volkstuinen
De volkstuinparken bieden een belangrijke bijdragen aan de kwalitatieve beleving van het
groen en vormen een ideale combinatie van groen en recreatie. De bond van Volkstuinders (BVV) heeft in 1999 een gewestelijk overleg in het leven geroepen om de wensen en noden van de zuid-westrand van Amsterdam te behartigen.
De volkstuinparken bieden veel. Het zijn de laatste veenweide-gebieden in deze omgeving die nog niet zijn opgespoten en bebouwd. Het zijn groene en rustige buffers in een versterkt verstedelijkte omgeving. Bewoners kunnen er door middel van excursies, lezingen en schoolbezoek in kennis gebracht worden met de oorspronkelijke inheemse flora en fauna van de eigen omgeving. De parken zijn openbaar toegankelijk waardoor ze een passieve recreatie bieden voor bewoners en werkers uit de omgeving. De volkstuinen zorgen
niet alleen voor actieve en passieve recreatie maar ook voor een groene zone met de aanwezigheid van schoon, zuiver oppervlaktewater en bescherming van de daarin aanwezige flora en fauna. Dit zorgt voor een grote verrijking van de biodiversiteit. Het belang van de volkstuinparken stijgt dan ook ver uit boven het belang van het volkstuinieren op zichzelf.
De in het stadsdeel Bos en Lommer beschikbaar gestelde locatie is tijdelijk en daarom
worden er onderhandelingen gevoerd met Geuzenveld/Slotermeer.
"De volkstuin" is een stukje grond waarop men siergewassen en/of groente mag telen en waarop
men veelal ook nog een huisje mag plaatsen, waarin men dan kan overnachten.
Het belangrijkste aspect van de volkstuin is echter "het tuinieren". Als men een volkstuin huurt zal
men zich er dus terdege van bewust moeten zijn dat de tuin op de eerste plaats komt.
Tuinieren in de volkstuin is een actieve recreatie waarbij de werkzaamheden zich niet alleen
beperken tot de eigen tuin, maar uitstrekken tot het terrein van het gehele tuinpark. Gelukkig
blijft er dan nog voldoende tijd over om te genieten van een welverdiende rust.
Westrand
De Westrand maakt onderdeel uit van het landelijk gebied aan de westzijde van de stad. Dit gebied wordt gekenmerkt door een grote landschappelijke diversiteit met verschillende kavelrichtingen, linten met bebouwing, polders en waterlopen. Dit gebied vormt het uitloopgebied van de Westelijke Tuinsteden en geeft verbinding met het recreatiegebied Spaarnwoude. Het gebied wordt gekenmerkt door contrasten: contrasten tussen zware infrastructuur en het historische dorp Sloterdijk; tussen nieuwe woongebieden en oude dorpjes; tussen glimmende kantoren en rommelzones.De volkstuinen in dit gebied zijn hier in enkele gevallen al heel lang gesitueerd en zijn vaak geënt op de structuur van het vroegere gebied. Andere complexen zijn recent toegevoegd. De tuinparken, samen met de andere aanwezige groenfuncties geven het gebied een groen karakter. Door de versnippering en de aanwezigheid van een mengeling van stedelijke functies heeft het ook het karakter van een stadsrand. De nabijheid van de stad en andere grote recreatiegebieden zorgen dat dit gebied een (potentieel) belangrijke recreatieve functie heeft. De parken liggen in de nabijheid van de Westelijke Tuinsteden en Halfweg. De parken liggen direct aan of in de nabijheid van de Haarlemmerweg of de Osdorperweg. De directe auto-ontsluiting van de tuinparken vindt echter op een lager niveau plaats. De Osdorperweg is een historisch lint met bebouwing er aan en niet berekend op veel verkeer. In de toekomst wordt in dit gebied de Westrandweg aangelegdMet de fiets zijn de parken goed te bereiken via de recreatieve route door de Brettenzone en de recreatieve routes door de Osdorper Binnenpolder.Wat betreft het openbaar vervoer is de bereikbaarheid matig tot slecht: de complexen langs de Haarlemmerweg zijn met de bus te bereiken, maar dan moet er soms nog wel een stuk gelopen worden. In het gebied is sprake van milieuhinder, met name geluidhinder van de snelwegen, treinen, Schiphol en het westelijk havengebied.In het structuurplan is onder andere het volgende voor het gebied opgenomen in de tekst: ‘De Westrandweg zal binnen tien jaar worden aangelegd. Over de gewenste wegafslagen (aantal en ligging), de aard van de landschappelijke inpassing (onderzoek West 8), de wens een groene Sloterscheg van formaat in te richten naast een concentratie van bedrijventerrein in het zuidelijk deel van de Westranden, bestaat brede overeenstemming. Binnen dit kader is de toekomstige inrichting van het gebied aan de orde. Gestreefd wordt naar een evenwichtige visie die recht doet aan verschillende ruimteclaims in het gebied. Uitgangspunten zijn onder andere de groene verbinding van Sloterplas naar Spaarnwoude, de recreatieve en ecologische verbindingszone Groene As Amstelland – Spaarnwoude, de landschappelijke inpassing van grootschalige infrastructuur en in samenhang daarmee een inrichting als ‘groene plantage’. Dat laatste bestaat uit een duurzaam groenblauw raamwerk, met een flexibeler groenblauwe invulling. Dit raamwerk is afgestemd op de eisen van waterberging in het gebied en bevat recreatieve en ecologische verbindingen. Groene functies als volkstuinen en sportvelden krijgen binnen dit raamwerk een plek. Ook de niet groene functies in de Westrand, zoals bedrijventerreinen, worden zo mogelijk in het raamwerk opgenomen. Claims voor bedrijventerreinen liggen in de Lutkemeer, ter hoogte van de slibvelden bij Spaarnwoude en na 2010 ook in de Osdorper Bovenpolder. De claim voor een bedrijventerrein op de Osdorper Bovenpolder betekent dat er geen claim voor een bedrijventerrein meer ligt in de Osdorper Binnenpolder (structuurplan 1996) en dat sportpark de Eendracht wordt behouden. Voor de lange termijn ligt er tevens een reservering voor een werkgebied in de Brettenzone die pas tot ontwikkeling leidt wanneer de noodzaak daartoe wordt aangetoond. De reservering voor dat werkgebied bestaat uit een strip aan de noordzijde van de Brettenzone in plaats van de trechtervormige reservering uit 1996, zodat de groene verbinding niet wordt afgesloten’.De tuinparken zijn onderdeel van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur. Door het gebied van de zuidelijke tuinparken is een ecologische verbinding aangegeven.Wat betreft lopende plannen en ontwikkelingen in de toekomst zijn de volgende projecten (pril of in uitvoering) te onderscheiden:• Westrandweg: infrastructuur• Plantage West: herinrichting van het gebied met als doel o.a. verhoging van de groene en recreatieve waarde van het gebied. • Geuzenbaan: stedelijke vernieuwing• Buurt Ne9en: stedelijke vernieuwing• Buurt 5: stedelijke vernieuwing• Geuzenveld Zuid: stedelijke vernieuwing
Bijeenkomst over verplaatsing Nutstuinen
Op dinsdag 20 december 2005 is er een bijeenkomst over de voorgenomen verplaatsing van de Nutstuinen van Bos en Lommer naar Geuzenveld. De bijeenkomst wordt gehouden in Welzijnscluster Het Pluspunt, Albardakade 5, en begint om 20.00 uur.
Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer ging op 29 november jongstleden akkoord met deze verhuizing (onder besluitnummer 05 DB 0543). De Nutstuinen bevinden zich momenteel nog bij de Ringspoorbaan, ter hoogte van metrostation Burgemeester de Vlugtlaan.
De nieuwe locatie komt aan de ventweg van de Haarlemmerweg ten noorden van Geuzenveld-West (in Buurt 10).
Daarbij is het globale inrichtingsplan vrijgegeven voor overleg en aanbieding aan de Commissie Fysiek. Het besluit en globaal inrichtingsplan liggen tot 15 januari 2006 ter visie op de balie van het Tuinstadhuis (adres).
Tuinpark
De Groote Braak
Daveren 25


1046 AP Amsterdam
correspondentie-adres:
Postbus 8825
1006 JA Amsterdam
Tel.: 020-6133394
Fax: 020-6131861
Het tuinpark De Groote Braak is opgericht in 1983, op de huidige locatie Huidige situatieTuinpark De Groote Braak ligt aan de noordzijde van stadsdeel Geuzenveld/ Slotermeer en maakt onderdeel uit van de Brettenzone. Het ligt in een meer landelijke omgeving, tegen een decor van haventerreinen, buiten de stad. Het tuinpark is een verblijfstuin, heeft 408 tuinen en een oppervlakte van bijna 18,6 ha. Het behoort hiermee tot een van de grotere tuinen van Amsterdam. Aan de zuidzijde loopt de spoorweg richting Haarlem en de Haarlemmertrekvaart. Aan de noordzijde ligt het westelijk havengebied. De Groote Braak maakt onderdeel uit van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur.
De Bretten (203 tuinen)
Seineweg 16
Het tuinpark De Bretten is opgericht in 1976. Het park komt voort uit de tuinparken Nut en Genoegen en Sloterdijkermeer. Huidige situatieTuinpark De Bretten ligt aan de noordzijde van stadsdeel Geuzenveld/ Slotermeer en maakt onderdeel uit van de Brettenzone. Het tuinpark is een verblijfstuin, heeft 203 tuinen en een oppervlakte van bijna 12,7 ha. Aan de noordzijde loopt de spoorweg richting Haarlem. Aan de zuidzijde ligt de Haarlemmertrekvaart. Tussen het tuinpark en deze infrastructuur ligt openbaar groen. De Bretten maakt onderdeel


T.I.G.E.N.O. (Tuinieren is Genoegen en Nuttige
Ontspanning)
Tuinpark T.I.G.E.N.O. is in 1947 opgericht en bestaat uit 215 tuinen. Het is gelegen in de Eendrachtpolder,
tussen Geuzenveld en de Oude Osdorperweg in Amsterdam-West en maakt deel uit van de "Groene
zone". Andere activiteiten bij T.I.G.E.N.O. zijn: Kinderkermis, Zeskamp, Lichtjesavond met verkleedfeest,
Bingo, Disco ,Klaverjassen, Country en Linedance, Darten etc. kortom te veel om op te noemen.


De Eendracht
De Eendracht is in 1962 opgericht op de huidige locatie. Huidige situatieTuinpark De Eendracht is een verblijfstuin met 239 tuinen en is ca. 9,8 hectare groot. Het tuinpark ligt in de Osdorper Binnenpolder en ligt in een cluster, samen met tuinparken De Ark, Bijenpark-nieuw, Osdorp en T.I.G.E.N.O.. Dit geheel maakt onderdeel uit van het landelijk gebied aan de westzijde van de stad. Dit gebied wordt gekenmerkt door een grote landschappelijke diversiteit met verschillende kavelrichtingen, linten met bebouwing, polders en waterlopen. Het park zelf wordt ingesloten door de Joris van den Berghweg, de Osdorperweg, tuinpark T.I.G.E.N.O. en een moerasstrook met daarchter bedrijven. Het tuinpark maakt onderdeel uit van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur.


Osdorp
Tuinpark Osdorp is in 1968 opgericht op de huidige locatie. In eerste instantie is het zuidelijk deel aangelegd. Drie jaar later is het noordelijk deel aangelegd. De bebouwing in het midden van het noordelijk deel is nog weer later toegevoegd. Huidige situatieTuinpark Osdorp is een verblijfstuin met 136 tuinen en is ca. 6,6 hectare groot. Het tuinpark ligt in de Osdorper Binnenpolder en ligt in een cluster, samen met tuinparken De Ark, Bijenpark-nieuw, TIGENO en De Eendracht. Dit geheel maakt onderdeel uit van het landelijk gebied aan de westzijde van de stad. Dit gebied wordt gekenmerkt door een grote landschappelijke diversiteit met verschillende kavelrichtingen, linten met bebouwing, polders en waterlopen.


De verschillende kavelrichtingen zie je terug in tuinpark Osdorp. Het park zelf wordt ingesloten door de Osdorperweg met aanliggende bebouwing, de polder en het tuinpark Bijenpark –nieuw. Het wordt doorsneden door de Nico Broekhuysenweg. Het tuinpark maakt onderdeel uit van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur.Toegankelijkheid en oriëntatie Het tuinpark ligt op fietsafstand van de stad, in een groene omgeving en is via recreatieve routes goed bereikbaar vanuit de westelijke tuinsteden (Geuzenveld en Osdorp). Het complex is door zijn ligging in de open polder goed zichtbaar en een openbaar fietspad loopt midden tussen het park. Het park is vrij toegankelijk in het seizoen. De entrees liggen aan de westzijde: er zijn twee toegangen vanaf het (fiets-)pad dat het park doorsnijdt en er is een toegang met parkeerplaats die ook vanaf deze route bereikbaar is.
De Ark
De Ark is een betrekkelijk nieuw complex. Het is recent verplaatst, het lag eerst langs het spoor tegenover het complex Bos en Lommer. Huidige situatieDe Ark is een nutstuin met 28 tuinen en is ca. 2 hectare groot. Het complex is gericht op ecologisch tuinieren. Het tuinpark ligt in de Osdorper Binnenpolder en ligt samen met tuinparken T.I.G.E.N.O., Bijenpark-nieuw, Osdorp en De Eendracht binnen een cluster. Dit geheel maakt onderdeel uit van het landelijk gebied aan de westzijde van de stad. Dit gebied wordt gekenmerkt door een grote landschappelijke diversiteit met verschillende kavelrichtingen, linten met bebouwing, polders en waterlopen. Het park zelf wordt ingesloten door de Joris van den Berghweg, de Nico Broekhuysenweg, tuinpark Osdorp en de polder. Het tuinpark maakt geen onderdeel uit van de Amsterdamse
hoofdgroenstructuur.


Bijenpark-nieuw
Tuinpark Bijenpark-nieuw is in 1963 opgericht en in 1965/1966 vond de aanleg plaats van dit park op de huidige locatie. De oprichting van het ‘Nieuwe park’ is het resultaat van het verlies van een deel van Bijenpark-oud aan de aanleg van de A4 en Schiphollijn. Als compensatie is in de Eendrachtspolder, toen nog weidegebied, het nieuwe tuinpark aangelegd. Een deel van de tuinders is toen meeverhuisd. Huidige situatieTuinpark Bijenpark-nieuw is een verblijfstuin met 81 tuinen. Het tuinpark ligt in de Osdorper Binnenpolder en ligt in een cluster, samen met tuinparken De Ark, Osdorp, TIGENO en De Eendracht. Dit geheel maakt onderdeel uit van het landelijk gebied aan de westzijde van de stad. Dit gebied wordt gekenmerkt door een grote landschappelijke diversiteit met verschillende kavelrichtingen, linten met bebouwing, polders en waterlopen. Het park zelf wordt ingesloten door de Osdorperweg met aanliggende bebouwing, de Joris van den Berghweg, de Nico Broekhuysenweg en het tuinpark Osdorp. Het tuinpark maakt onderdeel uit van de Amsterdamse hoofdgroenstructuur.


Statuten en reglementen van de Bond van Volkstuinders
Inhoudsopgave:
* Statuten
* Algemeen Reglement
* Reglement voor de Afdelingen
* Huurreglement
* Geschillenreglement
* Reglement Bouwvoorschriften
Statuten en reglementen goedgekeurd in de bondsvergadering d.d. 16 oktober 1993
Notariële akte d.d. 17 december 1993.
Statuten en reglementen gewijzigd in de bondsvergadering d.d. 20 mei 1995
Notariële akte d.d. 2 april 1996.
Reglementen gewijzigd in de bondsvergadering d.d. 11 mei 1996.
