OMHOOG ] ARS ] AFVALSTOFFENHEFFING ] ARMOEDE ] BEDRIJVEN ] BETAALD PARKEREN ] BELASTINGEN ] [ BEWONERS ] BUURTEN ] CAMPUS NIEUW WEST ] DIEREN ] DUALISME ] EESTERENMUSEUM ] EVENEMENTEN ] GROEN ] JONGEREN ] KAARTEN ] KUNST ] LINKS ] MARKTEN ] MILIEU ] MONUMENTEN ] ONDERWIJS ] OUDEREN ] POLITIEK ] RECREATIE ] RELIGIE ] SPORT ] STADSDEELGIDS ] STADSVERWARMING ] STICHTINGEN ] STATISTIEKEN ] STEDELIJKE_VERNIEUWING ] STRATENGIDS ] VEILIGHEID ] VRIJWILLIGERS ] VERVOER ] WEGWERKZAAMHEDEN ] WERK ] WETENSWAARDIGHEDEN ] WINKELCENTRA ] WONEN ] ZORG ]

BEWONERSERVARINGEN

Bewoners van Buurt Ne9en hebben de afgelopen jaren flink te maken gehad met de gevolgen van de stedelijke vernieuwing. Wat dat met de mensen doet, beschreef Stimulans-medewerkster Magda van der Wees een jaar lang in een dagboek. Daarnaast interviewde freelance journaliste Shirley Brandeis mensen die professioneel betrokken zijn bij de stedelijke vernieuwing. De verslagen van Van der Wees en de interviews van Brandeis werden in samenwerking met buurtbewoner Nancy Tanis dit jaar gepubliceerd in de Westerpost. Nu zijn ze ook gebundeld. 

--------------------------------------------------------------------------------
Page 1 
Dagboek van de Stedelijke Vernieuwing Ervaringen van bewoners in Buurt Ne9en Voorwoord Jaren geleden liep ik door een straat in een oude stadswijk. In die straat waren de meeste woningen gesloopt vanwege de stadsvernieuwing, maar er stonden nog een paar woningen overeind. En aan de zijkant van zo’n woning zag je de countouren van de trap van de aangrenzende gesloopte woning. Ik zag op de hoogte van de eerste verdieping de badkamertegeltjes nog zitten. En toen ik nog eens beter keek zag ik ook nog een rekje hangen – met een tandenborstel er in. Die tandenborstel die daar op eenzame hoogte met de wind mee bewoog, wekte mijn nieuwsgierigheid: wie waren de bewoners geweest van deze gesloopte woning? Waren ze er op vooruit gegaan in hun nieuwe woning? Wat was hun verhaal, het verhaal achter de tandenborstel, zeg maar… Jaren later liep ik door Buurt Ne9en van het stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer in Amsterdam, voorbeeld-project van de stedelijke vernieuwing. Ik raakte in gesprek met bewoners, wiens woningen gesloopt zouden gaan worden. Ze waren vaak afkomstig uit hetzelfde complex woningen, maar met hele verschillende achtergronden: bewoners van het eerste uur en bewoners die pas een jaar geleden waren ingetrokken, mensen met een vast huurcontract en mensen met een tijdelijk huurcontract, mensen die hun mond in goed ‘’Amsterdams’’ konden roeren en mensen die nauwelijks Nederlands praatten, ouderen en jonge gezinnen, echtparen en alleenstaanden. Ik ontmoette bewoners op de stoep, ging een keer bij hen langs, vaak nog een keer, ontmoette hen bij de supermarkt, en tekende zo hun verhalen op. Hierbij wil ik hen bedanken, voor hun vertrouwen en hun tijd, voor hun gastvrijheid en hun openheid, voor hun kwetsbaarheid en de kracht die ze mij lieten zien. Maar bovenal bedank ik hen voor hun verhalen, opdat ze doorgegeven mogen worden. Zodat de verhalen achter de sloop, achter de tandenborstel, zichtbaar worden… Bovendien hopen we dat deze verhalen ten goede gebruikt mogen worden door en ten behoeve van bewoners van andere buurten, waar inmiddels het stedelijk vernieuwingsproces op gang is gekomen of nog moet komen. Medewerkers van instanties hebben gereageerd op de bewonersverhalen die hier opgetekend zijn. Ook hen wil ik bedanken, voor hun tijd en hun betrokkenheid. Ik hoop dat zij deze ervaringen gebruiken voor hun beleid en dat zij de kritische opmerkingen van bewoners als uitdaging zien. Tot slot, wil ik hier Nancy Tanis, van bewonerscommisse ‘’Bij Hoog en Laag’’ en Shirley Brandeis, free-lance journaliste bij de Westerpost, van harte bedanken. Met veel plezier en inspiratie hebben we samen aan dit boekje gewerkt. Magda van der Wees 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 2 
Inleiding Buurt Ne9en In Geuzenveld-Slotermeer is buurt Ne9en aangewezen als voorbeeldproject van de stedelijke vernieuwing. Sinds 1996 wordt er gewerkt aan het maken van plannen en enkele daarvan zijn er al gerealiseerd, zoals de ‘’kleine U’’ en de ‘’grote U’’. De buurt zal de komende jaren sterk veranderen: woningen zijn en worden gesloopt, nieuwbouw komt er voor terug, er komt een brede school, singels worden aangelegd. Maar deze ontwikkelingen in buurt Ne9en staan niet op zich zelf. Het grotere geheel Geuzenveld-Slotermeer maakt onderdeel uit van Amsterdam Nieuw-West. Dit deel van Amsterdam is in de jaren vijftig gebouwd als Algemeen Uitbreidingsplan voor Amsterdam. Er staan relatief veel goedkope huurwoningen in de vorm van portiek-etageflats. Maar hier gaat verandering in komen. Stadsdelen en corporaties hebben plannen gemaakt om Amsterdam Nieuw-West te vernieuwen. In 15 jaar tijd zullen heel veel mensen moeten verhuizen vanwege een enorme stedelijke vernieuwingsoperatie (ook wel een van de grootste van Europa genoemd). ‘’Grofweg een zesde van de stad Amsterdam moet veranderd zijn van een groot monofunctioneel en eentonig gebied in een gevarieerde verzameling buurten met een eigen identiteit’’, aldus een brochure. Concreet betekent dit dat er op grote schaal sociale huurwoningen gesloopt worden, waarvoor met name duurdere huur- en koopwoningen terugkomen. In het gehele gebied zullen 13.300 sociale huurwoningen gesloopt worden. In 2000 zijn er nog 41.000 sociale huurwoningen (76% van het woningaanbod), in 2015 zullen er nog 29.000 zijn (45% van het woningaanbod). En ook deze ontwikkeling staat niet op zichzelf: op verschillende plekken in Nederland worden wijken op deze wijze vernieuwd. En langzamerhand komen er ook kritische vragen. Komen er wel genoeg betaalbare woningen terug? Vindt er niet een selectieproces plaats waarbij de minder draagkrachtigen uit de buurt verdwijnen? Waar blijven deze mensen vervolgens? Is het echt nodig om vaak nog goede bouwtechnische woningen, waar veel mensen met plezier wonen, te slopen? Zijn er geen alternatieven, zoals renovatie? Wat wilden wij? Sinds 1996 worden er in Buurt Ne9en plannen gemaakt. In 2003 werden de gevolgen van deze plannen duidelijk zichtbaar: tijdelijke verhuur van woningen, mensen die verhuizen, leegstaande woningen wachtend op sloop, nieuwe woningen die verrijzen. Wat doet dat met mensen?, vroegen wij ons af. • Wat betekent het voor mensen die er nu mee te maken hebben. We wilden mensen de gelegenheid geven om zich uit te spreken, een luisterend oor bieden. • Wat betekenen deze ervaringen voor mensen die er in een latere fase mee te maken hebben, zoals bewoners van buurt 5 en Geuzenveld-Zuid. Juist omdat bewoners van buurt Ne9en pioniers zijn op het gebied van stedelijke vernieuwing willen we hun ervaringen doorgeven aan andere buurtbewoners. • We willen bovendien deze ervaringen doorgeven aan instanties die met bewoners werken en willen deze instanties graag uitdagen om hun beleid en werkzaamheden hierop af te stemmen. Hoe hebben we gewerkt? Vanaf november 2002 ben ik opgetrokken met een aantal bewoners van Buurt Ne9en. De gesprekken met bewoners had ik veelal op straat, soms ook bij mensen thuis of in de supermarkt. Het waren vaak informele gesprekken. De meeste mensen vonden het zeer prettig 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 3 
om eens te praten over hun ervaringen. Ze hebben ook allemaal zonder twijfel ingestemd dat hun ervaringen in het dagboek verwerkt zouden worden. De namen zijn wel veranderd om enige privacy te waarborgen. De contacten met bewoners verliepen als een sneeuwbal: vaak kwam ik via een bewoner weer met een ander in contact. De meeste mensen heb ik na verloop van tijd weer opgezocht of ik kwam ze weer tegen; zo heb ik het gehele proces over een langere tijd kunnen volgen. Al pratende verwees ik mensen soms door naar andere organisaties; twee gezinnen heb ik zelf ook intensief begeleid (brieven mee helpen schrijven, bellen naar instanties). Vooraf hadden we niet de bedoeling om de verhalen van mensen te publiceren. Maar gaandeweg werden we zelf enthousiast over de kracht van de verhalen. ‘’Dit moet gehoord worden’’, zeiden velen tegen ons. Vanaf november 2003 tot en met april 2004 zijn delen van het dagboek wekelijks in de Westerpost verschenen. Hiermee wilden we op een laagdrempelige wijze veel stadsdeelbewoners bereiken. De verhalen van bewoners zijn aangevuld met de reacties van medewerkers van instanties. Verschillende medewerkers van instanties zijn geinterviewed door Shirley Brandeis, free-lance journaliste bij de Westerpost. Zij zijn gevraagd om te reageren op de verhalen van bewoners. Deze interviews verschenen ook in de Westerpost. Met deze combinatie, verhalen van bewoners plus de reacties van instanties, hebben we een goed beeld willen geven. Dat doen we in dit boekje wederom. Eerst volgen de verhalen van bewoners in de vorm van een dagboek. Vervolgens zijn de interviews van de medewerkers van enkele organisaties opgenomen, zoals van de woningcorporatie en stadsdeel, maar ook van een huisarts en ouderenwerkster. Lege bladzijdes…De stedelijke vernieuwing is nog lang niet ten einde. Niet in buurt Ne9en en niet in de andere buurten van Geuzenveld-Slotermeer. Daarom hebben we aan het einde van dit boekje enkele lege bladzijdes open gelaten. Hiermee willen we een ieder aanmoedigen om zijn/haar eigen ervaringen met stedelijke vernieuwing op te schrijven – opdat het gehoord blijft worden! 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 4 
Vaste woonplek? Het is november 2002. Ik ben op bezoek in een portiekwoning bij mevrouw Karan, die samen met haar man, dochter (5) en zoontje (2) sinds twee jaar in Buurt Ne9en woont. Ze hebben een tijdelijk huurcontract. Hiervoor woonden ze in Amsterdam-Oost, ook met een tijdelijk huurcontract. Nu moeten ze weer vertrekken. Per juni 2003 is hun de huur opgezegd vanwege sloop. Ze zijn druk bezig om een andere woning te vinden, maar tot nu toe zonder succes. Meneer Karan: “We hebben bij de Stedelijke Woningdienst geprobeerd om voorrang bij de woningtoewijzing te krijgen in verband met de handicap van onze dochter. De aanvraag is afgewezen.” De familie vraagt mij of ik wil helpen om een bezwaarschrift te schrijven. Uit mijn gesprekken met instanties die de dochter begeleiden blijkt het belang van een vaste woonplek voor haar. Alleen dan kan hulpverlening goed op gang komen. Bij verhuizing van de ene naar de andere plek wisselen hulpverleners elkaar immers steeds af. Afgewezen Het is januari 2003. Het bezwaarschrift van de familie Karan is afgewezen. Hun situatie is niet urgent genoeg. De handicap van de dochter geeft onvoldoende reden tot voorrang en mevrouw Karan woont nog te kort – minder dan vier jaar - in Nederland om hiervoor in aanmerking te komen. Wat nu, vraag ik mij af. Ik ga na of er woningcorporaties zijn die woningen tijdelijk verhuren. Na een belronde blijkt dat verschillende corporaties tijdelijke woonruimte hebben, maar dat bij hen de wachtlijst gesloten is. Inschrijven kan dus niet meer. Uiteindelijk blijken er drie corporaties te zijn waar inschrijving voor de wachtlijst nog mogelijk is, maar de kans is uiterst klein. Toch maar een brief naar deze corporaties geschreven. “Regels zijn regels” Het is april 2003. In een gesprek met een medewerker van corporatie Het Oosten, de verhuurder van de familie Karan, hoor ik: “Wij begeleiden alleen huurders met een vast huurcontract. Daar hebben we onze handen vol aan. De situatie van de familie Karan met kinderen is weliswaar anders dan die van veel andere tijdelijke huurders; dat zijn veelal mensen zonder kinderen, studenten en alleenstaanden. Maar toch, regels zijn regels.” Er moet toch ergens ondersteuning te vinden zijn, denk ik. Het Amsterdams Steunpunt Wonen dan? “Hier kunnen we niets aan doen. Tijdelijke huurders hebben gewoon geen rechten.” We schrijven een brief aan de stadsdeelwethouder Wonen. Zijn woordvoerster: “Het is niet onze verantwoordelijkheid, maar die van de corporaties.” Dan maar steun zoeken bij andere bewoners? Een bewoner (met een vast huurcontract): “De familie Karan wist waar zij aan begon. Het is logisch dat zij geen rechten hebben.” Tja, zal deze familie (en andere tijdelijke huurders met kinderen) dan echt op straat kunnen komen te staan? Pech Mevrouw Karan en ik hebben het continu over de woonsituatie. Deze onzekere situatie is ook een zorg voor de hulpverlening, zegt een medewerkster van een hulpverleningsinstelling. Zij is bezig om een school met speciale begeleiding te zoeken voor de dochter, die inmiddels vijf 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 5 
