijd overeen was gekomen.

3. De verhuurder heeft de woning nodig voor dringend eigen gebruik.

4. De huurder weigert een redelijk aanbod tot het aangaan van een nieuwe huurovereenkomst (dat aanbod mag geen verandering van de huurprijs of servicekosten betreffen, tenzij het om woningen gaat waarvan de huurprijs geliberaliseerd is.

5. De verhuurder verwezenlijkt een bestemming volgens een geldend bestemmingsplan.

6. De verhuurder beëindigt de huur op grond van een belangen-afweging tussen huurder en verhuurder. Deze zesde opzeggingsgrond geldt alleen voor (inwonende) hospita-kamerbewoners die langer dan 9 maanden huren.


De eerste drie opzeggingsgronden komen het meeste voor.

De huren dreigen de komende jaren sterk te stijgen. Dit is het gevolg van een advies van de Commissie Vermeulen, dat 12 september 2001 uitgebracht wordt aan Staatssecretaris Remkes. 

Als de Tweede Kamer het advies overneemt stijgt de huur voor nieuwe bewoners tot f 300 per maand. Ook voor zittende huurders belooft het akkoord weinig goeds. De regels worden een stuk onoverzichtelijker. Terwijl het CPB voor de komende jaren een inflatie van 2 tot 2,5 procent verwacht adviseert de commissie voor een
groot deel van hurend Nederland een maximale verhoging van 3,7 tot zelfs 4,7%. In huurderskringen wordt al gesproken van de Vermeulen-verhoging. 
Ruim honderd huurdersorganisaties uit het hele land hebben inmiddels een oproep aan de Tweede Kamer ondertekend om niet in te stemmen met dit advies.

De commissie Vermeulen bestaat uit vertegenwoordigers van drie verhuurdersorganisaties, één
huurdersorganisatie en het ministerie van VROM en stelt het volgende voor:

* Referentiehuren
In de toekomst wil de commissie naar een stelsel van referentiehuren, vergelijkbaar met het stelsel dat nu voor bedrijfsruimte geldt. De markt gaat daarmee een belangrijke rol spelen en overschaduwt de kwaliteit van
de woning. Er zal een zogenaamd boxenstelsel ontwikkeld worden ter vervanging van het huidige puntenstelsel. De partijen in de commissie verschillen echter fundamenteel van mening over alle essentiële punten van het nieuw te ontwikkelen stelsel. Bij huurdersorganisaties bestaat grote weerstand tegen deze dreigende aantasting van de rechtspositie van huurders.

* Afschaf verouderingsaftrek
De band tussen prijs en kwaliteit verdwijnt en een slechte oude woning gaat evenveel kosten als een nieuwbouwwoning met dezelfde oppervlakte.
De verouderingsaftrek compenseert de afnemende kwaliteit bij veroudering. Investeringen als gevolg van renovaties leiden tot vermindering van de aftrek en daarmee een hogere huurprijs. De aftrek is maximaal 30 punten en dat correspondeert op dit moment met een maximale huurprijs van f 292,80.  De gemiddelde huurwoning in Nederland heeft circa 12 punten verouderingsaftrek. Bij een gemiddelde vraagprijs van 75% van het maximum betekent dit een gemiddelde huurstijging van f 90 per maand voor nieuw te verhuren woningen in Nederland.
De klap komt het hardst aan in oude woningen, die vanwege de matige kwaliteit de meeste aftrek genieten. Vooral in de oude wijken van de grote steden zal de maatregel hard toeslaan. De Amsterdamse huurteams hebben uitgerekend dat de 17.000 door hen bezochte woningen bij nieuwe verhuur gemiddeld f 218 per maand duurder zullen worden.
Gevolg van de maatregel is bovendien dat de voorraad betaalbare huurwoningen in veel wijken wordt gehalveerd, waardoor de ruimte voor stedelijke vernieuwing als sneeuw voor de zon verdwijnt en alle afspraken tussen huurders, verhuurders en gemeenten op de helling gezet worden.
De Tweede Kamer heeft inmiddels op 5 december 2001 ingestemd met het huurvoorstel dat Remkes integraal van de Commissie Huurbeleid heeft overgenomen. Hierdoor wordt o.a. de verouderingsaftrek uit het puntenstelsel geschrapt. Het campagneteam van Verenigde Huurdersorganisaties vreest een huurexplosie, met name in oudere woningen

* `Gematigde' huurverhoging
De Woonbond heeft ingestemd met het afschaffen van de verouderingsaftrek om afspraken te kunnen maken over een gematigde huurverhoging in de komende jaren. Merkwaardig genoeg betekent het akkoord dat verreweg de
meeste huurders in Nederland een verhoging van 3,7 tot zelfs 4,7% tegemoet kunnen zien. Dit terwijl het CPB voor 2002 een inflatie van 2,5% verwacht, en de jaren erna 2%. De winst voor huurders is ver te zoeken.

ADRESSEN:

http://www.huurnet.nl

(De Dageraad; Wst. De Key; Wcp. Nieuw Amsterdam;Wst. Zomers Buiten)

http://www.rochdale.nl

http://www.onsbelang.nl

http://www.wrv-spectrum.nl

(samenwerkingsverband ACOB, Eigen Haard, Ons Belang, Ons Huis en Rochdale)

http://www.awv.nl

Afdeling Geuzenveld:
Spreekuur elke eerste maandag van elke maand van 13.00-13.30 uur, 

Theo van Doesburgstraat t/o nr. 10.

http://www.hetoosten.nl
http://www.euronet.nl/users/wbv_acob
http://www.woonzorg.nl
http://www.eigenhaard.nl
http://www.afwc.nl
http://www.patrimonium.nl
http://www.dekey.nl
http://www.olympusgroep.nl
http://www.stadsherstelamsterdam.nl