SCHOOLTUINEN
J.A.
Nijkamptuin
De J.A. Nijkamptuin is gelegen in het midden van het Eendrachtspark en is ongeveer anderhalve hectare groot. Er liggen ongeveer 500- tot 550 schooltuintjes.
Elke leerling krijgt een schooltuintje van elf vierkante meter, dat zijn 2 bedden en 2 paadjes.
In de tuintjes worden 18 groentesoorten en 15 verschillende bloemen gekweekt.
De leerlingen nemen deze groenten en bloemen mee naar huis. De gemeente Amsterdam financiert het gehele schooltuinprogramma, de ouders van de leerlingen betalen een klein gedeelt zelf (€ 12,50 per kind).
De belangstelling voor het schooltuinprogramma is groot. De scholen zien de lessen als een onmisbare aanvulling op het lesprogramma van de scholen. Alle scholen doen dan ook mee. Van ZMLK, LOM tot regulier onderwijs.
Het werken in de open lucht, de tuin, het ontwikkelen van de motoriek, het omgaan met de natuur, het samenwerken op de tuin zijn de belangrijkste kenmerken van het schooltuinprogramma. Leerkrachten krijgen vaak een andere indruk van leerlingen, vooral als zij “opbloeien” tijdens het tuinwerk.
Op jaarbasis nemen 22 tot 25 klasgroepen deel aan een schooltuin onderwijsprogramma. De groepen zijn groep 6 en groep 7. De scholen beslissen welke groepen deelnemen aan het schooltuinprogramma.
Naast de scholen vanuit het eigen stadsdeel schrijven zich ook scholen zich voor het schooltuin programma van buiten het stadsdeel (Bos en Lommer en Oud Zuid) Het programma start in januari en eindigt in november.
De leerlingen komen op een vast tijdstip op de tuin. Een educatief medewerker geeft drie keer per dag les aan een groep, met uitzondering van de woensdag. De kern van de lessen ligt in het groeiseizoen. Dat loopt van april tot oktober.
Er zijn ook binnenlessen In de eerste 3 maanden worden 3 biologielessen gegeven in het lokaal van de tuin. Na de herfstvakantie worden nog 2 lessen gegeven in het leslokaal.
Direct na de zomervakantie worden incidenteel lessen gegeven in het leslokaal. De theorielessen gaan over de geschiedenis van het hebben van tuinen, natuur en cultuur, grondsoorten, kiemingsvoorwaarden, voortplanting, weermeting, zaadverspreiding, opbouw van voedingsstoffen in de plant, overwinteringsvormen enzovoort.
De praktijklessen gaan over grondbewerking, zaaien, planten, oogsten, werken met gereedschap, bloemschikken, soep koken, waarnemingen verrichten poster maken enz. Veel aspecten krijgen aandacht via een zogenaamd schooltuinboek.
Verder is er sprake van additionele activiteiten voor de onderbouw van het basisonderwijs: Deze groepen kunnen meedoen aan het zogenaamde kleine beestjespad of het kabouterpad. Een herfstwandeling is in voorbereiding. Soms wordt na het afsluiten van het zomerseizoen de gehele schooltuin benut als plukweide voor de kleutergroepen. Voorwaarde is wel dat er nog voldoende bloemen op de schooltuin voorkomen.
Op de schooltuin werken lesgevenden. Het gaat om 1,6 of 1,8 formatieplaats. Deze medewerkers hebben over het algemeen een hbo-niveau (met tuintechnische kennis) Ter ondersteuning is 1 formatieplaats voor een tuinman. (lbo-mbo-niveau) Deze medewerker geeft geen lessen, maar zorgt voor het onderhoud, teelt op de schooltuin enz.
Op het tuincomplex bevindt zich een kwekerij, duinpartij, dierenverblijf, diverse borders, een kruidenhoekje, een dienstwoning, een plein, een apart zithoekje, een loodsje voor tuingereedschap, een kasje, een plein en uiteraard een lesgebouw. In de borders komen struiken, bomen en vaste planten voor. Vele van deze bomen en heesters zijn blad - en naaldhoudend.