jaar is en nog steeds niet op school zit. Maar hoe een school te zoeken als ze niet weten waar de familie terecht komt? Inmiddels is er wel een toezegging van een basisschool in Geuzenveld die de dochter wil toelaten en begeleiding wil geven. Het zoeken naar een woning gaat nog niet voorspoedig. Via Woningnet is de familie onlangs als achtste geplaatst voor een woning. Ze zijn al gaan kijken naar de woning en hopen dat ze deze krijgen. Maar uit een telefoongesprek met de desbetreffende corporatie blijkt dat de familie te weinig formulieren heeft ingeleverd. Zelfs als nummer acht moet je van alles meesturen: inkomensgegevens, verhuurderverklaring (verklaring van goed huur- en betaalgedrag) en uittreksels. Maar dat blijkt niet uit de bijgevoegde brief: veel woorden, maar niet duidelijk wat er nu wel en niet mee gestuurd moet worden… In ieder geval weet de mevrouw aan de telefoon te vertellen dat de woning naar nummer zeven in de rij gaat. Pech dus. Mooi uitzicht Even later, in hetzelfde flatgebouw, een paar woningen verder, ben ik bij mevrouw Cornelissen. Een vrouw op leeftijd, die hier al 27 jaar woont. Zij heeft een nieuwbouwwoning toegewezen gekregen in de buurt en bereidt zich voor op de verhuizing. Ze is aan haar huis verknocht geraakt. Haar man is twaalf jaar geleden overleden. “We hebben alles samen hier opgebouwd. Dat gaat nu allemaal weg.” Ze is al apart aan het leggen wat ze allemaal weg wil doen. Het een gaat naar de rommelmarkt, het andere gaat echt weg. “Dat is nog van mijn trouwen, wie wil dat nu nog hebben?” Voor haar had het allemaal niet gehoeven. Ze was liever gebleven waar ze nu zat. “Kijk eens,” zegt ze. “Ik woon hier in een mooie flat, met een mooi uitzicht op het park, wat wil ik nog meer?” Dus liever deze woning dan een nieuwbouwwoning. Hoe verhoudt zich dat met de ideeën achter de stedelijke vernieuwing: dat mensen hier niet meer zouden willen wonen, dat de buurt zo achteruit is gegaan, dat er hoognodig andere woningen gebouwd moeten worden? Hoofdpijn Ik bel aan bij huurders die net als de familie Karan een tijdelijk huurcontract hebben. De vrouw, Ayse, is hartelijk en laat me binnen. Ze woont nu ongeveer anderhalf jaar met haar man en zoontje in deze flat. Ayse zelf praat nauwelijks Nederlands. Een jonge vrouw (een kennis of familielid) komt er bij zitten en voert het woord; soms vertaalt ze voor Ayse. Ook deze familie is de huur opgezegd, maar de jonge vrouw vertelt dat ze wel urgentie (voorrang bij de woningtoewijzing) hebben gekregen. Ik ben verbaasd. Tijdelijke huurders hebben officieel geen recht op urgentie. En de familie Karan kreeg dat ook niet. Hoe is het bij deze familie gelukt? “Gewoon je mond open doen. Als je passief blijft, lopen ze zo over je heen. We hebben een gesprek gehad met het stadsdeel en toen werd het zo geregeld.” Dan vertelt ze erachter aan: “Weet je, mensen bij instanties hebben altijd een weerwoord. Het weerwoord van sorry. Sorry mevrouw, maar… Sorry meneer, maar… Dat zijn mooie woorden, maar het gaat om de daden.” Ayse vertelt dat ze desondanks wel hoofdpijn heeft en slecht slaapt. Ze zucht: “We hebben nu wel voorrang, maar hoe krijgen we zo snel een andere woning? We hebben wel wat woonduur opgebouwd, maar via Woningnet is het maar de vraag of het snel lukt. Over een maand, in mei, moeten we al weg. Terwijl onze buren er pas in juni uit moeten en de woningen pas in december gesloopt worden. Maar wij mogen niet langer blijven. Waarom niet? Dan hebben we meer tijd om een andere woning te vinden.” De jonge vrouw vult aan: “Het is onrechtvaardig dat mensen met kinderen zo maar op straat gezet kunnen worden. Dat klopt 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 6 
toch niet? Dan zeggen ze dat je blij moet zijn dat deze woningen tijdelijk verhuurd werden. Maar de corporaties hebben er toch ook aan verdiend, niet?” Informatie missen Een deur verder, bij huurders met een vast huurcontract, ben ik op bezoek bij Fatiha. Haar gepensioneerde man ligt op bed. Hij is net terug van vakantie in Marokko. Een oudere dochter, die inmiddels niet meer thuis woont, voert het woord. “Mijn ouders hebben een nieuwbouwwoning in de buurt toegewezen gekregen, ze gaan over een paar maanden verhuizen. Maar ze weten niet hoe hoog de huur is. Het Oosten heeft alleen gezegd dat de huur bij het inkomen past, maar niet hoe hoog de huur is.” Ook de vraag of er wel of geen lift bij de nieuwe woning is, houdt de familie erg bezig. “De woning is vijf hoog en mijn moeder kan slecht trappen lopen. Hoe moet dat nu?” Ik vraag de dochter waarom ze niet even Het Oosten gebeld heeft over de lift en de huur. “Ja, dat kan ook wel, maar ik werk meer dan veertig uur en vind het best vermoeiend om naast mijn werk dit allemaal voor mijn ouders te regelen. Ook omdat ik niet in de buurt woon. En ik heb al zo vaak gebeld en dingen geregeld… Weet je, het is echt niet gemakkelijk voor mijn ouders. Ze missen veel informatie omdat ze de taal niet goed spreken. Brieven en inspraakavonden gaan aan hen voorbij. En niet alleen omdat ze de taal niet spreken, ook omdat ze ouder zijn. Ik denk dat ook Nederlandse ouderen veel missen.” Vlak voordat ik de deur uitga benadrukt moeder Fatiha nog eens dat ze graag in deze woning had willen blijven. “Goede woning, rustige buurt, mooi uitzicht.” Dezelfde vraag schiet me weer te binnen: wie zegt dat mensen hier niet meer willen wonen?Kijkmiddag Het is mei 2003, donderdagmiddag vier uur. Kijkmiddag bij de nieuwe eengezinswoningen in Buurt Ne9en. De woningen zijn bijna af en de toekomstige bewoners zijn uitgenodigd om een kijkje te komen nemen in hun nieuwe woning. Buiten voor de woningen, staat een vrouw met een hand voor haar mond verschrikt te kijken: “Oh wat erg,” brengt ze uit. “Er is geen wc op de begane grond. Al het bezoek moet naar boven. En de ouderslaapkamer boven is open – zonder muur, alleen een balustrade langs de trap. Zo is in de slaapkamer alles te horen vanuit de woonkamer. En als je naar de andere slaapkamers wilt, kom je er ook langs – kijk je zo naar binnen. Heb ik hier nu twaalf jaar woonduur voor opgebouwd…?” Ze kan het nog niet bevatten. Ik loop naar binnen en zie inderdaad dat er beneden geen toilet is en zie ook de open slaapkamer waar de vrouw het over heeft. Ook andere mensen hoor ik er over praten. Weer een andere vrouw zegt dat ze zenuwachtig is. Ze wijst naar de woning waar ze denkt te komen wonen. “Dat is mijn woning, maar die mevrouw daar zegt dat het haar woning is. Ik weet toch echt zeker dat het mijn huis is. Kijk maar, het staat hier op de tekening. Ik hoop maar dat het goed komt,” zegt ze. Een andere vrouw komt haar te hulp: “Kijk je wel naar de goede nummers op de tekening?” De vrouwen kijken nog eens samen naar de tekening en vervolgens weer naar de woningen, maar ze komen er niet uit. 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 7 
Inmiddels komt de opzichter er aan. Het is tijd om te stoppen. Iedereen van het terrein af. “Hé, jullie daar,” roept hij naar mensen die toch nog proberen ergens naar binnen te gaan. “Wegwezen!” Buiten het hek blijven de toekomstige bewoners met elkaar nog na praten. Het houdt hen bezig. Ook niet verwonderlijk. Je woning – een dak boven je hoofd – is belangrijk. Als je denkt dat daar iets niet goed mee is, kun je knap zenuwachtig worden… Goed voor u Op straat kom ik Selima tegen, ik ken haar van een bewonersbijeenkomst. “Kom even binnen,” zegt ze. Binnen is het mooi ingericht: mooie gordijnen en meubels. Maar ze koopt alles nieuw als ze gaat verhuizen, zegt ze. Ze laat me een folder zien van de meubels die ze uitgezocht heeft. Ze gaat verhuizen naar een van de nieuwe eengezinswoningen, bijna bij haar om de hoek. Haar kinderen (in de leeftijd van 6 tot 17 jaar) wilden niet uit de buurt weg. Zelf had ze nog aan Nieuw Sloten gedacht, maar dat is wel ver weg van alles. Haar moeder, broer en zussen wonen daar wel. Een zus woonde vroeger zelfs boven haar. Selima maakt zich zorgen om de nieuwe woning. “Het is zo ingebouwd. Aan beide kanten van de eengezinswoningen staat een flat. Zal ik dan nog zon binnen krijgen?” Nu heeft ze een lichte, zonnige woning, vier hoog. Ze wilde eigenlijk het liefst weer in een flat wonen. “Maar die meneer van Het Oosten zei: die nieuwbouwflat is niet voor grote gezinnen, mevrouw. Goed voor u, om lekker uw eigen voordeur te hebben.” Selima vervolgt: “Ja, misschien had hij ook wel gelijk. Ik woon hier achttien jaar en ben de enige die mijn portiek schoon houdt. Dat hoeft daar niet meer, dan heb ik mijn eigen ingang. Maar toch… het is zo ingebouwd’’. Dan zegt ze: “Kom langs als ik verhuisd ben, begin juni.” Ongeldig Mevrouw Karan vraagt me of ik wil helpen met het invullen van de woonbon. Eerder zijn twee inzendingen ongeldig verklaard, vanwege het verkeerd invullen van de bon. Ik weet dat het invullen nogal nauw luistert: inkomens- en huishoudengegevens moeten aansluiten bij de gezochte woning. Het valt niet mee om het systeem door te krijgen. Sowieso al niet, maar zeker niet als je een Nederlandse taalachterstand hebt. We nemen samen de woningkrant door. Het kost ons een uur om de keuze te bepalen. Keuze? We selecteren vooral op woningen waarvan we denken dat ze niet gewild zijn. Een week later blijkt dat de familie Karan een keer tiende en een andere keer zevende is geworden voor een woning. Het scheelt niet veel, maar het is niet genoeg. Hoe staat het met hun eerder gedane verzoek voor tijdelijke woonruimte? Van een corporatie is een brief gekomen waarin staat dat ze op het moment geen tijdelijke verhuur hebben. Van de andere twee aangeschreven corporaties is nog niets vernomen. Ik bel ze op; de eerder geschreven brief blijkt niet meer te vinden. De medewerker vertelt bovendien dat ze niets kunnen doen in dit soort situaties. Corporaties kunnen één procent van hun woningbezit beschikbaar stellen voor schrijnende situaties, maar die ene procent zit al vol. Geen plaatsInmiddels is ook een medewerker van een hulpverlenende instantie, die de dochter van de familie Karan begeleidt, mee gaan helpen met het zoeken naar woonruimte. Zij benadert noodorganisaties voor het geval dat de familie echt op straat komt te staan. Maar de familie voldoet niet aan de criteria van het Leger des Heils en HVO (Hulp voor Onbehuisden) om daar in het uiterste geval opgevangen te worden. Bovendien hebben ze geen plaats. Ondertussen heeft Het Oosten laten weten niet toe te staan dat de familie langer blijft. Ik ga met vakantie en ben benieuwd hoe en waar de familie aan te treffen als ik terugkom. 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 8 
Maar goed nieuws bij terugkomst. Een van de aangeschreven corporaties heeft hun tijdelijke woonruimte in Osdorp aangeboden! Ik kan het niet geloven. Echt waar? Pfff, net op tijd. Is mevrouw Karan er blij mee? “Op zich wel, maar het blijft kort – voor een half jaar.” Dat is waar. Het woonprobleem is even opgelost, maar niet voor lang. Wanhoop Hoe zou het Ayse vergaan? Ze laat me weer vriendelijk binnen. Ze is alleen, haar kind slaapt en haar man werkt. Ze vertelt dat ze zaterdag gaan verhuizen. Niet naar een andere woning. Het is via Woningnet nog niet gelukt om andere woonruimte te vinden, ondanks de voorrang die ze hadden gekregen. Nee, ze gaan verhuizen naar een winkelruimte van een kennis. Dat wil zeggen naar een magazijn achter zijn winkel. Hun spullen slaan ze op bij verschillende kennissen in fietsboxen. Ze hebben druk gezocht naar andere oplossingen. Ayse is langs geweest bij een hotel. Dat kost 25 euro per nacht per persoon. Ayse: “Mijn man verdient zo’n 900 euro per maand!” Ze hebben Het Oosten gevraagd of ze langer kunnen blijven in deze woning. “Dat kost ook 25 euro per nacht.” Ze hebben gedacht om in het huis van mensen te trekken, die ’s zomers in Turkije verblijven. “Die vroegen 1000 euro per maand. Hoe kunnen we dat betalen?” De creativiteit waarmee ze naar oplossingen hebben gezocht, verraadt hun wanhoop. Ayse heeft hoofdpijn, nekpijn. Ze moet eigenlijk gaan inpakken, maar heeft geen zin. Ze geeft me haar mobiele nummer. “Kom me opzoeken als ik verhuisd ben,” zegt ze. Als ik weer naar buiten loop, zie ik even verderop een bestelauto van Het Oosten staan. ‘Het Oosten geeft je de ruimte’ staat er op... Schande Het is juni 2003. Er is veel beweging in de buurt. Mensen zijn druk aan het verhuizen uit de woningen die gesloopt gaan worden. In de straten waar mensen verhuizen zijn inmiddels containers geplaatst. Daar kunnen de verhuizende bewoners hun rommel in achterlaten. Maar in de straat van mevrouw Cornelissen staan geen containers. Ik loop voorbij haar portiek. Ik zie dat ze alvast bezig is haar box leeg te maken. Ze zet spullen buiten, bij de hoop rommel die al op straat ligt. “Ja, ik zet maar gewoon mijn spullen erbij,” zegt ze verontschuldigend. “Het is een schande! Gisteren zijn mijn buren tot half twaalf aan het verhuizen geweest. En ze hebben het zo naar beneden geflikkerd.” Ik zie rommel liggen op straat en in de bosjes. Verderop liggen ook hopen afval: planken, stukken vloerbedekking, resten van meubels, opengescheurde vuilniszakken. Rond een vuilniszak liggen allerlei papieren. Papieren van de belasting, een bekeuring, brieven van schuldhulpverlening. Het lijkt wel of iemands leven hier op straat ligt. Een man in een blauwe jas komt aan fietsen. “Zou het de buurtconciërge zijn?” vraagt mevrouw Cornelissen zich af. Pas als hij voorbij is zien we op de achterkant van zijn jas ‘buurtconciërge’ staan (als dat op de voorkant zou staan, hadden we hem eerder kunnen aanspreken). Ik spreek hem alsnog aan en vraag of er in deze straat nog containers geplaatst worden. “Oh, jij bent optimistisch,” zegt mevrouw Cornelissen tegen mij. “Ze gooien het er toch naast hoor.” Het zal allicht schelen, denk ik. De buurtconciërge zegt dat hij nieuw is. Als we nog een keer vragen of hij het wil doorgeven, belooft hij dat. Een paar dagen later staan er inderdaad containers. 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 9 