Statuten en en reglementen gewijzigd in de bondsvergadering van 8 mei 1999.
Notariële akte d.d. 15 september 1999.
Reglementen gewijzigd in de bondsvergadering van 13 mei 2000.
Statuten en reglementen gewijzigd in de bondsvergadering van 13 december 2001
Notariële akte 13 februari 2002
BEGRIPSBEPALINGEN
In de Statuten en reglementen wordt verstaan onder:
bond: Bond van Volkstuinders;
tuincomplex: het tuincomplex van een afdeling;
nutstuin: een tuin bestemd voor het telen van aardappelen, groenten, fruit, bloemen en kruiden.
bondsbureau: het kantoor van de Bond van Volkstuinders;
afdeling: een organisatorische eenheid waarin de leden van de bond naar afdeling zijn ingedeeld;
bondsbestuur: het bestuur van de bond;
bondsblad: het officiële mededelingenblad van de bond;
Bestuurlijke Adviescommissie:een adviescommissie van het bondsbestuur;
afdelingsbestuur: het bestuur van een afdeling van de bond;
bestuurlijke macht: de genoemde besturen tezamen of ieder afzonderlijk;
bondsvergadering: de algemene vergadering van de bond;
afdelingsvergadering: de algemene vergadering van een afdeling van de bond;
wetgevende macht: de genoemde vergaderingen tezamen of ieder afzonderlijk;
afgevaardigden: de in een afdelingsvergadering gekozen afgevaardigden naar de bondsvergadering;
Geschillencommissie: de Geschillencommissie van de bond, belast met de tuchtrechtspraak;
Commissie van Beroep: de Commissie van Beroep, als bedoeld in het Geschillenreglement;
rechtsprekende macht: de Geschillencommissie en de Commissie van Beroep tezamen of ieder afzonderlijk;
Commissie van Goede Diensten: de Commissie van Goede Diensten als bedoeld in het Algemeen
Reglement; orgaan: het bondsbestuur, de bondsvergadering, een afdelingsbestuur, een afdelingsvergadering, de
Commissie van Goede Diensten, de Geschillencommissie, de Commissie van Beroep, alsmede die personen en
commissies die krachtens de Statuten door de bondsvergadering zijn belast met een nader omschreven taak en
aan wie daarbij beslissingsbevoegdheid is toegekend.
accountant: de registeraccountant of AA-accountant, als bedoeld in art. 20 lid 2 onder a van de Statuten;
medehuurder: een partner en/of kind van een lid die gerechtigd is de huurovereenkomst van de betreffende
tuin voort te zetten.
partner: a) echtgeno(o)t(e) van het lid;
b) een ongehuwd meerderjarig persoon (geen familie in de eerste graad) waarmee het lid
een gemeenschappelijke huishouding voert, wat o.a. blijkt uit het feit dat beiden op één
en hetzelfde adres woonachtig zijn.
Deze Statuten en reglementen zijn van toepassing op de navolgende volkstuinparken: Amstelglorie, De
Bongerd, Bos en Lommer, De Bretten, Buikslotermeer, Buitenzorg, Dijkzicht, De Eendracht, Eigen Hof, De
Groote Braak, Klein Dantzig, Kweeklust, Lissabon, De Molen, De Molenaar, Nieuwe Levenskracht, Nieuw
Vredelust, Nut en Genoegen, Ons Buiten, Ons Lustoord, Osdorp, Rust en Vreugd, Sloterdijkermeer,
TIGENO, Tuinwijck, De Vijf Slagen, Water-Land, Wijkergouw en Zonnehoek.
Ter wille van de leesbaarheid zijn begrippen in de Statuten en reglementen in de mannelijke vorm
gesteld. De desbetreffende begrippen hebben ook betrekking op vrouwelijke leden van de bond.
Statuten
Inhoudsopgave
Artikel 1 Naam, zetel en duur (4)
Artikel 2 Rechtsbevoegdheid en organen (4)
Artikel 3 Doel (4)
Artikel 4 Leden en ereleden (4)
Artikel 5 Rechten, plichten en verplichtingen van de leden (4)
Artikel 6 Rechtspraak (5)
Artikel 7 Einde lidmaatschap (5)
Artikel 8 Bondsbestuur (6)
Artikel 9 Dagelijks bestuur en voorzitter (7)
Artikel 10 Taken en bevoegdheden bondsbestuur (7)
Artikel 11 Vertegenwoordiging (7)
Artikel 12 Organisatie (8)
Artikel 13 Commissies (8)
Artikel 14 Besluitvorming (9)
Artikel 15 Nietigheid en vernietigbaarheid van besluiten (10)
Artikel 16 Bondsvergadering (10)
Artikel 17 Bijeenroeping bondsvergadering (11)
Artikel 18 Toegang bondsvergadering (11)
Artikel 19 Agenda (11)
Artikel 20 Rekening en verantwoording (12)
Artikel 21 Bezittingen en schulden afdelingen (13)
Artikel 22 Reglementen en uitvoeringsbesluiten (13)
Artikel 23 Statutenwijziging (14)
Artikel 24 Ontbinding en vereffening (14)
Artikel 25 Sanctiebepalingen (15)
Statuten van de Bond van Volkstuinders
Artikel 1 Naam, zetel en duur
1. De vereniging draagt de naam: Bond van Volkstuinders, die in de Statuten en reglementen verder wordt
aangeduid met: de bond.
2. De bond is gevestigd te Amsterdam.
3. De bond is opgericht op 18 augustus 1917 en is aangegaan voor onbepaalde tijd.
Artikel 2 Rechtsbevoegdheid en organen
1. De bond is een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid met niet rechtsbevoegde afdelingen.
2. Organen van de bond zijn: het bondsbestuur, het dagelijks bestuur, de bondsvergadering, de afdelingsbesturen,
de afdelingsvergaderingen, de commissies met een rechtsprekende taak, alsmede personen en commissies
die krachtens de Statuten door de bondsvergadering zijn belast met een nader omschreven taak en
aan wie daarbij beslissingsbevoegdheid is toegekend.
3. De bond is ingeschreven in het Verenigingenregister, dat gehouden wordt door de Kamer van Koophandel
en Fabrieken te Amsterdam.
Artikel 3 Doel
1. De bond stelt zich ten doel:
a. het huren en in eigendom verkrijgen van grond tot het stichten en beheren van volkstuinen ten behoeve
van de leden;
b. het behartigen van de belangen van de leden;
c. het maken van propaganda voor het tuinieren op de volkstuin als ontspanning;
d. het verkrijgen van volkstuinen met een blijvend karakter;
e. het bevorderen van kennis van het kweken van bloemen, planten, groente, fruit en van flora en fauna in
de ruimste zin van het woord;
f. het propageren van een zo milieu- en natuurvriendelijk mogelijk gebruik van de volkstuincomplexen
waarop volkstuinen gelegen zijn, in overeenstemming met het door de overheden gevolgde beleid.
2. De bond tracht voorts het gestelde doel te bereiken door alles te doen wat tot het in dit artikel gestelde
doel bevorderlijk kan zijn, zulks in de ruimste zin van het woord.
Artikel 4 Leden en ereleden
1. Om als lid tot de bond te kunnen worden toegelaten dient de betrokkene meerderjarig te zijn, een vaste
woon- of verblijfplaats in Nederland te hebben en met de bond van de huur van een tuin een huurovereenkomst
aan te gaan, alsmede alle uit het lidmaatschap en uit de huurovereenkomst voortvloeiende
verplichtingen na te komen.
2. a. De toelating van leden geschiedt door het afdelingsbestuur van het tuincomplex waar de tuin is
gelegen, op de wijze zoals bepaald in de reglementen.
b. Ingeval een afdelingsbestuur niet tot toelating besluit, deelt het dit, met redenen omkleed, schriftelijk
aan het bondsbestuur en de betrokkene mede, waarna het bondsbestuur alsnog op verzoek van betrokkene
en na het afdelingsbestuur gehoord te hebben, tot toelating kan besluiten.
3. Op voorstel van het bondsbestuur kan de bondsvergadering een natuurlijk persoon, die zich voor de volkstuinderij
in het algemeen, of voor de bond in het bijzonder heeft onderscheiden, het predikaat "erelid"
verlenen.
Artikel 5 Rechten, plichten en verplichtingen van de leden
1. Leden van de bond zijn verplicht:
a. de Statuten en reglementen van de bond, de besluiten van één van zijn organen, alsmede de bepalingen
van de huurovereenkomst na te leven;
b. de belangen van de bond, van een afdeling en/of van de volkstuinderij in het algemeen niet te schaden;
c. de door de overheid van de verhuur van tuinen aan de bond gegeven voorschriften en/of aanwijzingen
na te leven;
d. alle overige verplichtingen, die de bond in naam van zijn leden aangaat of die uit het lidmaatschap van
de bond voortvloeien, te aanvaarden en na te komen.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 5
2. Het bondsbestuur is bevoegd aan de leden verplichtingen van financiële en andere aard op te leggen, alsmede
ten behoeve van de leden verbintenissen aan te gaan.
3. De bond kan, voor zover uit de Statuten niet het tegendeel voortvloeit, ten behoeve van de leden rechten
bedingen en voorzover dit in de Statuten uitdrukkelijk is bepaald, te hunnen laste verplichtingen aangaan.
Tenzij een lid zich hiertegen verzet, kan de bond ten behoeve van een lid nakoming van die rechten en
schadevergoeding vorderen.
4. De leden zijn onderworpen aan de rechtspraak, als bedoeld in artikel 6.
Artikel 6 Rechtspraak
1. In het algemeen is strafbaar elk handelen of nalaten:
a. dat in strijd is met de Statuten en reglementen van de bond en met de besluiten van één van zijn organen.
b. dat de belangen van de bond of van één van zijn organen dan wel van de volkstuinderij in het algemeen
schaadt.
2. In geval van overtreding van het bepaalde in lid 1 zijn de leden onderworpen aan de rechtspraak, als
uitgeoefend door de in lid 3 genoemde organen.
3. Met de rechtspraak in de bond zijn belast:
a. de afdelingsbesturen;
b. de Geschillencommissie;
c. de Commissie van Beroep.
4. De leden van de in lid 3 genoemde commissies worden benoemd op de wijze als bepaald is in het
Geschillenreglement. Het lidmaatschap van deze commissies is onverenigbaar met het lidmaatschap van het
bondsbestuur alsmede met de functie van afgevaardigde in een bondsvergadering.
Artikel 7 Einde lidmaatschap
1. Het lidmaatschap eindigt door het overlijden van het lid, door opzegging of door royement.
2. a. De bond kan het lidmaatschap opzeggen;
* wanneer een lid heeft opgehouden te voldoen aan de vereisten die de Statuten aan het lidmaatschap
stellen;
* wanneer een lid niet aan zijn financiële verplichtingen voldoet;
* alsook met onmiddellijke ingang wanneer redelijkerwijs van de bond niet kan worden gevergd het
lidmaatschap te laten voortduren.
Een lid wordt geacht zijn financiële verplichtingen niet te zijn nagekomen als de afdeling op 1 januari
van enig jaar nog gelden op dit lid te vorderen heeft betrekking hebbende op het vorige boekjaar.
b. De bond is gehouden het lidmaatschap door opzegging te beëindigen op de datum waarop de met het
lid gesloten huurovereenkomst eindigt, tenzij de huurovereenkomst wordt verlengd.
c. Opzegging namens de bond geschiedt schriftelijk door het bondsbestuur.
3. a. Opzegging van het lidmaatschap door het lid geschiedt schriftelijk bij het afdelingsbestuur, waaronder
het lid ressorteert, met inachtneming van het in dit artikel bepaalde.
b. Een lid kan het lidmaatschap met onmiddellijke ingang beëindigen:
- wanneer redelijkerwijs van hem niet kan worden gevergd het lidmaatschap te laten voortduren;
- binnen een maand nadat een besluit, waarbij zijn rechten zijn beperkt of verplichtingen zijn verzwaard,
het lid is bekend geworden of medegedeeld, in welk geval het besluit alsdan niet op hem
van toepassing is. Deze bevoegdheid tot opzegging komt het lid niet toe wanneer rechten en
verplichtingen worden gewijzigd, die in de Statuten en reglementen nauwkeurig zijn omschreven,
wijziging van geldelijke rechten en verplichtingen daaronder begrepen;
- binnen een maand nadat hem een besluit tot omzetting van de bond in een andere rechtsvorm of tot
fusie is medegedeeld.
4. Met inachtneming van het in dit artikel ten aanzien van de opzegging van het lidmaatschap bepaalde, alsook
met inachtneming van het elders ten aanzien van de beëindiging van de huurovereenkomst bepaalde,
kunnen de bond en het lid het lidmaatschap op elk tijdstip beëindigen.
Het lidmaatschap wordt door opzegging in ieder geval beëindigd tegen het einde van het boekjaar, volgend
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 6
op dat waarin werd opgezegd, alsmede onmiddellijk in de gevallen, als bedoeld in lid 2 en lid 3 onder b.
5. a. Royement kan alleen worden uitgesproken door de Geschillencommissie en in beroep door de
Commissie van Beroep wanneer een lid in strijd handelt met de Statuten, reglementen of besluiten van
de bond, of van één van zijn organen, dan wel de bond op onredelijke wijze benadeelt.
b. Het besluit tot royement wordt door middel van een aangetekende brief of per post met ontvangstbevestiging
aan het lid medegedeeld.
c. De betrokkene kan binnen een maand na ontvangst van de onder b bedoelde mededeling in beroep gaan
bij de Commissie van Beroep, als bedoeld in artikel 6. Gedurende de beroepstermijn en hangende het
beroep is het lid geschorst.
6. Behoudens in geval van overlijden wordt enig lid, dat heeft opgezegd, geacht nog lid te zijn tot ten hoogste
het einde van het boekjaar volgend op dat waarin werd opgezegd, zolang het lid niet heeft voldaan aan zijn
geldelijke verplichtingen ten opzichte van de bond of van één van zijn afdelingen, of zolang enige andere
aangelegenheid, waarbij het lid is betrokken niet is afgewikkeld, het ondergaan van een opgelegde straf
daaronder begrepen.
Artikel 8 Bondsbestuur
1. Het bondsbestuur bestaat uit ten minste vijf natuurlijke personen. Het aantal bestuursleden wordt door de
bondsvergadering vastgesteld.
2. a. Het lidmaatschap van het bondsbestuur is niet-verenigbaar met het lidmaatschap van een afdelingsbestuur,
de Commissie van Goede Diensten, de Bestuurlijke Adviescommissie, Geschillencommissie, de
Commissie van Beroep, de Financiële Commissie en de Centrale Kascommissie, alsmede met het zijn
van afgevaardigde.
b. Personen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren, kunnen niet tegelijkertijd in het bondsbestuur
zitting hebben.
c. Werknemers van de bond kunnen niet worden benoemd tot lid van het bondsbestuur of van een afdelingsbestuur.
3. a. De leden van het bondsbestuur worden door de bondsvergadering uit of buiten de leden benoemd.
Slechts éénderde van het bestuur mag buiten de leden gekozen zijn.
b. De voorzitter wordt in functie benoemd.
c. Als in een bestuursvacature niet (tijdig) door de bondsvergadering kan worden voorzien, kan de
bondsvergadering het bondsbestuur machtigen tussentijds zelf door benoeming van bestuursleden in ten
hoogste drie vacatures te voorzien. In een voorkomend geval zal het bondsbestuur gehouden zijn de
benoeming van een door hen tussentijds benoemd bestuurslid door de eerstvolgende bondsvergadering
te doen bekrachtigen.
