Slotermeerhof
Slotermeerhof
Het
ontwerpteam met Snitker/Borst architecten is in september 2005 begonnen met
ontwerpen. Het voorlopig ontwerp voor de nieuwbouw en de openbare ruimte is
klaar. Eind februari 2006 is dit gepresenteerd aan de mensen die hebben
deelgenomen aan de participatiegroep Slotermeerhof. Er wordt nu wordt een
definitief ontwerp gemaakt, dat aan alle bewoners en omwonenden van het
Slotermeerhof wordt voorgelegd.

Artist impression 1 Slotermeerhof
Over de Slotermeerhof
De
Slotermeerhof staat bekend om het fraaie groen en de monumentale bomen. En dat
blijft ook zo na de vernieuwing. Maar de meeste woningen gaan verdwijnen. Deze
kleine seniorenwoningen zijn ooit gebouwd als aanleunwoningen bij het
bejaardenhuis Slotermeeroord, dat al jaren geleden is gesloopt. Zij maken plaats
voor ruimere en comfortabelere eengezinswoningen en appartementen. Een klein
aantal seniorenwoningen blijft voorlopig behouden. Wonen in de Slotermeerhof
blijft wonen in een groene oase. De nieuwe appartementen en de eengezinswoningen
worden maximaal drie bouwlagen hoog en grenzen direct aan het plantsoen. DeSlotermeerhof
blijft een buurt met alleen woningen. Voor voorzieningen kunnen de bewoners naar
het nieuwe multifunctionele centrum in het nabijgelegen Jan de Loutercomplex.
Wat
gaat er gebeuren?
In totaal komen er 100 nieuwe woningen in de Slotermeerhof. In de eerste fase worden 91 van de 102 bestaande woningen gesloopt. Hiervoor in de plaats komen 88 nieuwe woningen (79 appartementen en 9 eengezinswoningen). Deze nieuwbouw is een mix van sociale huurwoningen, middeldure en duurdere woningen. Een blok met 11 seniorenwoningen blijft voorlopig staan. Als die in de tweede fase worden gesloopt, komen daarvoor 12 eengezinswoningen in de plaats. Een deel van de auto’s kan parkeren in een halfverdiepte parkeergarage.
Coproductie
Het uitwerkingsplan voor de Slotermeerhof is op een bijzondere manier tot stand gekomen. Het is een coproductie van Ymere, het stadsdeel, bewoners en omwonenden. De Slotermeerhof is het eerste project waarbij bewoners zo nauw betrokken zijn bij het maken van het stedenbouwkundig plan. Voor alle betrokkenen was het een intensieve ervaring.

Artist impression 2 Slotermeerhof
Planning
De
stadsdeelraad heeft op 7 juni 2005 het uitwerkingsplan vastgesteld. Inmiddels is
Snitker/Borst architecten geselecteerd voor het ontwerp van de nieuwbouw. Het
ontwerpteam is in september 2005 met de werkzaamheden begonnen. Als de
herhuisveting van bewoners goed verloopt, kunnen de woningen vanaf januari 2007
worden gesloopt.
Start sloop januari 2007
Start
nieuwbouw
augustus 2007
Oplevering nieuwbouw medio 2008
Planning
onder voorbehoud
Herhuisvesting
bewoners
Vanaf
1 juli 2005 zijn de bewoners standsvernieuwingsurgent. De meeste bewoners van de
Slotermeerhof zijn ouder dan 65 jaar. Daarom krijgen zij begeleiding door een
verhuisconsulent van Ymere. De afgelopen jaren is een aantal woningen al
tijdelijk verhuurd aan jongeren.
De verhuisconsulent van Ymere houdt elke dinsdag van 10.30 tot 13.00 uur spreekuur in de buurt: Immanuel Kanthof 1. Bellen kan ook: 020 - 555 91 88.
Meer
informatie
Herhuisvesting en Sociaal Plan: Ymere (Shanet Heins): 020-555 9188/
06-2182 1727; s.heins@ymere.nl (spreekuur:
iedere dinsdag 10:30- 13:00 uur, Immanuel Kanthof 1)
Nieuwbouw: Ymere ( Olga Kuiper ): 020 - 410 6428.
Het uitwerkingsplan voor de vernieuwing van de Slotermeerhof is af. Het Dagelijks Bestuur van het stadsdeel is akkoord.
De
sloop zal in het eerste kwartaal van 2007 beginnen waarna medio 2008 de
nieuwbouwwoningen zullen worden opgeleverd. De herhuisvesting startte in juli
2005. Momenteel zijn 68 bewoners uitgeplaatst; 16 worden nog
onderzocht; 1 januari 2007 is de sloopdatum.
Onderwerp: uitwerkingsplan Slotermeerhof
Wat er aan vooraf ging:
Gevraagde beslissing:
1. Het uitwerkingsplan Slotermeerhof met bijbehorende financiële paragraaf vast te stellen als kader voor de verdere planuitwerking;
2. Akkoord te gaan met het jaartal 2015 als start van een eventuele 2de fase, naar aanleiding van de inspraakreactie van dhr Messink;
3. De grondexploitatiebegroting Slotermeerhof (plannr.213-20) vast te stellen;
4. Een krediet groot € 1.770.000 euro beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het uitwerkingsplan;
5. Een voorziening van € 120.000,- euro te treffen voor de eigen bijdrage van het stadsdeel in de uitvoering van het project ten laste van het budget “stadsdeelbijdrage vernieuwingsgebieden (FCL: 68210401)”.
Amsterdam, 10 mei 2005
Aan de stadsdeelraad,
In de jaren’60 was het parkachtige Slotermeerhof voor ouderen een mooie plek om te wonen. Veertig jaar later voldoen de kleine aanleunwoningen niet meer aan de eisen van deze tijd. In het vernieuwingsplan voor Buurt 5 is daarom besloten tot een ingrijpende vernieuwing van het gebied, waarbij de huidige woningen vervangen worden door nieuwbouw. Uitgangspunt hierbij is het behoud van het groene, parkachtige karakter.
Concept uitwerkingsplan Slotermeerhof
De basis voor de vernieuwing van de Slotermeerhof is het vernieuwingsplan Buurt5 dat in november 2003 door de stadsdeelraad is vastgesteld. De verdere invulling vindt plaats in uitwerkingsplannen per deelgebied. Het concept uitwerkingsplan (concept UWP) Slotermeerhof is het tweede deelplan in Buurt 5 dat aan u wordt voorgelegd. De opgave in het concept-UWP is om in het gebied 100 tot 125 woningen te realiseren.
De participatie voor de Slotermeerhof is het eerste traject dat volgens het model van coproductie is verlopen. Er is aan het plan gewerkt in een participatiegroep van 23 bewoners en omwonenden: 14 bewoners uit de flats aan het A.E. Kokplantsoen, 6 bewoners van de Slotermeerhof en 3 bewoners uit aanliggende straten. Ymere en het stadsdeel maakten ook deel uit van de participatiegroep, die werd voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter van Tr3um advies. Voor de begeleiding van het participatieproces is tevens een regiegroep opgezet met vertegenwoordigers van de belangrijkste belangengroepen.
Nadat de participatiegroep eerst een ontwerpbureau (Snitker/Borst Architecten) had gekozen, is vervolgens in 6 bijeenkomsten een voorstel voor de nieuwe inrichting van de Slotermeerhof ontwikkeld. Dit ging soms gepaard met felle discussie, maar het resultaat mag er zijn. Een grote meerderheid van de participatiegroep kan zich vinden in het voorstel. Het plan is tijdens de inspraak gepresenteerd op een bijeenkomst voor de buurt en goed ontvangen. De steun van de buurt voor het plan blijkt ook uit het feit dat in de inspraak slechts één schriftelijke reactie is ontvangen. In deze reactie vraagt de heer Messink aandacht voor de besluitvorming over de 2e fase. In het concept-uitwerkingsplan werd in eerste instantie gesteld, dat over behoud of sloop van de 11 resterende woningen in 2008 een besluit zal worden genomen. Wanneer dan eventueel tot daadwerkelijke sloop zal worden overgegaan werd in het midden gelaten. Op verzoek van de participatiegroep is het jaartal 2008 gewijzigd in: “voor de oplevering van de eerste woningen van de 1ste fase zal worden bepaald of de woningen behouden blijven of worden gesloopt”. Tijdens de inspraakavond heeft de heer Messink aangegeven, het van groot belang te vinden dat huurders duidelijkheid krijgen over de termijn waarop met een eventuele 2de fase zal worden begonnen. De heer Messink pleitte hierbij voor het noemen van het jaartal 2015. Naar aanleiding van de inbreng van de heer Messink is in deze raadsvoordracht het jaartal 2015 opgenomen als start van een eventuele 2de fase. Met deze termijn wordt bewoners duidelijkheid gegeven over de termijn waarop eventueel sloop zal plaats vinden. De keuze voor sloop of behoud zal zoals voorgesteld in het concept-UWP rond 2008 worden gemaakt door Ymere in overleg met stadsdeel en bewoners.
De kern van het plan is de vervanging van de kleine voormalige aanleunwoningen door moderne eengezinswoningen en appartementen, waarbij grotendeels de bestaande stedenbouwkundige verkavelingen wordt gehandhaafd. De vraag van de stadsdeelraad om te onderzoeken of een klein deel van de bestaande woningen gehandhaafd kan worden, heeft de participatiegroep beantwoord door twee fasen voor te stellen:
Fase 1:
- sloop 91 woningen;
- behoud van 11 woningen
- nieuwbouw 88 woningen, waarvan:
a. 30 sociale huurwoningen
b. 49 marktappartementen
c. 9 eengezinswoningen
d. 45 gebouwde parkeerplaatsen
Fase 2:
- eventuele sloop van 11 resterende bestaande woningen
- nieuwbouw van 12 eengezinswoningen.
Vóór de oplevering van de nieuwbouwwoningen uit de eerste fase bepalen Ymere, het stadsdeel en de betrokken bewoners in onderling overleg of de overige 11 woningen definitief blijven staan of toch nog gesloopt worden. Bij een eventueel besluit tot sloop zal dat niet eerder plaatsvinden dan in 2015.
Planning
Na vaststelling van het concept uitwerkingsplan door de stadsdeelraad en het bestuur van Ymere start de uitvoeringsfase. In deze fasen worden de concrete bouwplannen ontwikkeld door de ontwikkelaar en stelt het stadsdeel het ontwerp op voor de herinrichting van de openbare ruimte. De sloop is gepland eind 2006 en de start van de nieuwbouw in 2007. Oplevering vindt plaats in 2008 – 2009.
Financieel
De voorgestelde ingrepen in het uitwerkingsplan Slotermeerhof passen binnen de financiële kaders van het vernieuwingsplan Buurt 5. Over de financiële consequenties, zoals de te betalen grondprijs, is met Ymere overeenstemming bereikt. Nadere afspraken zullen worden vastgelegd in een realisatieovereenkomst. Het tekort voor de overheid is geraamd op € 522.000 euro (prijspeil 1 januari 2005). Dit tekort wordt gedekt uit bijdragen uit het stimuleringsfonds. De eigen bijdrage van het stadsdeel in de grondexploitatie bedraagt € 120.000 euro.
De kosten die het stadsdeel moet maken voor de realisatie van het concept uitwerkingsplan hebben met name betrekking op de herinrichting van de openbare ruimte. Ook is in de grondexploitatie geld gereserveerd voor interim beheeractiviteiten in de Slotermeerhof. Het benodigde krediet bedraagt € 1.770.000 euro. Het tekort van de grondexploitatie bedraagt € 5.932 euro per fictieve eenheid (FE).
Conclusie
Het concept-uitwerkingsplan Slotermeerhof is in een succesvol participatietraject tot stand gebracht. Het plan kan rekenen op een groot draagvlak in de buurt en biedt perspectief op een mooie woonbuurt. Het plan is uitvoerbaar voor Ymere en stadsdeel.
De Stadsdeelraad van Geuzenveld-Slotermeer;
gezien de voordracht van het Dagelijks Bestuur van 10 mei 2005
overwegende dat er een uitwerkingsplan is opgesteld voor de Slotermeerhof dat op groot draagvlak kan rekenen in de buurt;
overwegende dat het belangrijk is om de vernieuwing van de Slotermeerhof met spoed ter hand te nemen;
BESLUIT :
1. Het uitwerkingsplan Slotermeerhof met bijbehorende financiële paragraaf vast te stellen als kader voor de verdere planuitwerking;
2. Akkoord te gaan met het jaartal 2015 als start van een eventuele 2de fase, naar aanleiding van de inspraakreactie van dhr Messink;
3. De grondexploitatiebegroting Slotermeerhof (plannr: 213-20) vast te stellen;
4. Een krediet groot € 1.770.000,- beschikbaar te stellen voor de uitvoering van het uitwerkingsplan;
5. Een voorziening van € 120.000,- euro te treffen voor de eigen bijdrage van het stadsdeel in de uitvoering van het project ten laste van het budget “stadsdeelbijdrage vernieuwingsgebieden (FCL: 68210401)”.
Aldus besloten in de raadsvergadering 7 juni 2005
Toelichting
Sociale activiteiten
De sociale activiteiten die in de Slotermeerhof worden aangeboden maken onderdeel uit van het integrale welzijnsbeleid van het stadsdeel en worden gefinancierd uit de begroting van de sector Welzijn, Onderwijs & Sport. Het gaat hierbij om activiteiten zoals het project “ taalcoördinatie”, projecten gericht op jongeren zoals het STER-project, en activiteiten gericht op ouderen. Bij de financiering wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van externe bronnen, zoals de financiering bij het taalcoördinatieproject, waarvoor gelden zijn verkregen uit het Sociaal Investerings Fonds.
In het kader van het interim beheer zullen er in de Slotermeerhof tijdens de vernieuwingsperiode verschillende sociale activiteiten worden uitgevoerd. Deze activiteiten zullen worden afgestemd op behoeften in de buurt en in samenspraak met bewoners worden geformuleerd. Voor sociaal en fysiek interim beheer is vanuit de grondexploitatie een bedrag van 179.000 euro (inclusief BTW) beschikbaar.
Fysieke pijler
Voor de kosten-baten van de fysieke pijler is de grondexploitatiebegroting bepalend. De inkomsten bestaan uit de grondopbrengsten en toegezegde subsidies. De uitgaven hebben betrekking op de herinrichting van de woonomgeving, rioleringswerkzaamheden, interim beheer en planvoorbereiding.