Vier meter Een week later tref ik Karin, een andere buurtbewoonster, in gesprek met haar buurman, op de stoep voor hun woningen waar een container is geplaatst. Ze hebben het over de hopen afval van de verhuizende bewoners. Ondanks de containers ligt er nog veel op straat. “Dit is nog niks,” zegt Karin, terwijl ze naar een berg met planken en kapotte meubels wijst. “Het lag hier tot wel vier meter hoog, maar vannacht is er door mensen heel wat meegenomen. Ik werd er om vijf uur wakker van.” Ik loop weer verder en een man spreekt me aan. Hij loopt samen met zijn vrouw en denkt in eerste instantie dat ik een vroegere buurvrouw ben en zo raken we in gesprek. Zij moeten ook verhuizen maar vinden dat wel goed. “Ze doen niets meer aan onderhoud hč. En dan is het niet meer prettig wonen. Ik heb nog wel lange tijd de plaat boven de portiekdeur schoongehouden, maar moet je toch kijken hoe die er nu uitziet. Ik doe er nu ook niets meer aan hoor.” Ik bedenk me hoe lang bewoners het soms volhouden om zich in te zetten voor een schoon portiek, soms tegen de klippen op. Even verderop kom ik een bewoner tegen die aan de overkant woont, in de eengezinswoningen van Buurt Ne9en. Hij wijst op de flats. “Het is daar zo veranderd. Allemaal allochtonen die niet opruimen en schoonmaken.” Ik denk aan de man die ik net hiervoor ontmoet heb, die lange tijd nog wel schoonmaakte. En ik denk terug aan mijn bezoek aan Selima die al jarenlang als enige haar portiek schoonhoudt. “Oh,” kan ik dan ook niet nalaten te zeggen, “ik ben onlangs nog bij een ‘allochtone’ mevrouw geweest die al 18 jaar in haar eentje de trap schoonmaakt…” De man kijkt me aan en zegt niets. De nieuwe eengezinswoningen in Buurt Ne9en (de Geuzentuinen) zijn opgeleverd. Mensen zijn druk aan het klussen. Ik loop voorbij de nieuwe eengezinswoningen. Fietsen staan voor de deur. Ramen staan open. Vitrages zijn opgehangen. Een man zit voor de deur op zijn stoepje. De eerste mensen zijn aan het schoonmaken. En ondertussen lopen en werken de bouwvakkers nog door. Belachelijk Said is in zijn nieuwe woning aan het klussen. Hij woont met zijn vrouw en kinderen nog in een van de sloopflats om de hoek. Vijftien jaar woont hij daar. Zijn vrouw en kinderen zijn enthousiast om in het nieuwe huis te trekken, hij minder. Hij laat zien waarom. “Kijk,” zegt hij. “Een verwarming naast het gasfornuis – wie verzint er zo iets? Ik ga ‘m verplaatsen naar het raam. Dat doe ik zelf, want die bouwlui vragen er zoveel geld voor! Bovendien hebben ze het druk; bij mijn buren zijn ze ook bezig. En kijk, geen hal: je staat zo van de voordeur in de woonkamer. Het is één ruimte: woonkamer en keuken samen. Dat is toch niets. Ik ga nu muren bouwen om een hal te maken en de keuken af te scheiden.” Op de grond liggen de stenen klaar. Boven laat Said de enige wc zien: bezoek moet naar boven en ook nog eens door de grootste slaapkamer heen. Er is geen muur tussen trap en slaapkamer. “Ook hier ga ik een muur bouwen,” zegt Said. “Dat doe ik ook maar zelf, anders kost het me weer zoveel. Het is toch belachelijk dat ik in een nieuwbouwwoning zelf muren moet bouwen.” Said is nog niet klaar met de rondleiding. Hij wijst op de buitenkant van de woningen: bedekt met golfplaten. “Dat maakt toch een ongelooflijke herrie in de regen.” Hij laat vervolgens de slaapkamerramen zien die niet open kunnen en dus van binnenuit niet (aan de buitenkant) te wassen zijn. “Moet ik dan een glazenwasser gaan inhuren? Wat kost me dat wel niet?” Het glas loopt bovendien door naar de vloer, niet echt veilig voor kinderen. Zijn er dan geen 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 10 
bewoners bij de planvorming geweest, vraag ik me af? Of is er niet vanuit bewonersoogpunt naar de plattegronden gekeken? Al deze zaken zijn immers zo belangrijk voor bewoners! Gemengd wonen? We kijken nog even naar Saids tuin, eigenlijk alleen een klein terras. Erachter ligt een groot stuk gemeenschappelijk groen. “Waarom hebben ze dat niet bij de tuinen getrokken? De kinderen van mijn buren zijn aardig hoor, maar ze rennen hier rond en maken veel lawaai buiten. Dat wordt nog wat.” Said kijkt naar de koopwoningen die ook aan het groen grenzen. “Door wie die bewoond gaan worden is ook maar de vraag. Veel zijn er nog niet verkocht.” Hij vertelt dat zijn buurman even verderop de enige Nederlander is. “Dat was toch niet de bedoeling? Het was toch juist de bedoeling dat we gemengd zouden wonen?” Blij in de buurt Als ik nog wat rondloop bij de Geuzentuinen kom ik Selima tegen. Ze is net verhuisd naar haar nieuwe eengezinswoning. Ze vertelt dat ze het druk heeft. Een afspraak met school, volgende week op vakantie naar Marokko. Maar ze wil haar nieuwe huis wel even laten zien. De woonkamer ziet er pico bello uit. Het hele huis trouwens. Ook zij hebben muren gebouwd. Op deze manier hebben ze een gang gecreëerd met een dichte keuken en toog naar de woonkamer. Vindt ze het prettig wonen? “Ja,” zegt ze. Ze doelt vooral op de buurt. “Weet je nog dat ik graag weg wilde uit de buurt, maar dat mijn kinderen hier wilden blijven? Nou, ik ben zo blij dat we gebleven zijn. Ik heb zoveel bezoek gehad de afgelopen tijd en bloemen van mensen voor mijn nieuwe huis. Weet je, veel mensen kennen me hier. Wat had ik ergens anders gemoeten? Daar had ik alleen in mijn nieuwe woning gezeten.” Moeilijk genoeg Ik bel aan bij een portiek. Niemand doet open. Ik herinner me dat vorige week iemand tegen me zei: “Mensen doen niet open als ze niet weten wie het is. Dat is veel te onveilig.” Maar dan doet mevrouw Karels open. Eenmaal binnen gekomen, vertelt ze dat ze binnenkort naar een hospice gaat om te gaan sterven. Ze wijst op haar dikke buik, een gezwel. Wat een contrast met haar stralende uiterlijk, ze ziet er goed uit. “Aan de binnenkant straal ik niet hoor,” zegt ze. Terwijl zij zich voorbereidt op haar vertrek naar het hospice, gaat haar man verhuizen naar de nieuwbouw. “Vreemd hoor. Ik naar het hospice en hij naar de nieuwbouw. Dat dat nou net samenkomt. We hadden graag samen naar de flat verhuisd en nog genoten van de nieuwe woning, maar ja. We hebben wel vaak rondjes gelopen om de bouw, maar ik ga het niet meer meemaken. We zijn er nu ook niet meer zo mee bezig, meer met mijn verhuizing,” lacht ze treurig. De bel gaat, de maatschappelijk werker. Ik stap op en verlaat ook enigszins treurig de woning. Het leven is soms al moeilijk genoeg, bedenk ik me, en dan ook nog de stress rondom verhuizen… Strijd Op straat ontmoet ik Karin. Ze vertelt over de woning die ze aangeboden heeft gekregen. Hoe ze liever een flat op de tweede verdieping wilde, maar dat ze er nu een op de vierde krijgt. “Ik kreeg een aanbieding op de tweede, maar toen ik op het spreekuur van de corporatie kwam hadden nog twee mensen die brief gehad. Toen was die al vergeven aan anderen!” Toen moest ze ter plekke beslissen over een woning op de vierde verdieping. “Snel, want de mensen die tegelijk met mij op spreekuur zaten – er werden er twee tegelijk te woord gestaan – zaten ook te azen op die woning. Ik moest huilen vanwege de stress – daar zat ik dan te huilen, met die vreemden erbij.” Strijd om schaarse woningen legt veel druk op mensen en dat vraagt om een zorgvuldige benadering, bedenk ik me. 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 11 
Problemen Een week later spreek ik Karin weer. “Ik heb toch weer wat meegemaakt. Ik heb twee klappen gehad de afgelopen week. De eerste toen ik ontdekte dat ik geen openslaande deuren heb in mijn woonkamer naar mijn terras, zoals op de tekening stond. Ik kan het terras alleen bereiken via de slaapkamer; moet daar al mijn bezoek doorheen?” Ze was de bouw opgegaan en had het zo ontdekt. Ze had de opzichter erbij geroepen en die kon het aanvankelijk niet geloven. Net zo min als de medewerker van Het Oosten. “Maar het is echt waar,” zegt ze. “De tweede klap kwam toen ik een brief kreeg dat ik niet in aanmerking kom voor huursubsidie. Ik heb meteen gebeld – en maar wachten door die keuzemenu’s. Dat kost handen vol geld! Weet je, ik heb een goede ingezonden brief in De Westerpost gelezen van iemand die pleit voor bijzonder maatschappelijk werk in buurten waar mensen moeten verhuizen. Een onafhankelijke instantie, zodat je een plek hebt om naar toe te gaan, want je weet gewoon niet waar je heen moet als je problemen hebt.” Een week later loop ik Karin tegen het lijf en vraag haar hoe het gaat. “Ik krijg nu toch een buitendeur in mijn woonkamer! Ik heb er wel veel moeite voor moeten doen om het te regelen. Maar samen met de bewonerscommissie heb ik het aangekaart bij de opzichter en bij de woningbouw en die zagen het gelukkig ook in. Ik ben blij dat het gelukt is.” Minder goed gaat het met haar financiële zaken. “Ik word gek van het bellen naar instanties. Mijn huis ligt vol papieren.” Ze vertelt over het langsgaan bij instanties en hoe ze van de een naar de ander wordt gestuurd. “Ik heb het gewoon druk met al die afspraken.” De problemen met haar huursubsidie hebben te maken met een fout bij de uitkerende instantie. En voordat dat weer is rechtgezet… Alleen Dan schakelt ze over op praktische zaken: het inrichten van haar nieuwe huis. “Ik ben alleen en dan valt dat niet mee. Ik kan niet alleen met de fiets naar de Praxis om dingen te kopen. Mijn dochter heeft haar eigen gezin, die kan nauwelijks helpen. Mijn andere dochter gaat wel eens mee. Maar dan moet je wel alles voorbereiden. Soms ga ik vooraf kijken – om te zien wat ze hebben. Ik heb straks drie weken om te verhuizen. Hoe red ik dat? Ik schrijf alles op en plan de dingen, maar ik word er soms gek van om alles alleen te doen en uit te zoeken.” Het kost Karin allemaal erg veel energie, maar waar ze zich nog het meest boos over maakt is de bejegening van instanties naar haar toe. “Dat die opzichter me eerst niet wil geloven dat er geen deur gebouwd is. Ik ben toch niet gek zeker? Of dat die medewerker van de corporatie zegt: uw schoonzoon kan toch zeker wel helpen met verhuizen? Nou, zo simpel ligt dat niet altijd. Ik voel ze soms denken, daar heb je dat mevrouwtje weer. Nou, ik blijf doorgaan hoor, maar leuk is het niet.” Doodsklap De familie Visser bevindt zich in een andere positie. Tegenover hun woning verrijst een nieuwbouwflat. Aan de tafel in de woonkamer, met uitzicht – door de pas opgehangen vitrage heen - op de nieuwbouw raken we in gesprek. “Dit is de doodsklap geweest,” zegt mevrouw Visser. “We zijn ons uitzicht en de zon kwijtgeraakt.” Ze haalt er twee fotoalbums bij. Vol met foto’s van de dijk waar ze vroeger op uitkeken. Met hoge bomen, mooie luchten. “We waren ruimte en groen gewend. Je zag het herfst en lente worden. We zaten in het groen aan de rand van de wijk, maar nu zitten we in het steen en in het midden van de wijk.” 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 12 