4. a. Tijdens de eerste vergadering na de benoeming van bestuursleden verdelen de overige bestuursleden de
functies en doen hiervan aan de afdelingen en aan de leden mededeling.
b. Ieder bestuurslid is tegenover de bond gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Als het
een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer bestuursleden behoort, is ieder van
hen voor het geheel aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem te wijten is en
hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te wenden.
5. a. Bestuursleden worden benoemd voor de duur van twee jaar. Elk jaar treedt zo mogelijk de helft van
het aantal bestuursleden af, volgens een door het bondsbestuur op te maken rooster. Aftredende leden
zijn herbenoembaar, zulks met inachtneming van het in lid 2 bepaalde.
b. Een tussentijds benoemd bestuurslid neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in en treedt af
op de dag waarop deze zou zijn afgetreden.
c. Tenzij de bondsvergadering het bondsbestuur heeft gemachtigd tussentijds in een vacature te voorzien
als bedoeld in lid 3 onder c, voorziet de bondsvergadering in een tussentijdse vacature zo mogelijk
binnen vier maanden.
d. Benoemde bestuursleden treden in functie op de dag na hun benoeming en treden af aan het eind van
de dag waarop zij volgens het rooster gehouden zijn af te treden.
6. a. Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd gekozen, te allen tijde door de bondsvergadering
worden ontslagen of geschorst.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 7
b. Behalve wanneer een schorsing wordt verlengd, eindigt de schorsing door tijdsverloop.
7. a. Het lidmaatschap van bondsbestuur eindigt door overlijden, door ontslag en bedanken, alsmede wanneer
het lidmaatschap van de bond eindigt. Het bondsbestuur kan het bestuurslidmaatschap continueren
tot de eerstvolgende bondsvergadering.
b. Voorts eindigt het lidmaatschap van het bondsbestuur wanneer het betrokken bestuurslid wordt
benoemd in een afdelingsbestuur of in één van de commissies, als genoemd in artikel 13 lid 4.
Artikel 9 Dagelijks bestuur en voorzitter
1. Als het bondsbestuur uit meer dan acht personen bestaat, kan het uit zijn midden een dagelijks bestuur
benoemen van ten minste drie personen en daarvan de taken en bevoegdheden bepalen.
2. De voorzitter heeft de algemene leiding van de bond. Hij is bij officiële vertegenwoordiging van de bond de
woordvoerder, tenzij hij deze taken aan een ander heeft opgedragen.
3. De voorzitter wordt in geval van verhindering, vervangen door de vice-voorzitter of bij verhindering van
deze laatste door een door het bondsbestuur aan te wijzen bestuurslid.
Artikel 10 Taken en bevoegdheden bondsbestuur
1. Behoudens de beperkingen volgens de Statuten is het bondsbestuur belast met het besturen van de bond.
2. a. Als het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het bondsbestuur bevoegd. Het is echter
verplicht zo spoedig mogelijk een bondsvergadering te beleggen waarin de voorziening in de
vacature(s) aan de orde komt.
b. Als het bondsbestuur voltallig aftreedt is het verplicht de lopende zaken waar te nemen en zo spoedig
mogelijk een bondsvergadering te beleggen waarin de voorziening in de vacatures aan de orde komt.
3. a. Het bondsbestuur is bevoegd taken en bevoegdheden te delegeren aan het dagelijks bestuur.
b. Het bondsbestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taken te
doen uitvoeren door afdelingsbesturen of door commissies, die door het bondsbestuur zijn benoemd.
c. Het bondsbestuur is tevens bevoegd werkzaamheden - al dan niet tegen betaling - door derden te laten
verrichten.
4. a. Het bondsbestuur is bevoegd werknemers, onder wie een beleidsmedewerker en zijn plaatsvervanger,
aan te stellen, te schorsen en te ontslaan en hun arbeidsvoorwaarden te bepalen.
b. De beleidsmedewerker is belast met de leiding van het bondsbureau.
5. Het bondsbestuur is, na voorafgaande goedkeuring van de bondsvergadering, bevoegd te besluiten tot het
aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het
aangaan van overeenkomsten waarbij de bond zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich
voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt.
6. Het bondsbestuur is niet bevoegd beslissingen te nemen, waarvan de financiële verplichtingen de voor dat
boekjaar vastgestelde begroting in totaal met meer dan vijf procent (5%) overschrijden.
7. Voor alle betalingen zijn de handtekeningen van twee bondsbestuurders vereist.
Artikel 11 Vertegenwoordiging
1. De bond wordt in en buiten rechte vertegenwoordigd door het bondsbestuur, alsmede door twee leden van
het bondsbestuur gezamenlijk.
2. a. Aan een afdelingsbestuur komt vertegenwoordigingsbevoegdheid toe binnen de aan een afdeling
toegekende taken en bevoegdheden, voor zover daarbij gehandeld wordt binnen de door de desbetreffende
afdelingsvergadering vastgestelde begroting.
b. Een afdelingsbestuur wordt vertegenwoordigd door twee leden van het afdelingsbestuur gezamenlijk.
c. Een afdelingsbestuur kan geen verplichtingen aangaan voor een tijdsduur langer dan één jaar.
3. Personen aan wie hetzij krachtens deze Statuten, hetzij krachtens volmacht vertegenwoordigingsbevoegdheid
is toegekend, oefenen deze bevoegdheid niet uit dan nadat hiertoe een bestuursbesluit is
genomen, waarbij tot het aangaan van de betreffende rechtshandeling is besloten.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 8
Artikel 12 Organisatie
1. a. De bond kent afdelingen. De afdelingen bezitten geen rechtspersoonlijkheid. Elk tuincomplex, dat
onder de bond ressorteert, vormt een afdeling.
b. De bondsvergadering is bevoegd nieuwe afdelingen in te stellen of toe te laten.
c. Nieuwe afdelingen kunnen tot de bond worden toegelaten, als de afdeling voldoet aan de aan nieuwe
leden te stellen eisen.
2. a. De afdelingen behartigen de belangen van hun afdeling en regelen de zaken, die uitsluitend de eigen
afdeling betreffen. De taken en bevoegdheden van de afdelingen zijn in het Reglement voor de Afdelingen
vastgelegd.
b. Elke afdeling is bevoegd ten behoeve van zijn afdeling nadere bepalingen in een supplement op het
Reglement voor de Afdelingen vast te leggen.
3. Iedere afdeling wordt geleid door een bestuur (afdelingsbestuur), dat verantwoording verschuldigd is aan
de algemene vergadering van die afdeling (afdelingsvergadering).
4. a. Een afdelingsbestuur is verplicht om met betrekking tot de besluiten die naar zijn oordeel, of naar het
oordeel van een andere afdeling of van het bondsbestuur, mede de belangen van andere afdelingen
(kunnen) raken, overleg te plegen met de desbetreffende afdelingsbesturen. Komen de afdelingsbesturen
niet tot overeenstemming, dan beslist het bondsbestuur.
b. Het bondsbestuur is bevoegd de uitvoering van een besluit van een afdelingsbestuur of van een afdelingsvergadering,
dat het in strijd acht met de belangen van de bond, binnen één week nadat deze te
zijner kennis is gekomen op te schorten en de desbetreffende afdeling te verzoeken het opgeschorte
besluit te wijzigen of te vernietigen en bij gebreke daarvan het besluit binnen twee maanden voor te
leggen aan de Bestuurlijke Adviescommissie.
Als het bondsbestuur zich niet met het advies van de Bestuurlijke Adviescommissie kan verenigingen,
beslist in hoogste instantie de eerstvolgende bondsvergadering.
c. Gedurende de onder b bedoelde procedure is het afdelingsbestuur niet bevoegd uitvoering te geven aan
het desbetreffende genomen besluit.
Artikel 13 Commissies
1. a. Het bondsbestuur, het dagelijks bestuur en de bondsvergadering, alsmede een afdelingsbestuur en een
afdelingsvergadering zijn bevoegd vaste en tijdelijke commissies in te stellen, alsmede hun benoeming,
samenstelling, taken en bevoegdheden te regelen, voor zover deze niet geregeld zijn in de Statuten of in
andere reglementen.
b. De onder a bedoelde commissies zijn verantwoording verschuldigd aan het orgaan dat ze heeft
ingesteld.
c. Een commissielid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd gekozen, te allen tijde worden ontslagen of
geschorst door het orgaan dat de commissie heeft ingesteld, rekening houdende met het bepaalde in
artikel 7 lid 3 punt 7 van het Algemeen Reglement.
2. a. Tenzij anders wordt bepaald, bestaat een commissie uit vijf personen. Tenzij de leden van bedoelde
commissie in functie zijn gekozen, benoemt elke commissie uit haar midden een voorzitter en een
secretaris.
b. In de reglementen kan worden bepaald dat, op grond van deskundigheid, in commissies ook niet-leden
van de bond kunnen worden benoemd.
3. Tenzij anders bepaald, worden leden van commissies benoemd voor de duur van twee jaar. De leden treden
af volgens een door de commissie opgesteld rooster en zijn aansluitend herbenoembaar.
4. In de Geschillencommissie, de Commissie van Beroep en de Financiële Commissie mogen niet twee of
meer leden van één afdeling zitting hebben en mogen ook geen bezoldigde personen plaats nemen.
Artikel 14 Besluitvorming
1. a. De voorzitter van het bondsbestuur leidt de bestuurs- en bondsvergaderingen.
b. De voorzitter van de Bestuurlijke Adviescommissie leidt de vergaderingen van de Bestuurlijke
Adviescommissie.
c. De voorzitter van een afdelingsbestuur leidt de vergaderingen van het afdelingsbestuur en van de
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 9
afdelingsvergadering.
d. De onder a, b en c bedoelde voorzitters stellen in hun vergaderingen de orde van de dag vast, behoudens
het recht van genoemde vergaderingen om daarin wijziging te brengen. De voorzitters sluiten de
beraadslagingen als zij menen dat de vergadering voldoende is ingelicht, doch zijn verplicht deze weer
te openen, als één/derde van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde afgevaardigden het verlangen
hiertoe kenbaar maakt.
2. Op de bondsvergadering en de afdelingsvergadering kunnen alleen besluiten worden genomen over onderwerpen
die op de agenda zijn vermeld.
3. a. Tenzij in de Statuten of in een reglement anders is bepaald, worden besluiten in de in lid 1 bedoelde
vergaderingen genomen met een meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, met dien verstande
dat ter bepaling van die meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen de ongeldige stemmen als
bedoeld onder b worden afgetrokken.
b. Ongeldig zijn stemmen die:
- blanco zijn;
- zijn ondertekend;
- onleesbaar zijn;
- een persoon niet duidelijk aanwijzen;
- de naam bevatten van een persoon die niet kandidaat gesteld is;
- voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam bevatten;
- meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon die is bedoeld.
c. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitgebrachte geldige stemmen.
d. Als de stemmen staken, is geen meerderheid behaald en is het betreffende voorstel verworpen.
4. a. De afgevaardigden in de bondsvergadering brengen elk één stem uit.
b. Iedere afgevaardigde kan een andere afgevaardigde schriftelijk machtigen namens hem in de bondsvergadering
zijn stem uit te brengen, met dien verstande dat iedere afgevaardigde slechts door één
andere afgevaardigde kan worden gemachtigd.
5. a. De stemming over personen geschiedt schriftelijk met gesloten stembriefjes, tenzij de desbetreffende
vergadering unaniem een schriftelijke stemming niet nodig acht.
b. De stemming over zaken geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of de vergadering een schriftelijke
stemming gewenst acht.
c. De betreffende vergadering kan ook bij acclamatie besluiten.
6. a. Als bij een stemming over personen bij de eerste stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte
geldige stemmen heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden. Verkrijgt ook bij deze
tweede stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, dan vindt een herstemming
plaats tussen de personen die het hoogste aantal stemmen hebben verkregen.
b. Zowel bij tussenstemming als herstemming(en) is hij, die de meerderheid van de uitgebrachte geldige
stemmen heeft verkregen, benoemd. Staken bij deze stemmingen de stemmen, dan beslist het lot.
7. Ingeval van een schriftelijke stemming benoemt de voorzitter een stembureau van drie personen. Het
stembureau opent de stembiljetten en beslist over de geldigheid van iedere uitgebrachte stem.
8. a. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voorzover werd gestemd over een niet
schriftelijk vastgelegd voorstel.
b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt het
te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de
vergadering dit verlangt of - wanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk geschiedde
- wanneer een afgevaardigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de rechtsgevolgen
van de oorspronkelijke stemming.
9. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de besluitvorming in afdelingen en
commissies.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 10
Artikel 15 Nietigheid en vernietigbaarheid van besluiten
1. a. Een besluit van een orgaan dat in strijd is met de wet of met de Statuten, is nietig, tenzij uit de wet iets
anders voortvloeit. Een nietig besluit mist rechtskracht.
b. Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de Statuten
voorgeschreven voorafgaande handeling of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit
heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een
vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.
c. Bekrachtiging is niet meer mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander is gesteld door
het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de wederpartij tot wie het was gericht.
2. a. Een besluit van een orgaan is, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een vernietiging
bepaalde, vernietigbaar:
1. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die de totstandkoming van het besluit regelen;
2. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid.
3. wegens strijd met een reglement.
b. Tot de onder a bedoelde bepalingen behoren niet die welke de voorschriften bevatten, waarop in lid 1
onder b wordt gedoeld.
3. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de dag,
waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij een belanghebbende van het besluit
kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd.
4. Een besluit dat vernietigbaar is op grond van het bepaalde in lid 2 onder a sub 1, kan door een daartoe
strekkend besluit worden bevestigd. Voor dit besluit gelden dezelfde vereisten als voor het te bevestigen
besluit. Bevestiging is niet mogelijk zodra een vordering tot vernietiging aanhangig is. Als de vordering
wordt toegewezen, geldt het vernietigde besluit als opnieuw genomen door het latere besluit, tenzij uit de
strekking van dit besluit het tegendeel voortvloeit.
Artikel 16 Bondsvergadering
1. Aan de bondsvergadering komen in de bond alle bevoegdheden toe, die niet door de wet of door de
Statuten aan het bondsbestuur of aan andere organen zijn opgedragen.
2. De bondsvergadering vertegenwoordigt alle leden van de bond, als bedoeld in artikel 4 lid 1. Zij bestaat uit
de afgevaardigden, alsmede uit de adviserende leden als bedoeld in lid 6.
3. Elke afdeling kiest jaarlijks uit zijn midden evenzoveel afgevaardigden, als de afdeling per 1 januari van het
jaar waarin de bondsvergadering wordt gehouden leden heeft en wel als volgt:
0 t/m 100 leden:2 afgevaardigden;
101 t/m 200 leden:3 afgevaardigden;
201 t/m 300 leden:4 afgevaardigden;
301 t/m 400 leden:5 afgevaardigden;
401 t/m 500 leden:6 afgevaardigden;
en voorts voor elke honderd leden meer één afgevaardigde meer.
4. a. Een afgevaardigde vertegenwoordigt zijn afdeling in de bondsvergadering en heeft vrij mandaat, tenzij
zijn afdeling ten aanzien van één of meer onderwerpen het mandaat bindend heeft verklaard.
b. De functie van afgevaardigde is niet verenigbaar met het lidmaatschap van het bondsbestuur, de
Geschillencommissie en de Commissie van Beroep.
c. De functie van afgevaardigde vervalt door beëindiging van het lidmaatschap van de bond.
5. De gekozen afgevaardigden hebben zitting van de dag na de jaarlijkse afdelingsvergadering tot de dag van
de daarop volgende voorjaarsvergadering van de afdeling.
6. a. Adviserende leden van de bondsvergadering zijn:
- zij, aan wie het predikaat "erelid" (of lid van verdienste van de Bond van Volkstuinders in de zin
van de oude Statuten) is verleend;
- de leden van het bondsbestuur;
- zij, die als zodanig door het bondsbestuur of de bondsvergadering zijn aangewezen.
b. Adviserende leden van de bondsvergadering hebben het recht daarin het woord te voeren, doch zijn
niet gerechtigd aan de stemming deel te nemen.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 11
7. De bondsvergadering benoemt jaarlijks één of meer afgevaardigden die de bond vertegenwoordigen in de
algemene vergadering van het AVVN.