De totale kosten in het kader van de grondexploitatie zijn geraamd op 1.743.000,- (prijspeil 1 januari 2005). In deze kosten is onder andere een bedrag van 179.000 euro opgenomen voor interim beheer. De grondopbrengsten worden geraamd op 922.000 euro. De (verplichte) eigen bijdrage van het stadsdeel in de herinrichting van de woonomgeving is 120.000 euro. Tezamen met de bijdrage uit het stadsvernieuwingsfonds en de terug te vorderen BTW, leidt dit tot een tekort op het grondexploitatieresultaat van 522.000 euro. Dit tekort past binnen het financiële kader zoals de gemeenteraad dat heeft vastgesteld voor het vernieuwingsplan Buurt 5 en wordt gedekt uit bijdragen uit het stedelijke stimuleringsfonds. Uitvoering van het uitwerkingsplan is financieel daarmee haalbaar. De grondexploitatie dient overigens na besluitvorming in de stadsdeelraad nog wel door B&W te worden vastgesteld.
Het volledige grondexploitatieoverzicht is als bijlage bijgevoegd.
Naast de kosten in de grondexploitatie draagt de overheid 50% bij in de kosten van herhuisvesting. De andere 50% wordt gefinancierd door de corporaties. De bijdrage van de overheid komt rechtstreeks ten laste van de ISV-gelden.
Bijdrage centrale stad
Voor de uitvoering van het vernieuwingsplan Buurt 5 wordt gerekend met een aantal bijdragen vanuit de centrale stad, te weten:
Investeringen centrale stad Bedrag in euro’s
Bijdrage ISV (herhuisvesting) Euro205.000
Stimuleringsfonds VH (Tekort grondexploitatie) Euro 522.000
Totaal Euro 727.000
Aannames en risico’s
In het uitwerkingsplan en deze financiële paragraaf is een aantal aannames gedaan die van belang zijn voor de uitkomsten van de financiële doorrekening. Deze aannames zijn:
De kosten voor veranderingen in de ondergrondse infrastructuur betreffen ramingen op basis van het huidige plan.
De kosten van de herinrichting openbare ruimte zijn geraamd op basis van ontwerp op hoofdlijnen uit het concept-uitwerkingsplan.
Op basis van historisch onderzoek is aangenomen dat er geen sprake is van bodemverontreiniging in het openbare gebied.
Inspraakbijeenkomst
Deze is gehouden op donderdag 24 maart 2005.
Hier kon het uitwerkingsplan en de maquette bekeken worden en een reactie
gegeven worden. Portefeuillehouder Piet Dikken was aanwezig om de in het plan gemaakte keuzes toe te lichten.
Het uitwerkingsplan en de maquette lagen van 21 maart tot en met 18 april 2005 ter inzage in de hal van het Tuinstadhuis, Plein '40- '45 nr 1.
Het Dagelijks Bestuur legt nu et plan en de inspraakreacties ter besluitvorming voor aan de stadsdeelraad.
Op woensdagavond 25 mei 2005 ligt het uitwerkingsplan ter advisering voor in de raadscommissie fysiek (aanvang is 19.30 uur).
De stadsdeelraad besluit op dinsdagavond 7 juni 2005 over het uitwerkingsplan (aanvang: 20.00 uur).
Als u bij deze vergaderingen wilt inspreken, kunt u zich hiervoor aanmelden bij de Raadsgriffie, telefoon 020 89 8138 of per e-mail:
griffie@geuzenveld.amsterdam.nl.
Slotermeerhof blijft zijn naam eer aan doen. Het is een groene ‘hof’. En dat blijft zo na de vernieuwing. Wel maken de merendeels kleine woningen plaats voor ruimere en comfortabelere eengzinswoningen en appartementen.
Een klein aantal woningen wordt voorlopig nog niet gesloopt. Het meest opvallende in de Slotermeerhof is het fraaie groen. Bij de vernieuwing van het gebied lijft het groen bespaard. Waar mogelijk wordt de kwaliteit verbeterd.
Een ander belangrijk thema bij het uitwerkingsplan is de hoogte van de nieuwbouwwoningen. Er komen geen hoge gebouwen. Het worden twee (eengezinswoningen) of drie bouwlagen (appartementen). Dit levert een rustig en samenhangend beeld op.
Het Uitwerkingsplan Slotermeerhof is opgesteld door bewoners, stadsdeel en Ymere.
Concept uitwerkingsplan Slotermeerhof
Het concept uitwerkingsplan is een gezamenlijke uitgave van stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer en woningcorporatie Ymere
1 Inleiding
Slotermeerhof blijft zijn naam eer aan doen. Het is een groene 'hof'. En dat blijft zo na de vernieuwing. Wel maken de ruim honderd kleine woningen
plaats voor comfortabele eengezinswoningen en moderne appartementen. Een klein aantal woningen blijft voorlopig staan.
In de zestiger jaren was de Slotermeerhof voor ouderen een fantastische plek om te wonen. Veertig jaar later voldoen de kleine aanleunwoningen
niet meer aan de eisen van deze tijd. Wel is de groene enclave nog altijd een aantrekkelijke woonomgeving. Niet voor niets is 'wonen in het groen'
het uitgangspunt voor de vernieuwing van de Slotermeerhof. In dit uitwerkingsplan is dat uitgangspunt verder uitgewerkt.
Coproductie
Dit uitwerkingsplan is in coproductie met bewoners en omwonenden tot stand gekomen.
Dat wil zeggen dat stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer, woningcorporatie Ymere en
Snitker/Borst architecten nauw met de bewoners en omwonenden hebben samengewerkt bij het ontwikkelen van dit plan.
Soms ging dit gepaard met felle discussies. Maar het eindresultaat mag er zijn. Gezamenlijk is er een plan gemaakt dat recht
doet aan alle belangen,stedenbouwkundig goed past bij het gebied en dat kan rekenen
op een brede steun van de participatiegroep.
Opzet en leeswijzer
In dit uitwerkingsplan Slotermeerhof wordt eerst een beschrijving gegeven van de opgave
in hoofdstuk 2. Daarna volgt in hoofdstuk 3
een schets van het plan voor een nieuwe Slotermeerhof. Naast maatregelen op sociaal
gebied die voor heel Buurt 5 gelden, wordt
uitgebreid stilgestaan bij een nieuw stedenbouwkundig ontwerp met de daarbij behorende
welstandscriteria. In hoofdstuk 4 komt de
herhuisvesting komt aan bod. Na kort stil te staan bij de planning in hoofdstuk 5, worden
in hoofdstuk 6 de maatregelen besproken voor
interim beheer. In hoofdstuk 7 tenslotte kunt u meer lezen over het participatietraject en de
communicatie rondom de plannen.
De opgave volgens het vernieuwingsplan
De uitgangspunten voor de vernieuwing van de Slotermeerhof zijn vastgelegd in het vernieuwingsplan voor Buurt 5. In vaktaal wordt dit de
'opgave' genoemd. In dit hoofdstuk leest u welke 'opgave' in eerdere fasen is vastgesteld voor de Slotermeerhof. En wat geldt als vertrekpunt voor de
verdere uitwerking van plannen.
2a De opgave
Het vernieuwingsplan voor Buurt 5 beschrijft de kaders voor de vernieuwing van de
Slotermeerhof op hoofdlijnen. Het plan schetst
een toekomstbeeld voor de Slotermeerhof als woongebied, met wonen in het groen. 'opgave'
genoemd. In eerste instantie was de ‘opgave’
voor de Slotermeerhof: de sloop van alle bestaande woningen en het bouwen van 160
nieuwe woningen. Onder invloed van de
inspraak van bewoners en omwonende is deze ‘opgave’teruggebracht tot 100-125 woningen.
Tevens heeft de stadsdeelraad opdracht gegeven het nieuwe plan in coproductie met bewoners
en omwonenden op te stellen. Bij de vaststelling van de participatieprocedure voor het
uitwerkingsplan in mei 2004 heeft de stadsdeelraad daaraan toegevoegd dat “bij het
opstellen van een nieuw stedenbouwkundig plan onderzocht zal worden of de nieuwbouwopgave op een goede manier mogelijk is met
behoud van een klein aantal woningen dat geïntegreerd kan worden in het uitwerkingsplan. Hierbij geldt als randvoorwaarde dat de
nieuwbouwopgave leidend is en een eventueel
behoud het nieuwbouwplan niet negatief mag beïnvloeden.”
2b Motivatie sloopopgave
Bij de vaststelling van het vernieuwingsplan Buurt 5 heeft de stadsdeelraad verzocht om bij
de uitwerkingsplannen een nadere motivatie te
geven van de sloopopgave. Voor de Slotermeerhof gaat het in eerste instantie om de sloop
van 91 woningen en blijven 11 woningen
behouden. Vóór de oplevering van de nieuwbouwwoningen uit de eerste fase bepalen
Ymere, het stadsdeel en de betrokken bewoners in
onderling overleg of de overige 11 woningen definitief blijven staan of toch nog gesloopt
worden.
Kleine woningen
De 102 woningen in het complex Slotermeerhof zijn in 1963 gebouwd. Oorspronkelijk waren
het aanleunwoningen, die bij het bejaardentehuis Slotermeeroord hoorden. Dit tehuis is in
de negentiger jaren gesloopt. Op die plaats zijn twee waaiervormige appartementenblokken
gebouwd.In het complex zijn vier typen woningen. Op enkele uitzonderingen na, zijn het kleine
woningen. Gemiddeld is de woonoppervlakte
slechts 26 m2. Eind negentiger jaren waren ze dan ook steeds moeilijker te verhuren aan
ouderen. Bouwtechnisch voldoen de woningen
ook niet meer aan de eisen van deze tijd. Met name de warmte-isolatie en geluidsisolatie
tussen de woningen zijn onder de maat.
SLOTERMEEROORD
Type Aantal woningen GBO m2 Woonopp. m2
W1 50
37 28
W2 43
26 19
W3
6 46 36
W4
3 95 72
Totaal 102
2c Jongerenhuisvesting
Kan de huisvesting voor jongeren worden verbeterd in Buurt 5? Op verzoek van de stadsdeelraad komt deze vraag expliciet aan
de orde in de uitwerkingsplannen voor de verschillende deelgebieden van Buurt 5.
Dus ook in het uitwerkingsplan voor de Slotermeerhof.
Nieuwe sociale huurwoningen
Huisvesting voor jongeren moet niet alleen betaalbaar zijn, maar ook binnen de toewijzingsregels toegankelijk voor deze doelgroep.
Alleen als de woonoppervlakte kleiner is dan 60 m2 mogen alleenstaande jongeren een
sociale huurwoning betrekken. Dat maakt de
dertig nieuwe sociale huurwoningen in de Slotermeerhof minder geschikt. Want het streven is nieuwe woningen te bouwen met een
gemiddelde gebruiksoppervlakte van 85 m2.
Bovendien zijn de nieuwe sociale huurwoningen in eerste instantie beschikbaar voor de
herhuisvesting van huishoudens, die vanwege
de vernieuwing moeten verhuizen.
Tijdelijke verhuur
Waar liggen de mogelijkheden voor de huisvesting van jongeren in de bestaande woningvoorraad? Allereerst in tijdelijke verhuur van
vrijgekomen woningen, vóór ze daadwerkelijk worden gesloopt. Dat voorkomt leegstand en
biedt jongeren de mogelijkheid om zelfstandig
te wonen en woonduur op te bouwen. Een deel van de woningen wordt nu al tijdelijk
verhuurd aan jongeren.
Daarnaast blijven er in de eerste fase van de vernieuwing elf oude woningen staan.
De woonoppervlakte van acht daarvan is
kleiner dan 60 m2. Deze woningen zijn en blijven geschikt voor jongerenhuisvesting.
Jongeren met een middeninkomen kunnen
straks hun intrek nemen in één van de middeldure huur- of koopwoningen. Regelingen als
de Amsterdamse Middensegment Hypotheek
(AMH) of het Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE) maken deze woningen ook voor deze doelgroep beter toegankelijk. Op dit
moment is echter niet duidelijk hoe de centrale stad deze regelingen na 2006 zal inzetten.
Er is een speciale regeling voor thuiswonende jongeren boven de 18 jaar. Als hun ouders
stadsvernieuwingskandidaat worden omdat ze
hun huis moeten verlaten vanwege de sloop, kunnen deze jongeren zelf een semi-stadsvernieuwingsstatus krijgen. In concreto betekent
dit dat de woonduur van de jongeren met vijf jaar wordt verlengd, zodat zij een betere
positie krijgen op de woningmarkt.
2d Groentoets
Het meest karakteristieke van de Slotermeerhof is het alom aanwezige groen. Om een beeld
te krijgen van de kwaliteit van het groen is
een inventarisatie uitgevoerd: de groentoets.
De uitkomsten van de groentoets vormen de basis voor het definitieve maaiveldontwerp: de
nieuwe inrichting van het terrein.
Goede conditie
Voor de groentoets is Slotermeerhof opgedeeld in tien vakken. In elk van die vakken zijn alle
bomen beoordeeld op hun kwaliteit en levensverwachting. De meeste bomen hebben inmiddels volwassen afmetingen. Een klein aantal is
recent (2002-2003) bij geplant. Veel bomen verkeren in goede conditie. Dat geldt met name
voor de elzen en iepen. De conditie van de esdoorns en sierkersen is beduidend minder.
Vooral in de bosplantsoenvakken zijn de langzaam groeiende esdoorns in hun ontwikkeling
gehinderd door de berken en elzen. Als er straks
na het dunnen van de bosplantsoenvakken bomen vrij komen te staan, bestaat de kans dat ze door
harde wind scheef groeien. Er zijn enkele dode
bomen aangetroffen in de Slotermeerhof. Die moeten gekapt worden. En in de voorhof aan de
Bernard Loderstraat staat een linde met een reële
kans op omvallen, omdat ze steeds schever groeit.
Monumentale bomen
In de Slotermeerhof staat een aantal bijzondere en beeldbepalende bomen. Bijvoorbeeld de
iep in de westelijke hof aan de kant van de
Burgemeester van Leeuwenlaan. Die kan binnen een paar jaar de status van monumentaal bereiken. Ook de meerstammige esdoorn
in datzelfde vak kan in de nabije toekomst een monumentale boom worden. In het bosplantsoen langs de Bernard Loderstraat staat een
mooie, grote iep die ook beeldbepalend is.
3 Het plan
Een belangrijk doel van de stedelijke vernieuwing is het verbeteren van de leefbaarheid in een buurt en te zorgen dat er voldoende voorzieningen
binnen handbereik zijn. Dat maakt dat bewoners er graag wonen en ook willen blijven wonen. Daarvoor is meer nodig dan alleen woningen bouwen.
Minstens even belangrijk is de sociale pijler. Daarin zijn maatregelen opgenomen om de maatschappelijke participatie van de inwoners te
vergroten. In dit hoofdstuk wordt eerst de sociale pijler beschreven.
Daarna komt de fysieke vernieuwing van de Slotermeerhof aan bod.
3a Sociale pijler Wat wil het stadsdeel bereiken?
