BESTEMMINGSPLAN ] BUURT 1 ] BUURT 2 ] BUURT-3 ] BUURT-4 ] BUURT-5 ] BUURT-6 ] BUURT-7 ] BUURT 8 ] BUURT-9 ] BUURT-9 ] BUURT-10 ] Deelgebied 5 ] Parels ] Sloopkader.htm ] Sociaal Plan ]

PARKSTAD EN STEDELIJKE VERNIEUWING

In 1992 werd de Stuurgroep Aanpak Westelijke Tuinsteden in het leven geroepen, die drie jaar later de Nota Parkstad produceerde. De naam was bedoeld als program: de vijf tuinsteden, zonder duidelijke centra en zonder eigen karakter, moesten zien samen te smelten tot een eenheid. Een stad met veel groen. Parkstad dus. Nog weer vier jaar later werd, in de Marius Bauerstraat in Overtoomseveld, een etage van een kantoorpand ingeruimd voor Bureau Parkstad. Twintig man sterk, tot eind 2003 geleid door Rene Grotendorst. De ex-directeur van Woningbouwvereniging Amsterdam. Grotendorst had zeven opdrachtgevers: drie wethouders van het Waterlooplein en vier portefeuille-houders van de aangesloten stadsdelen Geuzenveld-Slotermeer, Osdorp, Slotervaart(waarin Overtoomseveld is opgegaan) en Bos en Lommer. Bovendien waren in het gebied veertien woningcorporaties actief. Bureau Parkstad onder leiding van Van Grotendorst kwam in februari 2001 met een ontwikkelingsplan, dat overigens op lange termijn financieel onhaalbaar zou blijken te zijn.  Er stonden zeer rigoureuze ingrepen op stapel. Het plan om 13.500 woningen te slopen dreigt nu echter feitelijk op financiële gronden te stranden. 
Indrukwekkende stapels nota's en deelplannen evenals heel veel promotiemateriaal konden niet verhoeden dat vooral de sociale pijler in de plannen financieel onmogelijk bleek. Het gemeentelijke Bureau Parkstad blijft tot de ontbinding in 2006 aangestuurd door het Bestuurlijk Overleg Parkstad (BOP). De leden van dit bestuur zijn stadsdeelbestuurders en wethouders van de gemeente Amsterdam: stadsdeelbestuurders dhr. S. Willing (Osdorp), dhr. P. Dikken (Geuzenveld-Slotermeer), dhr. H. Goettsch (Slotervaart/Overtoomse Veld), dhr. H. Luiten (Bos en Lommer), en wethouders van de gemeente Amsterdam dhr. D. Stadig, dhr. A. Aboutaleb en mevr. L. Griffith. 
De nieuwe directeur is Robert Leferink, die op 10 september 2005 bekend maakt dat Bureau Parkstad feitelijk einde verhaal is en dat de opdracht verder door de Stadsdelen individueel zal moeten worden uitgevoerd. Door de economische laagconjunctuur en een onderschatte berekening van de hele operatie zijn de financiële risico’s in de ruimtelijke vernieuwing aanzienlijk groter gebleken dan vijf jaar geleden werd geraamd. Mede door rijksbezuinigingen (Investeringsbudget Stedelijke Vernieuwing) zijn  grote financiële gaten ontstaan, o.a. voor de nieuwbouw van maatschappelijke voorzieningen (voor brede scholen, zorg, welzijn). De tekorten belopen tot nog toe ca. 200 miljoen euro. Om het verlies niet toe te hoeven geven komt er een publiekelijk debat met suggesties om de ambities niet af te zwakken, maar om deals te maken met de projectontwikkelaars (voormalige corporaties) waarbij zij meer vrijheden verwerven dan tot nog toe het geval is. Ook is er sprake van inperking van de Welstandscommissie. Met de nieuwe deal gaan de corporaties uitmaken hoe de bouwplannen er uit komen te zien. Binnen de gestelde kaders weliswaar, maar toch met een aanzienlijke vrijheid. Uitgegaan wordt van een vermindering van het aantal sociale woningen van 75 naar 45%. De percentages per project worden met de "Parkstaddeal" helemaal losgelaten, als op het eind maar de 45% wordt behaald. Verder is het de bedoeling dat de Gemeente voor de komende vier een nieuw Sociaal Investeringsfonds van 40 miljoen opzet, waarvan 20% moet worden betaald door de Stadsdelen en de rest door de Centrale Stad. Hieruit moeten nieuwe projecten betaald en opgestart worden. In de deal staan echter wel projecten genoemd die inmiddels al zijn opgestart. Deze vallen niet onder de deal en moeten uit andere middelen worden betaald. Verder nemen de corporaties de risico's van de grondexploitatie op zich, maar eventuele winsten mogen ze dan ook houden.