Het gehele complex is gedraineerd en in de winter is de tuin zogenaamd winterkaal. De grondbewerking gebeurt machinaal en jaarlijks wordt de tuin bemest.
In de loop van de 40 jaar is het tuingedeelte, waar de kindertuintjes worden gesitueerd, 2 maal gestoomd. Tijdens het stomen wordt de grond tot een diepte van 35 cm zodanig verhit dat de meeste onkruidzaden niet meer kiemkrachtig zijn. Het stomen is verantwoord volgens de geldende milieunormen. Het grote voordeel is dat na het stomen de kinderen in een grond kunnen werken, waarbij het onkruid wieden een beheersbaar gegeven wordt. Het komt het lesgeven ten goede.
De J.A. Nijkamptuin ligt met zijn anderhalve hectare in het midden van het Eendrachtspark. Elke leerling krijgt een klein stukje grond: 11 vierkante meter. Het programma start in januari en eindigt in november.
Naast de scholen vanuit Geuzenveld-Slotermeer schrijven ook scholen van buiten het stadsdeel (Bos en Lommer en Oud Zuid) zich in.
De groepen wekelijks op een vast tijdstip op de tuin en krijgen dan les van een De kern van de lessen ligt in het groeiseizoen. (april-oktober). In de eerste 3 maanden krijgen de kinderen drie biologielessen gegeven in het lokaal van de tuin. Na de herfstvakantie worden nog 2 lessen gegeven in het leslokaal.
Direct na de zomervakantie worden incidenteel lessen gegeven in het leslokaal. De theonelessen gaan over de geschiedenis van het hebben van tuinen, natuur en cultuur, grondsoorten, kiemingsvoorwaarden, voortplanting, weermeting, zaadverspreiding, opbouw van voedingsstoffen in de plant, overwinteringsvormen enzovoort.
De praktijklessen gaan over grondbewerking, zaaien, planten, oogsten, werken met gereedschap, bloemschikken, soep koken, waarnemingen verrichten poster maken enz. Vele aspecten krijgen aandacht via een zogenaamd schooltuinboek. Veder is er sprake van additionele activiteiten voor de onderbouw van het basisonderwijs: Deze groepen kunnen meedoen aan het zogenaamde kleine beestjespad of het kabouterpad. Een herfstwandeling is in voorbereiding. Soms wordt na het afsluiten van het zomerseizoen de gehele schooltuin benut als plukweide voor de kleutergroepen. Voorwaarde is wel dat er nog voldoende bloemen op de schooltuin voorkomen.
Op de schooltuin werken lesgevenden. Het gaat om 1,6 of 1,8 formatieplaats. Deze medewerkers hebben over het algemeen een hbo-niveau (met tuintechnische kennis) Ter ondersteuning is 1 formatieplaats voor een tuinman. (lbo-mbo-niveau) Deze medewerker geeft geen lessen, maar zorgt voor het onderhoud, teelt op de schooltuin enz.
Op het tuincomplex bevinden zich een kwekerij, duinpartij, dierenverblijf, diverse borders, een kruidenhoekje, een dienstwoning, een plein, een apart zithoekje, een loodsje voor tuingereedschap, een kasje, een plein en uiteraard een lesgebouw. In de borders komen struiken, bomen en vaste planten voor. Vele van deze bomen en heesters zijn blad - en naaldhoudend.
Het gehele complex is gedraineerd en in de winter is de tuin zogenaamd winterkaal. De grondbewerking gebeurt machinaal en jaarlijks wordt de tuin bemest.
In de loop van de 40 jaar is het tuingedeelte, waar de kindertuintjes worden gesitueerd, 2 maal gestoomd. Tijdens het stomen wordt de grond tot een diepte van 35 cm zodanig verhit dat de meeste onkruidzaden niet meer kiemkrachtig zijn. Het stomen is verantwoord volgens de geldende milieunormen. Het grote voordeel is dat na het stomen de kinderen in een grond kunnen werken, waarbij het onkruid wieden een beheersbaar gegeven wordt. Het komt het lesgeven ten goede.