Het belangrijkste doel van de sociale pijler is Het stadsdeel wil graag dat bewoners de
bewoners meer te laten participeren in de Nederlandse taal op basisniveau spreken en
samenleving. Dat kan door achterstanden bij begrijpen. Zo kunnen zij actief deelnemen aan
bewoners te voorkomen of weg te werken en de samenleving en zijn ze in staat gebruik te
door talenten aan te boren en te ontplooien. maken van voorzieningen. Voorzieningen waar-
Ook schept de sociale pijler voorwaarden voor door ze kunnen participeren (sport, vrijwilligershet creëren en behouden van werkgelegenheid werk) en hun zelfredzaamheid kunnen vergroen het realiseren van een passend voorzieningen-ten. Dat wil zeggen dat ze zelf hun problemen
niveau. kunnen oplossen en hun sociaal-economische De omvang van de Slotermeerhof is te beperkt positie kunnen versterken, bijvoorbeeld door
om een eigen sociaal programma te ontwikkelen. het vinden van werk. Slotermeerhof lift voor deze pijler mee op het
programma voor Buurt 5 als geheel.
Het stadsdeel biedt bewoners gelegenheid hun creatieve en sportieve talenten te ontplooien.
Er is een aantrekkelijke locatie om culturele en sportieve evenementen te organiseren. Het plan
Het stadsdeel besteedt ook zorg aan kunst
en cultuur, waardoor bewoners meer waardering krijgen voor hun leefomgeving.
Ontwikkeling op school
Daarnaast is het streven van het stadsdeel dat basisschoolleerlingen weinig verzuimen, optimaal in hun ontwikkeling gestimuleerd worden
en de kans krijgen hun talenten te ontplooien.
Scholen bieden daarom méér dan alleen leren.
Ouders zien het belang van een vroege start op school en ondersteunen hun kind(eren) in
de ontwikkeling. Ook zijn ouders bekend met
het onderwijssysteem en nemen ze deel aan activiteiten, zoals taallessen.
Wat zet het stadsdeel daarvoor in?
Naast algemene voorzieningen voor alle bewoners zijn er specifieke projecten voor jongeren,
ouderen en volwassenen. Die zijn gebaseerd
op het reguliere stadsdeelbrede beleid en specifiek beleid voor de vernieuwing van Buurt 5.
Deze activiteiten zijn onder andere:
Jongeren
• Schatkamer: een succesvol project voor naschoolse activiteiten, waardoor kinderen
hun talenten op het gebied van beweging, sport en creativiteit kunnen verkennen.
• Sterproject: buurtgerichte sport- en spelactiviteiten, die het gehele jaar worden
aangeboden.
• Jongerensteunpunt : daar kunnen jongeren terecht voor informatie, advies en hulp.
• Jongerenactiviteitencentra: bieden zinvolle vrijetijdsbesteding voor jongeren.
• Zakgeldproject: daarin kunnen tieners kennismaken met werk.
• Voor risicogroepen is er het Street-cornerwerk en Veilige Vindplaats.
Ouderen
•Basispakket: voorzieningen waardoor ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen, zoals spreekuren, telefooncirkels, vervoer, maaltijdvoorziening,
boodschappenservice en klussenhulp.
• Het geheugen van West: ouderen worden geïnterviewd over de geschiedenis van het
stadsdeel en hun verhalen komen op een
website, met foto’s van vroeger.
• Wijkgerichte Zorg en Welzijn: helpt de toegankelijkheid van zorg en welzijn te
vergroten, met name ook voor allochtone ouderen.
Volwassenen
•Taalonderwijs: verbetering en uitbreiding van het lesaanbod, met de mogelijkheid
tot vervolgactiviteiten, zoals het ROC, conversatielessen in buurthuizen of taalstages.
• Taalcoördinatiepunt: stemt alles met betrekking tot vraag een aanbod van taalverwerving af; stadsdeelbreed is er
een vrijwel dekkend aanbod aan taal- en conversatielessen.
• Vervolg-trajecten: richting (vrijwilligers)werk en sociale activiteiten.
• Nieuwe Kansen Nieuw West: verzorgt coördinatie, afstemming en aanbod van de sociale activeringsactiviteiten in de
Westelijke Tuinsteden.
• Service Team: een leer- en werkervaringsproject voor jongeren.
• Sociale Activerings Makelaar: een project van de Sociale Dienst Amsterdam.
• Werkvirus: actieve begeleiding van risicojongeren naar school of werk.
Voorzieningen in de omgeving
Voorzieningen zoals scholen, winkels, (woon-) zorgcomplexen en recreatieve voorzieningen
zijn belangrijk voor de leefbaarheid van een
buurt. Veel voorzieningen staan echter onder druk. Ze zijn verouderd of worden minder
gebruikt. Daarom is het verbeteren van voorzieningen onderdeel van de stedelijke
vernieuwing. In de Slotermeerhof zelf komen geen specifieke sociale voorzieningen. Maar
het vernieuwingsplan voor Buurt 5 voorziet in een groot sociaal programma op het Jan de
Loutercomplex, dat naast de Slotermeerhof ligt.
Een belangrijk onderdeel daarvan is de bouw van een multifunctioneel centrum. Daarin komt
straks een groot aantal sociaal-culturele voorzieningen. Het aanbod op het Jan de Loutercomplex bestaat nu uit vier scholen:
de Immanuelschool, Burgemeester De Vlugtschool,
het Plein en Visio, een school voor visueel gehandicapte kinderen. Verder is er een kinderdagverblijf en peuterspeelzaal, het buurtcentrum
Slotermeer en de Multibox.
3b Programma
In de Slotermeerhof komen in totaal 100 nieuwe woningen, waarvan 30 procent sociale huurwoningen en 70 procent (middel)dure huur- en
koopwoningen. Het aandeel eengezinswoningen is 20 procent.
In de eerste fase worden 91 woningen gesloopt en vervangen door 88 nieuwe woningen,
waarvan 30 sociale huurwoningen. Onder de
58 (middel)dure huur- en koopwoningen zijn 49 appartementen en 9 eengezinswoningen.
Een blok met 11 woningen aan de zuidrand van de Slotermeerhof (Blok D) blijft voorlopig
behouden. Áls de woningen in een tweede
fase gesloopt worden, komen daar 12 eengezinswoningen voor in de plaats.
Het plan
Eerste fase Aantal Bouwblok Categorie
Appartementen 30 B sociale huur
Appartementen 4 B middelduur
Eensgezinswoningen 9 C middelduur-duur
appartementen 45 A middelduur-duur
bestaande woningen 11 D sociale huur
tweede fase
Eensgezinswoningen 12 D middelduur-duur
FASE 2
OPENBARE RUIMTE
Groen - park
Groen - plantsoen
Speelveld
Stadslaan
Hoogwaardige openbare ruimte
Verharding
Grotere speelplaats
Parkbalkon
Gracht
BEBOUWING
Velden - wonen
Kleinschalige bedrijvigheid
Sociale voorzieningen
Markant gebouw
Bebouwing in het groen
Combinatie wonen en voorzieningen
INFRASTRUCTUUR
Gebiedsontsluitingsweg
Buurtweg
Trambaan
Vrijliggend fietspadBebouwing
3c
Stedebouwkundigplan
De nieuwe Slotermeerhof krijgt het karakter van 'wonen in het groen'. Dat is zowel in de
Nota Richting Parkstad 2015 vastgelegd als in
het vernieuwinsgplan voor Buurt 5, waarvan de Slotermeerhof deel uitmaakt. Het vernieuwingsplan stelt voor de bestaande groenstructuur te
versterken door de gracht ten zuiden van het Jan de Louterpad te verbreden.
De uitgangspunten
Groenstructuur
Door de groene en waterrijke Westelijke Tuinsteden loopt een netwerk van parken en
grachten. Deze fijnmazige, groenblauwe structuur wordt af en toe verruimd door een royaal
stuk groen. De Slotermeerhof is daar een goed voorbeeld van en vormt dan ook een wezenlijk
onderdeel van dit netwerk. Het gebied fungeert als het ware als ‘stepping stone’ tussen het
Sloterpark, het Eendrachtspark en het Gerbrandypark.
Stedenbouwkundige structuur
Hoewel de Slotermeerhof deel uitmaakt van het vernieuwingsgebied Buurt 5, hoort het
gebied in stedenbouwkundige zin bij Buurt 4.
Deze laatste buurt heeft een heldere stedenbouwkundige structuur, met een ring van
woningen en voorzieningen rond een middengebied, met voornamelijk woningen.
GROENSTRUCTUUR WESTELIJKE TUINSTEDEN
Een belangrijk kenmerk van de verkaveling in de Westelijke Tuinsteden is de herhaling en
aaneenschakeling van zogenoemde stempels.
Een stempel is een groep met woongebouwen, met daar binnen vaak een gemeenschappelijk
of openbaar groengebied. Men kan door de
buurten dwalen, van het ene naar het andere binnengebied.
Bestaande verkaveling
De Slotermeerhof ligt op de grens van de woonbebouwing in het midden van Buurt 4 en
het Jan de Louterplantsoen aan de zuidrand
van de buurt. De duplexwoningen, gebouwd als aanleunwoningen bij het voormalig verzorgingstehuis Slotermeeroord, zijn twee bouwlagen
hoog en slechts 8 meter diep. Na de sloop van het tehuis zijn er in de negentiger jaren twee
appartementengebouwen van zeven lagen voor
in de plaats gekomen.
De Slotermeerhof heeft niet de kenmerkende stempelverkaveling van de meeste bebouwing
in Buurt 4, maar een meanderende aaneenschakeling van tweelaagse bebouwing. Deze
verkaveling zorgt voor variatie aan openbare groengebieden: een voorhof aan de Bernard
Loderstraat en twee binnentuinen aan het Jan de Louterplantsoen. De twee binnentuinen liggen
goed beschut ten opzichte van het openbare maaiveld. De kleine terrassen die de huidige
bewoners van de Slotermeerhof bij hun woning hebben aangelegd, gaan dan ook zonder hekken
of schuttingen over in het park. Dankzij het voorhof loopt het plantsoen door tot aan de
rand van het middengebied, de Bernard Loderstraat.
Buurt 4 is noord-zuid georiënteerd. De oriëntatie van het Jan de Loutercomplex, de gracht en
het park is gedraaid ten opzichte van deze noord-zuid oriëntatie. In de verkaveling van
de Slotermeerhof zijn deze beide oriëntaties verenigd.
Knelpunten in de verkaveling
Het meest oostelijke woonblok van de Slotermeerhof staat in de as van de Paul Scholtenstraat
en blokkeert daardoor het zicht vanuit Buurt 4
op het park. Bovendien staat het noordelijke flatgebouw aan het A.E. Kokplantsoen erg dicht
op dit woonblok (figuur 3).
Landschappelijke kwaliteit
De Slotermeerhof is een groene enclave. Veel bomen hebben inmiddels volwassen afmetingen en verkeren in goede staat. Het gebied
heeft bijna het karakter van een arboretum.
Handhaven en versterken van het huidige karakter en de kwaliteit van het groen is daarom het uitgangspunt voor de vernieuwing.
Naast de goede kwaliteit van de beplanting is het groen bovendien goed 'gedefinieerd' in de
huidige situatie. Dat wil zeggen dat alle ruimten
'ergens bij horen', wat zorgt voor een gevoel van veiligheid. Belangrijk daarbij is de verhouding
tussen de bebouwingshoogte en de maat van
de groene ruimte.
Er is in de Slotermeerhof een herkenbare overgang van openbaar naar privé. De huidige
bewoners voelen geen aandrang hun terrassen
af te bakenen met schuttingen en hekken.
Dit biedt ruimte voor sociale cohesie. Er zijn bijvoorbeeld veel leuke details zoals perkjes en
houtsnijwerk, die duiden op de betrokkenheid
van bewoners bij het gebied. Die betrokkenheid moet gewaarborgd blijven.
De enige knelpunten betreffen het beheer.
Er zijn onderhoudsmaatregelen nodig om de ruimtelijke kwaliteit te verhogen. Zo is er een
lichte uitdunning nodig van het houtbestand.
Door takkenbossen te verwijderen kan het zicht op het water worden verruimd. Veel
struiken, zoals hazelaars, kunnen worden
verplant binnen het project.
TERASSEN AAN HET PLANTSOEN
De uitwerking
Het uitgangspunt voor de vernieuwing van de Slotermeerhof is het handhaven van de heldere
stedenbouwkundige opbouw van de buurt,
waarbij elk ensemble een herkenbare eenheid vormt. Die eenheid is al enigszins verstoord
door de afwijkende blokvorm van de nieuwe
flatgebouwen aan het A.E. Kokplantsoen. Een gefaseerde vernieuwing kan makkelijk tot een
verdere verbrokkeling leiden. Daarom is het
belangrijk te streven naar een goede samenhang tussen de afzonderlijke bouwdelen in de
Slotermeerhof.
Nieuwe verkaveling
De nieuwe verkaveling van de Slotermeerhof volgt grotendeels de bestaande verkaveling.
Zo kunnen veel bestaande bomen behouden
blijven, niet alleen in het plantsoen maar ook aan de Bernard Loderstraat. Door vast te houden aan de bestaande verkaveling blijven
belangrijke kwaliteiten van het gebied behouden. Een belangrijke kwaliteit is de variatie in
openbaar groengebieden: een voorhof aan de Bernard Loderstraat en twee omsloten tuinen.
Verder is er een goede relatie tussen de woningen in het middengebied van Buurt 4 en
het plantsoen. En alle woningen in de Slotermeerhof zijn op het groen georiënteerd.
Daardoor is er toezicht op het groen, wat bijdraagt aan de sociale veiligheid.
Landschappelijke ligging
De toekomstige bewoners van de eengezinswoningen zullen voor de Slotermeerhof kiezen
vanwege de landschappelijke ligging. De
woningen zijn daarom zo gesitueerd, dat de privé-terrassen optimaal beschut zijn en niet
aan de straat liggen. In plaats van een afgeschermde tuin beschikken de bewoners over
een privé-terras dat direct aan het plantsoen grenst, zonder hek of schutting. De bestaande
woningen vormen een mooie illustratie van hoe open privé-terrassen kunnen aansluiten
op het plantsoen.
Vier bouwdelen
Het vernieuwingsplan bestaat uit vier bouwdelen: de twee appartementengebouwen (Blok A
en B), en twee stroken met eengezinswoningen
(Blok C en D).
Alle bouwdelen hebben dezelfde bouwhoogte van drie lagen. Dat zorgt voor rust in het
stedenbouwkundig plan en samenhang tussen
de afzonderlijke bouwdelen. Ook zorgt beperking tot drie bouwlagen voor een goede
bezonning van de woningen aan het A.E.