Ze hadden gehoopt dat de nieuwbouw niet zo hoog zou worden. Meneer Visser benadrukt het sluipende, sluimerende proces. “Eerst zou er sociale woningbouw komen. Toen werd het koop, en steeds hoger. Nu is het dertig meter hoog, slechts dertien meter van ons raam. Elke keer wijzigt er iets in de plannen.” Al meer dan vijf jaar heeft het geduurd. Elke keer werd het weer uitgesteld. Meneer en mevrouw Visser hebben vergaderingen bijgewoond en geprotesteerd. “Maar je wordt niet serieus genomen. Ze doen wat ze in hun hoofd hebben.” Meneer Visser plaatst het in een groter perspectief: “Het is een landelijke trend, het gebeurt in het hele land – niet alleen hier.” Ze hadden gehoopt dat hun woning ook gesloopt zou gaan worden. Dan hadden ze met voorrang kunnen verhuizen. Maar het is onduidelijk wanneer er over hun woningen beslist gaat worden. Een buurman had 2009 opgevangen. Meneer Visser: “Zo lang kan ik niet wachten. Zeker als je ouder bent, veel thuis bent en zoals ik 74 bent, telt elk jaar van je woongenot. Als deze woningen in 2009 worden gesloopt, dan ben ik bijna 80!” Af en toe reageert de familie op een woning via Woningnet. “Maar we doen niets overhaast. We willen een zorgvuldige keuze maken, het zal onze laatste woning zijn. Maar in de tussentijd zitten we in deze sombere woning, wat eens een lichte woning was.” (Over)levenskunst Ik fiets naar mevrouw Karan en haar gezin in Osdorp. Met de kaart in de hand kom ik bij hun flat. Ze zijn weer in een vernieuwingswijk (of sloopwijk?) terecht gekomen. Tegenover hun woning wordt druk gebouwd. Het is toch wat om elke keer te verkassen en gewoon verder te gaan met je leven en plannen maken. Wat een (over)levenskunst is dat. Het zou me verlammen, die onzekerheid. Maar mevrouw Karan gaat verder. Ze heeft haar zoontje zelfs al op de vroegschool ingeschreven. Hoe ze hem in Osdorp en haar dochter in Geuzenveld (op een school die speciale begeleiding geeft) op dezelfde tijden moet halen en brengen weet ze nog niet. De woning ziet er mooi ingericht uit. Het is een wisselwoning voor de renovatie geweest: gestoffeerd, gemeubileerd en al. Mevrouw Karan heeft me nog amper binnengelaten of de bel gaat weer. Ik hoor haar enthousiast de onderbuurvrouw begroeten. Tussen de onderbuurvrouw en mevrouw Karan lijkt het te klikken en ook haar kinderen reageren enthousiast. Hoe er uit een hopeloze situatie - verhuizen voor een tijdje - toch weer iets moois kan groeien! Rust Twee maanden later belt mevrouw Karan me op. “We zijn weer verhuisd,” vertelt ze. Naar een vaste woning in Bos en Lommer; gevonden via Woningnet. Dat is goed nieuws, geen tijdelijke woningen meer! Maar het vraagt wel heel wat van de familie om weer te verhuizen. Een paar dagen later bezoek ik hen: vier hoog, aan de ringweg van Amsterdam. Twee kleine stoeltjes staan voor het raam. De kinderen kijken naar de voorbijrijdende auto’s. De dochter is inmiddels begonnen op de school in Geuzenveld. Mevrouw Karan en haar zoontje brengen en halen haar vier keer per dag met de tram. De dochter kan namelijk niet met leerling-vervoer mee omdat het een gewone basisschool is. Ze wachten op een plek op een speciale school – “Ergens tussen nu en over een jaar” - weer in Osdorp. Dan kan er wel vervoer geregeld worden. Mevrouw Karan wil haar zoontje nu naar de vroegschool in Geuzenveld laten gaan, omdat de tijden van de school vlakbij in Bos en Lommer niet overeen komen met de breng- en haaltijden van haar dochter. Ze kennen nog geen buren waar ze een beroep op kunnen doen. Mevrouw Karan verzucht: “Ik ben blij met de woning, maar ik zou willen dat er eens wat rust in ons leven kwam.” 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 13 
Zorgelijk Hoe zou het Ayse vergaan? “Niet goed,” zegt ze als ik haar opbel. Ze vraagt of ik een keer langskom. Die middag fiets ik, weer met een kaart in de hand, naar het opgegeven adres in een ander stadsdeel. Aan een drukke weg, tussen twee winkelpanden, zit de voordeur. Ik bel aan. Een lange trap naar boven. Ayse ziet er slecht uit en kijkt zorgelijk. Ze heeft hoofdpijn, zegt ze, en heeft door alle spanningen veel ruzie met haar man. Hij is net aan het bidden in de huiskamer, maar staat op. Ik krijg thee en eten. Dit blijkt niet het winkelmagazijn te zijn, maar een woning van een vriend die op vakantie is. Nog vier weken, dan zal hij terugkomen. En wat dan? Terwijl hun zoontje zich vrolijk achter de gordijnen verstopt, vertellen zijn ouders dat ze begin juni, toen ze nog in Buurt Ne9en woonden, via Woningnet een woning aangeboden hadden gekregen. Ze hadden blij een afspraak gemaakt om de woning te accepteren, maar toen bleek dat ze de woning niet kregen, omdat ze geen verblijfsvergunning hebben. Ze behoren tot de groep witte illegalen – al een aantal jaar in Nederland, werkend, maar net niet lang genoeg om in aanmerking te komen voor een verblijfsvergunning. Desondanks hebben ze wel twee jaar met een tijdelijk huurcontract in Geuzenveld kunnen wonen en hebben ze zelfs urgentie gekregen. En nu dus ook een aanbieding. Dan komt de klap des te harder aan. Kelder Als ik weer buiten sta voel ik de verschillende leefwerelden. Mensen die voorbij fietsen en rijden, op weg naar werk, school, vrienden. En ondertussen zit hier onzichtbaar dit gezin. Wachtend op een wonder. Een paar weken later bezoek ik hen weer, nu in het kledingmagazijn van de kennis. Het zoontje drentelt tussen de naaimachines door en vindt een speld op de grond. Ayse vertelt ondertussen hoe ze elke avond de matrassen vanuit de kelder naar boven sleept om te gaan slapen. Overdag gaat ze vaak met haar zoontje de straat op om niet in de kleine en rumoerige bedrijfsruimte te hoeven zijn. Maar hoe moet dat als het kouder wordt? Als ik weer terug ben in Buurt Ne9en, zie ik hun vroegere woning staan, dichtgetimmerd. De sloop laat nog op zich wachten. Kleiner Els woont nog als een van de weinigen in de flats die gesloopt gaan worden. Ze vindt het niet erg nu er veel woningen leeg staan. Ze had veel overlast van enkele buurtbewoners en die zijn vertrokken. “Het is juist wel lekker rustig nu,” zegt ze. Ze gaat samen met haar man en zoon naar een van de nieuwbouwflats in de buurt verhuizen. Ze is al een paar keer gaan kijken op de bouw. “Ik schrok wel de eerste keer. Op de plattegrond zagen de slaapkamers er nog redelijk uit, maar in werkelijkheid zijn ze kleiner dan ik ze had voorgesteld. Een plattegrond lezen is moeilijk, je moet het ervaren.” Maar haar nieuwe woning zal ook daadwerkelijk kleiner zijn. Ze woont nu alweer ruim twintig jaar ‘op huis’. Met een grote, lichte woonkamer, drie slaapkamers en een tuin grenzend aan een plantsoen – bovendien nog op een hoek. “Waarom moet dit moois gesloopt worden? We krijgen er veel minder voor terug. En dan zeggen ze dat deze woningen niet meer voldoen en te klein zijn. Nou, die nieuwbouwwoningen van tegenwoordig zijn veel kleiner. Nu besef ik wel dat vooral bewoners van de grotere begane grondwoningen er op achteruit gaan. Maar toch… we zullen ook lang zo groen niet meer wonen als nu.” Ze kijkt er wel naar uit om in haar nieuwe woning een eigen opgang te hebben. “Dan blijven tenminste alle planten staan en schilderijen hangen,” zegt ze. Die zijn hier soms na een jaar weg, soms al na een week. Je kunt er geen peil op trekken.” Ze heeft zich nooit zo’n zorgen gemaakt over de verhuizing. “Ik heb altijd gedacht van ‘ik zie het wel’. Maar nu het dichterbij 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 14 
komt begin ik de zenuwen te krijgen. Ik ga twijfelen: had ik toch niet beter voor een eengezinswoning moeten kiezen of naar Nieuw Sloten moeten verhuizen?” Mondig Ook Vera, een bewoonster van een paar straten verderop, bereidt zich voor op de verhuizing. Ze vindt het de laatste tijd juist niet prettig meer; ze vindt het eng om nog maar de enige bewoonster op haar portiek te zijn, vooral ’s avonds en in het weekend. Bij haar binnen hangen kleren aan deuren, spullen staan op de grond. “Ik heb het zo druk,” zegt ze. “Ik loop iedereen achterna, maar kom amper aan mezelf toe.” Ze woont er ook al zo’n twintig jaar, haar kinderen zijn er groot geworden. “Ik ga naar de nieuwe ouderenflat verhuizen, maar eerst kwam ik niet aan de beurt. Andere bewoners met maar acht jaar woonduur kregen wel een woning. Toen heb ik gezegd: waarom zij wel en ik niet? Ja, ik trek mijn scheur wel open, ze kennen me wel bij de woningbouw. Toen was er niets meer beschikbaar in de ouderenflat en kreeg ik een woning in de andere flat. Die heb ik alleen geaccepteerd onder voorwaarde dat ik zou kunnen ruilen. Toen er een plekje in de ouderenflat vrij kwam, kon ik daar naar toe schuiven. Nou dat wist ik van tevoren hoor, met minder had ik geen genoegen genomen.” Ik vraag me af wat er gebeurt, als je minder mondig bent… Ze is wel benieuwd hoe de nieuwe woning zal bevallen. “Ik heb geen balkon op het zuiden meer en in mijn oude woning heb ik veel licht. En niets past. De gordijnen moet ik nieuw kopen. Weet je wat ook zo gek is: in die nieuwe woning zit de intercom in het midden van een hele lange muur. Kan ik niet eens een kast neerzetten. Als ze dat nou in een hoekje hadden geplaatst! En vanuit de woonkamer kijk je zo de keuken in: woonkamer en keuken zijn één ruimte.” Ik moet denken aan de eengezinswoningen. Ook daar klaagden bewoners immers over het ontwerp van de woningen. Hoeveel? Vera gaat al snel verhuizen, maar weet nog steeds haar woonlasten niet. “Ik weet wel de huur en weet ook dat ik in aanmerking kom voor huursubsidie, maar niet hoeveel. Niemand die het me kan voorrekenen bij de woningbouw.” Ze vindt het vervelend dat de corporatie ook nu nog onzekerheid creëert. “Eerst kregen we een brief dat we de laatste twee maanden in de oude woning geen huur meer hoefden te betalen. Maar toen ik ging bellen met de incasso van de corporatie wisten die van niets. Later kregen we weer een brief dat we het wel moeten betalen en pas terugkrijgen als we verhuisd zijn. En dan moet ik met de eerste maand nieuwe huur tegelijkertijd een maandhuur aan borg betalen, terwijl ik maar een klein bedrag aan oude borg terugkrijg. Ik bedoel, ik kan het wel betalen, omdat ik wat extra geld heb, maar ik moet het wel plannen, anders lukt het niet. Je zou er bijna een lening voor afsluiten.” Het is november 2003. De nieuwbouwflats in Buurt Ne9en zijn opgeleverd. Veel bewoners zagen er tegen op om er naartoe te verhuizen. Ik vraag me af hoe het hen nu bevalt. Het bevalt Karin goed in haar nieuwe woning. “Het is zo stil hier. Luister eens. Heerlijk rustig. Ik ben zo blij dat ik een woning aan deze kant heb gekozen en niet aan de straatkant. Kijk eens, ik heb zoveel licht. En als de zon schijnt, weet ik helemaal niet wat me overkomt! Ik heb ook zo’n mooi uitzicht over het binnenterrein.” Er wordt aangebeld. Twee bouwvakkers komen iets op het terras maken. “De laatste dagen zijn er veel werklui over de vloer geweest; voor mijn terras en om een raam te vervangen. Dat is wel een heel gedoe. Al 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 15 
