DEELRAAD ] GOA ] PARTICIPATIE ] [ POLITIEK ] PORTEFUILLES ] POSEIDON ] RAADSCOMMISSIE ] REKENINGCOMMISSIE ] SOCIAAL JAARVERSLAG ] VERKIEZINGEN 2003 ]

DE STADSDEELORganisatie

Het bestuur van het stadsdeel wordt gevormd door de Stadsdeelraad, het Dagelijks Bestuur en de Commissies van Advies en Bijstand. De Stadsdeelraad is het hoogste bestuursorgaan van het Stadsdeel. De raadsleden kiezen een Dagelijks Bestuur (DB). 

De Raadzaal

De Raadscommissies bespreken voorstellen voordat zij aan de stadsdeelraad worden voorgelegd. De stadsdeelorganisatie is verdeeld over vijf sectoren. De stadsdeelsecretaris staat aan het hoofd van de organisatie. Organisatie 
De stadsdeelorganisatie is gehuisvest in het Tuinstadhuis op Plein '40 - '45 nr. 1 en in de stadsdeelwerf De Borkorf aan de Seineweg. 
De stadsdeelorganisatie werkt vrijwel als een zelfstandige gemeente. Het algemene kader waarbinnen de organisatie opereert, wordt bepaald door wettelijke afspraken, het bestuursakkoord tussen het stadsdeel en de gemeente Amsterdam en het programma-akkoord van het stadsdeelbestuur. De organisatie adviseert het Dagelijks Bestuur, de Raadscommissies en de Stadsdeelraad.
Er werken bijna 300 medewerkers in de sectoren Stadsdeelwerken, Wonen & Werken, Welzijn Onderwijs & Sport, Bestuur- en Managementondersteuning en in de programma’s Front Office en Stedelijke Vernieuwing. 

De sector Welzijn, Onderwijs & Sport draagt bij aan de realisatie van een duurzame sociale infrastructuur. Het gaat daarbij niet alleen om goede welzijnsvoorzieningen, maar ook om sociale programma’s voor groepen die extra aandacht behoeven. De sector is tevens verantwoordelijk voor het onderwijsbeleid in het stadsdeel.

De sector stadsdeelwerken is verantwoordelijk voor de realisatie van projecten en opdrachten in de openbare ruimte en het beheer en onderhoud in van de openbare ruimte zoals het schoonhouden, de afvalinzameling en de zorg voor beplantingen, parken, verhardingen, speelvoorzieningen en verkeersvoorzieningen. 

De sector Wonen/Werken is verantwoordlijk voor beleidsontwikkeling, planvorming, vergunningverlening en handhaving op het gebied van ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer, economische zaken, milieu en volkshuisvesting.

De sector Bestuur- en managementondersteuning (BMO) richt zich als stafsector op dienstverlening aan de organisatie. De sector ondersteunt het bestuur, de stadsdeelsecretaris, het managementteam en de lijnsectoren. Kerntaken zijn de advisering en ondersteuning op het gebied van personeel en organisatie, faciliteiten, financiën, beleid en juridische zaken.

Stadsdeelraad
De stadsdeelraad is het hoogste bestuursorgaan van het stadsdeel. Het bepaalt het beleid en controleert de uitvoering ervan. 
De leden van de Stadsdeelraad worden eens in de vier jaar gekozen door de bewoners van Geuzenveld-Slotermeer. De voorzitter van de stadsdeelraad is Peter Moerman van Leefbaar Slotermeer/Geuzenveld en de deelraad bestaat uit 21 leden, verdeeld over de volgende politieke partijen.

Leefbaar Slotermeer/Geuzenveld (LSG): 2
PvdA: 13
VVD: 2
CDA: 2
Groen Links: 2

Raadscommissies 
De taak van de raadscommissies is het ondersteunen en adviseren van de stadsdeelraad. Voorstellen die ter besluitvorming worden voorgelegd aan de stadsdeelraad worden eerst uitgebreid besproken in de raadscommissies. 


Duo-raadsleden
In de raadscommissies zitten naast raadsleden ook duo-raadsleden. Deze duo-raadsleden zijn lid van een fractie (politieke partij) maar zijn niet gekozen als raadslid en zitten daarom ook niet in de Stadsdeelraad.  

Vergaderdata en agenda’s 
De vergaderdata en agenda’s van de Stadsdeelraad en Raadscommissies worden gepubliceerd op deze website en in de Westerpost. De vergaderingen van de stadsdeelraad en van de raadscommissies zijn openbaar. Dit betekent dat u de vergaderingen kunt bijwonen en u wordt de gelegenheid geboden om in te spreken op de vergaderingen. 

Griffie 

De stadsdeelraad en de raadscommissies worden ondersteund door een griffier en door een raadscommissiegriffier. 

Dagelijks Bestuur 
Het huidige Dagelijks Bestuur van stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer bestaat uit een stadsdeelvoorzitter en drie wethouders. Zij zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken in het stadsdeel, de voorbereiding van plannen en het uitvoeren van raadsbesluiten. 
De stadsdeelvoorzitter en de wethouders hebben de taken onderling verdeeld. Deze onderlinge taakverdeling wordt ook wel portefeuilleverdeling genoemd. Wethouders dragen daarom de naam portefeuillehouder. 

Leden van het Dagelijks Bestuur: 

Portefeuilleverdeling
De verdeling van de portefeuilles over de drie bestuurders is als volgt:

R. de Bood (PvdA): voorzitter db
Veiligheid en handhaving; jeugd; onderwijs; wmo; financiën; personeel; dienstverlening; communicatie; milieu; Sloterparkbad.

P. Dikken  (PvdA):
Stedelijke vernieuwing; zorg en welzijn; armoede en werkgelegenheid; economische zaken; ruimtelijke ordening en volkshuisvesting; parkeren; bestuur openbaar onderwijs.

T. de Ruijter  (GroenLinks):
Ruimtelijke inrichting en beheer (stadsdeelwerken, verkeer, groen) ; sport en recreatie; kunst en cultuur ; wijkgericht werken en bewonersparticipatie.

Frank van Erkel

Het Dagelijks Bestuur maakt voorafgaand aan de bestuurperiode een bestuursakkoord: Voor 2006-2010 heet deze "Groeien in Geuzenveld-Slotermeer"


Groeien in Geuzenveld-Slotermeer
Volgens de fracties van PvdA en Groen Links is het uitgangspunt voor het Dagelijks Bestuur 2006-2010, voor zover hierna niet het tegendeel wordt aangegeven, voortzetting van bestaand beleid. Wij willen:

1. Kansen bieden

Geuzenveld-Slotermeer is een stadsdeel waar iedereen de kans krijgt zich te ontplooien. Dat betekent dat
niemand in een sociaal isolement hoeft te leven. Dat iedereen gestimuleerd en ondersteund wordt om
zelfredzaam te zijn. Eerst en vooral kinderen en jongeren, kinderen hebben de toekomst en hebben een
stimulerende leef- en leeromgeving nodig om zich goed op die toekomst voor te bereiden.
Voor kinderen is het van belang dat zij spelend kunnen leren. Zo ontwikkelen ze zelfvertrouwen en leren ze omgaan met andere mensen. Ouders kunnen daarbij aanspraak maken op ondersteuning bij de opvoeding.
De sleutel voor ontwikkeling van afhankelijkheid naar zelfstandigheid ligt in goede scholing. Zowel in het
basis- en voortgezet onderwijs, als in bijvoorbeeld taal- en inburgeringcursussen. Voor de aansluiting met de arbeidsmarkt zijn stage- en werkervaringsplaatsen onmisbaar.
Zij die het nodig hebben krijgen inkomensondersteuning, hulp bij het zoeken naar werk en eventueel een
gesubsidieerde baan. Ook bewoners die lichamelijk of geestelijk gehinderd zijn worden ondersteund in hun zelfredzaamheid.
Een belangrijk aspect van kansen bieden is een uitwisseling tussen diverse culturen, want mensen die niet leren omgaan met mensen die andere waarden aanhangen kunnen in Amsterdam geen bestaan opbouwen.