Kokplantsoen en de Bernard Loderstraat.
![]()
![]()


NIEUWE VERKAVELING
De twee appartementengebouwen
Blok A ligt aan de Burgemeester van Leeuwenlaan en de Bernard Loderstraat, en heeft een gesloten hoek. De entree van het
gebouw komt op de kruising van de beide straten. Het gebouw bestaat uit drie bouwlagen,
bóven een halfverdiepte parkeergarage. De
parkeergarage komt half onder het appartementengebouw te liggen. De toegang tot de
begane grondwoningen is gewoon op straatniveau, via een eigen voordeur. De terrassen
van deze woningen bevinden zich echter op het dak van de parkeergarage. De rest van dit dak
wordt als gemeenschappelijk groen ingericht.
Blok B heeft een rechte hoofdvorm en wijkt daarmee af van de bestaande verkaveling.
Het deel aan de Bernard Loderstraat blijft onbebouwd. Daardoor verbetert de relatie
tussen de woningen in het middendeel van
Buurt 4 en het Jan de Louterplantsoen. Ook is er zo meer ruimte tussen de bebouwing van
de Slotermeerhof en het flatgebouw aan het
A.E. Kokplantsoen. De begane grondvloer van Blok B is iets verhoogd. Net als bij de eengezinswoningen, grenst het privé-terras van
de begane grondappartementen direct aan het plantsoen. Het niveauverschil zorgt voor
een heldere scheiding tussen het openbare
plantsoen en het privé-terras.
De eengezinswoningen
Blok C bestaat uit 9 eengezinswoningen met een terras. Samen met Blok B en Blok D vormt
dit de wand van het voorhof. Het parkeren
vindt bij dit woonblok plaats op het maaiveld.
Blok D is het zuidelijke blok. De 11 woningen in dit blok worden in de eerste fase gehandhaafd. In een tweede fase kunnen deze woningen
alsnog worden gesloopt en vervangen door 12 nieuwe eengezinswoningen.
Parkeren
De 45 parkeerplaatsen van blok A bevinden zich in de halfverdiepte parkeergarage. De overige
55 parkeerplaatsen worden op maaiveld
gerealiseerd. Het asymmetrisch profiel aan de Bernard Loderstraat is belangrijk voor de
kwaliteit van het gebied. Aan de Slotermeerhofzijde van deze straat is een autovrije rand, met
een mooie bomenrij. De parkeerplaatsen zijn aan de noordrand van deze straat. Om dit
mooie profiel te behouden, komen de parkeerplaatsen met name op de voorhof aan de
Bernard Loderstraat. Het restant komt langs de Burgemeester Van Leeuwenlaan.
Beeldkwaliteit
Het groene karakter van de Slotermeerhof is zowel van belang voor de (nieuwe) bewoners
als voor de omwonenden. Het plantsoen is en
blijft publiek toegankelijk. De herinrichting van het plantsoen is erop gericht het zo open en
royaal mogelijk te maken. Daarom komt er een
heldere scheiding tussen de privé-buitenruimten en het plantsoen. De begane grond appartementen en eengezinswoningen krijgen terrassen
in plaats van tuinen. Deze terrassen zijn maximaal 4 meter diep. De overgang van het privéterras naar het plantsoen wordt zorgvuldig en
duurzaam ontworpen, met een kleine berging voor fietsen en terrasmeubilair.
In de ontwerpfase van wordt onderzocht of er een groen sedumdak op de nieuwe woongebouwen komt. Dit versterkt het groene
karakter van de Slotermeerhof: het biedt de flatbewoners aan het A.E. Kokplantsoen een
groen uitzicht. De noordzijde van de appartementen en eengezinswoningen moet bijdragen
aan de relatie tussen privé en openbaar. Deze zijde moet ook de samenhang tussen de blokken onderling versterken. Extra aandacht is
nodig voor de kopgevels van de bouwblokken.
Niet alleen vanwege de kwaliteit van de ruimten tussen de bouwblokken, maar ook vanwege het 'gezicht' naar het park en de omgeving.
Het aanbrengen van de entrees en/of de ramen op de kop van de bouwblokken garanderen deze kwaliteit.
De appartementengebouwen en eengezinswoningen hebben een verschillend uiterlijk,
door verschillen in programma, zoals balkons
versus terrassen moet de samenhang tussen de woongebouwen worden benadrukt met behulp
van ritme, In de architectonische uitwerking
detaillering, materiaal- en kleurgebruik.
PADEN WORDEN IN DE HUIDIGE STIJL ONTWORPEN
RIJKE LAAGBLOEIENDE ONDERBEPLANTING
HERINRICHTING ALS ONTMOETINGSRUIMTE
Landschappelijke ontwerp
Ook in het landschappelijke ontwerp is het belangrijk de samenhang in het gebied te
behouden. Dit gebeurt door het aanbrengen
van een logisch padenpatroon en het plaatsen van nieuwe bomen die passen bij de huidige
soorten. De paden zorgen voor een goede
verbinding met de omgeving en worden in de huidige stijl ontworpen en uitgevoerd in de
specifiek bij het Slotermeerplantsoen passende
parkverharding (bitumen afgestrooid met parelgrind). De voorhof aan de Bernard
Loderstraat, die de entree vormt tot de Slotermeerhof, wordt heringericht als ontmoetingsruimte. De ruimte tussen Blok A en Blok C
is te klein voor het handhaven van de vaste plantentuin op de huidige plek. Die verhuist
naar een centrale, zonnige plek in de voorhof.
Er worden enkele ongezonde bomen verwijderd en betere soorten bij geplant. In de voorhof
komen alleen bomen, gras en de vaste plantentuin. Daardoor wordt de voorhof een overzichtelijke, veilige en mooie ruimte. De bestrating
is van gebakken klinkers. Voor Blok B komt
geen autoweg maar een berijdbaar voetpad (voor noodsituaties en afvalinzameling). De
parkeerplaatsen komen zoveel mogelijk aan de
schaduwkant van de voorhof. Verder komt het noordelijke flatgebouw in een bomencarré te
staan, evenals het zuidelijke flatgebouw. De
zuidelijke boomstrook wordt geaccentueerd door het aanbrengen van rijke, laag bloeiende
onderbeplanting. De takken onder de bomen
worden opgeruimd voor een beter doorzicht naar het water. Het gebied kan 'vochtig' blijven. De bomen ondervinden daar geen last
van en ecologisch is het interessanter. Er kunnen wellicht kleine poeltjes (in verzonken bakken) worden aangebracht voor het aantrekken
van kikkers en salamanders.
In de verdere uitwerking zal worden bekeken of het wenselijk is de ruimte ten oosten van
Blok D overzichtelijker te maken, door de
zwakke iepen te kappen en het voetpad recht te trekken. Dat zou de transparantie vergroten
richting het water en de hoofdas langs de
zuidzijde. Ook kan onderzocht worden of er een bomenrij kan komen in het midden van
de parkeerterreinen bij de flatgebouwen aan
het A.E. Kokplantsoen.
Bij het bouwen van de flats aan het A.E. Kokplantsoen is een voor het groen nadelige
grondwaterstand ontstaan tussen de flats en
Blok B. De fraaie kersenbomen die er stonden, zijn daardoor ziek geworden en weggehaald.
Het voorstel is hier een lichtglooiende ophoging te maken, waarop bomen kunnen worden
geplant.
Het groen in het zuidelijke deel van de Slotermeerhof hoeft niet gedund te worden.
Het duurt te lang voor de esdoorns last krijgen van de berken. Daarom is het niet verstandig
om nu bomen te kappen. Wel kunnen een paar
zwakke exemplaren gekapt worden.
De twee mooie veldesdoorns tussen Blok A en Blok C worden gehandhaafd. De twee slechte
hemelbomen in dat gebied worden verwijderd
en vervangen door nieuwe veldesdoorns. Het voorstel is om de grote, prachtige iep die
met de nieuwbouw niet kan blijven staan
te ‘verschuiven’ richting de voorhof.
Afval
De afvalinzameling gebeurt middels ondergrondse collectoren. Bij het maken van het uitvoeringsplan wordt de exacte locatie van deze
collectoren bepaald.
Speelplekken
Op dit moment is er een 'informeel' sportveld aan de zuidrand van de Slotermeerhof, langs
het water. Dit veld wordt gehandhaafd.
Voor kleine kinderen wordt er een speelplaats aangelegd. In het uitvoeringsplan wordt de
definitieve plek daarvan bepaald, in overleg
met bewoners.
Veiligheid
De (toekomstige) bewoners van de Slotermeerhof moeten er straks met een gerust hart
kunnen wonen. Een concept van dit uitwerkingsplan is daarom door de politie Amsterdam-Amstelland getoetst aan het politiekeurmerk
Veilig Wonen. In deze fase gaat het om aspecten als voldoende toezicht op de openbare ruimte,
het voorkómen van onduidelijke beheersituaties en een duidelijke scheiding tussen openbaar en
privé gebied.
3d Welstandscriteria Slotermeerhof
Bouwplannen moeten voldoen aan redelijke eisen van welstand. Deze eisen staan beschreven
in de Welstandsnota Geuzenveld-Slotermeer. In
vernieuwingsgebieden zoals Buurt 5 kunnen de welstandscriteria niet worden gebaseerd op de
bestaande ruimtelijke context. Voor deze zogenoemde 'gebieden in verhevigde ontwikkeling'
moeten de welstandscriteria worden afgeleid uit de plannen voor het gebied. Deze criteria
moeten zijn vastgesteld voordat de concrete bouwplannen worden ontwikkeld zodat de
architecten en opdrachtgevers bekend zijn met het toetsingskader.
Ligging
• Er komen vier nieuwe bouwblokken langs de noordrand van het Jan de Louterplantsoen, die aansluiten bij de
principes van de bestaande verkaveling.
Daardoor ontstaan er twee groene hoven: één aan het Jan de Louterplantsoen en één aan de Bernard Loderstraat.
• De nieuwe bebouwing vormt een zelfstandig ensemble, dat als een vrije vorm in het
Jan de Louterplantsoen is geplaatst.
De bouwblokken van dit ensemble worden in onderlinge samenhang geplaatst, volgens
een ritmische compositie.
• De ritmische compositie van het ensemble vormt een samenspel met het grijze, groene
en blauwe netwerk. Op het schaalniveau van de woonblokken zijn dat de ontsluitingswegen en paden, de hoven, tuinen en overgangen naar het Jan de Louterplantsoen,
de Burgemeester van Leeuwenlaan en de
Bernard Loderstraat.
•Uitgangspunt is een integraal ontwerp voor de bebouwing en openbare ruimte.
Het ontwerp voor het ensemble moet dan ook in nauwe samenhang met het maaiveldontwerp worden gemaakt.
• Verbijzonderingen op de hoeken is alleen mogelijk als dit past binnen de homogeniteit
en samenhang van de compositie als geheel.
•Massaopbouw van het ensemble is eenduidig en zorgvuldig gecomponeerd.
Het uitgangspunt is rust en regelmaat, met een harmonieus evenwicht tussen de architectonische eenheid en de verschillende woningtypologieën.
• Het ensemble als geheel heeft een duidelijk herkenbare massaopbouw, met een expressieve hoofdvorm. De vier losse bouwblokken
zijn samen te beschouwen als een duidelijk herkenbare, ruimtelijke eenheid.
• Alle blokken zijn maximaal drie bouwlagen hoog, met een plat dak. Waar onder de
bebouwing een half verdiepte parkeerkelder
komt, wordt de maximale bouwhoogte gemeten vanaf het dak van de parkeerkelder.
• Functionele diversiteit (bijvoorbeeld onderscheid tussen entrees en woningen) is
motief voor onderscheid in massaopbouw.
• De bouwenveloppe bepaalt het maximale bouwvolume. Daarbij is steeds één rooilijn
gedefinieerd waar het bouwvolume in geplaatst moet worden. De bouwblokken worden niet dieper dan 16 meter, inclusief
de private buitenruimten aan de voor- en achterzijde.
• Aan de parkzijde is er een duidelijk onderscheid tussen de halfverdiepte parkeerkelder
en het bouwblok dat erop staat. Het dakvlak van de parkeergarage maakt integraal
deel uit van het Jan de Louterplantsoen.
Het bouwblok is een zelfstandig bouwblok dat in het park staat. Door de positionering
van de parkeergarage half onder de bebouwing is een parkeergarage aan de straatgevel vermeden.
• De overgang van het bouwblok naar de openbare ruimte wordt door het bouwblok
zelf vormgegeven. Blinde gevels en achterkanten moeten vermeden worden. Het dakvlak van de parkeerkelder maakt deel uit
van het Jan de Louterplantsoen; andere buitenruimtes zijn onderdeel van het gebouw (entree, balkon, enzovoorts).
• Het onderscheid tussen openbare en private ruimten wordt vastgelegd door het aanbrengen van door de architect ontworpen
overgangselementen. Die overgangselementen kunnen verschillen per woningtype: niveauverschillen, stoepen, lage muren,
hekken, tuinmuren, enzovoorts. De overgangselementen spelen een belangrijke rol in de belevingswaarde van zowel de straatals parkzijde. Zij worden in samenhang met
de bebouwing en de buitenruimte ontworpen.
Uitgangspunt is een hiërarchische geleding van bouwvolumes. Er moet een duidelijk
zichtbaar onderscheid zijn tussen de eenvoudige hoofdmassa’s van de bouwblokken
en de overgangselementen zoals entreepartijen, trappen, bergingen, lage tussenbouwen, hekken, luifels en balkons.
• Eventuele aan- en uitbouwen zijn ondergeschikt. Ze worden mee ontworpen door
de architect en passen in de architectuur van het hoofdgebouw. Aan- en uitbouwen
buíten de maximale bouwenveloppe zijn uitgesloten. Datzelfde geldt voor eventuele
dakopbouwen.
•Detaillering
Het streven is een kwalitatief hoogwaardig maar ‘rustig’ architectonisch beeld, dat als
achtergrond dient ter ondersteuning van de ruimtelijke differentiatie in de openbare
ruimte.
• De verschillende bouwblokken worden als een duidelijke eenheid vormgegeven, zowel
gezien vanaf de straat als vanuit het Jan de Louterplantsoen. Dit betekent dat kenmerkende onderdelen in de detaillering (zoals
daklijsten, erfafscheidingen, raamopeningen, luifels, balkons) in alle bouwblokken terugkomen.
• De bergingen van de appartementen moeten inpandig gerealiseerd worden. De bergingen
van grondgebonden woningen komen aan
de straatzijde en zijn maximaal 1,6 meter hoog.
•Voor afwisseling in het architectonische beeld wordt gezorgd door een sterk geometrische gevelcompositie te gebruiken,
met aandacht voor verbijzonderingen in de vorm van erkers, balkons, trappenhuizen
en entreepartijen. Daarmee wordt ook uitdrukking gegeven aan de verschillende
functies in de bouwblokken.