De gemeente onder leiding van wethouder Stadig wilde de dreigende tekorten in de ruimtelijke vernieuwing oplossen met "De Grote Vereenvoudiging" hetgeen inhield; eenvoudiger procedures voor de projectontwikkelaars en een andere rolverdeling in de ruimtelijke ontwikkeling. Dit moest ertoe leiden dat de ruimtelijke vernieuwing voortgaat zonder extra investeringen of risicodekkingen van gemeentezijde en zonder bureau Parkstad. De afspraken moeten nog worden uitgewerkt, maar de hoofdlijn is dat de corporaties de financiële verantwoordelijkheid (incl. risico’s  en inverdieneffecten) nemen voor de herstructurering van de vernieuwingsgebieden, met inbegrip van de investeringen die tot nu toe apart via gemeentelijke grondexploitaties worden afgewikkeld. Als woningeigenaren en herontwikkelaars van de vernieuwingsgebieden nemen de corporaties deze financiële verantwoordelijkheid binnen de kaders van eerder uit het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (vastgoeddeel + gronddeel) toegekende budgetten. De realisatie van de accommodaties voor maatschappelijke voorzieningen (de ‘hardware’ van de sociale pijler), inclusief de daaraan verbonden risico’s en onrendabels, maakt onderdeel uit van deze verantwoordelijkheid.

De leden van het Bestuurlijk Overleg ParkStad zijn:

dhr. A. Aboutaleb (wethouder Gemeente Amsterdam) (voorzitter) 
dhr. T. Herrema (wethouder Gemeente Amsterdam) 
dhr. R. de Bood (portefeuillehouder stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer) 
dhr. P. Dikken (portefeuillehouder stadsdeel Geuzenveld-Slotermeer) 
dhr. A. Marcouch (portefeuillehouder stadsdeel Slotervaart) 
mevr. I. Ketelaar (portefeuillehouder stadsdeel Slotervaart) 
dhr. A. Yalin (portefeuillehouder stadsdeel Bos & Lommer) 
dhr. J. Broeders (portefeuillehouder stadsdeel Bos & Lommer) 
mevr. M. Teuling (portefeuillehouder stadsdeel Osdorp) 
mevr. M. Postma (portefeuillehouder stadsdeel Osdorp)   

*Voordat projecten daadwerkelijk beginnen willen partijen voortaan afspraken maken over de inhoud van de productie door middel van contracten. Hierin worden harde afspraken vastgelegd over bijv. het percentage sociale huurwoningen of andere prestatie-eisen. Corporaties kunnen binnen deze afspraken naar eigen inzicht aan het werk. De ruimtelijke randvoorwaarden worden door de gemeente (= stadsdelen) vastgesteld op basis van het daarvoor bedoelde wettelijk kader, in bestemmingsplannen of voorlopers daarop.

Overeenkomst Dok 94 getekend, 94 appartementen in Sam van Houtenstraat

Donderdag 17 juli 2008 hebben Woonstichting Lieven de Key en VOF De Geuzenbaan, een koop-/aannemingsovereenkomst getekend voor Dok 94, een nog te realiseren appartementengebouw nabij de Sam van Houtenstraat in stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer te Amsterdam. VOF De Geuzenbaan is een samenwerking van Ballast Nedam Ontwikkelingsmaatschappij B.V. en Volker Wessels Vastgoed B.V. De voorgenomen start bouw is september 2008.
 