Artikel 17 Bijeenroeping bondsvergadering
1. Jaarlijks wordt uiterlijk eenendertig mei een bondsvergadering gehouden.
2. a. De bijeenroeping geschiedt door publicatie in het jaarverslag.
b. De termijn van oproeping bedraagt ten minste zes weken, de dag van de oproeping en die van de
vergadering niet meegerekend. In bijzondere gevallen - zulks ter beoordeling van het bondsbestuur -
kan deze termijn worden bekort.
3. a. Een buitengewone bondsvergadering wordt gehouden als het bondsbestuur zulks nodig oordeelt of ten
minste zoveel afgevaardigden als bevoegd zijn tot het uitbrengen van een/tiende gedeelte van de stemmen
in de bondsvergadering. In laatstbedoeld geval moet de wens daartoe onder opgave van het te
behandelen onderwerp, voorzien van een toelichting, schriftelijk aan het bondsbestuur kenbaar worden
gemaakt.
b. Als het bondsbestuur niet binnen veertien dagen na ontvangst van het verzoek, als bedoeld onder a,
gevolg heeft gegeven, kunnen de verzoekers zelf tot die bijeenroeping overgaan op de wijze, waarop
het bondsbestuur een bondsvergadering bijeenroept of bij advertentie in ten minste één veel gelezen
dagblad. De verzoekers kunnen alsdan anderen dan bestuursleden belasten met de leiding van de
vergadering en het opstellen van de notulen.
4. Het bondsbestuur bepaalt waar in de regio Amsterdam en wanneer de vergaderingen als bedoeld in dit
artikel worden gehouden, behalve in het geval als bedoeld in lid 3 onder b.
Artikel 18 Toegang bondsvergadering
1. De bondsvergaderingen zijn toegankelijk voor afgevaardigden en genodigden. Alle andere leden dan afgevaardigden
hebben toegang voorzover de plaatsruimte dit toelaat, maar hebben geen stemrecht.
2. Een bondsvergadering gaat in een besloten zitting over als de voorzitter, twee leden van het bondsbestuur
of vier afgevaardigden dit wensen. Tot een besloten zitting hebben toegang: het bondsbestuur, de afgevaardigden
en diegenen die door het bondsbestuur en de afgevaardigden daartoe worden uitgenodigd.
3. De bondsvergadering beslist in een besloten zitting of de redenen die tot het aanvragen van de besloten
zitting hebben geleid voldoende zijn geweest.
4. Omtrent hetgeen in een besloten zitting is behandeld kan geheimhouding worden opgelegd aan hen, die
daarbij tegenwoordig of vertegenwoordigd waren.
5. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op afdelingsvergaderingen, zij het dat op die
vergaderingen alle leden stemrecht hebben.
Artikel 19 Agenda
1. De agenda van een bondsvergadering wordt ten minste zes weken voor een bondsvergadering in het
bondsblad en/of schriftelijk ter kennis gebracht van de leden, alsmede aan de adviserende leden van de
bondsvergadering toegezonden.
2. De agenda van de bondsvergadering bevat onder meer:
a. de vaststelling van de notulen van de vorige bondsvergadering;
b. het jaarverslag van het bondsbestuur;
c. het financieel verslag van het bondsbestuur over het afgelopen boekjaar;
d. het vaststellen van de balans en van de staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar;
e. het verslag van de accountant;
f. het verslag van het Centrale Kascommissie;
g. de vaststelling van de begroting voor het komende boekjaar;
h. het beleid van het bondsbestuur;
i. de benoeming van leden van het bondsbestuur en commissies;
j. de vaststelling van contributies, bijdragen en heffingen;
k. een eventuele vaststelling van voorgestelde reglementswijzigingen, respectievelijk bekrachtiging van
uitvoeringsbesluiten.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 12
l. de (voorlopige) agenda voor de algemene vergadering van het AVVN;
m de benoeming van afgevaardigden naar de algemene vergadering van het AVVN;
n. rondvraag.
3. a. Voorstellen van afdelingsvergaderingen voor agendapunten, alsmede voor wijzigingen als bedoeld in
letter k van lid 2 dienen te zijn voorzien van een toelichting en uiterlijk vijf maanden vóór de dag
waarop de bondsvergadering wordt gehouden, schriftelijk bij het bondsbestuur te zijn ingediend.
b. Het bondsbestuur kan voorstellen voorzien van een preadvies.
4. a. Amendementen dienen te zijn voorzien van een toelichting en uiterlijk twee weken vóór de dag,
waarop de bondsvergadering wordt gehouden, schriftelijk bij het bondsbestuur te zijn ingediend door
hetzij:
- ten minste vier afgevaardigden;
- een afdelingsvergadering;
- een afdelingsbestuur.
b. Het bondsbestuur kan amendementen voorzien van een preadvies.
c. Als het bondsbestuur meent dat een amendement te ingrijpend is om dat - zonder in de (andere) afdelingsvergaderingen
te zijn behandeld - in de bondsvergadering te behandelen, kan het besluiten het
amendement op de eerstvolgende bondsvergadering te behandelen.
5. Het in dit artikel bepaalde is van overeenkomstige toepassing op de agenda van de afdelingen met dien
verstande dat voor de termijn waarop voorstellen kunnen worden ingediend een termijn van drie maanden
van toepassing is.
Artikel 20 Rekening en verantwoording
1. Het boekjaar van de bond en van de afdelingen is gelijk aan het kalenderjaar.
2. a. Het bondsbestuur is verplicht jaarlijks:
1. Het financieel beheer van de penningmeester en de door hem in concept vervaardigde jaarstukken
te doen controleren door een door de bondsvergadering aan te wijzen AA-accountant of
registeraccountant (hierna en in de reglementen nader aan te duiden als de "accountant"), die
hiervan schriftelijk verslag uitbrengt aan het bondsbestuur en aan de bondsvergadering.
2. Aan de door de afdelingsvergadering benoemde leden en de reserveleden van de kascommissie de
"handleiding kascontrole" toe te zenden.
b. Een afdelingsbestuur is verplicht jaarlijks het financieel beheer van de penningmeester van de afdeling
en de door hem in concept vervaardigde jaarstukken te doen controleren door een door de afdelingsvergadering
te benoemen kascommissie, die hiervan schriftelijk verslag uitbrengt aan het desbetreffende
afdelingsbestuur en de afdelingsvergadering.
c. De controle over het financieel beheer van de afdelingen ressorteert onder de bondspenningmeester.
Deze dient zich te laten bijstaan door de Financiële Commissie en zonodig door een administratiekantoor
of een accountant.
3. a. Het bondsbestuur is verplicht:
1. Van de vermogenstoestand van de bond en van de afdelingen zodanige aantekening te houden dat
daaruit te allen tijde zijn rechten en verplichtingen kunnen worden gekend.
2. De accountant en de Centrale Kascommissie, ten behoeve van hun onderzoek, alle door hun gewenste
inlichtingen te verschaffen, hun desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de
boeken en bescheiden te geven.
b. De afdelingsbesturen zijn verplicht de Bondspenningmeester, de Financiële Commissie in opdracht van
de Bondspenningmeester en de kascommissie van de afdeling, ten behoeve van hun onderzoek alle
door hun gewenste inlichtingen te verschaffen, hun desgewenst de kas en de waarden te tonen en
inzage van de boeken en bescheiden van de afdeling te geven.
4. a. Het bondsbestuur brengt op de bondsvergadering, behoudens verlenging met een termijn van maximaal
zes maanden door de bondsvergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken in de bond en over
het gevoerde beleid. Het bondsbestuur legt de balans en de staat van baten en lasten met een toelichting
ter goedkeuring aan de bondsvergadering over. Deze stukken worden ondertekend door de bestuursleden.
Ontbreekt de ondertekening van een bestuurslid, dan wordt daarvan onder opgave van
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 13
redenen melding gemaakt. Het bondsbestuur legt gelijktijdig een begroting voor het nieuwe boekjaar
over.
b. Als het bondsbestuur niet in de bondsvergadering, of bij verlenging niet binnen de gestelde termijn,
overeenkomstig het bepaalde heeft gehandeld kan ieder lid van de gezamenlijke bestuursleden in rechte
vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
5. Goedkeuring door de bondsvergadering van het jaarverslag en van de rekening en verantwoording
geschiedt nadat is kennisgenomen van het verslag van de benoemde accountant en de verklaring van de
Centrale Kascommissie en strekt het bondsbestuur tot decharge voor alle handelingen die uit de rekening
en verantwoording blijken.
6. Een afdelingsbestuur legt in zijn afdelingsvergadering jaarlijks rekening en verantwoording af over het
financiële beheer in het afgelopen boekjaar.
7. Het bondsbestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde bescheiden tien jaren te bewaren.
Artikel 21 Bezittingen en schulden afdelingen
1. Aan de afdelingen wordt het beheer opgedragen van het onder die afdelingen ressorterende vermogen.
2. Als een afdeling wordt opgeheven vervalt het saldo van de bezittingen, na aftrek van alle schulden, waaronder
die aan leden, aan de bond.
3. a. Als een afdeling wordt opgeheven onder gelijktijdige instelling van een nieuwe afdeling worden de
bezittingen en schulden van de oude afdeling aan de nieuwe afdeling overgedragen.
b. Als het tuincomplex van een afdeling gedeeltelijk naar een nieuwe of andere afdeling wordt verplaatst
worden de bezittingen en schulden van de betreffende afdeling naar verhouding overgedragen aan de
nieuwe of andere afdeling.
Artikel 22 Reglementen en uitvoeringsbesluiten
1. a. De bondsvergadering stelt vast en wijzigt de volgende reglementen:
- de Statuten;
- het Algemeen Reglement;
- het Reglement voor de Afdelingen;
- het Huurreglement;
- het Geschillenreglement;
- het Reglement Bouwvoorschriften;
- eventueel nader gewenste reglementen.
b. Met uitzondering van de Statuten worden alle reglementen vastgesteld en gewijzigd bij gewone meerderheid
van stemmen.
2. De organisatie van de bond, alsmede de taken en bevoegdheden van zijn organen worden nader uitgewerkt
in de reglementen.
3. a. Een supplement op het Reglement voor de Afdelingen mag niet in strijd zijn met de Statuten, reglementen
en besluiten van de bond of van de eigen afdeling.
b. Een supplement op het Reglement voor de Afdelingen wordt vastgesteld en gewijzigd door de desbetreffende
afdelingsvergadering. Een supplement treedt in werking zoals omschreven in artikel 2 lid 2
letter b van het Reglement voor de Afdelingen.
4. De Reglementscommissie adviseert over de uitleg van de Statuten en reglementen van de bond. In hoogste
instantie beslist de bondsvergadering.
5. Nieuwe reglementen en wijzigingen in reglementen treden in werking op de één en twintigste dag na de
dag waarop de bondsvergadering het besluit tot vaststelling c.q. wijziging van het reglement heeft aangenomen,
tenzij anders zal worden bepaald.
6. Van iedere vaststelling of wijziging van deze Statuten of van een reglement wordt mededeling gedaan in
het bondsblad onder vermelding van de datum van inwerkingtreding en met de letterlijke weergave van de
tekst van de aangenomen of gewijzigde bepaling(en).
In plaats van een mededeling in het bondsblad kan bedoelde mededeling ook worden gedaan in een
informatiebulletin van de afdelingen of door een brief aan de leden.
7. Het bondsbestuur is bevoegd om in spoedeisende gevallen voor de duur van ten hoogste één jaar een uitStatuten
van de Bond van Volkstuinders
pagina 14
voeringsbesluit vast te stellen, welk besluit op de eerstvolgende bondsvergadering ter bekrachtiging dient
te worden voorgelegd.
8. Het in lid 7 bepaalde is niet van toepassing op uitvoeringsbesluiten van het bondsbestuur, waarin heffingen,
bedragen of percentages, die voor een bepaalde tijdsduur zullen gelden, worden vastgesteld.
9. Uitvoeringsbesluiten zijn voor de leden bindend vanaf de dag dat zij in het bondsblad of in de mededelingenbladen
van de afdelingen zijn gepubliceerd.
Artikel 23 Statutenwijziging
1. a. In de Statuten van de bond kan geen wijziging worden gebracht dan door een besluit van een bondsvergadering,
waartoe is opgeroepen met de mededeling dat aldaar wijziging van de Statuten zal worden
voorgesteld.
b. De termijn voor oproeping tot een zodanige vergadering bedraagt ten minste zes weken.
2. Als in de in lid 1 onder b bedoelde oproeping niet de woordelijke tekst van de voor te stellen statutenwijziging
is opgenomen, dienen zij, die de oproeping tot de bondsvergadering ter behandeling van een voorstel
tot statutenwijziging hebben gedaan, ten minste vier weken voor de bondsvergadering een afschrift van het
voorstel, waarin de voorgestelde wijziging woordelijk is opgenomen, op een daartoe geschikte plaats voor
de leden ter inzage te leggen tot na afloop van de dag waarop de bondsvergadering wordt gehouden.
Bovendien wordt een afschrift van het voorstel toegezonden aan de secretarissen van de afdelingen, aan de
afgevaardigden en aan de leden van de Bestuurlijke Adviescommissie.
3. Een besluit tot wijziging van de Statuten kan slechts op een bondsvergadering met ten minste twee/derde
van de uitgebrachte geldige stemmen worden genomen, mits in die vergadering ten minste twee/derde van
het aantal afdelingen is vertegenwoordigd. Zijn niet voldoende afdelingen vertegenwoordigd, dan wordt
binnen één maand nadien een nieuwe bondsvergadering gehouden, waarop in elk geval met ten minste
twee/derde van de uitgebrachte geldige stemmen tot wijziging kan worden besloten.
4. Het bepaalde in de leden 2 en 3 is niet van toepassing, als in de bondsvergadering alle afgevaardigden
aanwezig of vertegenwoordigd zijn en het besluit tot statutenwijziging met algemene stemmen wordt genomen.
5. a. Een Statutenwijziging treedt niet eerder in werking dan nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt.
b. Tot het doen verlijden van de akte is ieder bestuurslid bevoegd, die bevoegd is de bond te vertegenwoordigen.
6. De leden van het bondsbestuur zijn verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en van de gewijzigde
Statuten neder te leggen ten kantore van de Kamer van Koophandel, als genoemd in artikel 2 lid 3.
Artikel 24 Ontbinding en vereffening
1. a. Een besluit tot ontbinding van de bond kan slechts worden genomen in een daartoe speciaal te houden
bondsvergadering.
b. Het bepaalde in artikel 23 is van overeenkomstige toepassing, zulks met uitzondering van het bepaalde
in lid 4 van artikel 23.
2. Als de bondsvergadering tot ontbinding van de bond heeft besloten, treden de bestuursleden als zodanig als
vereffenaars op. Tenzij de bondsvergadering bij haar besluit tot ontbinding anders heeft besloten, zijn de
leden van het bondsbestuur bevoegd bij bestuursbesluit een ander met de vereffening te belasten, aan welke
vereffenaar alsdan de bevoegdheden toekomen, als vermeld in Titel 1 van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek.
3. De bondsvergadering benoemt een bewaarder, die de boeken en bescheiden van de bond zal bewaren tot
tien jaar na afloop der vereffening. De bondsvergadering kan de bewaarder een bewaarloon toekennen.
4. a. Tenzij de bondsvergadering bij haar besluit tot ontbinding anders beslist, vervalt het batig saldo na
vereffening aan de leden.
b. Ieder lid ontvangt alsdan een gelijk deel.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 15
Artikel 25 Sanctiebepalingen.