Jeugd en opvoeding
Het stadsdeel zorgt voor een sluitend aanbod van sport- spel- en culturele activiteiten voor kinderen en
jongeren. Hierbij valt te denken aan het verbeteren van speelplekken, een tweede speel-o-theek, uitbreiding van het aanbod aan buitenschoolse activiteiten, voortzetting van streetcornerwerk, sportbuurtwerk en (ambulant) jongerenwerk, het instandhouden van jeugd- en jongerencentra, het vergroten van de mogelijkheid tot gebruik van sportaccommodaties en multifunctionele ruimtes door de jeugd en het aantrekken en stimuleren van jeugdorganisaties zoals Circus Elleboog. Jongeren krijgen medezeggenschap over het op hen gerichte voorzieningenniveau in een jongerendeelraad met mogelijk een eigen budget.
De opvoedingsondersteuning wordt uitgebreid. Door de ontwikkeling van ouder-kind centra voor alle
kinderen tot 4 jaar. Door uitbreiding van de activiteiten van het opvoedsteunpunt, bijvoorbeeld op de scholen. Door opvoedingsondersteuning voor vaders, om de emancipatie van jongens en mannen te bevorderen. Om te stimuleren dat kinderen en ouders van diverse achtergrond elkaar ontmoeten is het streven de peuterspeelzalen en voorscholen elkaar te laten versterken.
De Jeugd- en Veiligheidsaanpak vanuit primair de preventieve invalshoek, met waar nodig een repressieve aanpak, wordt voortgezet met meer mogelijkheden voor familieaanpak. De lokale professionalsnetwerken in de buurten worden hierbij betrokken. Voor de jeugd staan instanties zoals de consultatiebureaus, de schoolartsen, de gezinscoach, leerplichtambtenaren, de ketenunit van Justitie en het Bureau Jeugdzorg in een samenhangende keten klaar.
Het programma “Jongeren leven in Amsterdam West”, dat de zeven stadsdelen in West aan het college
hebben aangeboden, vormt de ambitie voor deze bestuursperiode ongeacht het beschikbaar komen van
Europese fondsen.

Scholing en stage
Het aantal brede scholen wordt uitgebreid in samenwerking met maatschappelijke partners en bewoners.
Voor- en naschoolse ondersteuning om leerachterstanden in te lopen, het project Schatkamer,
uitwisselingsprogramma’s voor leerlingen van scholen van verschillende levensbeschouwingen en kunst- en cultuuronderwijs krijgen een plek in de (brede) scholen. Er komt een onderzoek naar de invoering van een gratis schoollunch.
Scholen kunnen de betrokkenheid van en de samenwerking met ouders verbeteren door meer huisbezoeken af te leggen en door het verbeteren van de ondersteuning van leerkrachten door bijvoorbeeld leerplicht ambtenaren, maatschappelijk werkers en oudercontactfunctionarissen. Basisscholen, in en buiten het stadsdeel, moeten afspraken maken over het toelatingsbeleid, zodat zoveel mogelijk kinderen in de eigen wijk naar school gaan. Dit wordt verder actief bevorderd door gericht in gesprek te gaan met ouders die geneigd zijn hun kinderen naar ‘witte’ scholen buiten het stadsdeel te sturen. Het aanbod van taallessen en inburgeringcursussen wordt vergroot en de doorstroom naar vervolgopleidingen en werk wordt verbeterd.
Het stadsdeel voert hier de coördinerende rol. Prioriteit ligt bij oudkomers, vrouwen zonder inkomen en
werklozen. Ook worden programma’s georganiseerd voor jongeren, gericht op arbeidsmarktvaardigheden,
sociale vaardigheden, kunst, cultuur en expressie (in samenwerking met scholen en bedrijfsleven).
Trajecten voor sociale activering en werkervaring worden uitgebreid. Scholen en bedrijfsleven worden
gestimuleerd om samen stage/leerplekken voor (vroegtijdige) schoolverlaters te creëren. Voor ondernemers en bedrijven moet het makkelijker worden om stages en werkervaring aan te bieden.

Werk
De werkgelegenheid wordt bevorderd door maatschappelijk verantwoord ondernemen te stimuleren en
kleinschalige bedrijvigheid die in de buurt past aan te trekken. Het stadsdeel wordt een kansenzone voor
startende ondernemers met inachtneming van het bestaand beleid. Het ondernemershuis (centrum voor
ondersteuning van starters en bestaande ondernemers) blijft zich inzetten voor onze ondernemers en
verbetert het netwerk met de bedrijven op Schiphol en in het Westelijk Havengebied.
Voor Plein ’40-’45 komt in samenspraak met bewoners een aanpak om het Plein en directe omgeving een
betere uitstraling te geven. Bestudeerd wordt of nieuwe functies voor het blauwe gebouw, zoals horeca en
culturele ondernemers met daarboven appartementen, dit kunnen ondersteunen. Aanpassingen aan het
Tuinstadhuis (noodzakelijk om huisvesting van de organisatie op niveau te brengen) die hier aan bijdragen worden bij voorkeur gefinancierd uit verkoop van het gebouw. Rond Plein ’40-’45 en rond het Lambertus Zijlplein worden de maatregelen voor het Keurmerk Veilig Ondernemen uitgebreid. Het stadsdeel stimuleert de samenwerking met de winkeliers- en ondernemersverenigingen.

Zelfstandigheid
Het stadsdeel stelt een samenhangend plan op ter bestrijding van armoede en sociaal isolement. De
helpende hand wordt geboden aan huishoudens die niet of zeer moeilijk kunnen rondkomen. Onder andere door voldoende maatschappelijke dienstverlening (sociaal raadslieden en schuldhulpverlening) en door actiever te wijzen op kortings- en kwijtscheldingsregelingen en aanwezige voorzieningen. Hierbij verdienen jongeren met een schuldprobleem extra aandacht. Zolang het nodig is worden initiatieven van bewoners tot het geven van voedselhulp ondersteund. Voor bewoners met een gesubsidieerde baan zonder reële uitstroommogelijkheid wordt permanent gesubsidieerde werkgelegenheid aangevraagd.
Het stadsdeel ontwikkelt een integraal welzijn- en zorgbeleid, waarin op lokaal niveau een betere
samenhang tussen wonen, zorg, welzijn en mobiliteit gerealiseerd wordt. In dit beleid wordt uitgegaan van
de werkelijke zorgbehoefte, zorgwensen evenals rechtszekerheid van mensen met een lichamelijke,
verstandelijke of psychische handicap of chronische ziekte.
Uitvoering van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning vindt plaats met volwaardige participatie van alle
belanghebbenden. Er komt één loket voor alle zorgvoorzieningen onder regie van het stadsdeel. De
noodzakelijke zorg wordt vanuit diverse steunpunten aangeboden, hierbij worden jongeren waar mogelijk
ingeschakeld, bijvoorbeeld voor het opdoen van werkervaring.

Cultuur-uitwisseling en –educatie
De openbare bibliotheek is een basisvoorziening voor cultuur-uitwisseling en –educatie en dient voldoende middelen te ontvangen om deze rol waar te maken. Cultuureducatie wordt verder uitgebouwd, hierbij worden instellingen zoals theaters, musea en bibliotheken betrokken. Er komt budget beschikbaar om jeugd te stimuleren zelf met ideeën te komen, zoals bijvoorbeeld een jeugdtheaterschool en een kinder persburo.
Met de Westelijke Tuinsteden gezamenlijk wordt een cultuurscout aangesteld om cultureel talent te
bevorderen en samenwerking tussen culturele instellingen, activiteiten en bedrijven te stimuleren. Zo kunnen culturele manifestaties met een accent op de ontmoeting van bevolkingsgroepen, zoals het Geuzenmeer- Westbeach- en Watervalfestival, met behulp van sponsoring uitgebreid worden. Daarnaast is aandacht (bijvoorbeeld in een Van Eesterenmuseum) voor ons cultuurhistorisch erfgoed en de
(ontstaans)geschiedenis van onze tuinstad van belang voor een gedeelde trots op onze gemeenschappelijke leefomgeving.

2. Stedelijk ontwikkelen 

Ook voor de stedelijke ontwikkeling geldt dat het bieden van kansen en het voorkomen van sociaal
isolement voorop staan. Het accent ligt voor het stadsdeel dan duidelijk op sociale vernieuwing en minder op fysieke ingrepen. Gezien de aankomende nieuwe afspraken met de corporaties, waarin gewerkt wordt met een sociaal kopprogramma, ligt een combinatie met welzijnsbeleid voor de hand.
Uitgangspunt is dat de huidige bewoners in het stadsdeel kunnen blijven wonen. De mogelijkheden tot
herhuisvesting bepalen dan ook het tempo van de fysieke vernieuwing. Stedelijke vernieuwing moet leiden tot sociale verbetering met zo min mogelijk fysieke overlast, hiertoe is een afstemming van de diverse (bouw)activiteiten van belang. Renovatie, sloop en nieuwbouw zorgen regelmatig voor onrust bij bewoners, buurtbewoners moeten meer betrokken worden bij de totstandkoming en uitvoering van de plannen.