die mensen steeds in huis, met vieze schoenen. En toen het raam nog niet netjes was afgewerkt, wist ik niet of ik er iets van moest zeggen. Maar de man van de woningbouw vond ook dat het niet kon. Die heeft ze terug laten komen.” Het verhuizen zelf is Karin ook meegevallen. “Mijn schoonzoon kwam helpen met een vriend. Dat is heel goed gegaan.” Gekke dingen Vera is inmiddels ook verhuisd naar haar nieuwe woning. Ook zij vindt het een mooie woning en geniet van de rust. “Alleen zitten er wel gekke dingen in hoor. Zoals ik je al vertelde: de intercom midden op de muur, de verwarming in het midden van de andere muur. Zo kun je er toch geen kast of tafel tegen zetten! Als ze dat even in een hoek geplaatst hadden, kun je je huis veel beter inrichten. En ook het tegelwerk in de keuken. Dat loopt niet door. Had dat nou niet even het hoekje om gekund? Nu moet je het zelf weer laten doen.” Verder vindt ze het een prima woning, maar toch wil ze weg. Weg? “Ja, ik heb besloten om weer een ander huis te zoeken – buiten de stad. Ik woon hier prima, met de woning is niets mis, maar de buurt is hetzelfde gebleven. Daar is niets aan veranderd. En daarom wil ik weg.” Geluk? Mevrouw Cornelissen is blij met haar nieuwe woning. Ze leidt me trots rond: een enorm balkon, een grote woonkamer, een grote slaapkamer en nog een ‘rommelkamer’. “Alleen alle kozijnen waren oranje. Die heb ik allemaal laten verven.” Drie weken lang is er een klusjesman – die ze via een kennis kent - voor haar bezig geweest: alle kozijnen en muren geverfd, nieuwe keuken er in gezet. Verder is de klusjesman van de Wijkpost voor Ouderen nog geweest om lampen op te hangen. “En er moeten nog steeds veel kleine dingetjes gebeuren: snoeren wegwerken, nog meer lampen aangesloten worden. Voordat alles gebeurd is…” Mevrouw Cornelissen vindt dat ze het getroffen heeft met haar buurvrouw. “Die woonde in de oude flat bij me om de hoek, maar ik kende haar niet. Gek hč, en nu klikt het zo goed.” Aan de muur zie ik felicitatiekaarten hangen. “Ja, ik heb er veel gehad – veel geluk met de nieuwe woning staat er vaak op. Maar wat is geluk?” Ze wordt emotioneel. “Mijn man is alweer jaren geleden overleden, maar ik zou willen dat ik samen met hem hierheen was verhuisd…” Ondersteuning Els is minder te spreken over haar nieuwe woning. Ze is er qua leefruimte op achteruit gegaan en vindt de slaapkamers veel te klein. “Je kunt er net niets mee.” Ook haar fiets moet ze uit de berging manoeuvreren en het pad er naartoe is te glad. Via de bewonerscommissie heeft ze het al aangekaart bij de corporatie. De vrijwilligers van de bewonerscommissie regelen veel zaken. Met enorm veel energie zetten ze zich hiervoor in. Toch wil Els naar bewoners van andere buurten waar de stedelijke vernieuwing van start gaat, zoals in Geuzenveld-Zuid/Buurt 5, nog wel wat opmerken. “Zij hebben het beter dan wij. Ze kunnen huurgewenning krijgen en een hoger bedrag aan verhuiskostenvergoeding. Er wordt een informatiepunt geopend en er start een spreekuur voor senioren. Toch moeten ze slimmer zijn dan wij. Goede bewonersondersteuning is belangrijk. Professionals die tijd en kennis hebben om vrijwilligers van een bewonerscommissie te ondersteunen. Die achter dingen aan kunnen gaan, bijvoorbeeld werk maken van het akkefietje dat wij eerst niet de laatste twee maanden huur moesten betalen en later weer wel, en vooral ook om te zorgen dat kennis van bewoners betrokken wordt bij het ontwerp van woningplattegronden.” 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 16 
Huisarts Visser ondersteunt zijn patiënten De verf bladdert van de muren, de luxaflex hangt scheef. Maar aanstalten maken om de boel eens op te knappen doen ze niet in de Nolensstraat. Waarom zouden ze. “Dit pand had volgens de plannen al lang gesloopt moeten zijn. Ik ben al jaren op zoek naar een andere praktijk, maar tot nu toe heb ik niets kunnen vinden in deze buurt.” Nog drie jaar tot de sloop, is de planning nu. Dan zal het huizenblok tegen de vlakte gaan. Maar of Bas Visser tegen die tijd iets nieuws heeft gevonden? Hij zucht. “Niemand weet precies waar we aan toe zijn. Het is zenuwslopend voor de mensen.” Visser kan er niet meer van wakker liggen. Die tijd heeft ie achter de rug. “Je wordt niet oud als je je om dat soort dingen te veel druk maakt.” Depressie Ziek van de stadsvernieuwing worden ze. Huisarts Visser kan het weten. Zijn praktijk wordt regelmatig bezocht door mensen met klachten als slapeloosheid, spanning of depressie. De een weet niet hoe het komt dat ie zich zo voelt. Voor de ander is het duidelijk: door de onzekerheid van de stedelijke vernieuwing. Visser: “Sommige mensen eten slecht of functioneren niet goed op hun werk. Voor sommige huwelijken die al niet zo lekker gingen, is dit de druppel.” Patiënten met klachten ten gevolge van de stedelijke vernieuwing zijn dagelijkse kost voor de huisarts aan de rand van het Lambertus Zijlplein. Er moet iets aan de woningen gebeuren, vindt Visser. De huizen zijn in slechte staat. Vochtigheid leidt tot luchtwegenproblemen bij de mensen. “Ze hadden dit nooit moeten bouwen.” Maar dat is achteraf praten. Wat nu wel te doen? “Er moet beter gecommuniceerd worden. De onzekerheid is de grootste ellende voor de bewoners. Al die plannen die steeds maar weer veranderen en verschuiven. Democratie is goed, maar het kan te ver gaan. Inspraak is nodig, maar op een gegeven moment moet er ook gekozen worden voor continuďteit in de besluitvorming. Anders komt er nooit iets van de grond.” Draagkracht Als huisarts kan Visser niet meer dan zijn patiënten ondersteunen in deze onzekere fase. “Bij ernstige depressiviteit schrijf je medicijnen voor waardoor mensen sterker worden en hun problemen makkelijker aan kunnen. Echt problemen oplossen kan ik natuurlijk niet. Ik kan de patiënten alleen helpen om hun draagkracht te vergroten.” Ans Appelman wil een menselijker beleid Casemanager Ans Appelman van MEE Amstel en Zaan, die ondersteunt bij leven met een beperking, heeft de familie Karan begeleid. De situatie van de familie Karan noemt Appelman schrijnend. Zelfs het feit dat het gezin een tijdelijk huurcontract had, maakt het niet een ‘eigen-schuld-dikke-bult’-verhaal. Appelman: “Ze hebben inderdaad een tijdelijk contract getekend, maar wat wil je als je geen dak boven je hoofd hebt?” Appelman kwam als zorgcoördinator in contact met vader en moeder Karan en hun twee kinderen, een dochter van 5 en een zoontje van 2. Twee jaar woonden ze toen in Buurt Ne9en; vanwege de sloop moesten ze in juni 2003 verhuizen. Voorrang bij woningtoewijzing vanwege de handicap van hun dochter werd afgewezen. Het belang van een vaste woonplek om zo tot een efficiënte zorg te komen werd kennelijk niet onderschreven. Lastig verhaal 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 17 
Appelman had in die tijd een regelmatig contact met de familie Karan, die zij begeleidde in hun weg naar een goede diagnose van de handicap van hun dochter en naar gepaste opvang en zorg. Ook zij constateerde dat een vaste woonplek juist voor dit gezin enorm belangrijk is. Alleen dan kan hulpverlening goed op gang komen. Bij verhuizing van de ene naar de andere plek wisselen hulpverleners elkaar immers steeds af. Appelman: “De stedelijke vernieuwing was een grote zorg voor mevrouw Karan. We spraken daar in eerste instantie niet over, maar ik zag wel dat haar woning in slechte staat was. Er zaten vochtplekken op de muren. Niet aangenaam, zeker niet voor een kind met ademhalingsproblemen.” Of MEE Amstel en Zaan niet iets voor hen kon doen, vroeg de familie. Ze nam contact op met Magda, vernam van de spoedeisende situatie en boorde vervolgens verschillende bronnen aan. Ook zij stuitte op vele regeltjes en wetten. “Dat wordt een lastig verhaal,” kreeg ze te horen. Een bezwaarschrift werd afgewezen. De handicap van de dochter gaf onvoldoende reden tot voorrang en mevrouw Karan woonde nog te kort – minder dan vier jaar - in Nederland om hiervoor in aanmerking te komen. Appelman trok zich de situatie van het gezin aan. “ Stel je voor dat je in een land woont waar je de taal niet goed spreekt en je zit in deze situatie?” Problemen ontstonden onder andere ook door onjuist ingevulde woonbonnen. Niet bevorderend om snel een woning te vinden. Ook het Amsterdams Steunpunt Wonen kon niets doen. Tijdelijke huurders hebben geen rechten. En de stadsdeelwethouder Wonen vond het de verantwoordelijkheid van de corporaties. Appelman: “De tijd ging steeds meer dringen. Ik heb meegezocht in de woonkrant, Woningnet gebeld. En ondertussen ging ook de zoektocht naar een school met speciale begeleiding door.” Maar hoe een school te zoeken als niet duidelijk is waar de familie uiteindelijk terechtkomt? Appelman zocht gestaag verder. Ze benaderde noodorganisaties voor het geval dat de familie echt op straat zou komen te staan. De familie voldeed niet aan de criteria van HVO (Hulp voor Onbehuisden) en het Leger des Heils. Bovendien was er ook geen plaats. “Ze konden daar wel naartoe, maar zekerheid van een plek weet je dan pas op de dag zelf.” Als een wonder kwam er een tijdelijke woonruimte in Osdorp. Niet ideaal, maar het gaf weer even ruimte om verder te zoeken. En Appelman om een geschikte school te vinden. Het 2-jarige zoontje was ondertussen ingeschreven voor de vroegschool in Osdorp. Vlak na de verhuizing naar Osdorp nam een andere zorgconsulent Appelmans taak over. Het gezin kreeg uiteindelijk een permanente woning in Bos en Lommer, maar op dit moment gaat het jongste kind nog steeds naar de vroegschool in Osdorp, waardoor moeder Karan heel wat heen en weer moet reizen. Hierdoor is de rust in het gezin, ondanks het feit dat er een permanente woning is, nog steeds niet terug. Er wordt nog naarstig, samen met MEE Amstel en Zaan, naar oplossingen gezocht. Humaniteit Appelman terugblikkend: “Het was constant hozen. Deze mensen werden met zoveel problemen geconfronteerd. Wat je ook deed, het leek wel of niets lukte. Het was achter de feiten aan hollen. Geen enkele school wilde hun dochter, omdat de goede diagnose van haar handicap maar uitbleef. Er was veel miscommunicatie.” Graag een beetje meer coulance en humaniteit, aldus Appelman. “Natuurlijk hebben ze zelf voor een tijdelijk contract getekend. Natuurlijk moesten ze weg vanwege sloop. En natuurlijk kan niet iedereen voorrang krijgen. Maar in dit geval hadden de instanties wel wat menselijker mogen zijn.” 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 18 
Ouderenwerker Syta Troelstra ondersteunt en stelt gerust Syta Troelstra is ouderenwerker bij Impuls in Geuzenveld. De Wijkpost voor Ouderen van welzijnsorganisatie Impuls ligt midden in Buurt Ne9en. In een stadsdeel met een groot aantal ouderen. Ze wonen er veelal in kleine, maar betaalbare woningen. “Om ons werk goed te doen willen we graag betrokken worden door de wooncorporaties,” vertelt ouderenwerker Syta Troelstra. Het is volgens haar een goed teken dat niet veel ouderen naar aanleiding van de stedelijke vernieuwing bij Impuls aanklopten. “De woningbouwverenigingen zijn integer te werk gegaan. Ze gaven terdege informatie; de herhuisvesting is in deze buurt redelijk rustig verlopen.” Veranderingen in de buurt zorgen voor onzekerheid. Niet weten waar je aan toe bent, is volgens Troelstra de grootste stressfactor in de stedelijke vernieuwing. “Die onzekerheid willen we enigszins opheffen en daarom moeten we betrokken worden door de corporaties. Als wij weten wat er en wanneer iets gaat gebeuren, kunnen we dat communiceren naar de ouderen die hier tijdens het spreekuur aankloppen met hun vragen.” Betrokkenheid ook graag al bij de tekentafel. “De wibo-woningen van Nieuw-Geuzenveld hebben veel te zware ramen. Geen senior die dat zonder hulp open krijgt. De architect koos voor het esthetische, niet voor het praktische. Dat had echt anders gekund.” Pioniers Troelstra: “Ouder worden is al niet gemakkelijk. En in Buurt Ne9en hebben we ook nog eens te maken met pioniers. Mensen die hier het grootste deel van hun leven wonen en liever niet de buurt uit willen. De meeste willen naar een aanleunwoning in de wijk, maar daar is helaas niet genoeg plaats voor. Dan komen sommigen al snel in wibo-woningen – wonen in een beschermde omgeving – buiten het stadsdeel. Dat is moeilijk voor hen na al die jaren in deze buurt te hebben gewoond. Natuurlijk wordt er gestreefd naar herhuisvesting in de eigen wijk, maar je kunt niet iedereen tegemoet komen. Juist omdat er hier zoveel ouderen zijn.” Grote betrokkenheid is er wel nu in Buurt 5. Veel ouderen in de Bernard Loderstraat ageren tegen de sloop van hun woning. Het ouderenwerk van Impuls wil graag betrokken worden bij de plannen. Troelstra: “In de Van Karnebeekstraat werden we pas ingeseind als er problemen waren ontstaan. Terwijl wij juist preventief te werk willen gaan. Dat is niet gemakkelijk. We hebben nu al met het team van ouderenwerkers en ouderenadviseurs onze handen vol.” Ook in Buurt 5 gaat de wooncorporatie volgens Troelstra integer te werk. “Ymere heeft er belang bij de ouderen op een rustige manier te herhuisvesten. Wij merken dat ze goed met de mensen meedenken.” Maar toch, de ouderen willen niet weg. “Als je door het hofje loopt, zie je overal leuzen op de ramen. Het is een heel duidelijk statement van de mensen.” Met een standpunt dat men niet weg wil, kan Impuls niets. “We kunnen de mensen hooguit ondersteunen. Hun motieven aanhoren. Waarom willen ze niet weg? Het is duidelijk. Door al die veranderingen die ze nooit hadden voorzien, wordt de toekomst onzeker voor hen. Maar je kunt mensen geruststellen door hun de mogelijkheden te tonen. Door hen goed voor te lichten over wat er gaat gebeuren. Onduidelijkheden wegwerken. Neem bijvoorbeeld de woonkrant. Die is zeker voor ouderen niet gemakkelijk te lezen en helemaal niet gemakkelijk om te krijgen als je als oudere niet mobiel genoeg bent. De stedelijke woningdienst helpt alleen 75+-ers. Dat bevalt ons goed, maar dan is er nog altijd een iets jongere groep senioren die onze hulp goed zou kunnen gebruiken.” 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 19 