Inspraak Koerswijziging Vernieuwing Nieuw-West

Informatiemiddag 16 september 2006: 12.00 – 17.00 uur in de Meervaart
Inspraakavond 4 oktober 2006: 19.00-21.30 uur in de Meervaart

De vernieuwing in Amsterdam Nieuw West gaat door. Maar het voorstel is de koers iets te wijzigen. Sociale en economische vernieuwing komt meer op de eerste plaats met als doel het verbeteren van kansen voor huidige bewoners en ondernemers. Om dat te kunnen doen worden de taken tussen de woningcorporaties en de gemeente anders verdeeld. De voorgestelde koerswijziging staat in het plan ‘Herziening Richting Parkstad 2015’.
 
Begin 2007 nemen de stadsdeelraden van Geuzenveld-Slotermeer, Bos en Lommer, Slotervaart en Osdorp en de Gemeenteraad van Amsterdam een besluit over de voorgestelde veranderingen. Maar eerst kunnen bewoners en organisaties in Nieuw West hun mening geven.

Voorstel koerswijziging voor nieuwe plannen
De vastgestelde (uitwerkings)plannen worden gewoon uitgevoerd. In Geuzenveld-Slotermeer is in een aantal buurten al met de uitvoering gestart. Het plan ‘Herziening Richting Parkstad 2015’ heeft voor deze buurten dan ook geen gevolgen (zie de bijlage: “vastgestelde plannen”). Het voorstel voor de nieuwe koers is van toepassing op de zogenoemde fase-II projecten in Amsterdam Nieuw West én voor vier vernieuwingsgebieden waar binnenkort plannen voor ontwikkeld worden. In Geuzenveld-Slotermeer gaat het om de gebieden Slotermeer Noord, Slotermeer Zuid en Noordoever.

Samenvatting van de voorgestelde koerswijziging

Informatie en inspraakperiode van 6 t/m 16 oktober 2006


JAARRAPPORTAGE PARKSTAD 2004

"Parkstad"

Buurt 9 werd in 1995 aangewezen als voorbeeldproject in het kader van de vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden en vanaf 2005 zijn buurt 5 en Geuzenveld-Zuid aan de beurt.

Het Jaarboek van het Cuypersgenootschap 2001, van o.a. medewerkers van het Bureau Monumentenzorg van Amsterdam heet 'De organische woonwijk in open bebouwing', en gaat over Tuinstad Slotermeer met teksten over het stedenbouwkundig ontwerp, de kerk- en scholenbouw, het groen en de architectuur. Een andere boek 'Zakboek voor de woonomgeving' is een initiatief van de STAWON. Deze publicatie omvat een beschrijving van vierentwintig woningbouwprojecten uit 'de rijke Nederlandse woningbouwtraditie van de afgelopen honderd jaar.' 
Deze lectuur biedt historische informatie waaruit blijkt dat de nu ingezette stedelijke vernieuwingsoperatie in de Westelijke Tuinsteden wel eens meer kapot zou kunnen maken dan ons lief is en laat zien dat we van het bestaande veel kunnen leren. 
Het boek van Vincent van Rossem is een eerste aanzet waarvan de boodschap luidt dat 'ontwerpen aan' begint met uitzoeken wat het precies is, die Westelijke Tuinsteden, in cultuurhistorische zin én wat betreft woonomgeving. Dat soort onderzoek zou volgens hem de basis moeten zijn waarmee ieder plan van aanpak begint. Eerst: wat hebben we, en dan pas: wat willen we. Van Rossem leert ons dat stedenbouw in dit soort gebieden meer gericht zou moeten zijn op beheer en onderhoud, niet op toevoegen of vervangen. 