In de tuintjes worden 18 groentesoorten en 15 verschillende bloemen gekweekt.
De leerlingen nemen deze groenten en bloemen mee naar huis. De gemeente Amsterdam financiert het gehele schooltuinprogramma, de medewerkers zijn in dienst van de gemeente, echter een klein gedeelte betalen de ouders van de leerlingen (€ 12,50 per kind).
De belangstelling voor het schooltuinprogramma is groot. De scholen zien de lessen als een onmisbare aanvulling op het lesprogramma van de scholen. Alle scholen doen dan ook mee. Van ZMLK, LOM tot regulier onderwijs. Het werken in de open lucht, de tuin, het ontwikkelen van de motoriek, het omgaan met de natuur, het samenwerken op de tuin zijn de belangrijkste kenmerken van het schooltuinprogramma. Leerkrachten krijgen vaak een andere indruk van leerlingen, vooral als zij “opbloeien” tijdens het tuinwerk.
A. Ridderbostuin
De schooltuinen zijn ondertussen weer ruim een jaar op hun oude plek aan de spoordijk. Vanaf de straat ziet het er heel leuk uit. Reden om eens te gaan kijken bij schooltuinmeester Sjef Szarzynski, hoe het met hem en zijn schooltuinen gaat.
Groep 6 van de Dr. Noormanschool 2005/2006
Het is te zien dat Sjef blij is met de vernieuwde oude plek van de schooltuinen. Vol enthousiasme vertelt hij over de veranderingen. De nieuwe tuin is groter omdat een stuk grond van de voormalige dierenopvang de Zwaan erbij gekomen is. Jammer dat het voetpad tussen de spoordijk en de tuin is bedolven onder de pas aangelegde Hemboog. Nu kun je niet meer om de tuin heen lopen, maar vanaf de straat is de tuin goed te zien. Er staat een hek voor, maar dat staat open wanneer er op de tuin gewerkt wordt. Dus iedereen kan binnenlopen.
Wat direct opvalt, zijn de schanskorven. Natuurlijk weet ik niet wat schanskorven zijn en Sjef legt uit. Schanskorven zijn van ijzerdraad gevlochten manden, gevuld met stenen. Ze voorkomen dat de grond van de dijk wegspoelt als het regent. Door deze schanskorven lijkt het nu alsof de tuintjes op verschillende terrassen zijn aangelegd. De schanskorven zijn dus nodig en geven tegelijkertijd een leuk effect. Ook is er een nieuwe kas. Niet van plastic als voorheen, maar van glas. Daar leren de leerlingen in het voorjaar hoe je planten kunt opkweken.
Het leslokaal en het bijenlokaal zijn opgeknapt, dat was wel nodig ook na vijf jaar leegstand.
Sjef is heel tevreden dat alle scholen uit Slotermeer en Bos en Lommer weer terecht kunnen op deze tuin. In totaal krijgen zo’n 320 leerlingen hier natuur- en milieueducatie.
Maar dit getal komt veel hoger uit als we ook de kleuters meetellen, die meedoen aan het bijenpad, en de Ecokids, die na schooltijd op de tuin zijn.
Dat leerlingen het leuk vinden, weet ik uit de tijd dat de schooltuinen bij ons huis stonden. Ik moet het nu doen zonder het vrolijke gekwetter van de leerlingen en zonder de uitleg van meester Sjef.
Sinds kort staan er prachtige palmbomen voorin de tuin. Waar zouden die nou ineens vandaan komen en zijn ze wel winterhard? “Ja hoor”, zegt Sjef lachend. “Deze palmbomen hebben jaren in de ecologische tuinen aan de andere kant van de spoordijk aan de Leeuwendalerweg gestaan.” Die moesten daar weg omdat er woningen gebouwd worden. Over deze palmbomen kan Sjef het nodige vertellen: ze heten Trachycarpus en komen uit het Himalayagebergte, dus een paar graden vorst kunnen ze wel hebben. Sjef gaat hier een stukje over schrijven voor het Geheugen van West.