De tussenfase waarin Buurt Ne9en nu verkeert omschrijft Troelstra als zorgwekkend. “Het ouderenwerk kan hierin een goede functie vervullen voor bewoners die advies en ondersteuning nodig hebben.” Als de Wijkpost maar tijdig betrokken wordt. Louis is er voor de bewoners Louis de Roo, huismeester van Het Oosten in Buurt Ne9en. Betrokken zijn bij de buurt en de bewoners. Zo omschrijft Louis de Roo, huismeester van Het Oosten zijn taak. Beter gezegd: “Ik ga over het woongerief van de mensen.” Van kapotte buitenlamp tot burenoverlast. Elke middag kan men bij Louis terecht. De bewoners kennen hem, blijkt als we een rondje door de buurt maken. “Louis is een grote steun voor ons,” zegt een bewoner uit de Wigbolt Ripperdastraat. “Hij helpt ons de leefregels te handhaven.” En dat is nodig in Buurt Ne9en, een wijk waar veel gesloopt en gebouwd wordt. En dus een wijk waar veel rommel ligt en waar het vaak rommelt. Mensen verhuizen, hebben vuilnis, betrekken de nieuwbouw, de te slopen woningen staan leeg en geven de ooit zo levendige buurt een doods aangezicht. Om zo’n buurt leefbaar te houden… daar zijn mensen voor nodig. Louis houdt een oogje in het zeil en schiet te hulp als dat nodig is. Samen met buurtconciërge Dennis Kalijan en buurtmanager Rita van der Maas. “Louis is een zeer goede aanvulling op het team. Wij kunnen niet alles op ons nemen. Hij is de schakel tussen woningbouwvereniging, het stadsdeel en alle organisaties die betrokken zijn bij de buurt.” Pretoogjes De telefoon gaat. Een verontschuldigende blik. Hij is in functie en moet even horen wat er loos is. Een douchestang die niet goed blijft zitten. Louis zal het regelen, zegt hij. Hij is er voor de technische klachten. Louis: “Buurt Ne9en staat nu even op z’n kop door alle veranderingen. Het leek Het Oosten wel zo handig om iemand als aanspreekpunt in te zetten. De mensen hebben zoveel vragen. Zijn soms ook erg onzeker.” Logisch vindt hij. Een wijk die op de schop gaat en weer wordt opgebouwd… daar komt veel onrust van. Goede begeleiding, een vertrouwd gezicht – inclusief pretoogjes en een enorme zin in zijn werk – verzacht al een boel leed. Een persoon die te vinden is aan de Pieter van der Werfstraat 7 en regelmatig ook bij het leefbaarheidssteunpunt aan de Aalbersestraat. “De mensen weten me te vinden.” Met een ruime ervaring in de bouw komt Louis nog regelmatig in de nieuwbouw dingen tegen waardoor hij zich op zijn achterhoofd krabt. “Niet goed nagedacht. Soms zie je duidelijk dat iets vanachter een bureau is bedacht. Dat dat in de praktijk dus echt niet werkt.” Weer telefoon. Een bewoner. De telefoon is nog niet aangesloten omdat volgens KPN het huis nog niet is opgeleverd. Een flinke communicatiestoring. De nieuwe bewoners wonen er immers al een maand. Louis lost het op. “Het zijn klanten van ons, van Het Oosten. Ze betalen huur. Dit mag niet gebeuren.” Elke dag een rondje met Dennis door de buurt. Driehonderd gezinnen wonen er in woningen van Het Oosten. Velen krijgen te maken met sloop en nieuwbouw. Louis: “Ik ben blij dat er veel wordt vernieuwd. Toen de huizen gebouwd werden, keek men niet zo nauw naar wat een goede douche en een goede keuken is. Ze zijn nu erg verouderd. Mensen stellen andere eisen aan wonen.” Goede geluiden hoort hij van hen die verhuisd zijn naar een nieuwbouwwoning. Minpuntje: de hogere huur; voor sommige een zware aanslag op hun financiën. Louis houdt z’n hart vast. Het leven is al duurder sinds de euro en het kabinet is flink aan het schrappen in de huursubsidie. 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 20 
Spookstad De wijk ligt er tijdens het rondje schoon bij. Louis kijkt tevreden. Een blik naar de nieuwbouw, de Geuzentuinen. “Moet je kijken. Er staan vier grote schotels op het dak waarmee alle bewoners alles kunnen ontvangen. Dat is toch fantastisch. Nu hoeft niet iedereen een schotel aan zijn raam te hangen. Dat is pas meedenken.” Bij daglicht ziet het er fraai uit. Echter als de zon onder is, lijkt het een spookstad, vertelt de bewoner uit de Ripperdastraat. En jammer ook die losliggende tegels en de junks die toch soms kans zien om de verlaten woningen binnen te dringen. Maar Louis en zijn collega’s zitten er bot boven op. Signaleren en nemen actie. “Je moet meteen iets doen om erger te voorkomen. Ook ’s avonds houden we het hier in de gaten.” De buurt zal weer een toplocatie worden, weet Louis zeker. Stedelijke vernieuwing is een prima middel om de buurt op te knappen. Straks is het weer allemaal mooi. Nu is het even doorbijten. “Ons doel is om mensen niet het idee te geven dat ze in een sloopbuurt wonen. De buurt moet netjes blijven.” Leuke activiteiten zullen er georganiseerd worden. Om de buurt leefbaar te houden. Gezellig ook. Zodat bewoners elkaar ontmoeten, leren kennen. “Dat mensen zin hebben in deze buurt!” Louis helpt daar aan mee. Weer die pretoogjes. Weer dat enthousiasme over zijn werk. “Ik ben er voor de bewoners.” Marja van der Veldt zag het al eerder gebeuren Marja van der Veldt is schrijfster van het boek Ruim Zicht dat het verhaal van de boeren die in de jaren vijftig plaats moesten maken voor de bouw van de tuinsteden vertelt. Een verhaal dat sommige huidige bewoners bekend in de oren klinkt. Wie Ruim Zicht leest en de huidige ontwikkelingen volgt, ziet de overeenkomsten tussen de onteigeningen van de boeren toen en de gedwongen verhuizing van bewoners ten behoeve van de stedelijke vernieuwing nu. ‘Ze luisteren niet naar ons,’ wordt regelmatig door bewoners geroepen tijdens raadsvergaderingen. Uit het boek van Marja van der Veldt: ‘De boeren voelden zich niet gekend door de mensen die over hen beslisten.’ Ze voelden zich voor een schijntje weggejaagd. Nellie Salentijn-van den Broek (1903) kan zich er nog boos om maken. Omdat op de plaats van hun bedrijf water – de Sloterplas - zou komen kregen ze maar 40 cent per vierkante meter; minder dan de boeren wier land bebouwd zou worden. ‘Diefstal, valse voorlichting,’ aldus Salentijn. Ook de huidige onkostenvergoeding wordt door velen als een schijntje beschouwd. Wat kun je nou doen met 4500 euro? Hartverscheurend Van der Veldt heeft de geschiedenis die zij in haar boek beschrijft zelf meegemaakt. Als kind, maar wel bewust. “Ik herinner me nog hoe het toen was. De boerderijen, het melken van de koeien, het hutten bouwen in het hooi, het struinen over het land.” Spelen bij ome Jan en tante Door van Wees aan de overkant was leuk. De boerenfamilie moest halverwege de jaren vijftig weg. Pas na lang aandringen en met hartverscheurend gehuil liet tante Door zich naar de Bijlmer rijden waar ze verder konden boeren totdat ook daar de stad het land opslokte. “Als kind besefte je niet heel goed wat er gebeurde, maar je wist dat het erg was. We waren allemaal ‘boeren’. We voelden ons geen Amsterdammers.” Maar voor de kinderen hadden de voorbereidende werkzaamheden voor de tuinsteden ook een aantrekkelijke kant. Je kon in de nieuw gegraven kanalen heerlijk zwemmen. Van der Veldt vond het spannend. Kijken naar het opspuiten van de landerijen waar de moerasandijvie groeide en je uren kon struinen met 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 21 
vriendjes. En het spelen bij overbuurvrouw tante Door werd vervangen door logeerpartijtjes op boerderij ‘Klein Bethlehem’ in de Bijlmer. Zo erg leek het dus allemaal niet… Frustratie Hoe erg het was, werd Van der Veldt pas goed duidelijk toen zij de boeren voor haar boek interviewde en in de dagboeken van boer Jan Rijnierse dook. Deze boer liet het niet gelaten over zich heen komen. Hij zocht de publiciteit en voerde actie. Van der Veldt: “De bewoners tonen meer gezamenlijk verzet dan de boeren toen. Als ik door Buurt 9 loop zie ik her en der spandoeken. In de krant lees je over de acties, het verzet en het verdriet van de bewoners. Ze verenigen zich en komen op voor hun woning. De boeren deden niet veel collectief. Er zijn maar weinig boeren geweest die gerechtelijke stappen hebben gezet. De meesten hadden een houding van ‘tegen de stad kun je toch niet op.’ Een enkeling toonde verzet. Er was een boer die met een koe door de stad liep met het opschrift dat zowel hij als het dier geen behuizing meer hadden. Sommige boeren vertrokken pas als de deurwaarder kwam. De zusters De Jong van boerderij Welgelegen probeerden met hooivorken in de aanslag hun gedwongen vertrek te verijdelen.” En hoewel de onteigeningen ten behoeve van het Algemeen Uitbreidings Plan al voor de oorlog begonnen waren, ondernamen de meeste boeren geen actie. Integendeel, ze investeerden niet meer in hun woning en lieten de boel de boel. Anderen maakten er het beste van en hoopten dat het hun tijd zou duren. Ook deze geluiden zijn tegenwoordig in stedelijke vernieuwingsbuurten te horen. En evenals de boeren toen ervaren veel mensen de tijd voorafgaand aan de sloop als een tijd van onzekerheid en frustratie. Woningnood was toen en is ook nu het argument voor vernieuwing. Van der Veldt begrijpt dat er meer woningen nodig zijn. Maar argumenten als zouden de gebouwen niet meer voldoen… “Dan zou je de halve stad kunnen afbreken.” Ook bij haar rijst de vraag: is dit allemaal wel zo rigoureus nodig? Al die veranderingen. Weliswaar niet zo ingrijpend als in de jaren vijftig. ‘Kijk Marja, ze komen steeds dichterbij,’ zei vader Van der Veldt tegen zijn dochtertje wijzend naar de lichtjes van de stad. De stad kwam stukje bij beetje dichterbij. Hoe het toen was, is haast niet meer voor te stellen. Het boek Ruim Zicht houdt de herinnering levend. Van der Veldt kreeg vele reacties. ‘Je hebt me mijn jeugd teruggegeven,’ schreef een ontroerde ex-boerin, die 49 jaar geleden gedwongen moest vertrekken en geen foto’s meer had. De foto’s en verhalen in Ruim Zicht maakten bij deze tante Riet uit Drente veel los ‘omdat wij toen alles van dichtbij hebben meegemaakt, met alle verdriet dat daaruit voortvloeide.’ Ingeburgerd De boer moest van zijn land af omdat de stad moest groeien. Bijna heel landelijk west is nu opgegaan in de stad. Niet alle bewoners weten iets van de voorgeschiedenis van het gebied en van de drama’s die vooraf gingen aan de bouw van de tuinsteden. Schrijfster Van der Veldt ziet de overeenkomsten, maar benadrukt ook de verschillen. “De middeleeuwse infrastructuur met de oude drassige veenpolders en wegen zijn grotendeels verdwenen. Vrijwel alle boerderijen zijn afgebroken. De gevolgen van de huidige veranderingen zullen minder ingrijpend zijn. Wat niet wil zeggen dat wat er nu gebeurt niet erg is voor de bewoners.” De overgang voor de boeren blijkt ook veel groter als je Ruim Zicht leest. Boeren waren voor hun inkomsten verbonden aan de grond waarop ze woonden. Ze raakten niet alleen hun land kwijt, maar moesten meestal ook uitkijken naar ander werk. Neem boer Kors van den Boogaard van boerderij Beeklust aan de Uitweg 61 die na de onteigening in 1950 in de zuivelfabriek ging werken en op twee hoog in Bos en Lommer kwam te wonen. Met zijn klompen mocht hij daar de trap niet op. Te luidruchtig. Ook de kinderen misten hun klompjes, hun vrijheid en het buiten zijn. Moeder durfde in het begin de straat niet op. Maar na een jaar waren ze 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 22 