• De entreepartijen van de appartementen komen zoveel mogelijk op de koppen en
hoeken van de bouwblokken. Ze moeten in ieder geval op de begane grond een open karakter hebben, met veel glas.
• Ritmiek door middel van patroon van repeterende kozijnindelingen, balkons, schoorstenen, entreepartijen, trappenhuizen,
hijsbalken etc.
Materiaal en kleurgebruik
• De detaillering is sober en zakelijk.
Alle bouwblokken worden met dezelfde materialen vormgegeven, waarbij de materiaalkeuze de bijzondere positie in het Jan
de Loutercomplex benadrukt. Er is slechts een beperkte variatie aan materialen toegestaan.
• De toepassing van kleur is terughoudend en bij voorkeur gerelateerd aan de kleureigenschappen van het gebruikte
materiaal. Luifels, pergola’s en bergingen worden als toegevoegde elementen vormgegeven.
Overige
•GSM-installaties, schotelantennes, KTA-schakelkasten en andere installaties moeten zoveel
mogelijk geïntegreerd worden in het ontwerp.
• Entrees van de parkeerkelders moeten op of achter de rooilijn gerealiseerd worden.
Het gebruik van hellingbanen en inritafsluitingen in de openbare ruimte is uitgesloten.
4 Herhuisvesting
Voor de uitvoering van de eerste fase van de vernieuwing van de Slotermeerhof moeten 91 huishoudens geherhuisvest worden. De herhuisvesting van de overige 11 huishoudens is afhankelijk van besluitvorming
over het wel of niet doorgaan van de tweede fase. Bij de behandeling van de nota Richting Parkstad 2015 heeft de stadsdeelraad in een motie de
garantie vastgelegd dat alle bewoners die dat willen in het stadsdeel geherhuisvest worden.
4a
Herhuisvestingsopgave
De meeste woningen in de Slotermeerhof zijn klein en worden daarom bewoond door eenpersoonshuishoudens. Ongeveer 25 procent
van de bewoners is 55 jaar of ouder. En tien woningen worden nu al tijdelijk verhuurd aan
jongeren. De ervaring met de vernieuwing van
buurten binnen ParkStad leert dat gemiddeld 50 tot 70 procent van de huishoudens in het
eigen stadsdeel wil blijven. In de eerste fase is
er dus voor 45 tot 65 huishoudens een andere woning nodig in het stadsdeel. Jaarlijks komen
er binnen het stadsdeel ongeveer 500 woningen
vrij door mutatie. Er is in principe voldoende Herhuisvesting
aanbod van woningen om de herhuisvesting vanuit de Slotermeerhof mogelijk te maken.
Een aandachtspunt is het aantal ouderen dat in aanmerking wil komen voor een seniorenwoning.
Maatwerk
Woningcorporaties leveren maatwerk bij de herhuisvesting voor de vernieuwing van de
Westelijke Tuinsteden. Per gebied wordt een
plan van aanpak gemaakt. Er wordt regelmatig over de voortgang gerapporteerd en na afloop
organiseren de corporaties een tevredenheidsonderzoek onder de bewoners die zijn geherhuisvest. In 1999 heeft Ymere – toen nog
Woningbedrijf Amsterdam – bewoners in de Slotermeerhof van 65 jaar en ouder de mogelijkheid geboden om met hulp van Ymere te
verhuizen. Dit aanbod is in 2003 herhaald tijdens een informatieavond. Vooruitlopend op de
plannen voor de Slotermeerhof, heeft Ymere een deel van de bewoners in 2003 thuis
bezocht. De woningcorporatie concludeerde op basis daarvan dat de ongeveer 23 oudere huishoudens intensieve begeleiding nodig hebben,
bij de uitplaatsing naar zorginstellingen of aangepaste woningen. Daarvoor schakelt Ymere
projectverhuisconsulenten in. Die onderhouden contact met bewoners en zorginstellingen en
bieden hulp bij verhuizing. Met deze extra
begeleiding en inzet verwacht Ymere ook deze huishoudens te kunnen herhuisvesten binnen
de gestelde termijn van 1 tot 1,5 jaar.
4b
Sociaal Plan Parkstad
In het Sociaal Plan Parkstad zijn de rechten vastgelegd van bewoners, die vanwege stedelijke vernieuwing moeten verhuizen. Hierin is
vastgesteld dat deze bewoners de SV-status krijgen: zij zijn stadsvernieuwingsurgent en
hebben daardoor voorrang op andere kandidaten op de woningmarkt. Tevens ontvangt elk
huishouden een bijdrage van 5.000,- in de verhuiskosten. Ook krijgen SV-urgenten voorrang bij de toewijzing voor een nieuwbouw
sociale huurwoning binnen het vernieuwingsgebied. En ze kunnen gebruik maken van de
zogenoemde spijtoptantenregeling. Bewoners
die hebben gekozen voor herhuisvesting buiten het stadsdeel en daar naderhand spijt van
hebben, kunnen dat binnen een jaar na de verhuizing aangeven bij de oude corporatie.
Zij krijgen dan de mogelijkheid om binnen drie jaar op basis van de oude woonduur te
reageren op vrijkomende huurwoningen in het stadsdeel. Bewoners die daaraan behoefte
hebben, krijgen extra begeleiding van de corporaties bij het vinden van een andere
woning. Vooral ouderen maken hier gebruik van.
5 Planning
Bepalend voor de planning van de uitvoeringsfase is de herhuisvesting van bewoners uit de te slopen woningen. Het uitplaatsingstraject start op de
zogenoemde peildatum. Die geeft de gemeente af na vaststelling van het uitwerkingsplan door de stadsdeelraad. Met een peildatum in de zomer |
van 2005 is de verwachting dat er in het eerste kwartaal van 2007 gestart kan worden met de sloop, en vervolgens bouw. De oplevering van de
nieuwbouwwoningen zal dan medio 2008 zijn.
6 Interimbeheer
De vernieuwing van de Slotermeerhof duurt ongeveer van september 2005 tot en met medio 2008. Deze periode staat in het teken van verhuizing,
sloop- en bouwwerkzaamheden. Om de leefbaarheid en de sociale samenhang in deze periode te behouden, zijn extra maatregelen noodzakelijk.
Ook moet de toe-gankelijkheid en veiligheid in het gebied gegarandeerd blijven. Tenslotte is het na oplevering van de woningen nodig te investeren
in een nieuwe sociale samenhang. Al deze activiteiten vatten we samen onder het begrip 'interim beheer'. Interim beheer bestaat uit een combinatie
van fysieke maatregelen als extra schoonmaakacties én sociale activiteiten.
De belangrijkste aandachtspunten zijn bereikbaarheid, leefbaarheid, veiligheid, communicatie, handhaving, sociale cohesie en participatie op wijkniveau. Ze worden hieronder toegelicht.
Bereikbaarheid
De Slotermeerhof moet goed bereikbaar blijven.
Bewoners en andere gebruikers van de openbare ruimte ondervinden direct hinder van het
afsluiten van straten, fietspaden en stoepen.
De omleidingen moeten goed begaanbaar blijven.
Met name voor ouderen is dat van belang. Er moet regelmatig worden gecontroleerd op
die begaanbaarheid. De ervaring leert dat een
maal aangelegde omleidingen snel vervallen tot moeilijk begaanbare routes.
Leefbaarheid
Leefbaarheid in een buurt kan worden uitgedrukt met de termen 'heel, schoon en veilig'.
Om de leefbaarheid op peil te houden, werken de partners op buurtniveau samen in de
Steunpunten Leefbaarheid & Veiligheid. Deze
steunpunten registreren signalen van bewoners, ondernemers en gebruikers op vastgestelde
criteria. Als dat nodig is, wordt direct actie Interimbeheer
ondernomen. Er zijn specifieke maatregelen om de buurt heel, schoon en veilig te houden,
zoals het aanstellen van huismeesters of het
uitvoeren van extra veegbeurten.
Veiligheid
Tijdens de vernieuwingsoperatie moet zowel de objectieve als de subjectieve veiligheid goed
blijven. Dit gebeurt via het wijkveiligheidsplan.
Ook is er extra toezicht nodig in de omgeving van bouwterreinen.
Communicatie
Communicatie over de werkzaamheden is een vereiste. Niet alleen werkzaamheden moeten
tijdig worden aangekondigd, ook vertragingen.
Bewoners, ondernemers en bezoekers van de vernieuwingsgebieden hebben er recht op te
weten waarom er vertraging is ontstaan.
Goede communicatie rondom werkzaamheden versterkt het draagvlak.
Handhaving
Om de buurten tijdens de stedelijke vernieuwing leefbaar te houden, is gerichte handhaving
noodzaakzakelijk. Bovenop het reguliere niveau
van handhaving moet er extra handhaving plaatsvinden, zowel rondom de bouwterreinen
als richting de bewoners. Stedelijke vernieuwing brengt immers een verhoging van het
aantal verhuisbewegingen op gang en dat leidt tot een toename van grofvuil en huisvuil.
Sociale cohesie en participatie
Versterking van de sociale cohesie in een buurt wordt bereikt als bewoners dezelfde taal spreken
en elkaar (her)kennen. Wanneer zij normen en
waarden delen, zich verantwoordelijk voelen voor de omgeving en betrokken zijn bij projecten
(participatie). Het interim beheer richt zich niet
alleen op huidige bewoners, maar ook op nieuwe buurtgenoten. Zij moeten zich welkom voelen.
Met het arriveren van de nieuwe bewoners is het noodzakelijk te werken aan nieuwe sociale
verbanden. In samenwerking met het opbouwwerk zullen hiervoor activiteiten worden
bedacht. En in overleg met bewoners zal een activiteitenplan worden opgesteld.
Uitvoeringsplan
Alle aspecten van het interim beheer worden uitgewerkt in een Uitvoeringsplan Interim
Beheer voor de Slotermeerhof. Dit uitvoeringsplan is gereed bij de start van de herhuisvesting.
7 Participatie en communicatie
Dit uitwerkingsplan is op een bijzondere manier tot stand gekomen. Het is een coproductie van Ymere en het stadsdeel met bewoners en omwonenden. De Slotermeerhof is het eerste project waarbij bewoners zo nauw
betrokken zijn bij het maken van het stedenbouwkundig plan. Voor alle
betrokkenen was het een intensieve ervaring.
7a Coproductie uitwerkingsplan
De coproductie ging van start op 16 juni 2004,
met een startbijeenkomst voor bewoners en omwonenden. Zij kregen informatie over de
'opgave' van de Slotermeerhof, en over de
werkwijze en de status van coproductie. Er is toen uitvoerig ingegaan op de randvoorwaarden
voor het uitwerkingsplan. Een belangrijke, door
de stadsdeelraad gestelde, randvoorwaarde was te onderzoeken of een klein deel van de
woningen gehandhaafd kon blijven. De discussie
ging over het aantal nieuwe woningen, in relatie tot het aantal te handhaven woningen.
Participatiegroep
Tijdens de startbijeenkomst gaven 23 bewoners en omwonenden zich op voor deelname aan
de participatiegroep: 14 bewoners uit de flats
aan het A.E. Kokplantsoen, 6 bewoners van de Slotermeerhof en 3 bewoners uit aanliggende
straten. Ymere en het stadsdeel maakten ook
deel uit van de participatiegroep, die werd voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter
van Tr3um Advies.
Regiegroep
Er is een regiegroep ingesteld voor de begeleiding van het participatieproces. Die had een functie
in de voorbereiding, monitoring en evaluatie
van het proces, om de acceptatie vooraf en legitimatie van dit proces achteraf te garanderen.
In de regiegroep zaten daarom vertegenwoordigers van alle belangrijke belangengroepen:
bewoners die graag in de Slotermeerhof willen blijven wonen, bewoners van het
A.E. Kokplantsoen, woningcorporatie Ymere
en het stadsdeel. De regiegroep werd ook voorgezeten door een onafhankelijk voorzitter
van Tr3um Advies.
Bijeenkomsten
In twee bijeenkomsten heeft de participatiegroep het architectenbureau Snitker en Borst
gekozen uit de drie ontwerpbureaus, die
waren voorgedragen door Ymere en het stadsdeel. De participatiegroep maakte deze keuze
op grond van bureaudocumentatie en een
presentatie.
Tijdens de volgende bijeenkomst heeft de participatiegroep een ‘ruimtewandeling’ gemaakt in
de Slotermeerhof en omgeving, onder leiding
van de ontwerpers Snitker en Borst. Het doel van deze wandeling was de participatiegroep
inzicht te geven in de ‘opgave’ en mogelijke
bebouwingswijzen. De deelnemers gaven te kennen wat voor hen belangrijke voorwaarden
waren voor het nieuwbouwplan: de bouwhoogten en behoud
van zoveel mogelijk bestaand groen. Tijdens de derde bijeenkomst zijn de ontwerpers
verder ingegaan op deze thema's, samen met
de extra aangetrokken landschapsdeskundige Aluvihare, van de dienst Ruimtelijke Ordening
Amsterdam. Zij hebben toen stil gestaan bij de stedenbouwkundige opgave, parkeren en
bouwvolumes. De deelnemers van de participatiegroep hebben daarbij wensen en uitgangspunten naar voren gebracht.
Vervolgens hebben de ontwerpers tien bebouwingsmodellen uitgewerkt, die ze hebben toegelicht met behulp van maquettes en tekeningen.
Het onderscheid tussen de verschillende plannen zat in:
• het handhaven van het aantal en welke woningen;
• de bebouwingsprincipes, en in relatie daarmee de hoogtes en volumes van de nieuwbouw (een paar torens of zoveel
mogelijk laagbouw);
• de situering van het groen.
De modellen, die allemaal in meer of mindere mate aan de randvoorwaarden voldeden, zijn
tijdens de volgende bespreking gebruikt om voor- en afkeuren van de participatiegroep te
bepalen. De voorkeur lag bij modellen die de vorm van de bestaande bebouwing volgden,
met een wisselende combinatie van bouwhoogten. Een hogere bebouwing dan vier lagen
was niet acceptabel. Ook aantasting van het
bestaande groen was uit den boze.
Binnen de participatiegroep was er verschil van mening over het al of niet behouden van
bestaande bebouwing. En over de plaats en
inpassing daarvan in de nieuwbouw.
Akkoord met model S
Tijdens de vijfde bespreking stonden drie verder uitgewerkte modellen op het programma.
Daarbij zijn ook studies gepresenteerd voor de te behouden woningen. Bij alle voorstellen
is ingegaan op de gevolgen voor het groen.