Elk handelen in strijd met de bepalingen van deze Statuten en de daaruit voortvloeiende reglementen en
besluiten wordt gezien als een overtreding. Overtredingen kunnen worden bestraft zoals bepaald in het Geschillenreglement.
Statuten van de Bond van Volkstuinders
pagina 16
Algemeen reglement
Inhoudsopgave:
Artikel 1 Algemene bepaling (18)
Artikel 2 Lidmaatschap (18)
Artikel 3 Aspirant-huurders (18)
Artikel 4 Verplichtingen van de leden (18)
Artikel 5 Bestuursvergaderingen (19)
Artikel 6 Bondscommissies (19)
Artikel 7 Bestuurlijke Adviescommissie (20)
Artikel 8 Financiële Commissie (20)
Artikel 9 Centrale Kascommissie (21)
Artikel 10 Commissie van Goede Diensten (21)
Artikel 11 Bondsbouw- en Taxatiecommissie (21)
Artikel 12 Bondstuincommissie (22)
Artikel 13 Reglementscommissie (22)
Artikel 14 Stadsdeeloverlegorganen Volkstuinen (22)
Artikel 15 Notulen (22)
Artikel 16 Benoemingen (22)
Artikel 17 Geldmiddelen (23)
Artikel 18 Contributies, heffingen en incasso (23)
Artikel 19 Vergoeding van kosten (23)
Artikel 20 Bouw- en Solidariteitsfonds (24)
Artikel 21 Bondsbureau en personeel (24)
Artikel 22 Officiële mededelingen (24)
Artikel 23 Aansprakelijkheid (24)
Algemeen Reglement van de Bond van Volkstuinders
pagina 18
Artikel 1 Algemene bepaling
1. De bond is sinds 1927 aangesloten bij het Algemeen Verbond van Volkstuinverenigingen in Nederland, in
de reglementen ook nader aan te duiden als: AVVN.
Artikel 2 Lidmaatschap
1. Het lidmaatschap staat open voor degenen die met de bond een huurovereenkomst aangaan en die voor het
overige voldoen aan de eisen die de Statuten aan het lidmaatschap stellen.
2. a. Aanmelding voor het lidmaatschap geschiedt door het indienen van een schriftelijk verzoek bij de
secretaris van de afdeling, alwaar verzoeker een tuin wenst te huren; het een en ander overeenkomstig
met artikel 2 lid 2 en 4 van het Huurreglement.
b. Het afdelingsbestuur beslist tijdens zijn eerstvolgende vergadering, doch uiterlijk binnen zes weken na
ontvangst van het verzoek, over de toelating. In het geval niet tot toelating wordt besloten vindt het
bepaalde in artikel 4 lid 2 onder b van de statuten toepassing.
3. Toegelaten leden ressorteren onder de afdeling, die hen tot het lidmaatschap heeft toegelaten.
4. Het lidmaatschap gaat in op de datum waarop het lid met de bond een huurovereenkomst aangaat.
5. Elk lid ontvangt tegen kostprijs een exemplaar van de statuten en reglementen.
6. Het bondsbureau houdt een algemene en een naar afdeling ingedeelde ledenlijst bij en zendt van laatstbedoelde
lijst jaarlijks per één februari en per één oktober een afschrift aan de secretaris van het
desbetreffende afdelingsbestuur.
7. Het bondsbureau houdt een lijst bij van personen, die door de bond zijn geroyeerd of om andere redenen
niet meer voor het lidmaatschap van de bond in aanmerking dienen te komen. Ingeval van mutaties stuurt
de bond deze lijst vertrouwelijk naar de secretariaten van de afdelingen
Artikel 3 Aspirant-huurders.
1. a. De bond kent aspirant-huurders.
b. Meerderjarige personen, met een vaste woon- of verblijfplaats in Nederland, kunnen bij het desbetreffende
afdelingsbestuur een schriftelijk verzoek indienen om als aspirant-huurder voor de desbetreffende
afdeling te worden ingeschreven.
c. Het desbetreffende afdelingsbestuur beslist over de inschrijving. Ingeval van inschrijving ontvangt de
betrokkene een bewijs van inschrijving, alsmede een exemplaar van de statuten en reglementen.
d. Het afdelingsbestuur kan voor de plaatsing op de lijst van aspirant-huurders eenmalig administratiekosten
in rekening brengen.
De bond brengt aspirant-huurders jaarlijks administratiekosten in rekening.
e. Het bondsbureau houdt een algemene en een naar afdeling ingedeelde lijst van aspirant-huurders bij en
zendt jaarlijks per één februari en één oktober een afschrift aan de secretaris van het desbetreffende
afdelingsbestuur.
2. a. Met inachtneming van het in het huurreglement hieromtrent bepaalde, worden aspirant-huurders van de
desbetreffende afdeling in kennis gesteld van de tuinen, die voor verhuur beschikbaar komen, op de
wijze zoals geregeld in het Supplement op het Reglement voor de Afdelingen.
b. Aspirant-huurders kunnen alsdan voor een bepaalde tuin inschrijven, waarna toewijzing geschiedt
volgens het bepaalde in het huurreglement.
3. a. Aspirant-huurders zijn geen lid van de bond, noch van de desbetreffende afdeling.
b. Zij verkrijgen het lidmaatschap eerst nadat zij als lid zijn toegelaten en een huurovereenkomst zijn aangegaan.
Ingeval van overname van bouwsels en beplantingen van een vorige huurder dient bovendien
overeenstemming te zijn bereikt over de hiervoor verschuldigde vergoeding en dient betaling te hebben
plaatsgevonden.
Artikel 4 Verplichtingen van de leden
1. De leden zijn meer in het algemeen verplicht:
a. desgevraagd op een eerste verzoek volledige en juiste inlichtingen en opgaven te verstrekken aan een
orgaan van de bestuurlijke en/of rechtsprekende macht in de bond, dan wel aan een door dit orgaan
aangewezen ander orgaan;
Algemeen Reglement van de Bond van Volkstuinders
pagina 19
b. al die verplichtingen op zich te nemen c.q. al die werkzaamheden in een afdeling te verrichten, die door
het afdelingsbestuur of de afdelingsvergadering aan de leden zijn opgedragen.
c. de aanwijzingen van het bondsbestuur of van een afdelingsbestuur stipt op te volgen;
d. om zich bij activiteiten van de bond behoorlijk te gedragen en zonodig mede te helpen bij het handhaven
van de orde;
Artikel 5 Bestuursvergaderingen
1. a. Het bondsbestuur en het afdelingsbestuur vergaderen zo dikwijls als de voorzitter of twee bestuursleden
dit wensen.
b. De onder a bedoelde vergaderingen worden gehouden binnen veertien dagen nadat een daartoe
strekkend verzoek - onder opgave van de te behandelen onderwerpen - door de secretaris is ontvangen,
die zorgdraagt voor het bijeenroepen van de vergadering.
c. De onder b bedoelde bijeenroeping geschiedt uiterlijk zeven dagen voor de dag van de te houden
vergadering en vermeldt de te behandelen onderwerpen. In bijzondere gevallen kan van de termijn en
van de vermelding worden afgeweken.
2. a. Als in een vergadering van de in lid 1 bedoelde besturen niet alle bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd
zijn, wordt, wanneer ten minste meer dan de helft van het aantal aanwezige leden dit
wenst, de behandeling van een geagendeerd onderwerp aangehouden tot een volgende vergadering.
b. Een bestuurslid kan zich ter vergadering doen vertegenwoordigen door een ander bestuurslid, met dien
verstande dat een bestuurslid slechts als gemachtigde van één ander bestuurslid kan optreden.
3. De besluitvorming kan ook buiten vergadering geschieden, mits alle bestuursleden hun stem voor het
betrokken voorstel hebben uitgebracht.
In de eerstvolgende bestuursvergadering dient dit besluit in de notulen te worden opgenomen en vastgesteld.
Artikel 6 Bondscommissies
1. a. Het bepaalde in artikel 13 van de statuten is op bondscommissies van toepassing.
b. Met uitzondering van de Bestuurlijke Adviescommissie en van de Centrale Kascommissie wordt aan
elke bondscommissie een lid van het bondsbestuur als gedelegeerde toegevoegd.
2. De penningmeester van het bondsbestuur houdt toezicht op het financieel beheer van de bondscommissies.
3. Tenzij schriftelijk anders is overeengekomen, ontvangen leden van een bondscommissie geen vergoeding
voor hun werkzaamheden.
4. De bond kent een Bestuurlijke Adviescommissie, als bedoeld in artikel 7.
5. De bondsvergadering benoemt de volgende vaste bondscommissies:
a. de Financiële Commissie;
b. de Centrale Kascommissie;
c. de Geschillencommissie, als bedoeld in het Geschillenreglement;
d. de Commissie van Beroep, als bedoeld in het Geschillenreglement;
6. Het bondsbestuur benoemt de volgende vaste commissies:
a. de Commissie van Goede Diensten;
b. de Bondsbouw- en Taxatiecommissie;
c. de Bondstuincommissie:
d. de Reglementscommissie;
e. de Milieucommissie.
7. a. Vaste commissies van de bond brengen uiterlijk in de laatste week van december van hun werkzaamheden
schriftelijk verslag uit aan het bondsbestuur.
b. Tijdelijke commissies brengen op het overeengekomen tijdstip verslag uit aan het orgaan dat hun heeft
ingesteld.
Algemeen Reglement van de Bond van Volkstuinders
pagina 20
Artikel 7 Bestuurlijke Adviescommissie
1. a. De bond kent een Bestuurlijke Adviescommissie, die bestaat uit een lid van elk afdelingsbestuur en zijn
(vaste) plaatsvervanger. De commissie benoemt jaarlijks uit haar midden een voorzitter en secretaris;
b. Het bondsbestuur ontvangt voor elke bijeenkomst een uitnodiging en heeft het recht de bijeenkomst bij
te wonen. Het heeft in deze vergadering een adviserende stem.
2. De Bestuurlijke Adviescommissie vergadert zo dikwijls het bondsbestuur dit nodig oordeelt of op verzoek
van ten minste vier afdelingsbesturen en komt telkens ten minste zes weken voor de bondsvergadering
bijeen.
3. Het bondsbestuur zal, alvorens het besluiten neemt die gevolgen hebben voor het beleid van het merendeel
van de afdelingen, deze ter advisering voorleggen aan de Bestuurlijke Adviescommissie.
Omtrent de volgende zaken is advies van de Bestuurlijke Adviescommissie vereist:
1. het aangaan van geldleningen ten laste van de bond;
2. het verstrekken van geldleningen aan afdelingen en met betrekking tot het maximum bedrag dat aan een
afdeling kan worden geleend en de hoogte van de verschuldigde rente.
3. wijzigingen en aanvullingen in het Reglement Bouwvoorschriften en in de taxatierichtlijnen; definitieve
vaststelling geschiedt door de bondsvergadering;
4. het vaststellen van de conceptbegroting van de bond;
5. uitbreiding van het personeelsbestand met een aanstelling voor onbepaalde tijd;
6. het aangaan van verplichtingen hoger dan € 11.344,51;
7. benoeming en ontslag bondscommissies, zoals genoemd in artikel 6 lid 6;
8. inschakelen van juridische bijstand;
9. wijzigingen en veranderingen in de collectieve verzekering van tuinhuisjes en verenigingsgebouwen;
10. vaststelling bondsactiviteiten;
In die gevallen waar het bondsbestuur geen verantwoordelijkheid wenst te nemen voor een advies van de
Bestuurlijke Adviescommissie, beslist in hoogste instantie de bondsvergadering.
4. Onderwerpen waarover advies van de Bestuurlijke Adviescommissie vereist is dienen door het bondsbestuur
tijdig schriftelijk te worden ingediend en voorzien te zijn van alle relevante informatie.
De Bestuurlijke Adviescommissie brengt binnen een redelijke termijn advies uit.
5. Indien het bondsbestuur een advies van de Bestuurlijke Adviescommissie niet overneemt, dan dient dit te
worden geagendeerd op de eerstvolgende Bondsvergadering.
6. De Bestuurlijke Adviescommissie kan ongevraagd advies geven aan het bondsbestuur als zij dit nuttig acht.
7. De leden van de Bestuurlijke Adviescommissie brengen telkens verslag uit over de gang van zaken in hun
afdeling.
8. Voor vergaderingen van de Bestuurlijke Adviescommissie kunnen tot drie weken voor de datum van de
vergadering agendapunten bij het bondsbureau worden ingediend.
Artikel 8 Financiële commissie
1. De Financiële Commissie bestaat uit minimaal 3 leden. Zij worden benoemd door de bondsvergadering
voor de duur van vier jaar uit of buiten de leden.
2. De Financiële Commissie kan aan een afdelingsbestuur of een kascommissie bijstand verlenen indien een
verzoek daartoe bij de bondspenningmeester door een afdelingsbestuur is ingediend. De Financiële
Commissie kan bijvoorbeeld een meer uniforme administratie adviseren. De Financiële Commissie kan ook
bijstaan in geval van financiële calamiteiten.
3. De Financiële Commissie moet bij tussentijdse wisseling van penningmeesters met minimaal 3 leden bij de
overdracht van de financiële administratie aanwezig zijn. Bij deze overdracht dient een balans en een
resultatenrekening te worden overgelegd.
4. Alle afdelingsbesturen dienen jaarlijks de financiële verslagen in voldoende hoeveelheid exemplaren naar
het bondsbureau te zenden. Het bondsbureau draagt er zorg voor dat de leden van de Financiële
Commissie deze verslagen ontvangen.
5. De Financiële Commissie onderzoekt de in lid 4 bedoelde verslagen en bespreekt de resultaten. Ze geeft
door middel van een schriftelijk verslag haar bevindingen door aan de bondspenningmeester. Deze neemt
zonodig contact op met het betreffende afdelingsbestuur en vraagt op zo kort mogelijke termijn de
Algemeen Reglement van de Bond van Volkstuinders
pagina 21
gewenste inlichtingen.
6. Indien geen bevredigende informatie wordt ontvangen, draagt de bondspenningmeester de Financiële
Commissie op de financiële administratie van de betreffende afdeling aan een nader onderzoek te onderwerpen.
7. Blijkt het niet mogelijk dit onderzoek te verrichten dan wordt het afdelingsbestuur uitgenodigd voor een
gesprek met het bondsbestuur dat wordt bijgestaan door de Financiële Commissie.
8. Wordt aan deze uitnodiging geen gevolg gegeven, dan schrijft het bondsbestuur een ledenvergadering voor
de betreffende afdeling uit en geeft daar opening van zaken.
Artikel 9 Centrale Kascommissie
1. De Centrale Kascommissie bestaat uit vier leden en vier reserveleden. Zij worden bij toerbeurt voorgedragen
door de afdelingen en benoemd door de bondsvergadering voor de tijd van twee jaren.
2. a. De Centrale Kascommissie heeft tot taak toezicht uit te oefenen op het geldelijk beheer van de bond en
onderzoekt tevens de rekening en verantwoording van het bondsbestuur.
b. De Centrale Kascommissie controleert ten minste twee keer per jaar de boeken van de bond en de
bescheiden van de penningmeester van de bond.
3. De Centrale Kascommissie brengt ten minste acht weken vóór de jaarlijkse bondsvergadering schriftelijk
verslag uit aan de bondsvergadering.
4. Alle bescheiden en boeken op het geldelijk beheer betrekking hebbend liggen te allen tijde op het bondsbureau
ter inzage voor de leden van de Centrale Kascommissie.
Artikel 10 Commissie van Goede Diensten
1. De Commissie van Goede Diensten bestaat uit drie leden en twee plaatsvervangende leden, die door het
bondsbestuur worden benoemd.