ingeburgerd. Van der Veldt: “Zulke ingrijpende veranderingen als toen komen nu niet voor. Maar dat neemt niet weg dat het heel erg is als je je huis uit moet door stadsvernieuwing.” Gertjan Koele begeleidt zo goed mogelijk Gertjan Koele is sociaal begeleider namens Het Oosten in Buurt Ne9en. Niet dat het helemaal zonder problemen, zonder morren is gegaan. Maar Gertjan Koele kijkt tevreden terug op de herhuisvesting van bewoners van de sloopflats. Koele is sociaal begeleider. Had een spreekuur in de buurt, heeft menig huisbezoek afgelegd, vergaderingen en ontwerpateliers bezocht, kortom heeft veel bewoners gesproken en begeleid. “Sommige mensen hadden moeite met de hele operatie. Die hebben we zo goed mogelijk begeleid naar een nieuwe woning.” En iedereen is nu onderdak. Deels in de nieuwbouwflats De Geuzentuinen, deels in de buurt, deels in en zelfs buiten de tuinsteden tot aan Limburg. Koele: “In het begin merkte je dat de meeste mensen het liefst in de eigen buurt wilden blijven. Gaandeweg is een aantal daar anders over gaan denken.” Heel anders. Ex-BuurtNe9en-ers zijn er nu te vinden in Assendelft, Alkmaar en Purmerend. Liever niet Koele werkt bij de organisatie Kristal die de projectontwikkeling voor onder andere Het Oosten doet. Tijdens zijn werk heeft hij met diverse partijen te maken. Voornamelijk met de bewoners van renovatie- of sloop/nieuwbouwprojecten. Hij merkte dat vooral ouderen in Buurt Ne9en moeite hadden met de voorgenomen sloop van hun huis. “Dan kwam ik bij de mensen thuis en keken ze heel tevreden rond. Hier wilden ze niet weg. Maar dat is een proces waar je als bewoner door heen moet. Als je voor het eerst hoort dat je moet verhuizen, denk je ‘liever niet’. Mensen hebben veel tijd in hun woning gestoken. Ze zitten er vaak prima. Maar in de loop van de tijd beseffen ze wat er gaat gebeuren en dan groeien ze mee. Als ze ook weten waar ze naar toe gaan verhuizen, worden ze rustiger en zelfs enthousiast.” Natuurlijk was het soms een beetje duwen. Moesten mensen worden aangespoord om een nieuwe woning te vinden. Maar gaandeweg werd het voor iedereen duidelijker en rustiger. En werd het spreekuur minder bezocht. Koele: “Dat was een goed teken.” Pijnlijk Het hele proces van de stedelijke vernieuwing kent vele leermomenten. Neem bijvoorbeeld de tijdelijke huurders. Schrijnende gevallen beschreef Magda in haar dagboeken. Feit is dat deze huurders van tevoren wisten waar zij aan toe waren. Wie een tijdelijk huurcontract tekent, moet er op een gegeven moment weer uit. “Dat gaan we in de toekomst anders doen,” aldus Koele. “Het is soms pijnlijk, maar het is niet aan ons om dat op te lossen. Dat is inherent aan een tijdelijk huurcontract. Maar we gaan proberen om bij toewijzing van dit soort woningen beter op te letten aan wie we verhuren. Bijvoorbeeld aan studenten; die zijn flexibeler. Helaas wilde deze groep niet de woningen in Buurt Ne9en tijdelijk huren. Dat was te ver van de stad vandaan. Dan kom je uit bij gezinnen. En dat maakt het soms moeilijker. Maar leegstand is geen optie. Dan werk je criminaliteit in de hand.” Een ander leermoment is eerder genoemd: in de praktijk blijkt dat minder mensen per se terug willen in de eigen buurt. Een lijst met actuele adressen van mensen die aan de Colijnstraat in Buurt Ne9en woonden, toont aan dat een flink aantal in omliggende buurten of zelfs steden terecht is gekomen. En niet iedereen wilde naar de vlakbij gelegen nieuwbouw. Een voordeel van verhuizen naar een bestaande woning, zoals via woningnet, is bijvoorbeeld dat deze al te bezichtigen is en dat je verder kunt zoeken als de woning niet bevalt. Koele: “Van een plattegrond lezen is moeilijk. Mensen 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 23 
kunnen zich vanaf een tekening moeilijk voorstellen hoe de nieuwbouw eruit gaat zien. Dat zouden we met behulp van driedimensionale tekeningen en maquettes in de toekomst duidelijker kunnen maken.” Algemene klacht is veelal de hogere huur. Koele: “Ja, de mensen gaan duurder wonen. Dat is ook reëel, want ze krijgen een nieuwe, betere woning. Die vernieuwing is noodzakelijk voor de buurt. Maar hoewel het reëel is, kan ik best de problemen begrijpen als je de eindjes met moeite aan elkaar kunt knopen. Bijvoorbeeld omdat je rond moet komen van een uitkering of een gezin moet onderhouden. Zeker als daar dan nog onzekerheid bovenop komt, bijvoorbeeld over de hoogte van je huursubsidie. Daarom proberen we altijd zo snel mogelijk duidelijkheid te geven, maar een contract met een schoonmaakbedrijf, bijvoorbeeld, kan pas worden gemaakt als de nieuwbouw er werkelijk staat.” Gelukt Als alle nieuwbouwprojecten in Geuzenveld zo gaan als in Buurt Ne9en, dan is Koele een tevreden mens. “Niet dat het allemaal gemakkelijk gaat, maar als er iets is, wordt dat opgelost. Men zei dat het moeilijk zou worden om alle mensen uit de sloopwoningen te laten verhuizen. Maar het is gelukt. Niet iedereen stond te trappelen, maar uiteindelijk hebben we toch met iedereen goede afspraken kunnen maken. Zo achteraf denk ik dan: dat hebben we toch maar mooi voor elkaar gekregen!”Het tij zal keren volgens Rita van der Maas Rita van der Maas is buurtmanager in Buurt Ne9en.Stedelijke vernieuwing draagt zeker bij aan een betere buurt, is de mening van buurtmanager Rita van der Maas. Ze kent de buurt op haar duimpje. Werkt er al een decennium lang, woont er en kent de bewoners. Oké, nu is het even doorbijten, maar straks zal Buurt Ne9en stralen. Een voorbeeldje: “Zie het gerenoveerde deel van de Cornelis Outshoornstraat. Dat ziet er nu mooi en warm uit. En de nieuwbouw Geuzentuinen. Dat heeft ook wel wat. Dit stadsdeel staat soms zo negatief in de publiciteit. De stedelijke vernieuwing zal het tij keren. Mensen zullen zien hoe leuk het is om hier te wonen.” De luchtfoto in de hal van het steunpunt aan de Aalbersestraat maakt het duidelijk: Buurt Ne9en heeft veel groen. Veel en vooral mooie openbare ruimte. En de buurtmanager roemt de goede bereikbaarheid per openbaar vervoer en auto en ook: Buurt Ne9en is lekker dicht bij natuurgebieden als Spaarnwoude gelegen. Ze gaat er ’s zomers graag heen op de fiets. Doorbijten “Natuurlijk zagen bewoners ook zelf dat de buurt achteruit ging. Maar toch is er een groep die niet graag weg wilde. Vooral de zogenoemde pioniers. Die wonen hier sinds het prille begin. Ze hebben een lekkere woning die aan hun eisen voldoet. Ze zijn gehecht aan hun huis.” Woningdifferentiatie, een goede mix tussen goedkope en duurdere woningen, is volgens Van der Maas nodig om de eentonigheid en armoede tegen te gaan. Nu is het even doorbijten. Al wordt het interim-beheer geroemd om haar daadkracht, overlast tijdens herstructurering is niet geheel te vermijden. Van der Maas kijkt bij de buren af. In de Rotterdamse wijk Spangen zag ze hoe effectief de containers – alle vuil op één plek – werkten. Hoewel ze daar in Buurt Ne9en in eerste instantie niet aan wilden, kon ze collega’s die zich bezighouden met interim-beheer bij stedelijke vernieuwing overtuigen. En warempel, het werkt nog goed ook. “Het interim-beheer is een leuk deel van mijn werk. De plannen worden snel uitgevoerd en je ziet meteen resultaat.” 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 24 
Overlast Belangrijkste aandachtspunten volgens Van der Maas: de buurt moet bereikbaar, leefbaar en veilig blijven en er moet gehandhaafd en gecommuniceerd worden. Zeker als straks diverse projecten tegelijk gaan lopen. Van der Maas en collega’s maken zich hard voor een leefbare tijd gedurende de vernieuwingen. “Maar hoe je het ook wendt of keert, overlast hou je toch. Ik probeer de mensen bij te brengen dat het even een puinhoop zal zijn, maar dat het er straks hier fantastisch uit ziet!” Onrust en onzekerheid onder de bewoners ziet de buurtmanager als een van de grootste problemen tijdens de stedelijke vernieuwing. “De mensen willen weten waar ze aan toe zijn. Of hun woning gesloopt gaat worden en wanneer.” Het leukste in de afgelopen periode: “Dat mijn werk onder bewoners positieve reacties oplevert. Ze zijn tevreden over het interim-beheer.” En haar technisch inzicht is in al die jaren een stuk groter geworden. “Ik kan nu bouwtekeningen lezen. In het begin waren het allemaal stipjes en streepjes voor me.” Voor een ingewikkelde tekening draait ze haar hand nu niet meer om. Wie weet, gaat ze ooit nog eens bouwkunde studeren. Als de kinderen groot zijn. Wethouder Dikken is tevreden Piet Dikken is wethouder stedelijke vernieuwing/wonen. “Buurt Ne9en wordt de mooie buurt van heel Amsterdam!”Piet Dikken woont er midden in en heeft de sloop en nieuwbouw van dichtbij meegemaakt. Sinds twee jaar is hij dagelijks bestuurder en heeft ‘de stedelijke vernieuwing’ in zijn portefeuille. Dikken draagt dus een grote medeverantwoordelijkheid voor het reilen en zeilen in Buurt Ne9en. Hij is tevreden. “Dat veel mensen aangaven dat ze in de buurt wilden blijven wonen is toch een fantastisch teken!” roept hij enthousiast uit. Maar ook realistisch. Hij heeft de verslagen van Magda gelezen en weet uiteraard door contacten met de bewoners waar het knelt. Dikken betreurt de situatie van gezinnen als die van de familie Karan, tijdelijke huurders die van hot naar her moeten verhuizen. Voor Dikken een teken dat de stedelijke vernieuwing een goede zaak is. “Dit soort situaties geeft aan hoe hoog de woningnood in Amsterdam is. We moeten dus echt meer woningen bouwen.” Hij zou de schrijnende gevallen zo een huis willen geven. “Maar er zijn niet voldoende woningen, helaas. De wachtlijst is enorm.” Realistisch: “Triest natuurlijk dat deze mensen een tijdelijk huurcontract hebben en weg moeten. Maar ze wisten waar ze aan begonnen.” Kritiek op de nieuwbouw - stopcontacten die niet op de juiste plaats zitten bijvoorbeeld – kan Dikken niet hebben. “Als de mensen iets anders willen, moeten ze dat maar zelf doen. Woningen worden nou eenmaal niet op maat gemaakt.” Leermomenten Er zijn ook positieve geluiden, weet de wethouder. Tevreden bewoners van de nieuwbouw. En ook: de overlast in de buurt, rondom de sloopwoningen, is binnen de perken gebleven. “Het interim-beheer en de buurtmanager doen het goed. Er is weinig overlast, niet al te veel rotzooi op straat.” Jammer dat de tijdsplanning niet wordt gehaald. “Toen het ontwerp was gemaakt, was de economie booming. Nu gaat het wat minder. Maar we hebben er een aardige mouw aan weten te passen. Het ambitieniveau is overeind gebleven en we hebben goede hoop dat de verkoop blijft doorzetten.” Begin maart gaat de eerste paal van de zogenoemde grote U de grond in. Dit jaar start ook de realisatie van het Basiushof en het Parkrandgebouw. Dikken verheugt zich erop. Hij noemt de voortgang soepel, ondanks de kleine tegenslagen. Leermomenten, noemt hij deze. “We leren. Zo zie ik in dat we nog beter moeten 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 25 
communiceren met bewoners. Je kunt beter een keer te veel dan te weinig bij elkaar komen.” In andere vernieuwingsbuurten is er beterschap beloofd. “In Buurt 5 en Geuzenveld-Zuid, de volgende vernieuwingsbuurten, is er goede communicatie en begeleiding. Ik hoop dat de herhuisvesting daar net zo goed zal gaan als in Buurt Ne9en. Helaas hebben we daar geen nieuwbouwproject als de Geuzenbaan, waar veel huidige inwoners naartoe kunnen verhuizen.” Zo’n 150 ŕ 200 huishoudens zullen elk jaar moeten verhuizen vanwege de sloopplannen. Volgens Dikken komt het allemaal in orde. Een goed teken ook dat velen in de buurt willen blijven. “Mensen hebben een binding met hun buurt. Ik ook. En ik weet zeker: Buurt Ne9en wordt de mooiste buurt van heel Amsterdam!” Vasthouden van de middeninkomens is een van de doelen van de stedelijke vernieuwing. “Dat middensegment is de smeerolie van de maatschappij. Iedereen moet in dit stadsdeel een woning naar inkomen en wens kunnen vinden. Vandaar…” Theo Tanis blijft betrokken Theo Tanis is voormalig voorzitter van de beheergroep in Buurt Ne9en. De stedelijke vernieuwingen zijn nog volop aan de gang, maar nu terugblikkend kan Theo Tanis tevreden stellen dat het allemaal redelijk rustig is verlopen. Maar: “We hebben zelf ook geen enorme tamtam gemaakt.” Natuurlijk waren er ook bewoners die hoge, te hoge eisen stelden, weet Tanis, maar over het algemeen… geen grote problemen. Terwijl hij en vrouw Nancy zelf nog geen zekerheid hebben over de toekomst van hun woning. Ze wonen er ‘pas 33 jaar’. Ze willen in de buurt blijven. Er wordt nog druk vergaderd over wat te doen met de woningen aan de Wigbolt Ripperdastraat. Tanis is de rust zelve. “Ik wacht het wel af.” Als voorzitter van de bewonerscommissie complex 34 – “Tussen park en dijk, Haarlemmerweg en Alberdagracht”- kreeg hij halverwege de jaren negentig met de renovatie- en sloop/nieuwbouwplannen voor Buurt Ne9en te maken. In beide gevallen zou de huur stijgen. Kies dan maar voor sloop en nieuwbouw, vond een meerderheid van de bewoners. Maar de praktijk viel tegen. Tanis: “We wisten niet dat de overheidsregeltjes in de loop der jaren zouden veranderen. Dat de verhouding koopwoningen tegen sociale huurwoningen tweederde om eenderde zou worden. Daar hadden we niet mee ingestemd.” Amateur Drie bewonersverenigingen fuseerden tot de beheergroep van Buurt Ne9en. Tanis was tot enkele jaren terug voorzitter. Terugkijkend: “Ja, we werden als bewoners betrokken in de plannen. Er werden workshops gehouden, we konden onze ideeën spuien.” Maar toch voelde het nooit als genoeg. “Je zit daar toch als een amateur tussen de jongens die iedere dag met de stedelijke vernieuwing te maken hebben.” Jammer dat er geen inspraak was bij de nieuwbouw van de Geuzentuinen. Draairamen zijn er geplaatst. Dat hadden beter kiepramen kunnen zijn. Er zijn geen vensterbanken, zodat als er een raam openstaat bij slecht weer het water zo naar binnen valt. En er zijn vaste ramen die onmogelijk gelapt kunnen worden. Tanis: “Als ze ons daarin hadden mee laten denken, had dat misschien voorkomen kunnen worden. Bij het Parkrandgebouw hebben we deze zaken keihard aangekaart. Geen draairamen alsjeblieft!” Ze luisteren wel, de plannenmakers, en Tanis begrijpt ook dat ‘zo’n architect’ gebonden is aan financiën en maten. Maar van de te kleine keukens in de toekomstige nieuwbouw heeft ie wel even een aantekening gemaakt. 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 26 