Huidige en nieuwe bewoners
In Slotermeer wordt begonnen met stedelijke vernieuwing. In eerste instantie als gebiedsgerichte aanpak
van sociale problematiek. Onderdeel hiervan vormen sociale programma’s, aanpak van achterstallig
onderhoud en het actief betrekken van de buurtbewoners.
De mogelijkheden tot participatie van bewoners en ondernemers bij de planontwikkeling van stedelijke
vernieuwingprojecten worden uitgebreid. Hierbij worden meer uitnodigende creatieve vormen gebruikt.
Sociale structuren, waarin mensen met verschillende achtergronden aan elkaar gewend zijn, worden zo min mogelijk verstoord. Iedereen kan, ook met een kleine beurs, in het stadsdeel blijven wonen. Het stadsdeel houdt in de gaten of hiervoor voldoende gerenoveerde of nieuw gebouwde sociale huurwoningen beschikbaar zijn. 30% sociale woningen is het uitgangspunt bij nieuwbouwprojecten.
Ook ondernemers worden voor het stadsdeel behouden. In stedelijke vernieuwingsgebieden wordt daartoe een sociaal plan voor ondernemers opgesteld, waarin bijvoorbeeld huurgewenning wordt geregeld.
De mogelijkheid om een wooncarrière te maken in het stadsdeel wordt vergroot door het stimuleren van
diversiteit in huur en koopwoningen, appartementen en eengezinswoningen met een tuin, waarbij wonen en werken worden gemengd. Het stadsdeel zet zich daarbij in voor meer betaalbare woningen voor jongeren en studenten, alleenstaanden, starters, jonge gezinnen en geschikte woningen voor ouderen en mensen met een handicap. Samen met woningcorporaties worden alternatieve ‘koop-methodes’ ontwikkeld om voor hen betaalbare woningen te realiseren. Zowel het instrument van de Amsterdamse Middensegment Hypotheek (AMH) als het kopen in Maatschappelijk Gebonden Eigendom (MGE) worden hiervoor ingezet.

Huidige en nieuwe leefomgeving
Goede woningen, waar mensen met plezier wonen worden zoveel mogelijk behouden. Hergebruik van
gebouwen heeft de voorkeur boven sloop en toonaangevende gebouwen worden voorgedragen voor status als gemeentelijk monument. Meer in het algemeen worden kunst en cultuur ingezet in de stedelijke
vernieuwing om de sociale samenhang te bevorderen en de kwaliteit en levendigheid van de openbare
ruimte te verbeteren.
Ook een aantal verrassende diersoorten zijn inwoner van het stadsdeel, hen wordt blijvend een kwalitatief
geschikte leefomgeving geboden, nieuwbouw mag natuur en ecologie niet verstoren. Bij nieuwbouw, in het bijzonder Noorderhof Zuid, wordt altijd gebruik gemaakt van duurzame technieken en materialen en niet milieubelastende watervoorzieningen en energieopwekking. Bij nieuwbouw wordt zoveel mogelijk van de benodigde parkeerruimte ondergronds gerealiseerd, om ruimte te houden voor privé-tuinen en om de
openbare ruimte te sparen. Voldoende van die openbare ruimte wordt gereserveerd voor kinderen om te
spelen.
Bij bouwprojecten en werken in de openbare ruimte blijft de BLVCH-toets van belang (Bereikbaar, Leefbaar, Veilig, Communicatie en Handhaving). Hinder en milieubelasting tijdens bouw-, sloop- en
renovatiewerkzaamheden worden zo beperkt mogelijk gehouden. Gecontroleerd wordt of werkterreinen
zoals bouwplaatsen goed worden afgezet (met bouwhekken of schuttingen) en of bouwmaterialen, grond- en afvalstoffen niet in de openbare ruimte buiten het werkterrein worden opgeslagen. De veilige doorgang voor langzaam verkeer en gehandicapten is hierbij uitgangspunt.

3. Bewoners activeren 

Geuzenveld en Slotermeer zijn in eerste instantie woonwijken. Bewoners worden hier gestimuleerd en
geactiveerd om het samenleven in de buurt vorm te geven en de buurt meer te laten bruisen. Belangrijk is
het daarbij dat er voldoende voorzieningen op het gebied van kunst, sport en spel, maar ook voldoende
winkels en horeca aanwezig zijn. De openbare ruimte dient opgeruimd en (verkeers)veilig te zijn en
bewoners uit te nodigen elkaar daar te ontmoeten.
Geuzenveld-Slotermeer is een multicultureel stadsdeel in verandering. Dat zie je op straat, aan de winkels, in de scholen, aan de moskeeën, aan de huizen. In een tijd van veranderingen is het juist belangrijk dat iedereen zich thuis blijft of gaat voelen. In een wijk waar plaats is voor iedereen en waar burgers verantwoordelijkheid nemen voor de buurt waar ze wonen. Een gezamenlijke aanpak en gedeelde verantwoordelijkheid verhogen de kwaliteit van de leefomgeving.
In de wijken spelen de steunpunten en de buurtcoördinatoren een belangrijke rol in het ondersteunen van
buurtactiviteiten en het oplossen van conflicten. Bewoners worden uitgedaagd te participeren in initiatieven die de samenhang in de buurt versterken, dit kan variëren van medebeheer van de openbare ruimte tot het organiseren van culturele evenementen.

Participatie en ondersteuning
De steunpunten worden opgenomen in multifunctionele ontmoetingscentra, die dienst doen als sociale
frontoffice (zogenaamde ‘villa’s Kakelbont’). De buurtcoördinator krijgt een sociale spilfunctie in de buurt om het zelfoplossend vermogen van bewoners te vergroten, door vroegtijdig problemen te signaleren, hierin te bemiddelen en bewoners te activeren. Bewoners worden actief uitgedaagd om in een vroeg stadium ideeën in te brengen voor (stedelijke) vernieuwing en voor de verbetering van leefbaarheid in de buurt. Het stadsdeel speelt flexibeler en creatiever in op initiatieven van burgers, meedenken met burgers vormt hier een belangrijk onderdeel van. Gezamenlijke activiteiten van bewoners met verschillende achtergronden worden bevorderd om cultuuruitwisseling te stimuleren. Het stadsdeel speelt sneller en adequater in op initiatieven van bewoners die gericht zijn op het verbeteren van relaties tussen bewonersgroepen. De dienstverlening vanuit het stadsdeel wordt verder verbeterd, hierbij valt te denken aan het invoeren van een kwaliteitshandvest. Het stadsdeel maakt zich met (zelf)organisaties sterk voor het tegengaan van radicalisering en het bestrijden van discriminatie. Het referendum en de mogelijkheid van het burgerinitiatief worden actiever onder de aandacht gebracht.

Openbare ruimte
De kwaliteit van de openbare ruimte wordt spraakmakender. Door de keuze van straatmeubilair en door
meer kleur en gebruik van muziek worden openbare ruimtes gezelliger en aantrekkelijker gemaakt.
Bewoners krijgen concrete mogelijkheden om gezamenlijk de kwaliteit van de woonomgeving in de buurt te verhogen. Er worden meer informele speelruimtes gecreëerd, jongeren praten mee over de opzet van die speelplekken.
Daarnaast laat het stadsdeel blijvend aandacht uitgaan naar het onderhoud van de openbare ruimte. De
controle op hinderlijke objecten en kapot straatmeubilair wordt verscherpt. De contacten tussen de
buurtprofessionals en bewoners worden versterkt. Hier worden afspraken gemaakt over het onderhoud van de directe woonomgeving waarbij vormen van medebeheer worden gestimuleerd. Het stadsdeel besteedt blijvend aandacht aan de handhaving van (milieu) regelgeving bij bewoners en bedrijven. Het stadsdeel maakt afspraken met ouderen- en gehandicaptenorganisaties over het signaleren en verhelpen van belemmeringen die de toegankelijkheid bemoeilijken van woonomgeving (waaronder parken en
plantsoenen) en (nieuwe) voorzieningen.

Verkeer
Geuzenveld-Slotermeer wordt een 30 km zone, met uitzondering van een aantal doorgaande wegen. In
woonbuurten blijft voldoende ruimte voor spelen, lopen en het leggen van sociale contacten. Het is van
belang dat kinderen veilig op straat kunnen lopen, zodat zij zelfstandig naar speelplaatsen of school kunnen gaan. De verkeersveiligheid verdient extra aandacht, vooral in de buurt van scholen, in woonwijken en bij zogenaamde blackspots, door het instellen van snelheidsbeperkingen, meer vrijliggende fietspaden, zebrapaden en verkeerslichten en goede voorlichting over het veilig deelnemen aan het verkeer. Wandel en fietsroutes worden goed verzorgd. Het aantal parkeerplaatsen op straat wordt waar wenselijk beperkt. Om parkeeroverlast te beperken en gebouwd parkeren te bevorderen wordt waar nodig betaald parkeren ingevoerd met bewonersvergunningen tegen kostprijs.

