OMHOOG ] JEUGDZORG ] JONG AMSTERDAM ] KINDERMISHANDELING ] KINDEROPVANG ] OPVOEDSTEUNPUNT ] [ SCHOOLMAATSCHAPPELIJK WERK ]

SCHOOLMAATSCHAPPELIJK WERK

Datum: 21 januari 2002
Onderwerp: Schoolmaatschappeljk Werk

Vanaf schooljaar 1999-2000 wordt voorzien in schoolmaatschappeljk werk (SMW) in het primair onderwijs. Aanleiding voor deze inzet waren de signalen afgegeven door de basisscholen. De toename - in omvang en ernst - van gedrags- en psychosociale problematieken van leerlingen én de daartoe noodzakelijke oudercontacten bleek de competentie van leerkrachten te boven te gaan. De basisscholen ondervonden (nog) niet voldoende baat bij het aanbod van de verschillende hulpverleningsinstellingen, dat werd ervaren als te veel op afstand en te weinig hulp op maat.
Het project schoolmaatschappelijk werk is een samenwerking van stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer en stichting Afra Boddaert PPI (gespecialiseerd in hulpverlening in het onderwijs). Het schooljaar 2000-2001 was voor de scholen het tweede jaar dat zij gebruik maakten van schoolmaatschappeljk werkenden (die in dienst zijn bij Afra Boddaert PPI).
Het aanbod werd in 2001 gefinancierd met f 170.000,- stadsdeelmiddelen.

Bij de start van dit project zagen de schoolmaatschappelijk werkenden zich geconfronteerd met omvangrijker en diepgaander problematieken dan zij hadden verwacht. Om de ondersteuning naar met name gezinnen procesmatiger te laten zijn dan in eerste instantie de bedoeling was, en ook vanwege de lange wachttijden bij de hulpverleningsinstellingen, heeft Afra Boddaert PPI in het schooljaar 2000-2001 40 uren uit eigen financiële middelen ingezet voor geheel Nieuw-West. Omdat de overige stadsdelen in Nieuw-West nog geen schoolmaatschappeljk werk inkochten kwamen deze uren geheel ten goede aan Geuzenveld-Slotermeer.
In het schooijaar 2001-2002 zal wel een deel van de eigen inzet van Afra Bodaert/PPI naar andere stadsdelen in Amsterdam-West zal gaan. Dit heeft voor Geuzenveld-Slotermeer uiteraard geen financiële consequenties.

De schoolmaatschappeljk werkende is wekelijks een aantal uren op de school aanwezig, hetgeen de laagdrempeligheid voor zowel de leerlingen, de ouders als de school bevordert. Belangrijk is tevens dat de schoolmaatschappeljk werkenden een neutrale positie innemen.

Er hebben in dit schooljaar 99 aanmeldingen plaatsgevonden, er zijn 634 gesprekscontacten geweest. Begeleiding kan gedurende langere tijd plaatsvinden.

Gezien de verdichting van de sociale- en emotionele problematiek op de scholen voor speciaal basisonderwijs kopen deze scholen uit eigen middelen nog een aantal uren per week bij.

Per taakgebied van het schoolmaatschappeljk werk zijn in het schooijaar 2000-2001 de volgende aantallen aan resultaten of activiteiten gerealiseerd:
- bemiddeling tussen school en ouders bij problemen of conflicten (17);
- crisisinterventie (6);
- hulp aan ouders met betrekking tot opvoedingsproblemen (46)
- advisering aan de school met betrekking tot leerlingen met sociale en/of emotionele problemen (59);
- zonodig doorverwijzen naar de hulpverlening (20).

De scholen zijn erg tevreden over het aanbod en over de kwaliteit en het resultaat van het gebodene. Het wordt ervaren als een behoorlijke taakverlichting op een terrein waar men zelf te weinig deskundigheid heeft en waarvoor de tijd ontbreekt. Meerdere scholen geven aan dat zij uitbreiding van inzet wenselijk/ noodzakelijk vinden.

Conclusies:
Het schoolmaatschappelijk werk zoals uitgevoerd door Afra Boddaert PPI:
1. voorziet duidelijk in een behoefte van het onderwijs;
2. werkt preventief ten aanzien van de ontwikkeling van gedragsproblemen bij leerlingen;
3. kan bijdragen aan de vermindering van spanning tussen ouders en school in conflictsituaties
4. en werkt ondersteunend naar het onderwijspersoneel waardoor de werkdruk vermindert.

Aanbevelingen
1. Een aanbod kan ook behoefte oproepen. Schoolmaatschappeljk werk kan/mag (jeugd)hulpverlening niet vervangen. Het geeft wel inzicht in de wachtlijsten van de jeugdhulpverlening. Het is wenselijk om als stadsdeel dit signaal met Bureau Jeugdzorg te bespreken.
2. De schoolmaatschappelijk werkenden zijn op en op verzoek van de scholen werkzaam. Hierdoor is het mogelijk dat de taakstelling van een schoolmaatschappelijk werkende op de diverse scholen een eigen leven gaat leiden, hetgeen onwenselijk is. Aanbevolen wordt dat de kaders waarbinnen de 5MW- werkzaamheden worden verricht, door het stadsdeelbestuur helder blijven aangegeven.
3. Aangezien de inzet ook procesmatige hulpverlening biedt en een verlichting biedt voor de wachtlijstproblematiek van de (jeugd)hulpverlening moet worden bekeken of financiering deels kan worden verhaald uit de reguliere inzet van Bureau Jeugdzorg.
4. De scholen geven te kennen dat zij zeer tevreden zijn met de inzet en uitbreiding van uren op prijs zouden stellen. Het biedt een deskundigheid waarover het onderwijs niet beschikt.
5. Met inachtneming van de voorgaande punten wordt aanbevolen gezamenlijk -Bureau Jeugdzorg, Afra Boddaert PPI en het onderwijs - te bezien of uitbreiding van het schoolmaatschappelijk werk noodzakelijk is, cq. te realiseren.
6. Als uitbreiding noodzakelijk lijkt te zijn dient over de financiering ervan onderhandeld te worden met de instellingen en de scholen. Deze laatste ontvangen middelen van de rijksoverheid om de werkdruk te verminderen. Daarnaast zal in dat geval op het stadsdeelbestuur een beroep worden gedaan om financieel bij te dragen.