Half januari komen de eerste klassen voor hun kennismakingslessen. Lessen waarin zij kennismaken met elkaar, met de tuin en met de schooltuinmeester. Er is dit jaar ook twee dagen in de week een schooltuinjuf: Petra Bloemers. Over wat de leerlingen leren in de lessen vertelt Sjef in een volgend stukje. En misschien mag ik de nieuwe schooltuinjuf interviewen voor het Geheugen van West.
Maar, dit jaar bestaat de Ridderbostuin, zo heet de schooltuin officieel, 50 jaar. Hier gaan we iets moois van maken, zegt Sjef. Je hoort dus nog van ons.
Schooltuin A. Ridderbos ligt aan de Schiphollijn, ter hoogte van metrostation De Vlugtlaan. Hij ligt in stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer, maar is door de ligging op de grens met stadsdeel Bos en Lommer te voet bereikbaar voor scholen uit beide stadsdelen.
De Ridderbostuin werd geopend in april 1956 en is genoemd naar de heer Ridderbos, jarenlang hoofd van de toenmalige Frederik van Edenschool en secretaris van de eveneens toenmalige Stichting Amsterdamse Schoolwerktuinen.
Activiteiten
Tuinieren:
Jaarlijks volgen hier zo'n 14 groepen van verschillende basisscholen het Jaarrondprogramma.
Uitwisseling:
De Ridderbostuin onderhoudt contacten met scholen in andere landen, waar kinderen ook tuinieren, o.a.in Marokko, Turkije en Kameroen. Sommige groepen doen actief mee aan deze uitwisseling. Leerlingen maken foto's en verslagen van de tuinlessen en sturen die op.
Bijenlessen:
Op de schooltuin is een speciale ruimte waar leerlingen kennis kunnen maken met de honingbij en alles wat met diertje te maken heeft.
Er is voor leerlingen van de bovenbouw een serie van 3 bijenlessen.
Voor de onderbouw bestaat de mogelijkheid kennis te maken met het thema door het " bijenpad " te lopen.
De " Bijenleskist " kan worden geleend door leerkrachten die het thema zelf willen behandelen op school.
Openingstijden
Maandag t/m vrijdag van 8:30-12:00 uur en van 13:00 -15:00 uur
Wilt u buiten deze tijden langskomen, bel dan eerst even.
Bereikbaarheid
Openbaar vervoer
Bus 21
Tram 14
Sneltram 51
Loopafstand vanaf Station de Vlugtlaan; 5 minuten
Loopafstand vanaf Sloterdijkstation; 10 minuten
Bezoekadres:
Harry Koningsbergerstraat 63 A
1063 AC Amsterdam
Postadres:
Fritz Conijnstraat 33
1063CB Amsterdam
T: 020 - 611 87 92,
06 - 41 59 77 66
j.szarzynski@hccnet.nl
Contactpersoon:
Sjef Szarzynski
B. Telefoon: 6118792
Beheerder: J. Szarzynski
Schooltuin J.A. Nijkamp
De Nijkamptuin ligt in het Eendrachtspark van het stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer. In 1968 werd hier voor het eerst getuinierd. De tuin kreeg de naam van Jan Nijkamp, destijds directeur van de Haagse school- en kindertuinen. De tuin biedt plaats aan ongeveer 500 leerlingen van het basisonderwijs. Het grootste gedeelte is voor kindertuintjes gereserveerd. Daarnaast staat er een lesgebouw op het terrein De tuin heeft groenblijvende bomen en stuiken, maar nog meer bladverliezende houtige gewassen. In de borders zijn vaste planten, een zithoekje, een duinpartij en een zure grond padenpad. Helemaal compleet is het met het dierenverblijf, de kas, de kwekerij en een dienswoning.