4. Groen versterken 

Bewoners ervaren het groen als één van de aantrekkelijkste kanten van Geuzenveld-Slotermeer. Het is
prettig in zo’n groene buurt te wonen. In dit stadsdeel woon je buiten en toch in de stad. Dit biedt
promotionele kansen voor de identiteit van het stadsdeel (het groenste stadsdeel van Amsterdam) en voor
het promoten van de vernieuwing. Wonen met een hoge natuurwaarde is een unieke eigenschap van het
stadsdeel, de huidige aantrekkingskracht van het groen biedt mogelijkheden voor het imago in de toekomst, deze kracht moet dan wel versterkt worden.
Meer variatie in het groen, hogere natuurwaarden en meer mogelijkheden voor de gebruikers moeten het
groene karakter van Geuzenveld-Slotermeer onderstrepen. De opgave daarbij is investeringen in het groen een positieve bijdrage te laten leveren aan het oplossen van de huidige sociale problematiek. Het groen biedt veel mogelijkheden voor kinderen om te spelen en zich te ontwikkelen. Het groen biedt ook
mogelijkheden voor werk(ervaring) in groenaanleg en –beheer. En het groen biedt mogelijkheden voor
gezamenlijke initiatieven van bewoners om verantwoordelijkheid te nemen voor hun (groene) leefomgeving om zo de sociale samenhang en het elkaar ontmoeten te versterken. Het afsluiten van openbaar groen is dan ook ongewenst.
In bestemmingsplannen wordt vastgelegd dat de stadsdeelgroenstructuur groen blijft. In het Groenfonds
wordt structureel geld uitgetrokken voor een opknapbeurt van het stadsdeelgroen, conform het beleidsplan water en groen. Voor beleidsplannen is versterking van de ecologische- en beeldkwaliteit van het groen uitgangspunt, het groen moet hoogwaardiger, kleurrijker en afwisselender (voor dieren, planten èn mensen). Goede voorbeelden hiervan zijn de investeringen in het Eendrachtspark (bosspeelplek, speeltuin Confucius, natuurdeel, bloementuin), het rondje Sloterplas en de bomenstructuur langs de Vlugtlaan. Deze aanpak verdient navolging in onder andere het Gerbrandypark (als onderdeel van de vernieuwing in Slotermeer) en het Sloterpark.
Geïnventariseerd wordt welke bijzondere soorten planten en dieren in het stadsdeel aanwezig zijn. Hierover wordt voorlichting gegeven met bijvoorbeeld informatieborden en folders met wandelingen. Het planten van bomen en struiken in woonbuurten wordt geregeld in een ‘plantplan’, waarbij onnodige kap wordt voorkomen. Bij herinrichtingsplannen en herprofileringen van wegen is het behoud van bomen en het versterken van groenstroken net zo belangrijk als (verkeers) technische eisen.

Versterking sociale functie van groen
Er blijft voldoende openbare ruimte voor sport-, speel-, recreatie-, water- en groenvoorzieningen. De
sportvoorzieningen worden verbeterd voor de sporters uit de buurt en voor recreatief gebruik door niet
sporters. We willen kinderen zo veel mogelijk in staat stellen om te sporten. Ook de mogelijkheden voor
gehandicaptensport worden uitgebreid, indien gewenst op aparte tijden in een discrete omgeving.
Duurzame combinaties van natuur- en milieubeheer met sport- en recreatiebeleid worden gestimuleerd.
Vooral in het Sloterpark en aan de Noordoever van de Sloterplas moeten meer recreatievoorzieningen
komen, waarbij behoud van de groenstructuur uitgangspunt is en de uitstraling van de voorzieningen daarbij aansluit. De mogelijkheid van nieuwe (sport)evenementen rond de Sloterplas wordt onderzocht ter promotie van het stadsdeel.
In de parken worden barbecue plaatsen aangelegd en waar overlast is worden hondenuitlaat-stroken
aangelegd. Het groen wordt beter schoon gehouden door een deel van het veegbudget te besteden aan het opruimen van zwerfvuil in het groen in een werkervaringsproject. Over het nut en de werking van de ecooevers wordt een voorlichtingscampagne gehouden, waarbij bewoners worden opgeroepen om samen met specialisten een bijdrage te leveren aan het beheer.
De Westrandscheg en de Brettenzone worden, in samenwerking met de andere beheerders, ontwikkeld tot groengebieden met een doorlopende ecologische en recreatieve functie. De openheid blijft behouden en de gebieden (inclusief volkstuinen) worden toegankelijker en aantrekkelijker gemaakt voor wandelaar, ruiter en fietser, onder andere door het ontwikkelen van een routekaart. Ook worden er mogelijkheden gecreëerd voordag- en waterrecreatie.

Aan d ehand van het Bestuursakkoord en de raadsprogramma's van de centrale stad heeft de Raad van Geuzenveld Slotermeer een eigen raadsprogramma samengesteld, dat bestaat uit 9 beleidsvelden:

1. Veiligheid en handhaving

2. Economie en werkgelegenheid

3. Welzijn en zorg

4. Onderwijs en jeugd

5. Ruimtelijke inrichting en beheer

6. Sport recreatie en cultuur

7. Stedelijke ontwikkeling

8. Bestuur en concern

9, Burger Centraal

Stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer adverteert wekelijks in de Westerpost en geeft het een eigen stadsdeelbulletin uit. Ook zijn er brochures over allerlei onderwerpen verkrijgbaar, zoals bijvoorbeeld over afvalinzameling of onderwijs.
Geuzenveld-Slotermeer adverteert wekelijks in het huis-aan-huisblad Weekblad Westerpost. Hierin vindt u onder andere kennisgevingen, bouw-en kapaanvragen en actuele informatie over openingstijden. 
Op pagina 320 van AT5-teletekst is tevens actuele informatie te vinden. 
Zes maal per jaar verschijnt het Stadsdeelbulletin. Het wordt huis aan huis verspreid en bevat onder meer achtergrondinformatie over beleid. 
De stadsdeelgids is een gezamenlijke uitgave van stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer en de Stichting Buurtbelangen. De gids wordt jaarlijks vernieuwd en bevat naast praktische informatie over de stadsdeelorganisatie veel informatie over bedrijven en instellingen in Geuzenveld-Slotermeer. De stadsdeelgids is gratis af te halen bij de publieksbalie van het Tuinstadhuis. 
Bij de medewerkers van Publieksvoorlichting kunt u folders en brochures afhalen. Het telefoonnummer is 020 8898 147.
Voort inzage in openbare stukken kunt u terecht bij de medewerkers van de afdeling Publiekszaken. 

De Gemeentewet, de Verordening op de stadsdelen en het Reglement van Orde van de deelraad geven aan raad en raadsleden instrumenten om hun taken uit te oefenen. Tevens bevat deze leidraad een ‘huishoudelijk’ schema van de procedure voor het agenderen van onderwerpen bij de raad en raadscommissies. Na deze schema’s volgen formats voor moties, amendementen en voor agendering in de commissies door een raadslid (een ‘commissieflap’). Deze zijn handig voor raadsleden en ten behoeve van hun dagelijks raadswerk. Kort wordt in hoofdstuk 3 en 4 ingegaan op de openbare en de interne raadscommissies. Een apart hoofdstuk (5) wordt gewijd aan de ondersteuning van de raad. 

Wijziging Gemeentewet maart 2002 (dualisering)

Aan gemeenteraden in Nederland is sinds kort expliciet een kaderstellende en controlerende rol gegeven als gevolg van een wijziging van de Gemeentewet (de Wet dualisering gemeentebestuur, maart 2002). 

Gemeenteraden, stadsdeelraden moeten voortaan meer op hoofdlijnen sturen en het (dagelijks) bestuur en de uitvoering verder overlaten aan het college, het Dagelijks Bestuur. 

De tweeledige rol van kaders stellen en controleren wordt gevoed door de volks-vertegenwoordigende rol van de raad. Raadsleden krijgen, aldus de wetgever, nu meer de tijd om hun oor te luister te leggen bij de burger. Daarmee kunnen ze aan de slag met de wethouders die sinds de wetswijziging geen deel meer uitmaken van de raad, zoals 150 jaar lang voorheen wél het geval was in het zogeheten ‘monistische’ stelsel. Burgemeesters zijn voorzitter van zowel raad als college en maken overigens van oudsher al geen deel uit van de raad. Bij stadsdelen is het mogelijk dat een deelraad een eigen raadsvoorzitter uit de raad kiest. Dit is ook gebeurd. in stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer. Zodoende kennen wij een stadsdeelvoorzitter en een raadsvoorzitter.
Het college van een gemeente heeft, zoals gezegd, expliciet de taak gekregen om te besturen en om de uitvoering van zaken te regelen. Gemeenteraden bemoeien zich daar niet meer en détail mee maar houden zich aan de grote lijnen; met andere woorden: gemeenteraden zijn vooral voor de controle op het bestuur maar dan op hoofdlijnen, aldus de wetgever. De raad bepaalt zelf wat die hoofdlijnen zijn: een detail kan, politiek gezien, een hoofdlijn worden.
Deze scheiding van bestuursorganen en taken én de ruimte voor de volksvertegenwoordigende rol van raadsleden moeten ertoe leiden dat de burger duidelijker ziet tot welk orgaan hij zich moet richten. Uiteindelijk doel van de wetswijziging is om de lokale democratie levendiger en interessanter te maken. 
Voor alle partijen, burger, raad, college en ambtenarij, is het nog wennen. Theorie is makkelijker dan de praktijk. 
Op www.vernieuwingsimpuls.nl vindt u alles over dualisme en de (nieuwe) Gemeentewet.