2. De Commissie van Goede Diensten bemiddelt op verzoek van het bondsbestuur bij geschillen die gerezen
zijn tussen besturen, tussen besturen en leden en tussen leden onderling.
3. De Commissie van Goede Diensten brengt na afhandeling van elk geschil een schriftelijk advies uit aan het
bondsbestuur.
4. Een commissielid kan niet betrokken zijn bij de behandeling van een aangelegenheid zijn eigen afdeling
desbetreffende".
Artikel 11 Bondsbouw- en Taxatiecommissie
1. De leden van de Bondsbouw- en Taxatiecommissie worden benoemd door het bondsbestuur bij voorkeur
uit de leden van de bouwcommissies van de afdelingen.
2. De commissie heeft tot taak:
a. het adviseren van het bondsbestuur inzake door de bouw- en taxatiecommissies van de afdelingen te
hanteren bouwvoorschriften.
b. het adviseren van afdelingsbesturen en bouw- en taxatiecommissies van de afdelingen in bouwtechnische
aangelegenheden;
c. het adviseren van het bondsbestuur bij het vaststellen van richtlijnen voor het taxeren van bouwsels
voor overdracht.
d. het beoordelen van bouwtekeningen van bouwsels van de leden;
3. a. De commissie treedt voorts als beroepscommissie op in het geval bij beëindiging van een lidmaatschap
een lid niet akkoord gaat met de taxatie van de bouwsels door de desbetreffende bouwcommissie van
de afdeling.
b. De uitspraak van de Bondsbouw- en Taxatiecommissie is voor alle partijen bindend.
c. Een commissielid kan niet betrokken zijn bij de behandeling van een aangelegenheid zijn eigen afdeling
desbetreffende.
Algemeen Reglement van de Bond van Volkstuinders
pagina 22
Artikel 12 Bondstuincommissie
1. De leden van de Bondstuincommissie worden benoemd door het bondsbestuur bij voorkeur uit leden die
zich hebben bekwaamd in de fruit-, sierteeltkunst, en/of keuringen en groenonderhoud in de ruimste zin
van het woord.
2. De commissie heeft tot taak:
a. het bondsbestuur te adviseren ten aanzien van groenonderhoud in de ruimste zin van het woord
waarmee het bondsbestuur kan worden geconfronteerd;
b. het adviseren van afdelingsbesturen en -commissies in zaken desbetreffende beplantingen en het
kweken van planten en groenonderhoud in de ruimste zin van het woord;
c. het adviseren van het bondsbestuur bij het vaststellen van richtlijnen voor het taxeren van planten voor
tuinoverdracht;
d. het verrichten van complexkeuringen, tuinkeuringen, het keuren van tentoonstellingen en bloemencorso's;
e. het organiseren en begeleiden van cursussen;
3. a De commissie treedt voorts als beroepscommissie op in het geval bij beëindiging van een lidmaatschap
een lid niet akkoord gaat met de taxatie van zijn tuin door de desbetreffende tuincommissie van de
afdeling.
b. De uitspraak van de Bondstuincommissie is voor alle partijen bindend.
c. Een commissielid kan niet betrokken zijn bij de behandeling van een aangelegenheid zijn eigen afdeling
desbetreffende".
Artikel 13 Reglementscommissie
1. De Reglementscommissie adviseert het bondsbestuur in alle aangelegenheden de statuten en reglementen
van de bond of afdelingen desbetreffende.
2. Voorstellen tot het vaststellen of wijzigen van statuten en reglementen van de bond en van afdelingen
worden voorgelegd aan de Reglementscommissie.
3. De Reglementscommissie is bevoegd zelf ook voorstellen te doen tot het vaststellen of wijzigen van
statuten en reglementen.
4. De leden van de Reglementscommissie worden benoemd door het bondsbestuur.
Artikel 14 Stadsdeeloverlegorganen Volkstuinen
1. De bond kent Stadsdeeloverlegorganen, die de belangen behartigen van de afdelingen, die in een stadsdeel
van de gemeente Amsterdam zijn gevestigd. Voorzover één of meer afdelingen in een andere gemeente dan
Amsterdam zijn gevestigd, wordt voor elke gemeente een afzonderlijk overlegorgaan ingesteld.
2. De Stadsdeeloverlegorganen behartigen de belangen van de desbetreffende afdelingen in relatie tot het
desbetreffende stadsdeel of de desbetreffende gemeente.
3. Elk Stadsdeeloverlegorgaan bestaat uit een lid van het bondsbestuur en een bestuurslid van de desbetreffende
afdeling(en).
Artikel 15 Notulen
1. Van elke vergadering van een bestuur, een bondsvergadering, een (bonds)commissie, een stadsdeeloverlegorgaan
en afdelingsvergadering, worden notulen gemaakt, die in de eerstvolgende vergadering
worden goedgekeurd, ten blijke waarvan de voorzitter en secretaris de goedgekeurde notulen ondertekenen.
2. De van elke vergadering van een bondscommissie gemaakte notulen worden, na goedkeuring, binnen één
maand ter kennisneming toegezonden aan het bondsbestuur.
Artikel 16 Benoemingen
1. a. Tenzij anders is bepaald, geschieden alle benoemingen voor functies in de bond door kandidaatstelling
en stemming en zonodig herstemming.
b. Als meer dan één vacature dient te worden vervuld, geschiedt de kandidaatstelling voor iedere vacature
afzonderlijk.
Algemeen Reglement van de Bond van Volkstuinders
pagina 23
c. Als leden in functie worden benoemd, geschiedt de kandidaatstelling voor elke functie afzonderlijk.
2. Indien niet-leden kandidaat worden gesteld voor een functie in de bond dienen die kandidaten bij hun
kandidaatstelling een schriftelijke verklaring te ondertekenen waarin zij zich onderwerpen aan de statuten,
reglementen en besluiten van de bond, als waren zij lid.
3. Iedere kandidaatstelling dient schriftelijk te geschieden en moet vergezeld gaan van een schriftelijke
verklaring van de kandidaat dat hij een eventuele benoeming zal aanvaarden. Als een kandidaat deze
verklaring vóór de datum van de benoeming intrekt, wordt gelegenheid gegeven in zijn plaats één of meer
andere kandidaten te stellen.
4. De besturen regelen de benoeming, die binnen de grenzen van hun bevoegdheden worden gehouden.
5. Tenzij anders in de statuten of een reglement is bepaald, wordt in een tussentijdse vacature op de eerstvolgende
bondsvergadering c.q. afdelingsvergadering voorzien. Wanneer de vacature is ontstaan door
overlijden, wordt daarin wel tussentijds voorzien, tenzij de vacature ontstaat kort voor een te houden
bondsvergadering c.q. afdelingsvergadering.
Artikel 17 Geldmiddelen
De geldmiddelen van de bond bestaan uit:
a. contributies,
b. gekweekte rente,
c. schenkingen
d. overige baten.
Artikel 18 Contributies, heffingen en incasso
1. a. De bondsvergadering stelt de bondscontributie en de heffingen voor het volgende boekjaar vast, met
dien verstande dat het bondsbestuur bevoegd is de bondscontributie jaarlijks aan te passen met het
prijsindexcijfer van loonkosten (4/5 deel) en huisvesting (1/5 deel) met als peildatum 1 juli van het
lopende jaar en 1 juli van het voorgaande jaar.
b. Een afdelingsvergadering is bevoegd ten opzichte van de onder haar afdeling ressorterende leden een
afdelingsbijdrage vast te stellen.
c. De bondsvergadering resp. een afdelingsvergadering kan ten behoeve van categorieën van leden
verschillende contributies vaststellen.
d. Al hetgeen een lid uit hoofde van het lidmaatschap heeft te voldoen, wordt voldaan aan zijn afdeling.
2. De in lid 1 onder d bedoelde lasten moeten jaarlijks bij vooruitbetaling worden voldaan op een door de
desbetreffende afdelingsvergadering te bepalen tijdstip. Nieuwe leden dienen de kosten direct te voldoen.
3. a. Als een lid de door hem aan de bond of een afdeling verschuldigde bedragen niet binnen één maand
heeft voldaan, kan de wettelijke rente in rekening worden gebracht vanaf de datum waarop de betaling
had dienen plaats te vinden.
b. In het geval het afdelingsbestuur, dan wel het bondsbestuur op voordracht van het afdelingsbestuur,
besluit tot incasso van de verschuldigde bedragen over te gaan, komen de door de afdeling,
respectievelijk de bond, verschuldigde buitengerechtelijke kosten voor rekening van het lid.
4. Als de bond of een afdeling vanwege afdrachten aan derden een hoger percentage dan de wettelijke rente
heeft te voldoen, is het lid niet de wettelijke rente doch het hogere percentage verschuldigd.
Artikel 19 Vergoeding van kosten
1. Aan leden van het bondsbestuur en aan overige bondsfunctionarissen, kan een vergoeding worden toegekend
voor de werkelijk uitgegeven reis- en verblijfkosten van in hun functie in het belang van de bond
gedane reizen en wel naar daarvoor door het bondsbestuur, na advies van de Bestuurlijke Adviescommissie,
vast te stellen maatstaven.
2. Het bondsbestuur ontvangt een vaste onkostenvergoeding voor de overige te maken kosten, waarvan de
hoogte wordt vastgesteld door het bondsbestuur, na advies van de Bestuurlijke Adviescommissie.
Algemeen Reglement van de Bond van Volkstuinders
pagina 24
Artikel 20 Bouw- en Solidariteitsfonds (Voorwaarden opgenomen in een apart reglement.)
Artikel 21 Bondsbureau en personeel
1. Het bondsbureau van de bond is het centrale apparaat van de bond.
2. Aan het hoofd van het bondsbureau staat een beleidsmedewerker, die belast is met en verantwoordelijk is
voor de uitvoering van het door het bondsbestuur vastgestelde beleid.
3. De beleidsmedewerker woont alle vergaderingen van het bondsbestuur bij, tenzij het desbetreffende
bestuur anders beslist.
4. a. De beleidsmedewerker wordt bij de uitvoering van de aan hem opgelegde taken bijgestaan door andere
werknemers van de bond.
b. De werknemers zijn in eerste instantie verantwoording verschuldigd aan de beleidsmedewerker en in
hoogste instantie aan het bondsbestuur.
5. De werknemers worden na overleg met de beleidsmedewerker benoemd door het bondsbestuur.
6. a. De beleidsmedewerker en de andere werknemers worden geschorst en ontslagen door het bondsbestuur.
b. De beleidsmedewerker en de overige werknemers zijn alleen verantwoording verschuldigd aan het
bondsbestuur. Zij kunnen niet door de bondsvergadering of een afdelingsvergadering ter verantwoording
worden geroepen.
7. De bezoldiging en de arbeidsvoorwaarden van de werknemers worden door het bondsbestuur vastgesteld.
8. Teneinde onvoorziene personeelslasten te kunnen opvangen is op 13 mei 2000 een fonds opgericht.
Dit fonds is genaamd Fonds Onvoorziene Personeelslasten.
De bijdrage per lid bedraagt € 2,27 per jaar.
Zodra er een kapitaal is van € 45.378,02 wordt de jaarlijkse bijdrage opgeschort.
Als het fonds is aangewend voor het doel waarvoor het is opgericht en derhalve niet meer de nagestreefde
omvang heeft, wordt de jaarlijkse bijdrage weer ingesteld tot het beoogde maximum opnieuw is bereikt.
Rente over het kapitaal wordt jaarlijks aan het fonds toegevoegd.
Artikel 22 Officiële mededelingen
1. Alle mededelingen, waarvan de statuten of reglementen publicatie voorschrijven of waarvan dit wenselijk
wordt geacht, alsmede alle uitvoeringsbesluiten, zullen ter kennis van de leden worden gebracht in de
officiële mededelingen van een door de bond uit te geven bondsblad of door een brief aan de leden.
2. De vijfde dag volgende op de datering van het bondsblad worden de officiële mededelingen en uitvoeringsbesluiten
geacht ter kennis van de leden te zijn gekomen.
3. Het bondsbestuur bepaalt aan wie het bondsblad voor rekening van de bond zal worden verstrekt.
4. Het bondsbestuur is bevoegd in spoedeisende gevallen op andere wijze mededeling te doen.
5. Ieder lid wordt geacht bekend te zijn met de Statuten, reglementen en uitvoeringsbesluiten, alsmede met
alle mededelingen die als officiële mededeling in het bondsblad zijn gepubliceerd.
Artikel 23 Aansprakelijkheid
1. De bond is bij de uitvoering van haar taken en bij activiteiten jegens zijn leden niet aansprakelijk voor
handelingen of nalatigheden van zijn leden en personeel, behalve wanneer er sprake is van grove schuld of
opzet.
2. Aan een hetzij door de Geschillencommissie, hetzij door de Commissie van Beroep gedane uitspraak, kan
noch door leden van de bond, noch door derden enig recht op schadevergoeding jegens de bond worden
ontleend.
3. Het bepaalde in lid 2 is van overeenkomstige toepassing op bindende uitspraken van de Bondsbouw- en
Taxatiecommissie en de Bondstuincommissie.
4. De leden van de bond zijn jegens de bond en de desbetreffende afdeling aansprakelijk voor het handelen en
nalaten van degenen die door hun toedoen of nalaten gebruik maken van hun tuin of afdeling.
Reglement voor de afdelingen
Inhoudsopgave:
Artikel 1 Afdeling, leden en leden van verdienste (26)
Artikel 2 Reglement (26)
Artikel 3 Afdelingsbestuur (26)
Artikel 4 Taken en bevoegdheden afdelingsbestuur (27)
Artikel 5 Afdelingsbestuur (29)
Artikel 6 Afdelingsvergaderingen (29)
Artikel 7 Bijeenroeping afdelingsvergadering (30)
Artikel 8 Toegang afdelingsvergadering (30)
Artikel 9 Agenda afdelingsvergaderingen (30)
Artikel 10 Besluitvorming (31)
Artikel 11 Nietigheid en vernietigbaarheid van besluiten (32)
Artikel 12 Rekening en verantwoording (32)
Artikel 13 Commissies (33)
Artikel 14 Kascommissie (33)
Artikel 15 Bouw- en taxatiecommissie (34)
Artikel 16 Tuincommissie (34)
Artikel 17 Collectieve inkoopcommissie (34)
Artikel 18 Buffetcommissie (34)
Artikel 19 E.H.B.O.-commissie (35)
Artikel 20 Jeugd- en Ontspanningscommissie (35)
Artikel 21 Redactiecommissie (35)
Artikel 22 Financiële verplichtingen (35)
Artikel 23 Entreegelden (36)
Artikel 24 Geschillen (36)
Artikel 25 Sanctiebepalingen (36)
Artikel 26 Slotbepaling (36)
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 26
Artikel 1 Afdeling, leden en leden van verdienste.
1. De bond kent afdelingen, als bedoeld in artikel 12 van de Statuten.
2. Onder een afdeling ressorteren de leden, die door de afdeling als lid zijn toegelaten, alsook degenen die
krachtens een beslissing van het bondsbestuur onder een afdeling ressorteren.
3. De toelating tot het lidmaatschap geschiedt, met inachtneming van het in de Statuten en in het Algemeen
Reglement hieromtrent bepaalde, door het afdelingsbestuur.
4. a. Het lid zegt zijn lidmaatschap schriftelijk op bij zijn afdelingsbestuur.
b. Als een lid het lidmaatschap heeft beëindigd, doet het afdelingsbestuur hiervan binnen één maand na de
tuinoverdracht mededeling aan het bondsbestuur.
c. Ingeval van beëindiging van het lidmaatschap dient het lid het afdelingsbestuur mede te delen of zijn
bouwsels en beplantingen aan een nieuwe huurder worden overgedragen, dan wel dat zijn tuin wordt
ontruimd en als schone tuingrond wordt opgeleverd.
