BREDE SCHOOL ] LEERPLICHT ] [ LEERLINGENVERVOER ] Onderwijsrapport ] SCHOLEN ] TAALONDERWIJS ] VOORSCHOOL ] VROEGSCHOOL ]


Leerlingenvervoer
Kinderen en jongeren met een handicap kunnen vaak niet zelf naar hun school of opleidingsinstituut reizen. Soms is de school te ver weg, bijvoorbeeld als het om speciaal onderwijs gaat. Het kind kan ook naar een gewone school in een andere stadswijk gaan, omdat de school om de hoek niet toegankelijk is of omdat de school van uw keuze verderop ligt. Jongeren die naar het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs of het hoger onderwijs gaan, moeten in de meeste gevallen ver reizen om hun school of opleidingsinstituut te bereiken. In al die gevallen kan het Stadsdeel of de uitvoeringsinstelling UWV voor vervoer zorgen. Het leerlingenvervoer van en naar het basisonderwijs en het (voortgezet) speciaal onderwijs valt onder de verantwoordelijkheid van het Stadsdeel.

Het Stadsdeel mag zelf bepalen hoe men het leerlingenvervoer wil organiseren. Er gelden wel minimum voorwaarden, bijvoorbeeld rond eigen bijdragen en veiligheidsvoorschriften. Elk Stadsdeel heeft een verordening waar in staat hoe het leerlingenvervoer ter plekke is geregeld.
De stadsdeelraad van Geuzenveld-Slotermeer heeft daarom de Verordening Leerlingenvervoer vastgesteld. 

Door wetswijzigingen in de Wet op het primair Onderwijs (WPO), Wet op de Expertisecentra (WEC) en de Wet op het Voortgezet Onderwijs (WVO) moest de Verordening Leerlingenvervoer van het stadsdeel onlangs aangepast worden. 
De belangrijkste wijzigingen zijn de verlegging van de verantwoordelijkheden van het GAK naar het Stadsdeel, daar waar het gaat om:

De verantwoordelijkheid voor het vervoer van gehandicapte leerlingen van speciale scholen voor basisonderwijs (Wet (Re)integratie arbeidsgehandicapten); 
Het vervoer van alle gehandicapte leerlingen in het regulier voortgezet onderwijs en het regulier basisonderwijs;

Andere wijzigingen zijn: 
De schoolsoort Praktijkonderwijs valt niet meer onder het regime van het leerlingenvervoer, tenzij het een gehandicapte leerling betreft; 
aanpassing van de normbedragen, zoals inkomensgrens alsmede hoogte eigen bijdrage leerlingenvervoer; 
het instellen van een overgangsregeling als gevolg van de wetswijziging. 

Het Stadsdeel is dus verantwoordelijk voor de uitvoering van de organisatie van het leerlingenvervoer. Uitgangspunt bij het leerlingenvervoer is een vergoeding op basis van openbaar vervoer. Indien dat niet leidt tot passend vervoer kan een vergoeding worden gegeven voor openbaar vervoer met begeleiding. Indien ook dat niet passend is, kan een vergoeding worden gegeven voor aangepast vervoer of kan aangepast vervoer worden verzorgd door of vanwege het Stadsdeel. Voor wat betreft de vorm van de voorziening geldt dat het kan gaan om een vergoeding (in geld of bestaande uit een abonnement/strippenkaart) of om het aanbieden van aangepast vervoer dat het Stadsdeel verzorgt of doet verzorgen (meestal een taxibusje). 
De afgelopen jaren zijn verschillende regelingen voor het leerlingenvervoer gewijzigd. Ten eerste is de Regeling zitplaatsverdeling in bus en auto veranderd. Dat betekent dat gehandicapte kinderen (die worden vervoerd naar een 2/3-school) recht hebben op een eigen zitplaats. Voor andere kinderen, die naar een (speciale) school voor basis- of voortgezet onderwijs worden vervoerd, geldt die verplichting niet. 
Op 1 februari 1999 is de wetswijziging in werking getreden die het gemeenten en stadsdelen mogelijk maakt om een zogeheten drempelbedrag in te voeren. Dat betekent dat ouders van kinderen die een basisschool, een speciale school voor basisonderwijs (sbo, voorheen lom/mlk), of een speciale school voor voortgezet onderwijs (svo, voorheen vso-lom/mlk) bezoeken, een bijdrage gevraagd mag worden ter grootte van de kosten van het openbaar vervoer tot aan de vastgestelde kilometergrens. Geadviseerd wordt door de VNG om een kilometergrens van 6 kilometer te hanteren. Ouders van kinderen in het 2/3-onderwijs worden van de betaling hiervan uitgezonderd. 
Knelpunten in het leerlingenvervoer