*waar hier wordt gesproken over college van burgemeester en wethouders, burgemeester, wethouders resp. gemeenteraad, moet worden gelezen Dagelijks Bestuur, stadsdeelvoorzitter, stadsdeelwethouders resp. stadsdeelraad, waarbij stadsdeelraad vaak wordt afgekort als ‘raad’ en stadsdeelraadsleden afgekort als ’raadsleden’. 
Daarnaast is het zo dat veel stadsdelen in Amsterdam op basis van de Verordening op de stadsdelen de bijzondere situatie kennen van de door en uit de raad gekozen raadsvoorzitter die is belast met de voorbereiding en uitvoering van de raadsvergaderingen. De raadsvoorzitter moet worden onderscheiden van de stadsdeelvoorzitter, welke laatste ambtsdrager niet alleen voorzitter is van het Dagelijks Bestuur maar ook is belast met (enkele) bevoegdheden van de burgemeester van de (centrale) gemeenteraad. In ‘gewone’ gemeenten is de burgemeester zowel voorzitter van de raad als voorzitter van het college van burgemeester en wethouders, maar in Amsterdamse stadsdelen kan het voorzitterschap dus gesplitst zijn. Wethouders (ook van stadsdelen) worden overigens door maar niet per se uit de raad benoemd. Wethouders (ook van stadsdelen) zijn geen lid (meer) van de raad, net als burgemeesters dat niet zijn. Deelraadsvoorzitters zijn en blijven (dus) wel lid van hun raad. Als zij het woord willen voeren als raadslid, geven zij de voorzittershamer even door aan hun plaatsvervanger. 

De wet geeft een aantal instrumenten dat verder is uitgewerkt in het Reglement van Orde van de deelraad (RvO) en de Verordening op de raadscommissies. 

Schriftelijke vragen (art… RvO)
Met schriftelijke vragen aan het Dagelijks Bestuur kan een raadslid een nieuw of bestaand onderwerp onder de aandacht van het bestuur brengen. Dit instrument wordt veel en vaak ingezet. De vragen moeten relevant zijn voor het uitoefenen van het raadlidmaatschap; dat geldt voor de inzet van alle instrumenten. 
Het gaat om vragen van een zekere politieke lading. Het raadslid kan ermee beogen het bestuur een actie te laten ondernemen, nieuw beleid te doen ontwikkelen of het onderwerp mee te laten nemen in bestaand beleid of nog te ontwikkelen beleid. Tevens bewerkstelligt het raadslid dat de raad informatie krijgt van het bestuur. Een neveneffect is ook wel dat de pers het onderwerp opneemt in hun dagelijkse berichtvoering. De fractie van het vragenstellend raadslid zorgt zelf voor publiciteit. 
Louter informatieve/technische vragen lenen zich niet voor dit instrument. Eenvoudige vragen kunnen beter rechtstreeks worden gesteld aan ambtenaren. 

Schriftelijke vragen kunnen elk moment aan het Dagelijks Bestuur gesteld worden via de griffier (bij voorkeur Griffie@geuzenveld.amsterdam.nl). De vragen worden verspreid onder alle andere raadsleden (gedacht kan worden om dit t.z.t. ook te publiceren in de Westerpost en op de website). 
Het Dagelijks Bestuur antwoordt schriftelijk. Als later de antwoorden komen, worden vragen en antwoorden verspreid onder de raadsleden (gedacht kan worden om dit t.z.t. ook te publiceren in de Westerpost en op de website)..

De vragensteller kan met de antwoorden allerlei kanten op. 
Het gaat hier mede om de wettelijk verankerde passieve informatieplicht. Dat wil zeggen dat het Dagelijks Bestuur op verzoek alle informatie aan de raad moet geven, mits het openbaar belang van het stadsdeel niet wordt geschaad. 
Sinds de Gemeentewetswijziging van maart 2002 heeft het Dagelijks Bestuur overigens ook een actieve informatieplicht. Dat wil zeggen dat ook ongevraagd informatie moet worden gegeven, waarvan het Dagelijks Bestuur vindt dat de raad daarvan kennis moet nemen. Deze plicht komt vooral tot uitdrukking in de ter kennisnemingstukken die het Dagelijks Bestuur in raadsccommissies inbrengt. 


Mondelinge vragen- vragenhalfuurtje 
Het raadslid richt zich hiermee in een raadsvergadering rechtstreeks tot het Dagelijks Bestuur of een lid daarvan. Vaak worden de vragen op het nippertje vóór de raads-vergadering gesteld. Het gaat bij dit instrument om vragen die meestal worden ingegeven door een actualiteit. Het moet gaan om een onderwerp dat niet al op de agenda staat. In dat geval kan het raadslid immers het woord vragen bij de behandeling van het agendapunt en kan hij zo zijn vragen kwijt. De vragen moeten, zoals bij alle instrumenten, relevant zijn voor het uitoefenen van het raadslidmaatschap. 
Ook hier hebben de vragen een zekere politieke lading, maar zijn toch ook wel eens technisch-informatief van aard. Ook hier kan het raadslid beogen het Dagelijks Bestuur te bewegen tot een actie of bijstelling van bestuur of uitvoering. Een neveneffect is ook wel dat de pers het onderwerp opneemt in hun dagelijkse berichtvoering. De fractie van het vragenstellend raadslid zorgt zelf voor publiciteit. 
Het Dagelijks Bestuur antwoordt mondeling in de raadsvergadering. Moties zijn niet mogelijk bij de behandeling van mondelinge vragen in de raad. Het gaat immers meestal om actualiteiten en niet om een goed voorbereid onderwerp. 
Om het Dagelijks Bestuur in de gelegenheid te stellen zich nog enigszins voor te bereiden op een antwoord, geldt als eis dat de vragen schriftelijk/digitaal even van te voren via de griffier worden ingediend. 
Mondelinge vragen kunnen alleen in de raad worden behandeld. In commissies kunnen commissieleden dergelijke vragen ook wel stellen: in de rondvraag. Mondelinge vragen worden niet apart gepubliceerd , maar maken onderdeel uit van de notulen die, voor wat betreft de raad, worden gepubliceerd op de website. 


Verzoek om inlichtingen 
Dit instrument heeft een zwaar (politiek) karakter. Het gaat om verzoeken ingevolge art. 169 en 180 Gemeentewet. Zo’n verzoek richt zich tot het Dagelijks Bestuur als geheel óf tot de stadsdeelvoorzitter voor wat betreft diens specifieke bevoegdheden. 
Het verzoek behelst inlichtingen die de raad nodig heeft voor de uitoefening van zijn eigen taak: de kaderstellende en controlerende taak. In de praktijk zal het kunnen gaan om inlichtingen die al eerder zijn geweigerd. 
Het Dagelijks Bestuur of de stadsdeelvoorzitter kunnen het verzoek alleen weigeren indien dat in strijd is met ‘het openbaar belang’ van het stadsdeel, ter beoordeling van de bevraagden. Strijd met openbaar belang komt meestal neer op door openbaarmaking dreigende schade aan een privaatrechtelijk-financieel belang van het stadsdeel. 

Het Dagelijks Bestuur of de stadsdeelvoorzitter kunnen ertoe overgaan om de inlichtingen te geven onder het opleggen van een geheimhoudingsplicht. Een raadslid dat deze plicht niet nakomt, pleegt een stafbaar feit en kan daarvoor vervolgd worden door het Openbaar Ministerie. 
Het verzoek wordt schriftelijk ingediend via de griffier. De indiener moet via de griffier zorgen voor verspreiding van zijn verzoek onder de andere raadsleden. De bevraagde geeft schriftelijk of mondeling antwoord in de eerstvolgende raadsvergadering. Het daaropvolgende debat over wel of niet kunnen geven van de gevraagde inlichtingen leidt in een zeldzaam geval tot een politieke crisis. Moties (van wantrouwen, van droefenis) zijn mogelijk. 
Verzoeken om inlichtingen in de zin van art. 169 en 180 Gemeentewet kunnen alleen in een raadsvergadering worden behandeld. Verzoeken en antwoorden worden gepubliceerd op de website. Indien het antwoord mondeling wordt gegeven, kan men dat terugvinden in de notulen van de raad die in het Stadsdeelblad worden gepubliceerd. 