Tanis heeft het voorzitterschap overgedragen. “Het liep allemaal niet lekker. Er is erg weinig terecht gekomen van wat ik wilde voor de buurt. Ik had meer politie op straat verwacht. Tegen de overlast. Maar er gebeurt geen donder. Met handhaving staat of valt alles, vind ik.” Wel is hij te spreken over het beheer tijdens de stedelijke vernieuwing. Vuil zwerft niet over straat, het ziet er redelijk netjes uit. Natuurlijk is het aangezicht van de halfgesloopte woningen naast zijn huis niet fraai. Maar naar omstandigheden gaat het goed. Hij is geen voorzitter meer, maar betrokken is hij nog wel. De stedelijke vernieuwing zal er zeker voor zorgen dat de buurt opknapt. De mooiste buurt van Amsterdam, zoals wethouder Dikken het voor zich ziet, vindt Tanis een beetje teveel eer. Maar beter wordt het allemaal wel. Een laatste tip voor bewoners van toekomstige vernieuwingsgebieden. “Blijf als bewonerscommissie in contact met stadsdeel en corporaties. Blijf betrokken.” Tot slot: vernieuwend verder De verhalen van de bewoners, en de reakties van medewerkers van instanties hierop, spreken voor zichzelf. Ze geven een impressie van de weerslag van het stedelijk vernieuwingsproces op bewoners van buurt ne9en. De verhalen geven een beeld hiervan, geen volledig beeld weliswaar (we hebben immers met een beperkt aantal bewoners gepraat en binnen een beperkte periode). Toch willen we – op basis van de verhalen - hier op deze plaats wel enkele punten aanstippen: Vermoeiend Stedelijke vernieuwing is een lang en moeizaam proces voor bewoners. Jaren van onzekerheid, het volgen van plannen, het reageren op brieven, het bijwonen van vergaderingen, het schrijven van bezwaarschriften soms – het is niet verwonderlijk dat dat stress oplevert, zoals ook een huisarts merkt in zijn praktijk. Stedelijke vernieuwing is ook niet het enige wat speelt in het leven van bewoners; het komt vaak bovenop andere zaken: burenoverlast, schulden, problemen met kinderen, maar ook: ziekte en overlijden. Behoefte aan een luisterend oor Vooral alleenstaanden en ouderen kijken enorm tegen een verhuizing op. Vaak hebben ze niemand in hun omgeving om even mee te overleggen. Hoe een verhuizing aan te pakken, hoe klusjes te regelen, hoe nieuwe spullen uit te zoeken etc. Maar het gaat niet alleen om praktische zaken, soms ook om het uiten van frustratie of teleurstelling. Het proces, is zeker voor bewoners van het eerste uur, een onthechtingsproces. Afscheid nemen van de buurt en van zoveel herinneringen. Door te luisteren komen mensen letterlijk weer op verhaal en kunnen ze hun gedachten ordenen. Het is belangrijk dat medewerkers van corporaties en stadsdeel de tijd voor mensen nemen en realiseren dat het niet alleen om praktische hulp gaat. Er ligt hier ook een werkterrein voor maatschappelijk werk, ouderenposten en/of kerken. Instanties, zoals de Wijkpost voor ouderen, willen graag bewoners ondersteunen bij het stedelijk vernieuwingsproces. Ze willen in een vroeg stadium door corporaties en stadsdeel betrokken worden, zodat ze kunnen inspelen op ontwikkelingen. In buurt 5/Geuzenveld-Zuid is inmiddels een instellingenoverleg ontstaan, juist om met elkaar in te spelen op de behoefte van buurtbewoners in het kader van stedelijke vernieuwing. Behoefte aan bewonersondersteuning Verschillende bewoners wijzen op het belang van goede bewonersondersteuning. Juist vanwege het langdurige, complexe en emotionele proces, vraagt het veel van bewoners om betrokken te blijven, vergaderingen bij te wonen, standpunten in te nemen, financiele zaken te regelen (zoals de overgangshuur). Het is ook in het belang van corporatie en stadsdeel dat bewoners ten volle mee participeren. Juist ook 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 27 
omdat er zoveel kennis is onder bewoners. Vaak zijn zij al lange tijd bij het proces betrokken – vaak langer als de (wisselende) medewerkers van instanties. Maak hiervan gebruik, zowel bewoners onderling als instanties! Informatie Bewoners wijzen op het belang van goede informatie. Onzekerheid over de te slopen datum, over de laatste maanden van huurbetaling, over de toekomstige huur en servicekosten, over hun nieuwe woning – zijn slopend voor bewoners. Ook als geen gedetailleerde informatie gegeven kan worden (sloopdatum kan vaak nog wijzigen, schoonmaakkosten worden pas laat vastgesteld), kan een inschatting al enige onrust wegnemen (bijv. het wordt in ieder geval niet gesloopt voor… , de servicekosten bedragen in vergelijkbare complexen ongeveer … euro).Ten tijde van het optekenen van dit dagboek was er geen informatie over de stedelijke vernieuwing in de buurt beschikbaar of het was niet up-to-date. Wel werden er regelmatig spreekuren gehouden door de corporatie. Inmiddels is er voor heel Nieuw West een informatiecentrum opgericht in Osdorp. Een goede ontwikkeling, maar het blijft belangrijk dat er ook informatie in de buurt is. Veel mensen zijn niet mobiel genoeg om (al dan niet regelmatig) naar Osdorp te gaan. De buurtsteunpunten zouden hierbij een rol kunnen vervullen met het verstrekken van up-to-date informatie. Voor buurt 5/Geuzenveld-Zuid is inmiddels een spreekuur ingesteld (Spreekuur voor Senioren), waar ouderen terecht kunnen met vragen over stedelijke vernieuwing. Een dergelijk spreekuur zou ook voor de-nog-niet-senioren toegankelijk moeten zijn! Communicatie Bewoners willen op de hoogte gehouden worden. Ze willen ontwikkelingen niet uit de krant vernemen, maar ze zelf te horen krijgen als het hun woningen betreft. Goede communicatie binnen instanties is ook belangrijk. Toezeggingen aan bewoners (bijv. over de betaling van de laatste maanden huur) moeten met alle betrokken afdelingen binnen een organisatie kortgesloten worden. Anders ontstaan er misverstanden met bewoners. Taalgebruik Bewoners zijn geholpen met eenduidig en helder taalgebruik. Mensen - met en zonder taalachterstand – zeggen dat ze brieven van instanties soms moeilijk kunnen lezen. Vaak is in de brei van woorden niet duidelijk wat de eigenlijke boodschap is. Hier ligt een grote uitdaging voor instanties: om hun uitgaande brieven te lezen door de ogen van bewoners en ook om voor een heldere lay-out te kiezen die de kern van de boodschap ondersteunt. Taalgebruik van instanties sluit ook niet altijd aan bij de taalwereld van bewoners. Wel eens van interim-beheer, wooncarriere of woningdifferentiatie gehoord? Ook hier weer de uitdaging om het werk van instanties te verwoorden naar de leefwereld van bewoners. Bejegening Enkele bewoners geven aan het ontzettend belangrijk te vinden om op respectvolle wijze behandeld te worden. Zeker niet bevoogdend of betuttelend. In theorie zullen veel instanties beamen dat ze respectvol met mensen omgaan. In praktijk blijkt dat echter niet door bewoners ervaren te worden. Een respectvolle bejegening is belangrijk in alle lagen van een organisatie: aan de receptie, op een spreekuur, op straat en op de bouwplaats. Grote mond De procedure rond de toewijzing van nieuwe woningen is een spannend moment voor bewoners. Het is ook een moment van schaarste: knokken voor een goede woning.Sommige bewoners ervaren de toewijzing als ondoorzichtig: ‘’wie de grootste mond heeft, krijgt een goede woning’’. Het kan zijn dat goede relaties met instanties of bellen op het juiste moment een rol spelen. Dat is nadelig voor minder assertieve, meer geisoleerd levende 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 28 
mensen of mensen met een taalachterstand. Het is belangrijk dat medewerkers van instanties ook oog blijven houden voor de nood van deze mensen. Samenleven onder druk Stedelijke vernieuwing is een ingrijpend proces, dat de verhoudingen in een buurt op scherp zet. Opmerkingen als ‘’mijn buurman woont hier nog maar 8 jaar en krijgt eerder een woning dan ik’’. Misverstanden als deze worden soms ook veroorzaakt omdat er met verschillende lotingssystemen (voor bijv. ouderenwoningen en eengezinswoningen) wordt gewerkt. De verwarring wordt dan afgereageerd op de buren. Investeren in sociale cohesie is en blijft daarom belangrijk. Kleine buurtaktiviteiten (zoals ouderenclub, uitstapjes) vervullen hierbij een belangrijke rol. Woonbon Voor huurders die moeten verhuizen en een andere woning moeten zien te vinden, is het gebruik van Woningnet, het Amsterdamse woningverdelingssysteem, essentieel. Helaas blijkt dat bewoners soms hun kansen op een andere woning drastisch verminderen doordat zij het systeem slecht begrijpen of de woonbonnen verkeerd invullen. Corporaties, maatschappelijk werk en ouderenposten bieden hierbij wel begeleiding – maar toch lijken hier bewoners niet altijd gebruik van te maken. Een aktievere begeleiding lijkt wenselijk. Tijdelijke huurders De posite van tijdelijke huurders is een moeilijke, zeker als het gezinnen met kinderen betreft. Het verhuizen van plek naar plek is een zeer onstabiele situatie voor (schoolgaande) kinderen, zeker als er al problemen zijn. Onder instanties en bewoners leeft vaak de gedachte ‘’ze kiezen er toch zelf voor?’’. Maar in de context van een krappe woningmarkt, is het een kiezen uit noodzaak. Nergens een woning te vinden, dan maar in een sloopwoning. Deze problematiek ontstijgt het stadsdeel, instanties verschuilen zich achter: ‘’het is niet ons probleem’’. Vraag blijft: wie neemt de verantwoordelijkheid? Inmiddels sluit de desbetreffende corporatie geen tijdelijke huurcontracten meer af aan gezinnen met kinderen. Dat voorkomt veel problemen met herhuisvesten. Maar het eigenlijke probleem blijft bestaan: woningnood onder gezinnen met kinderen. Inspraak op het ontwerp Veel bewoners hebben moeite met het ontwerp van hun nieuwbouwwoning aan de Geuzenbaan. Vaak betreft het kleine dingen, die veel woongenot opleveren. Bijvoorbeeld een lichtknop niet op het midden van de muur, zodat er een kast geplaatst kan worden; een raam dat open kan, zodat het gezeemd kan worden. Deze hele essentiele dingen in het alledaagse leven, kunnen betrekkelijk gemakkelijk gerealiseerd worden, als er vooraf, bij het ontwerp, maar rekening mee wordt gehouden. Een uitdaging aan corporaties om bij nieuwbouwprojecten bewoners of vertegenwoordigers van bewonersorganisaties te betrekken en de vele checklists te gebruiken die bestaan op dit gebied. Veel bewoners hebben moeite met de open woningplattegrond van de huizen aan de Geuzenbaan. De benedenverdieping van de eengezinswoningen bestond uit 1 ruimte en omvatte dus als het ware hal, keuken en woonkamer. Natuurlijk kunnen architekt en corporatie het niet iedereen naar de zin maken, maar gezien het feit dat zoveel bewoners aan het bouwen zijn geslagen, is dit toch een belangrijk signaal naar corporaties en stadsdeel toe. Klussendienst Voor enkele bewoners was de klussendienst een uitkomst bij de eerste klussen in hun nieuwe woning. Juist omdat zij geen kinderen hadden of dat hun kinderen ver weg woonden. 
--------------------------------------------------------------------------------
Page 29 
Positief en negatief Het valt op dat instanties die direct een rol spelen bij de stedelijke vernieuwing (corporaties en stadsdeel) zich veel positiever uitlaten over het gehele proces dan bewoners. Mogelijk omdat deze instanties meer naar het geheel kijken en naar het eindresultaat. Daarom een oproep aan deze instanties om het perspectief van bewoners voor ogen te blijven houden. Nieuwe kansen Stedelijke vernieuwing biedt ook nieuwe kansen. Mensen genieten van hun nieuwe woningen, leggen goede contacten met hun nieuwe buren kennen en doen soms voor het eerst mee met buurtaktiviteiten. Tot slot hopen we … dat bewoners en instanties op deze wijze vernieuwend verder kunnen. Het is aan u om dit proces verder te volgen en om de lege bladzijdes te vullen met uw ervaringen!