Activiteiten
Jaarrondprogramma
Het belangrijkste deel van de activiteiten vormt het Jaarrondprogramma. Leerlingen van de bovenbouw volgen dit programma onder schooltijd. Het bestaat uit biologielessen in een leslokaal (in winter en najaar) en het tuinieren in een tuintje van ongeveer 10 vierkante meter. Deze lessen worden gegeven door een educatieve leerkracht.
Overige lesprogramma's
Daarnaast zijn er lesprogramma's voor de onderbouw van het basisonderwijs. Deze bestaan uit het 'kabouterpad' een 'kleine beestjespad' en in sommige jaren worden de kindertuintjes omgetoverd in een grote plukweide. Deze lessen zijn eenmalig, al doen er dan wel 80 groepen mee. De NME-coördinator van het stadsdeel begeleidt dit aanbod.
Openingstijden
Van 8.00 tot 16.30 uur gedurende 5 werkdagen.
Bereikbaarheid
Openbaar vervoer
Tram 13, richting Geuzenveld, eindhalte
Bus 21, richting de Sav. Lohmansstraat, halte R. de Beerenbrouckstraat (Dr. H. Colijnstraat)
Auto
Rijd vanuit het centrum van Amsterdam de Haarlemmerweg op. Sla linksaf de Burgemeester de Vluchtlaan in, ongeveer 1,5 km. voorbij de ringweg A10. Neem de rotonde voor een kwart en sla de A. Moddermanstraat in. Volg deze straat over het water de R. de Beerenbrouckstraat in. Bij de eerste kruizing linksaf de Dr. H. Colijnstraat in. Rijd door tot over het water. De schoolwerktuin ligt in het park aan de linkerkant.
"Gotsamme, Piet, mowwe dat heile klotestuk lope? Kben al so moe!"
Het is najaar 1974. Ik ben als onderwijzer van de Burgemeester De Vlugtschool met klas 5b te voet onderweg naar de schooltuinen, door de Bernard Loderstraat en dan de twee bruggen over van het Eendrachtspark. Klaas Grit was nooit te porren voor die wekelijkse voetreis. Te meer omdat het vooruitzicht van de terugweg een nog zwaardere gang betekende: beladen met een emmer aardappelen, wortelen, rode bieten en nog een bos bloemen ook..."Da's voor de meiden," En dat, nota bene, terwijl zijn oudere broers, en zijn vader, in de buurt een geduchte reputatie genoten als vaste Vierdaagsewandelaars. Misschien was Klaas juist daarom wel zo moeilijk vooruit te branden.
De schooltuin was een jaarlijks terugkerend feest. Zodra het eerste zaaigoed de grond in moest — "llluisteren, en eerrrst kkijken!!", zo instrueerde de immer gedecideerde meester Kooistra die ogenschijnlijk vaak wat onwillige meute van grootsteedse Vlugtelingen in de door hem geschapen lusthof — was deze vrijwel wekelijkse gang een welkome onderbreking van de dagelijkse tred van rekenen, taal en wereldoriëntatie.
Ze bracht de toen nog overwegend witte tuinstedelijke schooljeugd — Hüseyin Utlu was de eerste Turk in mijn klas — in aanraking met een wereld die zich grotendeels aan hun leven van stoeptegels, lijn 13 en tv op drie-hoog onttrok: de klok van de natuur, handen in aarde, zaaien en oogsten, harmonische ordening. Zodra je het in Mondriaanse maat verdeelde, bontkleurige tuincomplex achter het ijzeren hek betrad, en elke leerling zijn perkje in bezit nam, nieuwsgierig elkaars groeiresultaten vergelijkend - "‘Jesusmina, moeje kijke!" - bevond je je — al was het maar voor een uurtje — in een totaal andere wereld. En wanneer de perkjes hun eigen ritme opeisten — de natuur heeft lak aan lesroosters — of het seizoen voorbij was, dan waren er voor 5b en al die andere honderden, duizenden leerlingen altijd nog de natuurtessen of het bloemschikken in het lokaal. Gouden tijden. Zo ervoeren zij het (behalve Klaas wellicht) — zo ervoer ik het.