Interpellaties 
Het instrument van de interpellatie lijkt op dat van het vragen om inlichtingen. Bij een interpellatie gaat het echter niet om vragen die nodig zijn voor de uitoefening van de eigen taak van de raad, maar om vragen over het door het Dagelijks Bestuur of de stadsdeelvoorzitter gevoerde bestuur. 
Het betreft dus vragen over iets dat heeft plaatsgevonden onder regie van het Dagelijks Bestuur of stadsdeelvoorzitter. Ook interpellaties zijn zware vragen met een politiek karakter. Ze zijn ook vaak op de actualiteit gericht en gaan over onderwerpen die niet op de agenda staan.
Een interpellatie wordt schriftelijk (digitaal) ingediend via de griffier die het doorstuurt naar alle raadsleden. Het wordt op de eerstvolgende raadsvergadering geagendeerd. Moties zijn bij een interpellatie mogelijk. 
Interpellaties worden gepubliceerd in de Westerpost. Het debat erover staat in de notulen die op de website worden gepubliceerd. 


Moties 
Dit veel gebruikte instrument is, samen met het amendement (zie hierna) de meest directe manier voor een raadslid om invloed uit te oefenen op het Dagelijks Bestuur. In een motie vragen één of meer raadsleden tijdens een debat in de raad een uitspraak van de raad of doen een verzoek aan het Dagelijks Bestuur om iets te doen of te laten. Als een meerderheid van de raad achter de motie staat, moet deze in principe worden uitgevoerd. Als het Dagelijks Bestuur de motie niet wenst of niet kan uitvoeren, deelt hij dit, onder opgave van reden, mee aan de raad. Deze mededeling kan weer onderwerp van een motie (wantrouwen, treurnis, droefenis etc.)

Een motie kan gaan over een onderwerp dat op dat moment aan de orde is. Het doet er niet toe of dat een ontwerp-raadsbesluit is, een besluit van het Dagelijks Bestuur, een interpellatie etc. Moties over niet geagendeerde (niet voorbereide!) onderwerpen kunnen in principe wel doch is af te raden, de schijn van een “overvaltactiek” wordt door zowel raadsleden als door het Dagelijks Bestuur veelal niet op prijs gesteld. Bij mondelinge vragen kunnen dus geen moties worden ingediend. 

Moties worden in het algemeen ter plekke in het raadsdebat schriftelijk, soms met de hand geschreven, ingediend en in stemming gebracht. Ze zijn kort van stof (bij voorkeur maximaal een bladzijde). Indien een raadslid van te voren al van plan is een motie in te dienen, is het wenselijk het op papier of digitaal bij de griffier in te leveren, al is het op de valreep van de raadsvergadering. De griffier heeft formats voor moties beschikbaar. 

Bij moties over de begroting worden raadsleden dringend verzocht deze ruim van te voren in te dienen teneinde het Dagelijks Bestuur in staat te stellen een preadvies hierover te maken. Elk jaar wordt hiervoor een deadline gesteld. Te laat ingediende moties worden niet gepreadviseerd. De productenraming die het Dagelijks Bestuur elk jaar maakt in samenhang met de begroting, kan ook voorwerp van moties zijn, maar niét van amendementen; (zie hierna
Indien de motie zich richt op het Dagelijks Bestuur, kan deze (veelal later) beslissen de motie niet uit te voeren, bijvoorbeeld wegens gebleken onuitvoerbaarheid. In dat geval kan er een politieke crisis ontstaan die uitmondt in een motie van wantrouwen of bijvoorbeeld droefenis. 

Ingediende moties worden gepubliceerd op de website. Het debat komt in de notulen. De griffier bewaakt samen met de stadsdeelsecretaris de uitvoering van moties. Zie een format voor moties hoofdstuk 3.

Amendementen
Dit instrument lijkt op de moties, maar verschilt daar toch wezenlijk van. Een amendement is een voorstel tot wijziging van een in de raadsvergadering aanhangig (aan de orde zijnd) ontwerp-raadsbesluit. Indien het amendement wordt aangenomen, verandert het voorliggend dictum van het ontwerp-besluit meteen, zonder tussenkomst van het Dagelijks Bestuur. Het Dagelijks Bestuur kan dus een amendement niet naast zich neerleggen wegens bijvoorbeeld onuitvoerbaarheid. Er zijn ook amendementen op amendementen mogelijk: sub-amendementen. 

Amendementen worden ter plekke in het raadsdebat schriftelijk, soms met de hand geschreven, ingediend en in stemming gebracht. Ook amendementen zijn bij voorkeur kort van stof (maximaal een bladzijde). Indien een raadslid van te voren al van plan is een amendement in te dienen, is het wenselijk het op papier of digitaal bij de griffier in te leveren, al is het op de valreep van de raadsvergadering.

Alleen bij amendementen op de begroting moeten raadsleden deze ruim van te voren indienen teneinde het Dagelijks Bestuur in staat te stellen een preadvies hierover te maken. Elk jaar wordt hiervoor een deadline gesteld. Te laat ingediende amendementen worden niet gepreadviseerd. Vooral de begroting van de raad zal voorwerp van amende-menten zijn, maar ook wel van algemene moties. 

Ingediende amendementen worden gepubliceerd in de Westerpost. Het debat komt in de notulen. Amendementen worden in het definitieve raadsbesluit verwerkt dat wordt gepubliceerd op de website. Zie ten slotte een format voor amendementen hoofdstuk 3.

Nota’s en notities van raadsleden 
Dit veelgebruikte instrument kan een raadslid te allen tijde inzetten. In een nota of notitie stelt een raadslid een onderwerp aan de orde waarvan hij graag wil dat de raad of het Dagelijks Bestuur daarop actie onderneemt. De indiener moet ernaar streven om het voorstel zo compleet mogelijk te maken: aanleiding, probleemschets, oplossingsrichting en financiële paragraaf. De indiener kan door de raadsvoorzitter achter de tafel worden uitgenodigd om zijn voorstel te verdedigen of toe te lichten.
Het kan gaan om een voorstel over een nieuw onderwerp of over een bestaand besluit van raad of Dagelijks Bestuur. Nota’s/notities kunnen maar hoeven niet te leiden tot een raadsbesluit, in tegenstelling tot initiatiefvoorstellen (zie hierna). Bij voorkeur gaan nota’s/notities over onderwerpen die niet al in voorbereiding zijn bij het Dagelijks Bestuur, teneinde dubbel werk of doorkruising te voorkomen. Een raadslid kan dan beter het voorstel van het Dagelijks Bestuur afwachten en de andere instrumenten inzetten om invloed uit te oefenen. Raadsleden kunnen bij ambtenaren of griffier informeren of een onderwerp (ambtelijk) al in voorbereiding is. 
De nota of notitie is net als de begrotingen en verordeningen een manier om kaders te stellen die het Dagelijks Bestuur moet hanteren bij zijn bestuur en uitvoering. 
Ingevolge het Reglement van Orde gaat de notitie automatisch via de raadsvoorzitter (Griffie@geuzenveld.amsterdam.nl)naar het Dagelijks Bestuur dat in principe binnen zes maanden een preadvies maakt op de notitie dan wel de notitie verwerkt in een eigen besluit of een raadsvoordracht. In de laatste twee gevallen moet het Dagelijks Bestuur in een aparte paragraaf of in de inleiding aangeven wat zij met de notitie hebben gedaan.
Tegelijkertijd agendeert de raadsvoorzitter de notitie of nota voor de eerstvolgende raadsvergadering als een ingekomen stuk. De raad besluit over de verdere behandeling. Ingeval er haast bij is, kan de raad besluiten de nota/notitie meteen in handen van het Dagelijks Bestuur te laten met het verzoek om met een preadvies dan wel anderszins te reageren. Het komt volgens de normale procedure in de commissie en eventueel in de raad terug. 
De raad kan ook besluiten het stuk eerst ook (parallel aan de voorbereiding door het DB voor de preadvisering) ter bespreking te sturen naar de betrokken raadscommissie. In die bespreking kan de commissie kaders stellen waar het Dagelijks Bestuur zijn voordeel mee doet bij de preadvisering. De zesmaandentermijn blijft in principe staan, maar de commissie kan besluiten deze te verschuiven. De opsteller van de notitie blijft recht hebben op een preadvies. 
Ingeval de nota/notitie uitmondt in een besluit van het Dagelijks Bestuur, wordt het ter kennisneming op de commissieagenda gezet. De commissie besluit zelf of ze het ook willen bespreken. Indien het onderwerp wordt “gepiept” naar de raad, wordt het besproken in de raad. In dat geval zijn moties mogelijk (geen amendementen: het betreft immers een DB-besluit). 
Nota’s en notities van raadsleden worden gepubliceerd in de Wsterpost. Afhankelijk van de verdere behandeling wordt later ook, ingeval de nota/notitie leidt tot een raadsvoordracht, het preadvies gepubliceerd, al dan niet apart of verwerkt in de raadsvoordracht. Dit is afhankelijk van het onderwerp. In de raad zijn moties en amendementen mogelijk. 