Tijdens deze bespreking ontstond bij alle partijen bereidheid om rekening te houden met elkaars
belangen. De participatiegroep ging bijna unaniem akkoord met het voorstel van Snitker en
Borst, dat ‘model S’ is gaan heten. Daarin blijft één blok met elf woningen voorlopig behouden.
Tijdens de zesde bijeenkomst is model S gepresenteerd. Een grote meerderheid van de participatiegroep steunt deze variant. De bewoners
van het A.E. Kokplantsoen hebben vervolgens hun achterban geraadpleegd: 90 procent van
de flatbewoners kan zich vinden in het bereikte
resultaat.
Parkeren
Het stadsdeel en Ymere hebben het plan vervolgens getoetst aan de randvoorwaarden en
de financiële haalbaarheid onderzocht. Tijdens
de zevende bijeenkomst van de participatiegroep meldden zij dat er nog geen overeenstemming was over de haalbaarheid van
gebouwd parkeren. De participatiegroep hechtte groot belang aan een gebouwde parkeervoorziening. Anders wordt het groene karakter
van de Slotermeerhof ernstig aangetast, vond ze. Tijdens de bijeenkomst zijn verder de uitgangspunten voor de inrichting van het maaiveld en voor de beeldkwaliteit van de nieuwbouw toegelicht en vastgesteld.
Tijdens de laatste bijeenkomst van de participatiegroep op 9 maart 2005 meldden het
stadsdeel en Ymere dat de financiële knelpunten voor gebouwd parkeren waren opgelost.
De deelnemers konden feedback geven op de concepttekst van het uitwerkingsplan. En de
bijeenkomst werd afgesloten met een voorlopige evaluatie van het participatietraject. De
bewoners gaven het cijfer 7,5 met de kanttekening dat vooral de start stroef was verlopen.
Belangrijkste oorzaak daarvoor was dat er bij aanvang van de coproductie onduidelijkheid
was over de randvoorwaarden.
7b Communicatie en participatie in de uitvoeringsfase
Ook in de uitvoeringsfase van de vernieuwing willen het stadsdeel en Ymere buurtbewoners
en andere betrokkenen tijdig en duidelijk
informeren.
Uitvoeringsplan
Aansluitend op de participatie bij het maken van het uitwerkingsplan kunnen bewoners en
andere betrokkenen nu meedenken over het
uitvoeringsplan. Het gaat dan om het ontwerp van de woningen en het ontwerp en de inrichting van de openbare ruimte. Het voorlopig en
definitief ontwerp zullen voor advies aan de participatiegroep worden voorgelegd.
Uitvoeringsfase
Goede communicatie is van wezenlijk belang tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.
Bewoners en andere betrokkenen moeten voortdurend op de hoogte worden gehouden van de planning van de werkzaamheden, de
overlast die ze kunnen verwachten en de maatregelen om de buurt bereikbaar, leefbaar
en veilig te houden. Dat gebeurt middels
bewonersbrieven, informatieborden ter plaatse en de website. Speciale aandacht is er voor
bewoners die hun huis uit moeten. Uiterlijk
anderhalf jaar vóór de sloopdatum krijgen zij informatie over de planning van de sloop.
Vanaf die tijd kunnen ze terecht bij een vaste van klachten met het stadsdeel en Ymere.
contactpersoon van Ymere. Die komt op huis-Bewoners en ondernemers worden benaderd
bezoek bij de bewoners en geeft informatie, om deel te nemen aan het bewonerspanel
hulp en begeleiding bij het zoeken naar een nadat dit uitwerkingsplan is vastgesteld door
nieuwe woning. Voor vragen en klachten rondde stadsdeelraad.
om herhuisvesting kunnen bewoners verder terecht bij het spreekuur in de buurt van Ymere.
Meldpunt overlast
Er komt een meldpunt bij het Steunpunt voor Leefbaarheid & Veiligheid, waar bewoners en
omwonenden terecht kunnen met klachten.
Dit om overlast zo snel mogelijk aan te pakken.
De klager krijgt terugkoppeling over de afhandeling van de klacht. Ook de rest van de buurt,
als dat relevant is. Dit gebeurt bijvoorbeeld via
de website. Maandelijks wordt er een rapport gemaakt van de klachten en de afhandeling
ervan. Het stadsdeel en Ymere bespreken dit
met een bewonerspanel, om te kijken of er nieuwe of andere maatregelen nodig zijn.
Buurtpanel
Er komt een buurtpanel dat meedenkt over het leefbaar, bereikbaar en veilig houden van de
buurt. Dit panel bespreekt onder andere de
maandelijkse rapportage over de afhandeling
Colofon
Het concept uitwerkingsplan Slotermeerhof is Kaartmateriaal opgesteld in opdracht van stadsdeel Geuzenveld-Snitker/Borst architecten
Slotermeer en Woningcorporatie Ymere.
Ontwerp
Tekst en redactie CO3 Amsterdam, www.co3.org
Procesbureau Stedelijke Vernieuwing Irma Bannenberg en Onno Bakker
Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer
Woningcorporatie Ymere Druk
Luiting en Mol communicatie EPS Amsterdam, www.eps-amsterdam.nl
Eindredactie Oplage –concept– vernieuwingssplan
Procesbureau Stedelijke Vernieuwing 5
Fotografie maart 2005
Snitker/Borst architecten
Procesbureau Stedelijke Vernieuwing
Fotoredactie Postbus 67018
CO3 Amsterdam, www.co3.org 1067 JA Amsterdam
020 - 889 84 45
DE GESCHIEDENIS:
De Slotermeerhof maakt deel uit van het vernieuwingsgebied Buurt 5. De woningen in de Slotermeerhof worden gesloopt.
In samenwerking met bewoners en omwonenden is gewerkt aan een stedenbouwkundig plan. Het uitgangspunt
was dat in het gebied minimaal 100 nieuwe
(park)woningen worden gebouwd, met een maximale bouwhoogte van 16 etages. De Slotermeerhof krijgt het karakter van “wonen in het groen”.
De heer J. Stuart van Tr3um-advies begeleidt het participatietraject. Vanuit die
hoek is er ook een regiegroep ingesteld om de procesgang te bewaken en indien
nodig de stadsdeelraad over knelpunten te informeren. De onafhankelijke
voorzitter van deze regiegroep is de heer Cnossen en de groep bestaat verder uit
bewoners, een medewerker van het stadsdeel, een medewerker van Ymere en een
medewerker van Stichting Buurtbelangen.
15% van de woningen krijgt een ouderenbestemming.
Stand van zaken Slotermeerhof (Bernard Loderstraat 59 t/m 147; Burgemeester Van Leeuwenlaan 114 t/m 128)
Als onderdeel van de stedelijke vernieuwing in Geuzenveld-Slotermeer zal een groot deel van de huidige woningen van de Slotermeerhof worden gesloopt en vervangen door nieuwbouw. Met een openbare bijeenkomst
is op 16 juni gestart met het maken van een nieuw plan voor dit gebied. Dit doen het stadsdeel en woningcorporatie Ymere samen met bewoners van de Slotermeerhof en omgeving. Hiervoor is een participatiegroep gevormd met zo’n 20 bewoners.
De belangrijkste opgave voor de participatiegroep was het vinden van een nieuwe verkavelingsvorm: hoe komen de nieuwe woningen in het gebied te staan en is het mogelijk om hierbij een deel van de bestaande woningen te handhaven.
Na flink wat discussie is in de participatiegroep overeenstemming bereikt over een nieuwe verkavelingsvorm, die in twee fasen gerealiseerd zal worden. In de eerste fase worden 88 nieuwe woningen gebouwd en kunnen 11 woningen behouden blijven. In de tweede fase maken ook deze woningen plaats voor 12 nieuwe eengezinswoningen. De bouwhoogte is drie lagen tot drie en een halvelaag. In onderstaande tekening geven we een eerste impressie van het ontwerp.
Toelichting:
A: te behouden woningen; op termijn sloop/nieuwbouw C: nieuwbouw eengezinswoningen E: bestaande flat A.E. Kokplantsoen
B: nieuwbouw appartementen (3 lagen) D. nieuwbouw appartementen op een parkeerdek (3,5 lagen) F: bestaande flat A.E. Kokplantsoen

Informatieavond
De overeenstemming over de verkavelingsvorm is een grote stap. Momenteel is de participatiegroep bezig om het ontwerp verder in te vullen: hoe gaan we de openbare ruimte in richten, hoe lossen we het parkeren op, ideeën voor het uiterlijk van de gebouwen. We streven ernaar om eind januari het conceptplan gereed te hebben. Het stadsdeel en Ymere organiseren dan een bijeenkomst waarvoor alle buurtbewoners worden uitgenodigd. Het plan wordt gepresenteerd en u kunt uw reactie geven. Tijdens deze bijeenkomst zal Ymere u informeren over het verloop van het uitplaatsingstraject van de bewoners. Mogelijke vragen van
belanghebbenden kunnen dan die avond door Ymere worden beantwoord.
Na de deze bijeenkomst start het officiële inspraaktraject en de vaststelling van het plan door de stadsdeelraad. Zodra het plan is vastgesteld kan begonnen worden met de uitplaatsing van de bewoners in de te slopen panden. Hiervoor is 1 tot 1 ½ jaar nodig. Dit betekent dat eind 2006 begin 2007 met de sloop en vervolgens bouw kan worden begonnen.
Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:
Kees Vissers, projectmanager Buurt 5 stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer, tel.: 889.8433
Walter van Lubeck, projectontwikkelaar Ymere, tel. 5559.117
Voor de inrichting van de
openbare ruimte is ca. € 10.000 per nieuw te bouwen woning beschikbaar. Dus in
principe totaal € 1000.000,00 voor het totale project.
Sloop/nieuwbouw
sloop ca. 100 woningen, nieuwbouw 100-125 woningen
Participatie
coproduktie, meeontwerpen


In de eindsituatie staan er 100 tot 125 woningen in de Slotermeerhof, waarvan er minimaal 100 nieuwbouw zijn.
De randvoorwaarden:
*Sociale huurwoningen en koop/marktwoningen te situeren in afzonderlijk verticaal te splitsen bouweenheden met een eigen ontsluiting en adres
*De 5-kamerwoningen sociale huur dienen grondgebonden gerealiseerd te worden
*Ymere vraagt voor de nieuwbouw goed bezonde buitenruimtes met een minimumafmeting van 2 meter en een minumumoppervlakte van 5% van het gebruiksoppervlak van een woning met een ondergrens van 5 m2. Voor op de beganegrond gesitueerde woningen vraagt Ymere een eigen tuin van minimaal 25 m2.
*Woningdifferentiatie
soc. huur 5 kamers ca. 100 m2 ca. 15%
soc. huur 3 kamers ca. 75 m2 ca. 15%
koop/markthuur 3/4 kamers appartementen 90 m2 of 5/6 kamereengezinswoningen van ca. 120 m2 samen 70%
*Het parkeren dient uit het zicht opgelost te worden. Bezoekersparkeren op openbaar terrein.
*Parkeren voor koop/markthuurwoningen op eigen erf en direct toegankelijk vanuit de eigen woning, dan wel het eigen woongebouw
*Parkeernorm 1,2 per woning
*Voor bestaande behouden woningen geldt parkeren op openbaar maaiveld.
*Bouwbudgetten
voor nieuwbouw appartementen aanneemsom € 1.000 per m2 GBO excl. b.t.w.
eengezinswoningen aanneemsom € 800,00 per m2 GBO excl. b.t.w.
parkeeroplossing koop/markthuur:aanneemsom € 11.000 per parkeerplaats excl. b.t.w.
parkeeroplossing sociale huur; aanneemsom € 4.000 per parkeerplaats excl. b.t.w.
Alle bewoners uit de Slotermeerhof (ook uit de behouden woningen) krijgen bij de peildatum de stadsdsvernieuwingsurgentie, maar hebben geen terugkeergarantie
Bewoners
en omwonenden van het Slotermeerhof protesteren tegen sloop en lanceren eigen plan
Het huidige wonen in het
groen, de ruimte, de laagbouw, de aangename woningen, het goed
bereikbaar zijn en de plek vlakbij de winkels en de stad zijn redenen waarom de bewoners van de Slotermeerhof
tegen sloop van hun huizen zijn. Met het vernieuwingsplan wil het
Stadsdeelbestuur echter een grotere variatie aan woningen en daardoor een grotere differentiatie aan
inkomensgroepen.
De plannen (een levendig gebied waar woningen, voorzieningen en scholen gemengd
worden, met een dienstencentrum voor ouderen, een sportzaal, een kinderdagverblijf en een
basisschool) liggen ter goedkeuring bij de stadsdeelraadcommissie. Sinds de laatste sloopplannen in 1997
is er weinig aan onderhoud gedaan en kregen moeilijke bewoners waaronder psychiatrische patiënten
de huizen toegewezen. Veel ouderen willen blijven, zoals de heer C. Kootje. Met behulp van zijn rollator
verzamelde hij in twee weken tijd vele handtekeningen van bewoners en omwonenden
die tegen de sloopplannen zijn.
Het contact met Woningbedrijf Amsterdam is slecht en hun aanpak heel doelbewust. Er wonen nu
plotseling ook studenten en nog maar 45 authentieke bewoners en het verloederingsproces is
volgens de bewonersbewust aangegaan. De bewoners hebben andere plannen dan sloop
en drie hoogbouwflats met in totaal 162 woningen en ondergrondse parkeergelegenheid te
bouwen waar uiteindelijk wel weer geen geld voor zal blijken te zijn net als het
nog te bouwen Parkrandgebouw.
Wij willen de bovenwoningen aanbieden aan verplegend personeel van het nieuwe Lucasziekenhuis wonen. Niet in de eerste plaats bedoeld om het personeel hun onderburen te laten verzorgen, maar
de ouderen hebben dan betrouwbare bovenburen, eventueel hulp in hun directe omgeving en de medewerkers van het ziekenhuis hebben een woning vlakbij hun werk. Daar kan het ziekenhuis vast personeel mee werven in deze moeilijke
tijd. En in plaats van een nieuw zorgcentrum weer meer huurwoningen, waar veel behoefte aan is.
De bewoners willen beschermd kunnen blijven wonen. Na de informatieavond hebben zich zestien bewoners
uit angst voor sloop alvast opgegeven om in aanmerking te komen voor andere
woonruimte en eén bewoner is zelfs al verhuisd.
Volgens het Stadsdeelbestuur is er nooit sprake geweest van plannen voor
renovatie en heeft het Woningbedrijf gevraagd om dit gebied bij het vernieuwingsplan
te trekken.
Op dinsdag 19 augustus 2003 protesteerden niet
alleen de bewoners van het Slotermeerhof heftig tegen de sloop maar ook de
bewoners en eigenaren van het A.E. Kockplantsoen die nu nog op het groen
uitkijken maar straks wellicht op 3 hoge flats.