Geuzenveld-Slotermeer is, desondanks vanwege de Stedelijke Vernieuwing, samen met de drie andere Westelijke Tuinsteden, de Gemeente Amsterdam en verschillende corporaties  onderdeel van Bureau Parkstad. Er zijn dan ook met grote regelmaat nieuwbouwactiviteiten. Onderstaand vindt u een overzicht van de lopende projecten en de te verwachten ingrepen. Vanaf maart 2004 is Robert Leferink de directeur van het bureau. Binnen bureau Parkstad is op aandringen van de Stadsdeelraden afgesproken om eerst te bouwen voor de huidige bewoners en dan pas te slopen. Alle informatie over ontwikkelingen met betrekking tot de Stedelijke Vernieuwing en parkstad is te lezen op de site van parkstad bij Amsterdam.nl of op de eigen site van Parkstad en natuurlijk ook op de onderliggende pagina's van deze site.


Projecten Stedelijke Vernieuwing: Overige integrale ruimtelijke projecten:
- Buurt 9 - Geuzenveld Noord
- Geuzenveld Zuid - Osdorper Bovenpolder
- Buurt 5 - Sloterplas
- Noordoever
- Slotermeer-Zuid
- Slotermeer-Noord
- Geuzenbaan
Organisatiestructuur ruimtelijke projecten
Recentelijk heeft het stadsdeel Geuzenveld/Slotermeer een programmamanager aangesteld die de stedelijke vernieuwing in het stadsdeel gaat coördineren. De programmamanager valt onder de stadsdeelsecretaris en is lid van het MT.
Per sector is ter ondersteuning van het sectorhoofd iemand aangesteld die binnen de sector de coördinatie voor de stedelijke vernieuwing voor zijn rekening neemt.
Per stedelijk vernieuwingsgebied is er een gebiedscoördinator aangesteld die de coördinatie van de werkzaamheden per vernieuwingsgebied verzorgt.

Het cluster Projecten is ondergebracht bij de Sector Wonen & Werken. Dit cluster werkt ook aan integrale projecten en projecten van andere sectoren.
De filosofie binnen het stadsdeel is dat de stedelijke vernieuwing zo veel als mogelijk in de lijn dient te worden uitgevoerd.
Taken en bevoegdheden verdeling
Bestuurlijk opdrachtgever:
• stuurt het project inhoudelijk.
Ambtelijk opdrachtgever:
• is namens de stadsdeelsecretaris verantwoordelijk voor de bewaking van het gehele proces van de stedelijke vernieuwing, waarbij het accent in de planvormingsfase meer op integrale, inhoudelijk afweging ligt en in de uitvoeringsfase op de voortgang;
• beheert het stedelijk vernieuwingsbudget;
• huurt op basis van een bestuurlijk vastgesteld programma projectmedewerkers capaciteit en kwaliteit uit de lijn.
Ambtelijk opdrachtnemer:
• is verantwoordelijk voor de levering van capaciteit en/of (deel)producten;
• is verantwoordelijk voor het optimaliseren van de werkorganisatie waarbinnen de gevraagde capaciteit en/of producten geleverd moeten worden.
Lijnmanagement:
• levert de projectmedewerkers (capaciteit en kwaliteit) op basis van contracten met de programmamanager. Hiervoor geldt bestuurlijke prioriteit;
• is verantwoordelijk voor de inhoudelijke kwaliteit van het project;
• de sectorcoördinator implementeert (als rechterhand van het sectorhoofd) de afspraken -
die met de programmamanager zijn gemaakt;
• de gebiedscoördinator is verantwoordelijk voor de inhoudelijke coördinatie per
deelgebied.


Op strategisch niveau worden de algemene lijnen van beleid over stedelijke vernieuwing uitgezet door het MT. De programmamanager stuurt de gemaakte afspraken in de vorm van stadsdeelbrede programma's op grond van stedelijke vernieuwing op hoofdlijnen aan.
Het MT en DB overleggen wekelijks een uur. De programmamanager en sectorcoördinatoren zorgen binnen vastgestelde kaders voor
integrale voorbereiding op strategisch niveau voor dit proces. Hiervoor is een sectorcoördinatorenoverleg in het leven geroepen, waarin programmamanager en sectorcoördinatoren zitting hebben.
Op tactisch niveau wordt de inbreng van de sector in de stedelijke vernieuwing door de gebiedscoördinatoren stedelijke vernieuwing georganiseerd. De sectorhoofden en afdelingshoofden zijn leidend in het organiseren van het proces waarbinnen de producten op grond van stedelijke vernieuwing binnen de sector tot stand komen. Op tactisch/operationeel niveau bestaat er een gebiedsteam per vernieuwingsgebied.
Op operationeel niveau heeft de gebiedscoördinator de centrale rol in het organiseren van de planvorming en uitvoering.
Er is bewust voor deze variant gekozen om integraal management vorm te geven. 
Het stadsdeel is nog sterk ingericht op beheertaken en staat nu voor de opdracht ook ontwikkeltaken op te pakken.
Middels programmamanagement wil men in Geuzenveld/Slotermeer voorkomen dat het sectorbelang zou kunnen gaan prevaleren boven het Stedelijk Vernieuwingsbelang.