Initiatiefvoorstel 
Initiatiefvoorstellen lijken op nota’s/notities, maar hebben toch een ander karakter. Initiatiefvoorstellen gaan net als nota’s/notities over een onderwerp dat niet op de agenda staat maar ze leiden altijd tot een ontwerp-raadsbesluit, vooral ontwerpen voor een nieuwe verordening of een nieuw artikel in een bestaande verordening. Bij de Tweede Kamer gaat het bij initiatiefvoorstellen alleen om wetsontwerpen. Op lokaal niveau wordt dat iets breder opgevat. 
Bij voorkeur gaan initiatiefvoorstellen over onderwerpen die niet al in voorbereiding zijn bij het Dagelijks Bestuur, teneinde dubbel werk of doorkruising te voorkomen. Een raadslid kan dan beter het voorstel van het Dagelijks Bestuur afwachten en de andere instrumenten inzetten om invloed uit te oefenen. Raadsleden kunnen bij ambtenaren of griffier informeren of een onderwerp (ambtelijk) al in voorbereiding is. 
Het initiatiefvoorstel is net als de begrotingen, bestemmingsplannen en verordeningen een manier om kaders te stellen die het Dagelijks Bestuur moet hanteren bij zijn bestuur en uitvoering. 
Het raadslid brengt zelf zijn voorstel in via de raadsvoorzitter (Griffie@geuzenveld.amsterdam.nl) op de raadsagenda. De indiener moet ernaar streven om het voorstel zo compleet mogelijk te maken: aanleiding, probleemschets, oplossingsrichting, financiële paragraaf en de concept-regeling of -raadsbesluit. De indiener kan door de raadsvoorzitter achter de tafel worden uitgenodigd om zijn voorstel te verdedigen of toe te lichten. De raad beslist wat er verder mee gebeurt. 
De procedure is hetzelfde als bij nota’s en notities: het komt veelal automatisch bij het Dagelijks Bestuur terecht om preadvies, bij haast verzoekt de raad meteen aan het Dagelijks Bestuur om preadvies, maar de raad kan ook besluiten het stuk eerst ook naar de betrokken commissie ter bespreking te sturen. Zie hiervóór bij nota’s/notities.
Initiatiefvoorstellen worden gepubliceerd in de Westerpost. Afhankelijk van de verdere behandeling wordt later ook, ingeval het voorstel leidt tot een raadsvoordracht, het preadvies gepubliceerd, al dan niet apart of verwerkt in de raadsvoordracht. Dit is afhankelijk van het onderwerp. In de raad zijn moties en amendementen mogelijk. 


Ambtelijke bijstand (regeling in verordening)
De Gemeentewet geeft raadsleden recht op ambtelijke bijstand. Daartoe is een verordening gemaakt. Ambtelijke bijstand geeft raadsleden de kans om hun instrumenten beter in te zetten. 
Voor het opstellen van een nota/notitie, een initiatiefvoorstel, een motie of amendement, schriftelijke of mondelinge vragen enzovoort, kan het raadslid primair een beroep doen op de raadsgriffier. Maar het kan ook nodig zijn (technische) informatie te vragen aan ambtenaren. Meestal beperkt het zich tot een rechtstreeks telefoontje met de ambtenaar met een verzoek om informatie. Maar het kan ook een verzoek om advies of het maken van een overzichtskaartje of een nader onderzoek zijn. In de regel lopen dit soort verzoeken via de griffier. De ambtelijke capaciteit is niet oneindig, dus de verzoeken om bijstand moeten in het redelijke bewaakt worden. Dit gebeurt door de griffier in samenspraak met de stadsdeelsecretaris. 

De verordening bevat een aantal weigeringsgronden voor ambtenaren. Een belangrijke weigeringsgrond is als het gaat om stukken die nog in voorbereiding zijn of als het gaat om informatie die bij bekendmaking het openbaar belang van het stadsdeel kan schaden. Ook als er een te fors beroep op ambtelijke capaciteit wordt gedaan, kan de stadsdeelsecretaris weigeren. 

De verordening bevat een procedure ingeval het vragend raadslid niet of naar zijn mening niet voldoende wordt geholpen. Uiteindelijk beslist het Dagelijks Bestuur over de mate en inhoud van ambtelijke bijstand. Het Dagelijks Bestuur is immers als bevoegd gezag van de ambtelijke organisatie verantwoordelijk voor hetgeen van ambtenaren wordt gevraagd. 

Indien het voor het vragend raadslid niet bevredigend afloopt, kan hij het instrument inzetten van de interpellatie of het instrument van het ‘verzoek om inlichtingen’ (zie hiervóór). Daarop zijn moties van wantrouwen of bijvoorbeeld van droefenis mogelijk. 

Publicaties in de Westerpost en op Internet

De Westerpost is het officiële publicatieorgaan van het stadsdeel. 
De agenda’s van raads- en raadscommissievergaderingen. De raadsvoordrachten van het Dagelijks Bestuur aan de raad, andere voorstellen aan de raad, nota’s en notities van raadsleden, preadviezen van het Dagelijks Bestuur op nota’s en notities, schriftelijke vragen aan het Dagelijks Bestuur, antwoorden op die vragen, moties, amendementen, interpellaties. 
De besluiten op alle raadsbesluiten, waaronder verordeningen en bestemmingsplannen, waarbij de toelichting op die raadsbesluiten terug is te vinden bij de Griffie zelf. 
Pas na publicatie in de Westerpost hebben verordeningen en bestemmingsplannen geldigheid.

Openbare raadscommissies
Gemeenteraden kunnen commissies instellen. Raadscommissies hebben sinds de wetwijziging (dualisering) een andere functie gekregen. Zij zijn geen commissie van 
advies meer voor het college maar zijn er primair om raadsbesluiten voor te bereiden. 
Meestal zijn dat besluiten die in de vorm van een raadsvoordracht door het Dagelijks Bestuur of door een andere groepering worden ingebracht. Daarnaast kunnen 
commissieleden alle onderwerpen op hun agenda zetten en bespreken, waaronder zaken waarmee het Dagelijks Bestuur bezig is. Het Dagelijks Bestuur brengt vanuit zijn actieve en passieve informatieplicht immers allerlei onderwerpen ter kennisneming van de raad via de commissies. Op initiatief van een commissielid kan de commissie besluiten het te bespreken. Zodoende kan een commissie kaders geven aan het Dagelijks Bestuur bij de uitvoering van hun taken. Ook kan de commissie op die manier zijn controlerende functie namens de raad uitoefenen op bestuur en uitvoering door het Dagelijks Bestuur. 
Commissies hebben geen besluitvormend karakter. Zij sturen hetzij raadsvoordrachten of andere onderwerpen door naar de raad ter besluitvorming of bespreking én zij
overleggen met het Dagelijks Bestuur. Voor het Dagelijks Bestuur is dit een gelegenheid om te bezien of zij op het goede spoor zitten en of er draagvlak is voor hun bestuur. 
Bespreking in de commissie (of de raad) heeft overigens formeel geen opschortende werking voor besluiten van het Dagelijks Bestuur. Een commissie kan DB-besluiten ook niet wijzigen. Als het onderwerp wordt doorgepiept naar de raad kan de raad met moties het Dagelijks Bestuur oproepen hun bestuur anders te voeren. 
In commissies wordt vaak het woord gegeven aan insprekers . Commissies leggen daarnaast werkbezoeken af en houden soms hoorzittingen met burgers en ondernemers.

Organisatie en ondersteuning 
In het stadsdeel is gekozen voor een aantal commissies, wier werkwijze is geregeld in de Verordening op de raadscommissies. De commissies worden voorgezeten door
raadsleden die daartoe door de raad zijn gekozen. Ze worden ondersteund door de raadscommissiegriffier. Deze bereidt samen met de commissievoorzitter (en soms ook de sectorhoofden) de vergaderingen voor. 

Soorten commissies
Er zijn drie ‘gewone’ commissies en twee bijzondere commissies. De gewone commissies gaan over onderwerpen die hetzij door commissieleden zelf hetzij 
door leden van het Dagelijks Bestuur (portefeuillehouders) worden ingebracht. 
Ze komen eenmaal per maand bij elkaar. De bijzondere commissies gaan over specifieke onderwerpen en komen slechts enkele keren per jaar bijelkaar. Alle
commissies bestaan uit één of meer raadsleden en duoraadsleden . 

Commissie Sociaal
Deze commissie behandelt momenteel de volgende onderwerpen:
• Welzijn 
• Onderwijs
• Zorg
• Cultuur
• Diversiteit
• Sport
• Economische Zaken
• Werkgelegenheid
• Sociale Activering

Commissie Middelen
Deze commissie behandelt de volgende onderwerpen: 
• Middelen (financiën)
• Algemeen en Bestuurlijke Juridische Zaken
• Bestuurlijke Vernieuwing
• Horeca
• Personeel en Organisatie
• Sloterparkbad

Commissie Fysiek
Deze commissie behandelt:
• Stedelijke Vernieuwing
• Bouwen en Wonen
• Inrichting Openbare ruimte
• Beheer Openbare Ruimte
• Milieu, Groen en Water
• Verkeer en Vervoer en Parkeren
• Monumenten 

Commissie Beroep en Bezwaar
Deze bijzondere commissie vergadert alleen indien zich een bezwaar- of beroeps- procedure voordoet, waarin de raad een rol heeft. Sinds de Gemeentewetswijziging (dualisering) is het aantal mogelijkheden van (administratief) beroep op de raad sterk gedaald. 