Veel ouders signaleren knelpunten in het leerlingenvervoer, zoals gebrek aan begeleiding, meerdere kinderen op één zitplaats, aangepast vervoer wordt omgezet in een begeleiderskaart voor het openbaar vervoer, ontbreken van gordels, lange reistijden, op- en overstapplaatsen. 
CG-Raad en leerlingenvervoer
Individuele ouders, ouderorganisaties, scholen en ondersteunende organisaties, kloppen aan bij landelijke belangenorganisaties. Om deze organisaties te ondersteunen, heeft de CG-Raad een werkgroep leerlingenvervoer opgericht en werkt zij samen met andere landelijke organisaties, met als doel belangenbehartiging naar de achterban, ondersteuning van lokale platforms, lobby naar de overheid en de VNG. Gestimuleerd wordt het oprichten en ondersteunen van adviesraden leerlingenvervoer, zo mogelijk aangehaakt bij lokale platforms. Deze adviesraden kunnen zich op lokaal niveau richten op belangenbehartiging met betrekking tot begeleiding, reistijden, veiligheid, eigen bijdrage en kwaliteitskeurmerk. 

Maakt uw kind gebruik van leerlingenvervoer? Vaak gaat het goed, maar er zijn ook problemen. Voorbeelden zijn: niet gebruiken van gordels, lange reistijden, op- en overstapplaatsen etc. 

U kunt informeel als ouders met het Stadsdeel en de vervoerder overleggen. 

U staat sterker als er door het Stadsdeel officieel een adviesraad of een cliëntenraad wordt ingesteld. 
Een adviesraad bestaat uit vertegenwoordigers van ouders. Zij behartigt de belangen van kinderen, die gebruik maken van leerlingenvervoer. Zij geeft gevraagd en ongevraagd advies over beleid en uitvoering van het leerlingenvervoer. Jaarlijks voert zij overleg met het Stadsdeel. 

Het initiatief kan komen van het Stadsdeel, de stadsdeelraad  of van ouders. 

Zoek contact met adviesraden of de politiek en met het overlegplatform voor mensen met een handicap. Of neem contact op met de organisatie, waar u lid van bent, zoals Bosk, voor leerlingen van het mytyl- en tyltylonderwijs.

Het Stadsdeel is niet verplicht ouders inspraak te geven in het beleid inzake het leerlingenvervoer. Echter gezien het aantal ingediende bezwaarschriften en de gewenste inbreng van bewoners in politieke besluitvormingsprocessen heeft LSG de behoefte om bewoners de gelegenheid te geven hun mening over het beleid en de uitvoering van de Verordening leerlingenvervoer kenbaar te kunnen laten maken. 
Een van de manieren om dit vorm te geven is periodiek overleg voeren over het leerlingenvervoer. Om een dergelijk overleg vorm te geven wil LSG dat het Stadsdeel besluit tot het instellen van een cliëntenraad. Aan de hand van een modelverordening die in overleg met de landelijke ouderorganisaties, de Federatie van Ouderverenigingen (FVO) en de Gehandicaptenraad is gemaakt willen wij tot een dergelijke clientenraadverordening komen.
De verordening cliëntenraad leerlingenvervoer is bedoeld als voorziening om ouders in algemene zin bij het leerlingenvervoer te betrekken. In de verordening wordt niet voorzien in de behandeling van individuele klachten en bezwaren. Hiervoor is immers de commissie bezwaar en beroep de aangewezen plek.