Bewoners kunnen vanaf deze zomer een wisselwoning toegewezen krijgen in omringende gemeenten als Zaanstad, Purmerend en Haarlemmermeer.
Wisselwoningen zijn bedoeld voor mensen die stadsvernieuwingsurgent zijn. Dat wil zeggen dat zij hun eigen woning tijdelijk of definitief moeten verlaten wegens renovatie of sloop.
Amsterdam kampt al jaren met een tekort aan wisselwoningen. De buurgemeenten hebben toegezegd dat ze in totaal 250 huizen beschikbaar stellen voor Amsterdammers die hun huis moeten verlaten. Ze worden overigens niet verplicht om tijdelijk buiten Amsterdam te gaan wonen.

De bouw van het Parkrand-gebouw is gestart. In de uitsparingen komen daktuinen met bomen in levensgrote potten. Met het Parkrand-gebouw, gesitueerd aan de rand van het Eendrachtpark, hoopt opdrachtgever Het Oosten/Kristal de icoon van de vernieuwing van Buurt Negen neer te zetten. Het Oosten is behalve bij Parkrand (46 miljoen euro) ook betrokken bij andere nieuwbouwprojecten in deze buurt: Geuzentuinen (ca. 17,5 miljoen), Basiushof (ca. 10 miljoen), Ripperdahof (ca. 15 miljoen) en de zogeheten fase II (de flats aan de Wigbolt Ripperdastraat). Parkrand bevat uitsluitend huurwoningen; van de 224 woningen vallen er dertig in de sociale sector. Op de begane grond komt bedrijfs- en parkeerruimte. De verwachte oplevering is eind 2006.

In buurt 5 worden 1.444 woningen gesloopt en 1.559 woningen gebouwd. Verder wordt er voorzien in 5.000 m2 bedrijfsruimte en 19.050 m2 scholen en voorzieningen. In Geuzenveld-Zuid worden 1.848 woningen gesloopt en 1.442 woningen gebouwd. Verder wordt er voorzien in 7.500 m2 bedrijfsruimte en 7.600 m2 aan scholen en voorzieningen.  Wanneer de plannen worden uitgevoerd verlaagd het percentage sociale woningen van ca. 80% naar 45- 50% en is er geen enkele garantie voor de sociale programma. De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de stedelijke vernieuwing ligt in de stadsdeelorganisatie bij de programmamanager Stedelijke Vernieuwing. 
Het programma Stedelijke Vernieuwing is opgedeeld in een Beleidsteam en Gebiedsteams. Het beleidsteam wordt gevormd door coördinatoren van de vier sectoren en het programma Front Office. D e stedelijke vernieuwingsgebieden, zoals Buurt 5 en Buurt 9, worden geleid door projectmanagers die verantwoordelijk zijn voor een vernieuwingsgebied. Zij coördineren de activiteiten. Het programma wordt verder nog ondersteund door een beleidsmedewerker, een communicatieadviseur en secretariële ondersteuning.  
Het deelprogramma Stedelijke Vernieuwing coördineert de activiteiten die vanuit de Front-Office plaatsvinden ter voorbereiding van de planproducten en daadwerkelijke uitvoering in de vernieuwingsgebieden. Op wisselende basis zijn hier ongeveer 5 personen bij betrokken vanuit met name Burger & Samenleving, Communicatie & Promotie en Veiligheid & Handhaving. De Front-Office is verantwoordelijk voor het interim beheer kader en het in goede banen leiden van de participatieprocessen in de Stedelijke Vernieuwing. 