Rekeningencommissie
Deze bijzondere commissie ondersteunt de raad in zijn controlerende functie. De commissie bereidt de vaststelling (door de raad) van de Jaarrekening voor. Tevens adviseert deze commissie over onderwerpen als de rekenkamer(functie) die elke gemeente en stadsdeel in 2006 moet hebben. 

Naast de hiervóór genoemde drie openbare raadscommissies zijn er drie interne commissies die doorgaans niet openbaar worden gehouden. Deze zijn voornamelijk
belast met de ondersteuning en begeleiding van de werkwijze van de raad en de raadscommissies. Het zijn raadshuishoudelijke overleggen. 

rekenkamer
Er komt een rekenkamer die vanuit de Centrale Stad onderzoek doet naar doeltreffendheid, doelmatigheid en rechtmatigheid van het Bestuur. Deze rekenkamer doet zoveel mogelijk onderzoek met eigen capaciteit en doet jaarlijks een of twee onderzoeken voor het Stadsdeel. Hiervoor wordt jaarlijks ca. 50.000 euro begroot.

fractievoorzittersoverleg

Deze overleggroep is ingevolge het Reglement van Orde van de raad in het leven geroepen. Het bestaat uit alle fractievoorzitters van de politieke
partijen in de stadsdeelraad. De raadsvoorzitter is voorzitter, de griffier is secretaris. De stadsdeelvoorzitter en de stadsdeelsecretaris kunnen worden uitgenodigd bij de vergaderingen van het overleg van fractievoorzitters. 

Het overleg is geen formeel besluitorgaan maar een commissie die de raad adviseert. Zij  vormen als het ware een soort management-team voor de raad (en voor de griffier) als het om procedures gaat. Ze komen regelmatig bijeen bijeen. Zij bespreken dan de werkwijze van de raad, de orde van de vergadering, de manier van afhandelen van onderwerpen en andere huishoudelijke zaken. Tevens bespreken zij de stand van zaken 
van aangenomen moties, de nog in het vat zittende beantwoording van vragen en preadviezen, de behandeling van de begroting etc. De griffier bewaakt deze gang van zaken. 

Agendacommissie 
Deze overleggroep is ook ingevolge het Reglement van Orde van de raad in Het leven geroepen. Het bestaat uit de voorzitters van alle commissies. De
raadsvoorzitter is voorzitter van de Agendacommissie, de griffier is secretaris. De stadsdeelvoorzitter en de stadsdeelsecretaris zijn vaste gasten. 
De Agendacommissie komt twee keer per jaar bij elkaar om de politiek-strategische lange termijnagenda van de raad op te stellen en te bewaken. 
Daarna gaat deze agenda uit en wordt deze vastgesteld in de raad en toegezonden naar de ambtelijke organisatie als leidraad voor de beleidsproductie. 
Mutaties in deze termijnagenda wordt besproken in het vierhoeksoverleg tussen de stadsdeelvoorzitter de raadsvoorzitter de stadsdeelsecretaris en de griffier.
De voorbereiding en het opstellen van de reguliere agenda’s van raads- en raadscommissievergaderingen vindt plaats voorafgaand aan deze vergaderingen in een co-productie tussen (raadscommissie)griffier en de (vice)voorzitters van de betreffende vergaderingen.

Werkgroep dualisering
Deze groep bestaat uit een aantal raadsleden op persoonlijke titel. Zij hebben op zich genomen om de bestuurlijke vernieuwing die voortvloeit uit de gewijzigde Gemeentewet te ondersteunen en te stimuleren. Men bespreekt daar onderwerpen als de door de Gemeentewet vereiste dualisering van verordeningen en gedragscodes of zaken als de raadscommunicatie, de ambtelijke bijstand, interactieve beleidsvorming, burgerinitiatief,
trainingen voor raadsleden, evaluaties over bijvoorbeeld het commissiestelsel en dergelijke. Een raadslid is voorzitter, de griffier is secretaris. 

De Werkgroep is tijdelijk van aard. Het is immers de bedoeling dat de bestuurlijke vernieuwing vorm gaat krijgen in de structuur en cultuur van de raad, de commissies, het Dagelijks Bestuur en de ambtenarij. Op zeker moment zal de Werkgroep beslissen dat hun taak is afgerond. De vergaderingen zijn op zich niet besloten, maar er wordt  geen nadrukkelijke uitnodiging gedaan om toehoorders erbij te betrekken. 

Griffier van de deelraad
Om de deelraad en de door de raad eventueel ingestelde raadscommissies bij de uitvoering van hun taken terzijde te staan, heeft het Stadsdeel een griffier aangesteld. De Gemeentewet verplicht het aanstellen van een griffier voor de raad en het aanstellen van een gemeente-secretaris (stadsdeelsecretaris) voor het college. 
De griffier heeft tot taak de raad en de raadsvoorzitter te ondersteunen bij de dagelijkse gang van zaken en in de raadsvergadering. 
Ook ondersteunt en adviseert de griffier de stadsdeelraadsleden en de raadscommissie-voorzitters op het punt van de nieuwe wetgeving en werkwijze. Tevens is het zijn taak de logistiek van de stukken, de agenda’s en de raadsbehandeling goed te laten verlopen alsmede de politiek strategische lange termijnagenda van de raad te bewaken. Andere taken zijn bijvoorbeeld: 
- het terzijde staan van de raadsvoorzitter en de raadscommissievoorzitters bij het uitoefenen van hun voorzitterschap
- technische bijstand te leveren aan de stadsdeelraadsleden bij het formuleren van moties, amendementen en voorstellen, het voorbereiden van interpellaties en vragen
- trait d’union tussen ambtelijke dienst, Dagelijks Bestuur, stadsdeelsecretaris

De griffier is te bereiken op Griffie@geuzenveld.amsterdam.nl
020-8898137 of 020- 8898138

De griffier is tevens secretaris van de genoemde commissies:

- het overleg van fractievoorzitters 
- de Agendacommissie
- de werkgroep dualisering

De griffier wordt benoemd (en ontslagen) door de raad. Hij is ambtenaar in de zin van de Ambtenarenwet, maar de stadsdeelsecretaris resp. het Dagelijks Bestuur hebben niet het bevoegd gezag over de griffier. Dat heeft de raad.

Wijziging Gemeentewet
In maart 2002 is de Wet dualisering gemeentebestuur in werking getreden. Hierdoor is er veel veranderd in het lokale bestuur van Nederland. Niet alleen de Gemeentewet is tamelijk ingrijpend gewijzigd, maar ook bijna 80 andere wetten. Later volgt er zelfs nog een Grondwetswijziging. Na 150 jaar ‘monisme’ moet het lokale bestuur gaan functioneren zoals het parlement en de regering in Den Haag. Drie organen, de gemeenteraad, de burgemeester en het college van B&W vormen op gemeentelijk niveau samen het bestuur, maar ieder heeft zijn eigen rol in het democratisch proces. Zo zijn wethouders geen lid (meer) van de raad en stemmen dan ook niet meer mee over hun eigen voorstellen. De raad controleert college en burgemeester op grote lijnen, stelt kaders voor bestuur en uitvoering door het college. De raad zal daardoor meer tijd krijgen voor zijn volksvertegenwoor-digende rol. Ook de provincies moeten op de nieuwe manier gaan werken. 
Het doel is heldere van elkaar te onderscheiden rollen van de spelers in het democratisch bestuur, zodat de burger meer zicht krijgt op en meer belangstelling krijgt voor de lokale democratie. De wetswijziging heeft niet alleen ten doel een vernieuwingsimpuls aan de lokale democratie te geven, maar ook aan de kwaliteit en de efficiëntie van het lokale bestuur. 
Voor meer informatie over dualisme: kijk op www.vernieuwingsimpuls.nl


Gevolgen voor de stadsdelen
Voor de stadsdelen van Amsterdam betekent de nieuwe wet dat de bevoegdheden van de stadsdeelraad en die van het Dagelijks Bestuur uit elkaar zijn gehaald. De stadsdeelraad en het Dagelijks Bestuuur vervullen ieder een eigen functie:
- het Dagelijks Bestuur houdt zich bezig met het besturen van het stadsdeel: maakt het beleid en voert dit uit;
- de stadsdeelraad stelt hiervoor de kaders, controleert het bestuur en vertegenwoor-digt de burgers; de stadsdeelraad heeft (in stadsdeel Centrum) een eigen voorzitter, gekozen door en uit de raad. Hij bereidt en zit de raadsvergaderingen voor.