Bron: De Westerpost, Vrijdag 14 november 2003
Geuzenveld/Slotermeer - Gesis, geklap, boegeroep, ongeloof. Het was er allemaal tijdens de raadsvergadering vorige week dinsdag. Tot ver na twaalven hadden de raadsleden nodig om de vele moties en amendementen over de vernieuwingsplannen in buurt 5 en Geuzenveld Zuid te behandelen. Tot na middernacht bleef 'de harde kern' bewoners zitten en hoorde haar lot aan. "Nu zitten we nog langer in onzekerheid."
En daar waren ze weer. Velen zonder enige hoop, velen met toch maar weer een blaadje met argumenten dat ze oplazen voor de raad. Uit diverse hoeken van het stadsdeel ageren bewoners al geruime tijd tegen de sloopplannen.
Het dagelijks bestuur kwam in sommige buurten dan wel met het advies om de sloop tot 2013 uit te stellen, maar dat geeft volgens de bewoners alleen maar meer onrust. En die zijn ze zat. Heftig zijn de emoties tijdens de vergaderingen, maar vooral ook thuis, in eigen kring, tussen de muren van hun woning. "Het zwaard van Damocles hangt boven ons hoofd. Uitstel geeft alleen maar nog meer spanning." Vooral ouderen, zo wordt verteld, hebben er last van. Lichamelijk al niet optimaal, veelal terend op een AOW dat ook wordt bedreigd en dan moeten ze misschien hun huis uit. De weerstand tegen de plannen en de ontevredenheid over de mate van informatie en participatie is groot. "U moet luisteren naar de mensen die u hebben gekozen!"
Spijt als haren op hun hoofd hebben sommige bewoners. Anderhalf jaar geleden trok de slogan 'Samen sterk' van de PvdA hun aan. Overtuigd van dit motto stemden ze massaal voor de linkse leden. En nu voelen ze zich bedrogen - "Wat een arrogantie!" - en voorspellen een afstraffing tijdens de volgende verkiezingen in 2006. "Hoezo komt u op voor de zwakkeren in de samenleving," vroeg een gehandicapte bewoonster die in haar aangepaste woning in het Melis Stokehof heerlijk woont. Fractievoorzitter Siewdat Badloe (PvdA) ging eerder bij haar op bezoek. Ze is teleurgesteld in hem.
"Samen sterk? Met wie dan wel? Met de stemmers, wij, of met de projectontwikkelaars?" Badloe en participatie? De aanwezige bewoners moesten er hard om lachen. "Uw bezoek was van ceremoniële aard," huilde een bewoonster. "Wij worden nergens bij betrokken." Ook geen goed woord voor het Christelijk geweten van het CDA. En voor wie het nog niet wist, werd het nog een keer gezegd: "Dit is kapitaalvernietiging. Wij zijn tegen
sloop!"
Het zwaard van Damocles voelen de bewoners van de Slotermeerhof - voorheen Jan de Louterhof - al jaren boven hun hoofd hangen. De plannen werden in 1998 voor vijf jaar opgeschort en zijn nu weer in volle hevigheid terug.
Voorzitter Gideon Messink achtervolgt de wethouders met een eerdere uitspraak die erg verkeerd viel. "Ik ben de voorzitter van wat jullie de gerenoveerde kippenhokken noemen." Gegniffel op de publieke tribune. Messink vervolgde de pluimveevergelijking. "Wij willen niet geruimd worden!" Messink voelt zich een toeschouwer van een poppenkast. Toekijken en niet kunnen ingrijpen. Een roepende in de woestijn. Hoe vaak heeft hij al niet geprobeerd duidelijk te maken dat sloop van de woningen niet door mag gaan. Dat er geen draagvlak is. En heeft wethouder Piet Dikken (Wonen) niet ooit gezegd dat zonder voldoende draagvlak sloop niet kan plaatsvinden. Een uitspraak die insloeg als een bom en later snel is ontzenuwd. Messink wachtte de beslissing over zijn woonblok deze avond niet af. De uitkomst wist ie wel. Ze zullen hem wel weer zien bij de rechter. De mensen op de tribune applaudisseerden uitbundig.
Waanzin, onzin, stedelijke vernietiging. Het werd veel gezegd op de publieke tribune. Vooral het raadsargument dat stedelijke vernieuwing de leefbaarheid en sociale cohesie zou vergroten, werd lacherig weggevaagd. De buurt is prima, de buren gaan goed met elkaar om. Stedelijke vernieuwing brengt inderdaad de mensen samen... tijdens de vele inspraakavonden waar ze samen opkomen voor hun woongenot.
Vele moties en amendementen hielden de raad nog tot middernacht aan het werk. De Slotermeerhof werd wel bij de vernieuwingsplannen betrokken, ondanks een negatief advies van LSG en GroenLinks. De laatste stemde toch voor. "We willen betrokken blijven bij de ontwikkeling van de plannen." LSG bleef bij haar standpunt. "We hoopten op uitstel." LSG wil sowieso het hele vernieuwingsplan herzien en opdelen in kleinere stukken. En ook graag een onderzoek naar de mogelijkheid van renovatie in plaats van sloop. Tegen stedelijke vernieuwing is de lokale partij niet, maar er zijn vele kanttekeningen bij het huidige plan, waarin het motto 'Eerst bouwen dan
slopen' verdwenen lijkt te zijn met alle gevolgen van dien. En ook: "Het is onverstandig om in tijden van woningnood goede woningen te slopen." En vooral: "Waarom 2013 als datum stellen? Uitstel maakt het allemaal erger."
Ook GroenLinks had een aantal moties waarin renovatie en behoud van goede woningen centraal stonden. LSG vond het vreemd dat GroenLinks de LSG-motie over het achterstallig onderhoud niet steunde.
De VVD kwam met moties over participatie. "Eindelijk gaat u naar de bewoners luisteren," verzuchtte LSG. Dat was op de teentjes. Fractievoorzitter Hans van Lier snelde te zeggen dat zijn partij dat al lang deed. Ook Badloe (PvdA) gaf zichzelf schouderklopjes, terwijl de zaal brieste en snoof. Vanwege de ijdelheid van sommige fractievoorzitters en vanwege het achterstallig onderhoud aan sommige woningen. Het dagelijks bestuur wilde niet ingaan op de LSG-motie om onwillige huiseigenaren op het matje te roepen. Volgens wethouder Piet Dikken is er nu nog geen reden voor ferme taal. "Als de plannen vaststaan gaan we wel met de woonconsortia praten." Of het dan echt zo erg is, vroeg Hans van Lier zich af. "Kom dan kijken, sukkel," klonk het vanaf de publieke tribune. LSG knikte. Ja, het is erg. De tribune knikte. Heel erg, ja. "Ach," vervolgde VVD-er Van Lier. "Daar zijn huurdersverenigingen voor. En dat die er niet altijd zijn, is niet onze schuld. U moet maar gezamenlijk naar uw wooncorporatie gaan."
Maar die hebben volgens bewoners maling aan hen. Van Lier wist de oplossing. "Dan moet u maar de huur
opzeggen.
Er waren veel schorsingen nodig om dingen door te nemen, papieren te lezen, zaken te checken en te begrijpen. Veel verwarring vooral bij Badloe omtrent de nummering van de moties. Tijdens elke schorsing haakten meer en meer bewoners gedesillusioneerd en ontdaan door zulk een inefficiënte manier van vergaderen af. "Stelletje beroepsouwehoeren! Dit is één grote egoshow." Als het aan hun ligt, dan wisten ze het wel. Van Lier moet weg, die is te oud. Badloe moet terug naar de kleuterschool en opnieuw leren tellen. "Aanfluiting. Poppenkast."
Terwijl op de gang de voetballiefhebbers hoofdschuddend naar Ajax keken, zo keken in de raadzaal de bewoners hoofdschuddend naar de raad. Alleen LSG stemde tegen het vernieuwingsplan. "Er is geen voldoende draagvlak hiervoor onder bewoners. Er wordt niet naar hen geluisterd." Wie weet gaat het in de toekomst allemaal beter. Tijdens de vergadering werd ook de nieuwe Participatieverordening aangenomen, wat betekent dat burgers tijdig én effectief betrokken zullen worden bij beleidsontwikkeling en politieke
besluitvormingsprocessen.
GroenLinks stemde voor het vernieuwingsplan omdat "we toch veel hebben binnengehaald en omdat een half ei beter is dan een lege dop." De PvdA noemde het vernieuwingsplan een verstandig besluit. Toch een kleine winst voor de bewoners: de sloop van de boerderijwoningen- en bejaardenwoningen in de Dudokbuurt is uitgesteld, de laagbouw aan de De Savornin Lohmanstraat blijft in ieder geval tot 2013 staan en schoolgebouw de Kade blijft gehandhaafd. Het aantal nieuw te bouwen woningen in de Burgemeester Röellstraat zal hetzelfde blijven en er zal onderzocht moeten worden of dit met behoud van de 56 laagbouwwoningen kan.
Opgelucht dus? Nee, allerminst. "Dit is wel het meest optimale dat we nu kunnen behalen, maar ik word erg onrustig bij het idee dat ze over een aantal jaar weer gaan kijken of onze woningen gesloopt moeten worden," aldus Ria Werner van de De Savornin Lohmanstraat. Angst is er voor achterstallig onderhoud. De bewoners zullen zich verenigen. Ook bewoners in de Dudokbuurt zijn allerminst opgelucht. "Er wordt ons denk ik een oor aangenaaid," aldus actieve bewoonster Hannie Hamstra. "Als we pas in mei 2004 zekerheid zullen krijgen, dan is de raadsvergadering in de centrale stad al achter de rug en heeft hun hamertje de plannen natuurlijk ook goedgekeurd." Dan zal het te laat zijn, denkt ze. "De corporaties zijn inmiddels in keiharde onderhandelingen met de gemeente over de nieuwe erfpachten. Slopen en nieuwbouw levert hun veel meer op dan handhaven en renoveren." De tegenzittende economie geeft de bewoners hoop. Wie weet kunnen hun woningen over tien jaar blijven staan. "Nu weten we nog niks,"aldus Alice Mansing, bewoonster van een van de 56 laagbouwwoningen langs de Burgemeester Röellstraat. Cynisch klonk het achter haar: "Dit jaar staan we er in ieder geval nog!" Maar de onzekerheid blijft. En die kan wel tien jaar duren.
S.3. Voordracht aan de gemeenteraad inzake Vernieuwingsplan Buurt 5, stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer
Insprekers
Dhr. Messink brengt namens bewonerscomité Slotermeerhof naar voren dat in een laat stadium Buurt 4 waar het project Slotermeerhof ligt bij de vernieuwingsplannen voor Buurt 5 is betrokken. Het comité is daar niet gelukkig mee. Het zou nog inspraak krijgen in de verdere ontwikkelingen, met name aangaande hoogbouw, laagbouw of een plan van de bewoners, en dat is nog niet gebeurd. Het Slotermeerhof is zes jaar geleden opgezet als een 55+-project. Al eerder is hij uit zijn huis bij het Vondelpark gezet wegens sloopplannen. Bij de Hoge Raad is het bouwplan vernietigd. Nog geen jaar nadat hij in zijn huidige woning zat, begonnen weer de sloopgeruchten via WBA. Zeker nadat WBA is geprivatiseerd blijkt het niet in een goed daglicht te staan. Hij heeft bewijzen dat WBA zes jaar geleden huis aan huis bij bewoners tussen de 55 en 95 is langs geweest om hen aan te raden in hun huis niets meer te vernieuwen omdat zij binnen een jaar weg moesten. In de paniek die daarop ontstond is een vereniging opgericht waar spreker voorzitter van werd en toen werden er met hulp van een advocaat afspraken gemaakt met WBA waardoor het plan verdween. Nu heeft WBA via het consortium voor de stedelijke vernieuwing wegens economische belangen Buurt 4 er toch weer ingehaald. Daar is het comité het niet mee eens. Van de betrokken 111 woningen zijn er meer dan 25 aangepast voor invaliden. Dit is kapitaalvernietiging. Het zijn woningen met dubbele ramen en CV en geen kippenhokken zoals de heer Dikken zei. Er staan 5 grote huizen, 30 driekamerwoningen en de rest is klein, maar de Amsterdamse bevolking bestaat voor 60% uit alleenstaanden waardoor er veel behoefte is aan kleine betaalbare woningen. Bij nieuwbouw betaalt de gemeenschap een gigantisch bedrag aan huursubsidies en het verkrijgen van een koophuis wordt door hypotheekbelemmeringen steeds moeilijker, zeker voor mensen zonder vaste baan.
Dhr. Van Poelgeest hoort vaak dat de betrokken blij zij dat de woningen worden gesloopt omdat die slecht zijn en vraagt of dat ook hier geldt.
Dhr. Messink antwoordt dat er na een uitzettingsoperatie nog 40 oorspronkelijke bewoners wonen die allemaal dolgraag willen blijven. In de andere woningen zitten nu tijdelijke bewoners. Volgens een bouwkundig rapport zijn de woningen optimaal.
Commissie
Mw. Kalt gaat wegens spreektijdgebrek nu tegelijk in op de andere agendapunten over stedelijke vernieuwing. Toen zij las om welke aantallen sloop, nieuwbouw en sociale huurwoningen het in de plannen gaat werd zij heel kwaad. Het gaat om de sloop van 5880 sociale huurwoningen en de verkoop van 720. Van de 30% nieuwbouw in de sociale sector wordt vervolgens nog eens 7% na de eerste mutatie verkocht. Zelfs aan de voor haar te ver gaande afspraken binnen de coalitie wordt niet voldaan. Er is geen verdichting, want er worden 429 woningen minder teruggebouwd, er is geen 30% maar 27% sociale woningbouw, met het deel dat blijft wordt 'gescharreld' en er is geen 30% middensector. Alle vier de plannen zijn volgens haar heel slecht, vooral de Banne waar 50% dure woningen wordt gebouwd. Bij het plan voor Osdorp zag zij voor het eerst een heel inzichtelijk toetsingsrapport, waar zij heel blij mee is. Zij vraagt dat voortaan steeds te leveren.
Zij meent dat in Buurt 5 bij de 30% sociale huurwoningen de renovatiewoningen zijn opgeteld. De getallen kloppen niet. Spreekster is het zeer oneens met de plannen en verwacht dat de taferelen aan het begin van de vergadering hier over enige tijd voortdurend aan de orde zullen zijn omdat de woningnood voor mensen met een laag inkomen steeds erger wordt. Zij wil graag, vooral van de coalitiepartijen, horen wat zij ervan vinden dat niet aan de afspraken wordt voldaan.