5. Het afdelingsbestuur kan een natuurlijk persoon, die zich voor de afdeling in het bijzonder, verdienstelijk
heeft gemaakt, het predikaat "lid van verdienste" verlenen.
Artikel 2 Reglement
1. a. Het Reglement van de Afdelingen regelt de positie, de taken en bevoegdheden van de afdelingen.
b. Dit reglement wordt vastgesteld en gewijzigd door de bondsvergadering.
2. a. Een afdeling is bevoegd ten behoeve van haar eigen afdeling een supplement op het Reglement voor de
Afdelingen vast te stellen, waarvan de bepalingen niet in strijd mogen zijn met de Statuten en reglementen
van de bond, noch met besluiten van de bond of van de desbetreffende afdeling.
b. Een supplement op het Reglement voor de Afdelingen wordt vastgesteld en gewijzigd door de
desbetreffende afdelingsvergadering. Het door de afdelingsvergadering vastgestelde supplement c.q. de
door de afdelingsvergadering aanvaarde wijziging behoeft de goedkeuring van het bondsbestuur dat
gehouden is bedoelde vaststelling of wijziging binnen één jaar te behandelen. Gedurende de periode,
gelegen tussen de vaststelling of wijziging van het supplement door de afdelingsvergadering en de
goedkeuring er van door het bondsbestuur, geldt deze vaststelling c.q. wijziging als een bestuursbesluit.
c. Het afdelingsbestuur maakt zo spoedig mogelijk na de onder b bedoelde goedkeuring de datum,
waarop het Supplement op het Reglement voor de Afdelingen of een aanvulling of wijziging daarvan in
werking zal treden aan de onder zijn afdeling ressorterende leden bekend.
3. Het afdelingsbestuur ziet er op toe dat de leden van zijn afdeling de Statuten, reglementen en besluiten van
organen van de bond nakomen.
Artikel 3 Afdelingsbestuur
1. a. Het afdelingsbestuur bestaat uit ten minste vijf natuurlijke personen. Het aantal bestuursleden wordt
door de desbetreffende afdelingsvergadering vastgesteld.
b. Een afdelingsbestuur kan uit zijn midden een dagelijks bestuur benoemen en daarvan de samenstelling,
alsmede de taken en bevoegdheden bepalen.
2. a. Het lidmaatschap van het afdelingsbestuur is niet-verenigbaar met het lidmaatschap van het
bondsbestuur en de kascommissie van de desbetreffende afdeling.
b. Personen, die een gemeenschappelijke huishouding voeren, kunnen niet tegelijkertijd in één afdelingsbestuur
zitting hebben dan wel in het afdelingsbestuur én in de kascommissie van de betreffende
afdeling zitting hebben.
c. Werknemers van de bond kunnen niet worden benoemd tot lid van een afdelingsbestuur.
3. a. De leden van het afdelingsbestuur worden door de afdelingsvergadering uit of buiten de leden
benoemd. Van de te benoemen leden van het afdelingsbestuur mag ten hoogste een/derde uit niet-leden
worden benoemd.
b. De benoeming geschiedt overeenkomstig het bepaalde in artikel 16 van het Algemeen Reglement.
c. De voorzitter wordt in functie benoemd.
d. Als in een bestuursvacature niet (tijdig) door de afdelingsvergadering kan worden voorzien, kan de
afdelingsvergadering het afdelingsbestuur machtigen tussentijds zelf door benoeming van bestuursleden
in ten hoogste drie vacatures te voorzien. In een voorkomend geval zal het afdelingsbestuur gehouden
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 27
zijn de benoeming van een door hen tussentijds benoemd bestuurslid door de eerstvolgende afdelingsvergadering
te doen bekrachtigen.
4. a. Tijdens de eerste vergadering na de benoeming van bestuursleden verdelen de overige bestuursleden de
functies en doen hiervan aan de leden en aan het bondsbestuur mededeling.
b. De functies van secretaris en penningmeester kunnen worden samengevoegd.
c. Ieder bestuurslid is tegenover de afdeling gehouden tot een behoorlijke vervulling van zijn taak. Als het
een aangelegenheid betreft die tot de werkkring van twee of meer afdelingsbestuursleden behoort, is
ieder van hen voor het geheel aansprakelijk terzake van een tekortkoming, tenzij deze niet aan hem te
wijten is en hij niet nalatig is geweest in het treffen van maatregelen om de gevolgen daarvan af te
wenden.
5. a. Bestuursleden worden benoemd voor de duur van twee jaar. Elk jaar treedt zo mogelijk de helft van
het aantal bestuursleden af, volgens een door het afdelingsbestuur op te maken rooster. Het rooster
wordt zodanig opgesteld dat voorzitter en secretaris niet in hetzelfde jaar aftreden.
b. Aftredende leden zijn herbenoembaar, zulks met inachtneming van het in lid 2 bepaalde.
c. Een tussentijds benoemd bestuurslid neemt op het rooster de plaats van zijn voorganger in en treedt af
op de dag waarop deze zou zijn afgetreden. In een tussentijdse vacature wordt zo mogelijk binnen vier
maanden voorzien.
d. Benoemde bestuursleden treden in functie op de dag na hun benoeming en treden af aan het eind van
de dag waarop zij volgens het rooster gehouden zijn af te treden.
6. a. Een bestuurslid kan, ook al is hij voor een bepaalde tijd gekozen, te allen tijde door de afdelingsvergadering
worden ontslagen of geschorst.
b. Behalve wanneer een schorsing wordt verlengd, eindigt de schorsing door tijdsverloop.
c. Wanneer een afdelingsbestuur één van zijn leden wenst te ontslaan, dient het een voordracht bij de
leden in en geeft de betrokkene hiervan aangetekend schriftelijk kennis.
Het ontslag moet worden behandeld in een afdelingsvergadering welke minstens twee maanden en
hoogstens drie maanden na de voordracht gehouden wordt. In deze vergadering moet de betrokkene in
de gelegenheid gesteld worden zich te verdedigen.
In de periode tussen de voordracht tot het ontslag en de genoemde afdelingsvergadering is de
betrokkene geschorst als bestuurslid.
Wordt verzuimd het ontslag aan de orde te stellen in een afdelingsvergadering binnen voornoemde termijn,
dan is de schorsing van rechtswege vervallen.
7. a. Het lidmaatschap van het afdelingsbestuur eindigt door overlijden, door bedanken of ontslag en
wanneer het lidmaatschap van de bond eindigt.
b. Voorts eindigt het lidmaatschap van het afdelingsbestuur wanneer het betrokken bestuurslid wordt
benoemd in het bondsbestuur. Het afdelingsbestuur is bevoegd het lidmaatschap te continueren tot de
eerstvolgende afdelingsvergadering, met een maximum van een jaar.
8. Aan leden van afdelingsbesturen kan een vergoeding worden toegekend voor werkelijk uitgegeven kosten
van in hun functie in het belang van de afdeling gedane reizen en wel naar daarvoor door het afdelingsbestuur
vast te stellen maatstaven.
9. Vergaderingen van het afdelingsbestuur geschieden op de wijze, als is bepaald in artikel 5 van het
Algemeen Reglement.
Artikel 4 Taken en bevoegdheden afdelingsbestuur
1. Behoudens de beperkingen volgens de Statuten en reglementen is het afdelingsbestuur belast met het
besturen van de afdeling.
2. a. Als het aantal bestuursleden beneden vijf is gedaald, blijft het afdelingsbestuur bevoegd. Het is echter
verplicht zo spoedig mogelijk een afdelingsvergadering te beleggen waarin de voorziening in de
vacature(s) aan de orde komt.
b. Als het bestuur voltallig aftreedt is het verplicht de lopende zaken waar te nemen. Het bondsbestuur is
verplicht zo spoedig mogelijk een afdelingsvergadering te beleggen waarin de voorziening in de
vacatures aan de orde komt.
Onder lopende zaken wordt ook verstaan de organisatie van en het toezicht houden op het algemeen
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 28
werk, wordt gerekend.
Uitdrukkelijk hiervan uitgesloten zijn taxaties, het afhandelen van tuinoverdrachten, gebruik van het
verenigingsgebouw (behoudens voor vergaderingen), openstelling van de inkoopwinkel (behoudens
voor de verkoop van flessengas en olie) en de organisatie van activiteiten voor volwassenen.
3. a. Het afdelingsbestuur is bevoegd taken en bevoegdheden te delegeren aan het dagelijks bestuur.
b. Het afdelingsbestuur is bevoegd onder zijn verantwoordelijkheid bepaalde onderdelen van zijn taken te
doen uitvoeren door commissies, die door het afdelingsbestuur zijn benoemd.
c. Het afdelingsbestuur is tevens bevoegd werkzaamheden - al dan niet tegen betaling - door derden te
laten verrichten.
4. De voorzitter heeft de algemene leiding van de afdeling. Hij is bij officiële vertegenwoordiging van de
afdeling de woordvoerder, tenzij hij deze taken aan een ander heeft opgedragen.
5. a. De secretaris voert de correspondentie, houdt de ledenregisters bij, geeft van mutaties hierin kennis aan
de secretaris van de bond en schrijft de bestuurs- en afdelingsvergaderingen uit.
b. Hij zorgt voor tijdige toezending van het jaarverslag van zijn afdeling aan de secretaris van de bond.
c. Hij verzorgt het archief en zorgt voor het bijhouden van de notulen van de bestuurs- en afdelingsvergaderingen.
6. a. De penningmeester beheert alle financiën van de afdeling en houdt nauwkeurig boek van alle inkomsten
en uitgaven, vorderingen en schulden.
b. Hij zorgt dat de gelden die de bond toekomen, op tijd worden afgedragen en dat de gelden van de
afdeling, die niet voor onmiddellijke betaling nodig zijn, op een door het afdelingsbestuur aan te wijzen
bank- of girorekening worden gestort.
c. Als een afdeling de door haar aan de bond verschuldigde bedragen niet binnen één maand heeft
voldaan, kan de wettelijke rente in rekening worden gebracht vanaf de datum waarop de betaling had
dienen plaats te vinden.
d. In het geval het bondsbestuur besluit tot incasso van de verschuldigde bedragen over te gaan, komen
de door de bond, ter zake verschuldigde buitengerechtelijke kosten voor rekening van de afdeling.
e. Als de bond vanwege afdrachten aan derden een hoger percentage dan de wettelijke rente heeft te
voldoen, is de afdeling niet de wettelijke rente doch het hogere percentage verschuldigd.
f. De penningmeester zorgt binnen veertien dagen na afloop van de afdelingsvergadering voor de toezending
van het goedgekeurde financieel jaarverslag aan de penningmeester van de bond. Dit verslag moet
voldoen aan de voorschriften van de bond.
g. Hij dient tijdig bij het afdelingsbestuur en het bondsbestuur de begroting voor het nieuwe boekjaar in.
Voor alle betalingen zijn de handtekeningen van twee afdelingsbestuurders vereist.
7. Het afdelingsbestuur is bevoegd:
a. het beheer te voeren over alle roerende en onroerende goederen op het terrein van de afdeling, m.u.v.
de eigendommen van de leden;
b. het beheer te voeren over de financiële middelen bij de afdeling;
c. onder zijn verantwoordelijkheid, bepaalde onderdelen van zijn taak te doen uitvoeren door commissies,
waarvan de leden worden benoemd en ontslagen volgens het bepaalde in het Algemeen Reglement. Bij
geschillen adviseert de betrokken commissie, maar berust de uiteindelijk te nemen beslissing bij het
afdelingsbestuur, met dien verstande, dat het afdelingsbestuur op de afdelingsvergadering verantwoording
dient af te leggen over het gevoerde beleid.
Het afdelingsbestuur is te allen tijde bevoegd om een inventarisatie/controle uit te voeren bij de diverse
commissies.
Het afdelingsbestuur vergadert geregeld gezamenlijk met één of twee leden van iedere commissie.
8. Het afdelingsbestuur is verplicht:
a. alle roerende en onroerende goederen aanwezig op het terrein, met uitzondering van de eigendommen
van de leden, namens en via de bond voldoende te verzekeren voor brand- en stormschade;
b. de financiële administratie van de afdeling te laten controleren door de kascommissie;
c. van alle rekeningen bij bank en giro de dagafschriften ook te laten toezenden aan de voorzitter of de
secretaris van de afdeling.
9. Het afdelingsbestuur is verantwoordelijk voor de juiste naleving van het 'Bestuursreglement alcohol in het
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 29
clubhuis' en is ter zake bevoegd die ordemaatregelen te nemen die naar het oordeel van het
afdelingsbestuur noodzakelijk zijn. Meer in het bijzonder is het afdelingsbestuur bevoegd voor een
bepaalde termijn de verkoop van alcohol in het geheel of aan met name aan te wijzen personen te
verbieden, het clubhuis te sluiten en/of personen die in strijd handelen met de openbare orde of goede
zeden te (doen) verwijderen. Het afdelingsbestuur is bevoegd van een overtreding van genoemd reglement
aangifte te doen met inachtneming van het in het Geschillenreglement bepaalde. Zo nodig is het
afdelingsbestuur bevoegd maatregelen te treffen om herhaling te voorkomen.
Voor zover het Geschillenreglement niet van toepassing is, moeten de getroffen maatregelen aan de
eerstvolgende afdelingsvergadering ter goedkeuring worden voorgelegd.
Artikel 5 Afdelingsbestuur
1. a. Het afdelingsbestuur is belast met de leiding van de afdeling en draagt er zorg voor dat de goede gang
van zaken in een afdeling wordt gewaarborgd, alsook dat de orde wordt gehandhaafd.
b. Het afdelingsbestuur draagt er tevens zorg voor dat de bepalingen, als bedoeld in artikel 5 lid 1 van het
Huurreglement door de leden van de afdeling worden nagekomen.
2. Het afdelingsbestuur is bevoegd dispensatie van één of meer bepalingen te verlenen.
3. a. Als een lid - al dan niet ingeval van beëindiging van het lidmaatschap - zijn uit het lidmaatschap voortvloeiende
verplichtingen na een daartoe door het afdelingsbestuur schriftelijk gedaan verzoek niet
nakomt, is het afdelingsbestuur gerechtigd voor rekening van het lid voor nakoming van die verplichtingen
zorg te dragen.
b. Als het lidmaatschap eindigt door royement bepaalt de Geschillencommissie - of in beroep de Commissie
van Beroep - het tijdstip, waarop aan alle verplichtingen dient te zijn voldaan.
4. a. Op voordracht van het desbetreffende afdelingsbestuur kan het bondsbestuur met derden pachtovereenkomsten
aangaan met betrekking tot in de desbetreffende afdeling aanwezige gebouwen, die ingericht
zijn als winkel.
b. Gebouwen, die een bestemming als clubhuis hebben of voor de inkoopcommissie bestemd zijn, kunnen
niet worden verpacht.
c. Het is een afdelingsbestuur niet toegestaan het clubhuis te verhuren, dan wel ter beschikking te stellen
voor andere dan verenigingsactiviteiten.
5. Het afdelingsbestuur is bevoegd om grond met als bestemming tuin ten behoeve van de leden van de
desbetreffende afdeling, ter beschikking te stellen als kweekplaats van bloemen en planten.
Artikel 6 Afdelingsvergaderingen
1. Aan de afdelingsvergadering komen met betrekking tot haar afdeling de bevoegdheden toe, die de afdeling
in of krachtens de Statuten en reglementen zijn toegekend.
2. a. De afdelingsvergadering vertegenwoordigt alle leden van de afdeling.
b. Alle onder de afdeling ressorterende leden hebben toegang tot de afdelingsvergadering en kunnen -
tenzij zij geschorst zijn - aan de besluitvorming en stemming deelnemen.
c. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 8, lid 1, hebben aspirant-huurders en andere personen die
geen lid van de bond zijn, wel toegang tot de afdelingsvergadering, maar zij hebben daarin geen
stemrecht.