Als Friese boerenzoon was ik eigenlijk bij toeval in Amsterdam-West, op de Vlugtschool, terecht gekomen. Het eeuwige ritme van de wisselende seizoenen zat diep in mijn genen ingebakken. Maar in het Mokum van de zeventiger jaren sidderden de zenuwen van een nieuwe tijd, die ook mij niet onberoerd lieten. Het onderwijs onderging grote veranderingen: klassikale systemen maakten plaats voor individuele benaderingen; een democratiseringsgolf overspoelde Nederland; autoriteiten werden van hun voetstuk getrokken; activisme kwam vanaf de straat en vanuit de buis de klas in. In Vietnam voltrok zich een drama; Allende werd om zeep geholpen, de CPN verkondigde nog De Waarheid, terwijl Wim Kok vanuit zijn kantoor op Plein 40-45 de straat op ging. En ik veranderde mee.
Meester Visser werd simpelweg Piet genoemd. En ook daarom was die tuingang zo’n welkome adempauze in het steeds hijgender levensritme. Temeer daar ik, met mijn lange haar en baard eruitziend als Jezus in spijkerbroek, in die natuurlijk geordende wereld van Albert Kooistra (niet minder sociaal bewogen), in zijn Hof van Eden, meer dan een wekelijkse vlucht uit die dagelijkse hectiek vond. Hij, ook een boerenzoon, en ik bleken allebei in het kleinst denkbare gehucht in het drassige Friese waterland te zijn geboren — De Veenhoop! De schooltuin is en blijft voor mij dan ook een onvergeteljk en veelsoortig reflectiepunt, en vooral ook een plek van vriendschap — tot op de dag van vandaag.
Leerkracht Van Son over de schooltuin
Als leerkracht van de Goeman Borgesiusschool kom ik al vele jaren op de nu veertigjarige schooltuin. Ieder jaar is het weer een feest voor de leerlingen om een les op de schooltuin te volgen. De binnenlessen zijn altijd weer een verrassing voor ze. Wat zal er allemaal gaan gebeuren?
Dan de eerste buitenles. De kinderen krijgen een stukje grond en mogen die gaan bewerken. In het maken van een schooltuinbordje kunnen ze hun creativiteit goed kwijt. De een wilde het bordje nóg mooier maken dan de ander.
Je initiaal inzaaien met tuinkerszaad en dan ontdekken dat je letter zichtbaar wordt is een aparte ervaring voor ze. Toen ik zelf basisschoolleerling was, was de tuinkersletter ook het eerste wat we oogstten. Veel is er dus in de loop der jaren niet veranderd.
Elk jaar komt het voor dat de stadse leerlingen in plaats van het onkruid te wieden per ongeluk het zaaigoed verwijderen. Dat komt de opperbeste stemming van tuinmeester Kooistra niet ten goede. Het eerste wat de leerlingen doen als ze op de tuin komen, is kijken of er iets gegroeid is. Na de zomervakantie zijn ze blij te zien dat het gezaaide zo goed is opgekomen, en er geoogst kan worden.
De les bloemstukjes maken is voor veel leerlingen toch wel moeilijk. De bloemen goed in steekschuim duwen is eng. De mooie resultaten geven de leerlingen voldoening. De bloemstukken worden vol trots mee naar huis genomen. Leerlingen hebben in het verleden ook wel bloemstukjes naar het verpleeghuis Tabitha gebracht.
De les soep koken is ook ieder jaar weer goed voor veel sensatie. Vol overgave wordt de groente gesneden. De grootste hilariteit komt als de schooltuinmeester brandnetels in de soep doet. Leerlingen roepen dan eerst: “Dat eet ik niet!” Maar, eenmaal geproefd, gaat de soep erin als koek.
De laatste les is de quizles, waarin de leerlingen het geleerde in de praktijk kunnen brengen. Het groepje dat wint, mag een plantje uitzoeken en in de klas zetten.