Mw. Buurma verzoekt de wethouder om een toelichting bij de inbreng van de inspreker. Haar fractie is zeer voor het bevorderen van sporten in de openbare ruimte. Het lijkt haar een goed idee daartoe bekende sporters uit te nodigen bij sportwedstrijden om de aantrekkingskracht te stimuleren voor andere mensen uit Amsterdam die dan zullen komen kijken en geïnteresseerd raken daar huizen te kopen, zoals ook het IJburgstrand heeft gewerkt.
Dhr. Olij memoreert dat door de Raad is ingestemd met de aanpak van Parkstad, inclusief de sloop van heel veel woningen, de renovatie van nog veel meer woningen en het terugbrengen van dure woningen. Dat is de inzet waarvoor veel inspanning is verricht en geld is gereserveerd. De stadsdelen dienden dat kader uit te werken. Die uitwerking is niet verwijtbaar. Hier kan alleen aan de orde zijn of de uitwerking is gelukt en of de bewoners daar voldoende in betrokken zijn.
Dhr. Van Poelgeest meent dat deze argumentatie gezien de positie van de heer Olij begrijpelijk is, maar dat degenen die hier niet of minder in geloofden niet kan worden verweten dat zij negatief zijn over de resultaten.
Dhr. Olij bedoelt het niet zo, maar er is een meerderheidsbesluit genomen over de aanpak van Parkstad en het kader daarbij. Nu ligt een uitwerking die op stadsdeelniveau tot stand is gekomen. Hier vindt slechts een marginale toetsing plaats. Als men de kaders wil evalueren, is het beter dat meer algemeen te doen, los van het actuele planonderdeel dat langskomt. Daar is hij altijd voor.
Ook hij vraagt of de verdichting in dit plan goed is verwerkt of elders in het gebied wordt gecompenseerd, want de bedoeling zou zijn dat er meer woningen terugkomen dan er stonden.
Dhr. Goring wil weten hoe het pleidooi voor verdichting zich verhoudt tot de roep om groen en open ruimte van de bewoners en waar de heer Olij voor kiest.
Dhr. Olij zegt dat het vastgestelde kader in de gemeenteraad het uitgangspunt dient te zijn. Daarin is de afweging tussen verdichting en groen gemaakt, waarbij verdichting juist meer ruimte voor groen oplevert. Hij wil toetsen of de afspraken van dat kader worden nagekomen.
In alle plannen signaleert hij dat dekking voor investeringen in de sociale pijler niet goed is geregeld, hoewel het juist in Geuzenveld het best is gedaan. Hij wil weten of dat zo adequaat is geregeld of op termijn tot problemen zal leiden.
Dhr. Van Brug steunt het betoog van mevrouw Kalt. De vermindering van het aantal woningen baart hem zorgen. Hij vraagt welk aandeel sociale huurwoningen zal worden gesloopt en krijgt als antwoord dat dit 100% is, waarvoor 30% terugkomt. Er is echter een schreeuwende behoefte aan sociale huurwoningen is. Hij wil tevens weten of de 3292 te bouwen woningen mee worden geteld in het te behalen aantal van 16.000 te bouwen woningen voor deze coalitieperiode of dat de 391 minder woningen daarbij worden verrekend.
Dhr. J.L. Bakker memoreert dat de SP-fractie nooit voorstander was van de afbraak in de Westelijke Tuinsteden. Hij zou wel eens willen bediscussiëren of wat eind jaren negentig is bedacht nu nog wel verstandig is en of er op dit moment andere problemen zijn die een andere aanpak vergen. Het kan ook zijn dat hier iets wordt vergeten, zoals bijvoorbeeld de sociale pijler die nergens gedekt blijkt, terwijl het om een integrale aanpak zou gaan: fysiek, economisch en sociaal. Fysiek lijkt het enigszins te lopen, maar niet wat betreft het meedoen van de bewoners. De geplande enorme fysieke ingreep is gezien de situatie op de woningmarkt en het achterblijven van de woningbouwproductie niet meer wenselijk. Het is beter met voorrang in de sociale pijler te investeren.
Mw. Buurma is het met de laatste woorden eens en wil weten hoe heer J.L. Bakker de economische pijler beoordeelt. Die wordt niet eens genoemd.
Dhr. J.L. Bakker heeft daarover wel iets gelezen, maar ook die wordt te weinig ingevuld.
Er is 7% minder sociale huur dan afgesproken en hij vraagt zich af of de 730 middeldure koopwoningen zijn te realiseren in de huidige omstandigheden. De grondopbrengsten die buiten het erfpachtconvenant worden gehouden, drukken op het Stimuleringsfonds (brief OGA blz. 3). Daarop zou hij een toelichting willen horen.
Dhr. Van Poelgeest merkt op, aangaande de stedelijke vernieuwingsplannen in het algemeen, dat het toch iets anders zit dan de heer Olij betoogde. Er zijn voornemens over sloopaantallen en nieuwbouw, maar de getallen waren 'tentatief'. Er was voldoende uitwisseling mogelijk om naar minder sloop te gaan en meer renovatie. Er komt een moment van bezinning of de plannen (nog) wenselijke zijn. Op een ander moment zal hij daar nader op in gaan. De slechte kwaliteit van de betreffende woningen wordt altijd als reden aangedragen voor sloop. Op bepaalde plekken zijn de bewoners het daarmee eens, maar dat betekent niet dat zij weg willen uit de buurt. Herplaatsing binnen de buurt gaat in alle plannen niet op de aan de orde zijnde schaal lukken. De verwachting is dus dat een deel van de mensen naar elders zal vertrekken waardoor de bevolkingssamenstelling van de buurten op termijn zal veranderen. Hij heeft de indruk dat beleidsmakers dat graag willen omdat zij mensen met hogere inkomens het stadsdeel willen binnenhalen en die met lagere willen doen vertrekken.
De wethouder verwijst naar het verloop in de Bijlmer.
Dhr. Van Poelgeest betwijfelt of het daar op een zelfde grote schaal gebeurt. Hij verwacht dat er wel mensen naar andere buurten/steden willen, maar de druk die daarop wordt gezet is erg groot. Een alternatieve strategie is meer ingrijpend te renoveren als de woningen niet te slecht zijn. Bewoners voelen dat zij worden verdreven voor hogere inkomensgroepen en dat wekt veel weerstand. Bovendien is vaak niet duidelijk waar zij terecht kunnen. Hij wil binnenkort een principiële discussie voeren over de wenselijkheid van deze aanpak.
In het voorliggende plan bevreemdt hem dat er geen dekking is voor investeringen in sociale voorzieningen, want bij alle moties over 'Stenen voor sociaal' werd tegengeworpen dat er geen concrete plannen zijn, maar wat hier ligt is heel concreet.
Dhr. De Graaf antwoordt op de vraag van mevrouw Kalt dat al vaker hier aan de orde is geweest dat de 30% sociaal grootstedelijk wordt gerealiseerd en als zodanig gemonitord. Dat getal is hier dus niet aan de orde. Hij maakt zich wel zorgen over de sociale pijler, juist voor de stadsdelen aan de randen van de stad, waar tevens voldoende groen en (sport)recreatieruimte nodig is om het unieke karakter van die stadsdelen te behouden.
Beantwoording
De wethouder heeft eerder gezegd dat de getallen indicatief zijn en vervolgens is "Richting Parkstad 2010" aan de orde geweest. Daarmee is het kader vastgesteld, maar natuurlijk betekent het niet dat er nooit meer over kan worden gesproken. Als men nu schrikt van de getallen dient men zich te realiseren dat het hier gaat over deelgebieden in een veel groter geheel, waar heel andere veranderingsprocessen spelen of soms helemaal niets gebeurt. Bovendien gaat alles langzamer dan gepland. Tegen de inbreng van de heer Van Poelgeest maakt hij bezwaar. Hij verwijst daarom met trots naar de Bijlmer, waar het is gelukt de bevolkingssamenstelling te veranderen en niet naar huidskleur. De zwarte middenklasse is daar versterkt vastgehouden en dat dient ook in Parkstad te gebeuren. Binnenkort is daar ook een middenklasse van Turken een Marokkanen.
Dhr. Van Poelgeest heeft niet willen beweren dat de wethouder met deze aanpak migranten de buurt uit wil krijgen, maar wel dat te absoluut wordt gestreefd naar het uitsluitend vasthouden van de middenklasse.
De wethouder wil juist daarom dat de commissie zicht blijft houden op het totale plan voor een veel groter gebied omdat aanpak en accenten in andere delen heel anders zijn.
Een en ander zal opnieuw aan de orde zijn bij de Woonvisie die er aan komt en de discussie die daarop zal volgen. Gezien wat in de Bijlmer is bereikt, in tegenstelling tot in Rotterdam, bepleit hij aan de gekozen aanpak vast te houden en niet bij elk deelproject waar de sociale voorraad iets onder de doelstellingen blijft te reageren alsof de hele stad vergaat. Dat is niet zo.
Dhr. Goring bespeurt dat de wethouder eveneens behoefte heeft aan een bredere discussie. Spreker zou die dan over heel Amsterdam willen voeren, want bij de investeringsprioriteiten was het uitgangspunt dat Parkstad voortgang zou krijgen en een aantal andere plannen, waaronder delen van IJburg, zijn in de ijskast gezet.
De wethouder vervolgt dat er een woonvisie moet komen, inclusief een update van "(on)verdeeld Amsterdams".
Dhr. Goring kan zich voorstellen dat snijden in de plannen voor Parkstad intensivering in andere delen van Amsterdam tot gevolg heeft.
De wethouder zegt dat de werkelijkheid niet zo makkelijk is aan te passen, zeker niet als er geen geld meer is. Volgens hem is er alle aanleiding wat is besloten nu uit te voeren, want het gaat toch al langzamer en minimaler dan verwacht.
De verdichting is wel degelijk goed in de uitvoering opgenomen. In Parkstad zijn conform de afspraken gedifferentieerde gebieden. In bepaalde delen wordt verstedelijkt en verdicht en in andere verdund. Hier aan de rand wordt vooral verdund. Dat heeft een samenhang binnen het vastgestelde kader en alle plannen worden door mevrouw Ter Voort getoetst.
Er was een tijd dat alles werd opgehouden omdat de sociale pijler niet was geregeld. Dat achtte spreker geen goede benadering, want uitvoering van de fysieke plannen duurt jaren. In die periode is er tijd de sociale voorzieningen te regelen. Er waren geen plannen zo concreet dat daaraan geld kon worden gegeven. Nu zijn er op het voorliggende abstractieniveau wel plannen en ideeën, maar niet voor concrete zaken als een buurthuis. De strategie is met de fysieke plannen verder te gaan en af te spreken dat de wethouder bij de voorstellen voor ISV-II nadrukkelijk de geldstroom "Stenen voor sociaal' moet ontzien. Dan blijft er geld komen en de waarop de stadsdelen in de komende jaren een beroep kunnen doen. Hetzelfde geldt voor de economische pijler via de wethouder EZ.
Hij verwacht niet dat de start van de bouw van de woningen hier voor 2006 zal plaatsvinden. Verder was de afspraak dat de eerste paal telt.
In het AEC staan een paar teksten die hij nu niet zo snel kan uitleggen. Daar komt hij nog op een ander moment op terug.
In het Actieplan Woningbouw van de heer Verdellen is 7,5 miljoen euro apart gezet mede om daar waar dat nodig is extra sociale woningbouw te bouwen, in Parkstad en/of Noord. Nog steeds gaat het om het grote kader waarin nog veel kan veranderen.
Volgens hem worden bij alle plannen toetsingsrapporten gemaakt.
Dhr. Dikken antwoordt dat de heer Messink inderdaad in een mooie woning woont, maar dat is een van de weinige. De meeste woningen daar zijn van 27 m2 tot 43 m2. Het waren oorspronkelijk aanleunwoningen bij een bejaardenhuis dat is gesloopt. Gemeenschappelijke activiteiten en eten dienden in het bejaardenhuis plaats te vinden. De corporatie vond zo'n zes jaar geleden al dat de woningen te klein waren en wilde gaan slopen voor nieuwbouw. Na discussie met de bewoners zijn de plannen voor vijf jaar opgeschort. Die termijn loopt dit jaar af. De gedachte was vervolgens de woningen bij de stedelijke vernieuwing te betrekken om er een mooi groot geheel van te maken. Bovendien komt iedereen dan in aanmerking voor het sociaal plan.
Een Johan-Cruijff-veldje juicht hij toe en in de buurt wonen nog steeds voetbalcoryfeeën die daar bij te betrekken zijn.
Bij inspraakbijeenkomsten zijn vooral tegenstanders aanwezig. Voorstanders laten veel minder van zich horen. Het voordeel van de stadsdelen is dat de raadsleden en bestuurders in de buurten wonen en vanzelf dagelijks contact hebben met de bewoners. Daardoor is bekend dat er voor de stedelijke vernieuwing een groot draagvlak bestaat. Hij kan zich goed voorstellen dat het pijn doet voor sommige bewoners als hun woning wordt gesloopt, maar vaak kan het niet anders. De zware kritiek gold alleen een aantal te slopen laagbouwwoningen. Voor een deel daarvan is inmiddels een moratorium ingesteld tot 2013. Voor de andere aan de noordkant van de Röellstraat wordt nu een onderzoek gedaan of het programma aan de zuidkant kan worden uitgevoerd. Er zijn op basis van de reacties van de bewoners op veel punten aanpassingen gepleegd en dat gaat nog steeds door. Het draagvlak is wel degelijk aanwezig. In een van deze twee gebieden is inderdaad sprake van verdunning. In het andere vindt enige verdichting plaats, maar dit zijn slechts twee van de zes vernieuwingsgebieden.
De sociale pijler via 'Stenen voor sociaal' is volgens hem nu structureel goed geregeld, zoals de heer Stadig al uitlegde. Met de sociale activering bestaat wel op structurele basis een probleem. Elk jaar komt nu voor Parkstad een bepaald bedrag beschikbaar waarvan het stadsdeel elk jaar een deel krijgt. Dat is tot nu steeds voldoende, maar jammer is dat het per jaar is geregeld. Hij dringt erop aan dat deze commissie in de Raad aan de orde stelt of er daartoe geen structureel fonds kan komen waardoor de stadsdelen ook op termijn op financiering kunnen rekenen. Het grootste gedeelte is in principe wel gedekt, ook voor de sociale pijler. Er is nog een tekort van ongeveer 4 miljoen euro. Daarover is gezegd: komt het geld voor 2010 binnen dan moet na 2010 in de tweede fase worden bezien of dan om die 4 miljoen te dekken eventueel in de plannen nog iets kan worden geoptimaliseerd door bijvoorbeeld wat meer woningen te bouwen.
Grootschalige bedrijvigheid in het stadsdeel is wegens ruimtegebrek niet wenselijk. In de plannen zit een forse toename van kleinschalige bedrijfsruimtes. Da