3. Met inachtneming van het bepaalde in artikel 16 lid 3 van de Statuten kiest elke afdeling jaarlijks de afgevaardigden
naar de bondsvergadering.
4. Adviserende leden van een afdelingsvergadering zijn:
a. de leden van het bondsbestuur;
b. de leden van verdienste van de afdeling, voorzover geen lid (meer) van de afdeling;
c. de leden van de Bestuurlijke Adviescommissie, voorzover geen lid van de afdeling;
d. andere door het afdelingsbestuur of de afdelingsvergadering toegelaten personen.
Adviserende leden kunnen deelnemen aan de beraadslagingen, doch hebben geen stemrecht.
5. De secretaris draagt er zorg voor dat in alle door het afdelingsbestuur te houden vergaderingen een exemplaar
van de Statuten en reglementen voorhanden is, alsmede de ledenlijst van de afdeling.
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 30
Artikel 7 Bijeenroeping afdelingsvergadering
1. Jaarlijks wordt ten minste één afdelingsvergadering gehouden, uiterlijk drie weken voor de jaarlijks te
houden bondsvergadering. De notulen van deze vergadering moeten uiterlijk 1 november van dat jaar
gepubliceerd zijn.
2. a. De bijeenroeping van afdelingsvergaderingen geschiedt door een schriftelijke mededeling aan alle onder
de afdeling ressorterende leden. De termijn van oproeping bedraagt ten minste twee weken, de dag van
de oproeping en die van de vergadering niet meegerekend.
b. De convocatie bevat de agenda en een toelichting op de te behandelen onderwerpen.
3. a. Een buitengewone afdelingsvergadering wordt gehouden als het afdelingsbestuur of ten minste zoveel
onder de afdeling ressorterende leden als bevoegd zijn tot het uitbrengen van een/tiende gedeelte van
de stemmen in de afdelingsvergadering zulks nodig oordelen. In laatstbedoeld geval moet de wens
daartoe onder opgave van het te behandelen onderwerp, voorzien van een toelichting, schriftelijk aan
het afdelingsbestuur kenbaar worden gemaakt.
b. Als de buitengewone afdelingsvergadering wordt aangevraagd door de leden, is het afdelingsbestuur
verplicht binnen vier weken zo’n vergadering bijeen te roepen. Indien betrokkenen hierover niet binnen
veertien dagen na de indiening van het verzoek zijn geïnformeerd, dan kunnen de verzoe kers zelf tot
een bijeenroeping overgaan op de wijze waarop het afdelingsbestuur een afdelingsvergadering
bijeenroept of bij advertentie in ten minste één in de afdeling veel gelezen dagblad. De verzoekers
kunnen alsdan anderen dan de leden van het afdelingsbestuur belasten met de leiding van de vergadering
en het opstellen van de notulen.
4. Het afdelingsbestuur bepaalt waar en wanneer de vergaderingen als bedoeld in dit artikel worden gehouden,
behalve in het geval als bedoeld in lid 3 onder b.
5. De voorzitter of bij diens afwezigheid de vice-voorzitter, of zo ook deze afwezig is, het oudste aanwezige
bestuurslid, heeft de leiding van de afdelingsvergadering.
Artikel 8 Toegang afdelingsvergadering
1. De afdelingsvergaderingen zijn toegankelijk voor leden en genodigden. Gezinsleden hebben toegang voor
zover de ruimte dit toelaat.
2. Een afdelingsvergadering gaat in een besloten zitting over als de voorzitter, twee leden van het afdelingsbestuur
of tien leden dit wensen. Tot een besloten zitting hebben toegang: de leden van het bondsbestuur,
van het desbetreffende afdelingsbestuur, van de Bestuurlijke Adviescommissie, alsmede de leden en
diegenen die door het afdelingsbestuur en de leden daartoe worden uitgenodigd.
3. De afdelingsvergadering beslist in een besloten zitting of de redenen die tot het aanvragen van de besloten
zitting hebben geleid voldoende zijn geweest.
4. Omtrent hetgeen in een besloten zitting is behandeld kan geheimhouding worden opgelegd aan hen die
daarbij tegenwoordig of vertegenwoordigd waren.
Artikel 9 Agenda afdelingsvergaderingen
1. De agenda van de in artikel 7 lid 1 genoemde afdelingsvergadering bevat onder meer:
a. de vaststelling van de notulen van de vorige afdelingsvergadering;
b. het jaarverslag van de afdeling;
c. het financieel verslag van het afdelingsbestuur over het afgelopen boekjaar;
d. het verslag van de kascommissie van de afdeling;
e. het vaststellen van de balans en van de staat van baten en lasten over het afgelopen boekjaar;
f. het beleid van het afdelingsbestuur;
g. de vaststelling van bijdragen en heffingen;
h. de vaststelling van de begroting voor het lopende boekjaar;
i. de benoeming van afgevaardigden naar de bondsvergadering;
j. de benoeming van een lid en een plaatsvervangend lid van de Bestuurlijke Adviescommissie;
k. benoeming van bestuurs- en commissieleden;
l. een eventuele vaststelling van voorgestelde wijzigingen in het Supplement op het Reglement voor de
Afdelingen;
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 31
m de agenda voor de bondsvergadering;
n. rondvraag.
2. a. Voorstellen van leden voor agendapunten, alsmede voor wijzigingen als bedoeld in letter l van lid 1,
dienen te zijn voorzien van een toelichting en uiterlijk drie maanden vóór de dag waarop de afdelingsvergadering
wordt gehouden, schriftelijk bij het bestuur te zijn ingediend.
b. Het bestuur kan voorstellen voorzien van een preadvies.
3. a. Amendementen dienen te zijn voorzien van een toelichting en uiterlijk twee weken vóór de dag waarop
de afdelingsvergadering wordt gehouden schriftelijk bij het afdelingsbestuur te zijn ingediend.
b. Het bestuur kan amendementen voorzien van een preadvies.
c. Als het bestuur meent dat een amendement te ingrijpend is om in de afdelingsvergadering te
behandelen, kan zij besluiten het amendement op de eerstvolgende afdelingsvergadering te behandelen.
Artikel 10 Besluitvorming
1. a. De voorzitter van een afdelingsbestuur leidt de vergaderingen van het afdelingsbestuur en van de
afdelingsvergadering.
b. De voorzitter van het afdelingsbestuur stelt in genoemde vergaderingen de orde van de dag vast,
behoudens het recht van genoemde vergaderingen om daarin wijziging te brengen. De voorzitter sluit
de beraadslagingen als hij meent dat de vergadering voldoende is ingelicht, doch is verplicht deze weer
te openen, als één/derde van het aantal aanwezige of vertegenwoordigde leden het verlangen hiertoe
kenbaar maakt.
2. Op de afdelingsvergadering kunnen alleen besluiten worden genomen over onderwerpen die op de agenda
zijn vermeld.
3. a. Tenzij in de Statuten of in een reglement anders is bepaald, worden besluiten in de in lid 1 bedoelde
vergaderingen genomen met een meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, met dien verstande
dat ter bepaling van die meerderheid van het aantal uitgebrachte stemmen de ongeldige stemmen als
bedoeld onder b worden afgetrokken.
b. Ongeldig zijn stemmen die:
- blanco zijn;
- zijn ondertekend;
- onleesbaar zijn;
- een persoon niet duidelijk aanwijzen;
- de naam bevatten van een persoon die niet kandidaat gesteld is;
- voor iedere verkiesbare plaats meer dan één naam bevatten;
- meer bevatten dan een duidelijke aanwijzing van de persoon die is bedoeld.
c. Onder meerderheid wordt verstaan meer dan de helft van de uitgebrachte geldige stemmen.
d. Als de stemmen staken, is geen meerderheid behaald en is het desbetreffende voorstel verworpen.
4. a. Ieder lid brengt in de afdelingsvergadering één stem uit.
b. Ieder lid kan een ander lid schriftelijk machtigen namens hem in de afdelingsvergadering zijn stem uit te
brengen, met dien verstande dat ieder lid slechts door één ander lid kan worden gemachtigd.
5. a. De stemming over personen geschiedt schriftelijk met gesloten stembriefjes, tenzij de afdelingsvergadering
unaniem een schriftelijke stemming niet nodig acht.
b. De stemming over zaken geschiedt mondeling, tenzij de voorzitter of de vergadering een schriftelijke
stemming gewenst acht.
c. De desbetreffende vergadering kan ook bij acclamatie besluiten.
6. a. Als bij een stemming over personen bij de eerste stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte
geldige stemmen heeft verkregen, wordt een tweede stemming gehouden. Verkrijgt ook bij
deze tweede stemming niemand de meerderheid van de uitgebrachte geldige stemmen, dan vindt een
herstemming plaats tussen de personen die het hoogste aantal stemmen hebben verkregen.
b. Zowel bij tussenstemming als bij herstemming(en) is hij benoemd die de meerderheid van de uitgebrachte
geldige stemmen heeft verkregen. Staken bij deze stemmingen de stemmen, dan beslist het lot.
7. Ingeval van een schriftelijke stemming benoemt de voorzitter een stembureau van drie personen. Het
stembureau opent de stembiljetten en beslist over de geldigheid van iedere uitgebrachte stem.
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 32
8. a. Het door de voorzitter uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend.
Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet
schriftelijk vastgelegd voorstel.
b. Wordt echter onmiddellijk na het uitspreken van dit oordeel de juistheid daarvan betwist, dan wordt het
te nemen besluit schriftelijk vastgelegd en vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de
vergadering dit verlangt of - wanneer de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk
geschiedde - wanneer een afgevaardigde dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen de
rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
Artikel 11 Nietigheid en vernietigbaarheid van besluiten
1. a. Een besluit van een orgaan dat in strijd is met de wet of met de Statuten, is nietig, tenzij uit de wet iets
anders voortvloeit. Een nietig besluit mist rechtskracht.
b. Is een besluit nietig, omdat het is genomen ondanks het ontbreken van een door de wet of de Statuten
voorgeschreven voorafgaande handeling of mededeling aan een ander dan het orgaan dat het besluit
heeft genomen, dan kan het door die ander worden bekrachtigd. Is voor de ontbrekende handeling een
vereiste gesteld, dan geldt dat ook voor de bekrachtiging.
c. Bekrachtiging is niet meer mogelijk na afloop van een redelijke termijn, die aan de ander is gesteld door
het orgaan dat het besluit heeft genomen of door de wederpartij tot wie het was gericht.
2. a. Een besluit van een orgaan is, onverminderd het elders in de wet omtrent de mogelijkheid van een
vernietiging bepaalde, vernietigbaar:
1. wegens strijd met wettelijke of statutaire bepalingen die het tot stand komen van het besluit regelen;
2. wegens strijd met de redelijkheid en billijkheid;
3. wegens strijd met een reglement.
b. Tot de onder a bedoelde bepalingen behoren niet die welke de voorschriften bevatten, waarop in lid 1
onder b wordt gedoeld.
3. De bevoegdheid om vernietiging van een besluit te vorderen, vervalt een jaar na het einde van de dag,
waarop hetzij aan het besluit voldoende bekendheid is gegeven, hetzij een belanghebbende van het besluit
kennis heeft genomen of daarvan is verwittigd.
4. Een besluit dat vernietigbaar is op grond van het bepaalde in lid 2 onder a sub 1, kan door een daartoe
strekkend besluit worden bevestigd. Voor dit besluit gelden dezelfde vereisten als voor het te bevestigen
besluit. Bevestiging is niet mogelijk zodra een vordering tot vernietiging aanhangig is. Als de vordering
wordt toegewezen, geldt het vernietigde besluit als opnieuw genomen door het latere besluit, tenzij uit de
strekking van dit besluit het tegendeel voortvloeit.
Artikel 12 Rekening en verantwoording
1. Het boekjaar van de bond en van de afdelingen is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het afdelingsbestuur is verplicht jaarlijks het financieel beheer van de penningmeester en de door hem in
concept vervaardigde jaarstukken te doen controleren door de kascommissie van de afdeling, die hiervan
schriftelijk verslag uitbrengt aan het afdelingsbestuur en aan de afdelingsvergadering.
3. a. Het afdelingsbestuur is verplicht van de vermogenstoestand van zijn afdeling zodanige aantekening te
houden dat daaruit te allen tijde de rechten en verplichtingen van de afdelingen kunnen worden gekend.
b. Het afdelingsbestuur is verplicht de kascommissie ten behoeve van haar onderzoek alle door haar
gewenste inlichtingen te verschaffen, haar desgewenst de kas en de waarden te tonen en inzage van de
boeken en bescheiden van de desbetreffende afdeling te geven.
Als de kascommissie vaststelt dat zij geen sluitende controle kan uitvoeren omdat bepaalde stukken
niet aanwezig zijn, dan dienen zij het afdelingsbestuur daarvan op de hoogte te stellen. Mocht het
bestuur binnen 14 dagen niet de gevraagde stukken kunnen overleggen en de kascommissie daardoor
geen voorstel tot decharge aan de ledenvergadering kan voorleggen, moet zij het bondsbestuur
hierover rapporteren. Het bondsbestuur zal op haar beurt de Financiële Commissie inschakelen.
4. a. Het afdelingsbestuur brengt op de afdelingsvergadering, behoudens verlenging met een termijn van zes
maanden door de afdelingsvergadering, een jaarverslag uit over de gang van zaken in de afdeling en
Reglement voor de Afdelingen van de Bond van Volkstuinders
pagina 33
over het gevoerde beleid. Het afdelingsbestuur legt de balans en de staat van baten en lasten met een
toelichting ter goedkeuring aan de afdelingsvergadering over. Deze stukken worden ondertekend door
de leden van het afdelingsbestuur. Ontbreekt de ondertekening van een bestuurslid, dan wordt daarvan
onder opgave van redenen melding gemaakt.
b. Als het afdelingsbestuur niet in de afdelingsvergadering, of bij verlenging niet binnen de gestelde
termijn, overeenkomstig het bepaalde heeft gehandeld kan ieder lid van de gezamenlijke leden van het
afdelingsbestuur in rechte vorderen dat zij deze verplichtingen nakomen.
5. Goedkeuring door de afdelingsvergadering van het jaarverslag en van de rekening en verantwoording geschiedt
nadat is kennisgenomen van het verslag van de kascommissie, en strekt het afdelingsbestuur tot
decharge voor alle handelingen die uit de rekening en verantwoording blijken.
6. Het afdelingsbestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde bescheiden tien jaren te bewaren.
Artikel 13 Commissies
1. De kascommissie wordt door de afdelingsvergadering benoemd:
2. a. De volgende commissies moeten door een afdelingsbestuur worden benoemd:
1. de bouw- en taxatiecommissie;
2. de tuincommissie;
b. De volgende commissies kunnen door een afdelingsbestuur worden benoemd:
1. de collectieve inkoopcommissie;
2. de buffetcommissie;
3. de E.H.B.O.-commissie;
4. de jeugd- en ontspanningscommissie;
5. de redactiecommissie;
De benaming van bovengenoemde commissies kan per afdeling verschillen.
3. Ten aanzien van door een afdeling te benoemen commissies is het bepaalde in artikel 13 van de Statuten en
de artikelen 6 en 16 van het Algemeen Reglement van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat
van de te benoemen commissieleden een/derde uit niet-leden mag worden benoemd.
4. a. Commissies zijn niet bevoegd een volledig zelfstandig financieel beheer te voeren.
b. Zij staan onder direct toezicht van het bestuur van de afdeling.
c. Alle commissies dienen bij het bestuur van de afdeling vóór één oktober een begroting voor het
komende kalenderjaar in en vóór eenendertig december een verslag van de werkzaamheden in het
afgelopen jaar.
d. Alle commiss