Onvoldoende woningen voor herhuisvesting
De vernieuwing van de Westelijke Tuinsteden dreigt te stagneren. Voor de korte termijn zijn er onvoldoende vervangende woningen voor de huishoudens die wegens sloop hun huis moeten verlaten. Maar ook als corporaties en stadsdelen dat probleem weten te overwinnen, blijven er hardnekkige twijfels over de ingeslagen koers. Ze denken na over de bouw van minder koopappartementen en de haalbaarheid van meer eengezinswoningen.
Als alle voorgenomen sloopplannen doorgaan en het herhuisvestingbeleid niet wordt gewijzigd, dan is er over de periode 2004-2006 een tekort van twaalfhonderd vervangende sociale huurwoningen.
De verwachtingen zijn gebaseerd op een beoordeling van het gedrag van duizend gezinnen die de afgelopen jaren vervangende huisvesting hebben betrokken. Van hen heeft zeventig procent een vervangende sociale huurwoning binnen de Westelijke Tuinsteden gekregen. Van de rest is de helft naar een sociale huurwoning op een andere plek in Amsterdam vertrokken. En van de nog resterende 150 huishoudens weet niemand waar ze zijn gaan wonen. Dat betreft onder anderen mensen die een woning hebben gekocht, dan wel Amsterdam hebben verlaten. 
Volgens het huidige bouwprogramma moeten er voor 3500 gezinnen vervangende woonruimte gevonden worden. Een kleine 2500 huishoudens moet dus een nieuwe woonplek in de Westelijke Tuinsteden vinden. Dat lijkt bij de huidige verhuisbewegingen niet mogelijk. De problemen worden nog eens verergerd door een afnemende mobiliteit op de woningmarkt.  Er ontbreken 350 woningen voor grote gezinnen van vijf of meer personen. Er is een probleem voor 450 huishoudens van drie of vier personen. En er is een tekort van vierhonderd woningen voor kleine huishoudens, waaronder 170 woningen voor ouderen. Bij de kleine huishoudens is er in zeker opzicht geen sprake van een te klein aanbod; zij zouden een plek kunnen vinden in de bestaande bouw. Toch moet er voor hen ook aanbod in de nieuwbouw zijn. Kleine huishoudens daarvan uitsluiten kan binnen de huidige regelgeving niet. Maar het zou ook niet worden begrepen als zij niet in aanmerking zouden komen voor nieuwbouw, terwijl gezinnen met kinderen daar wel een grote kans op hebben.”

Cruciaal in de voortgang van het vernieuwingsproces is de afzet van koopwoningen. Het is vrijwel onmogelijk om nog kopers te vinden voor appartementen van 230 duizend euro.
Aanvankelijk beloofde minister Dekker een minimale vergoeding van 5000 euro aan huurders die gedwongen zijn (tijdelijk) te verhuizen. Deze week voegde zij daaraan toe dat de corporaties een deel van die vergoeding mogen voldoen ,,in natura''. 
Met de wettelijke mogelijkheid om een deel van de vergoeding in natura te voldoen zegt zij vast te leggen wat in de praktijk al gebeurt. ,,En als een huurder het niet wil, houdt het op.'' Dan moet de corporatie gewoon 5000 euro overmaken.

Sloopplan West deels uitgesteld 
AMSTERDAM - Een deel van de sloop in Geuzenveld-Slotermeer wordt opgeschort tot ten minste 2013. Ook blijft het architectonisch hooggewaardeerde schoolgebouw De Kade aan het Sloterpark behouden en worden de drie woontorens in het Slotermeerhof minder hoog dan gepland. Een meerderheid van de deelraad Geuzenveld-Slotermeer - VVD, CDA en PvdA - heeft op deze wijzigingen aangedrongen. Het dagelijks bestuur stemt ermee in, liet het de fracties gisteren weten.
De twee wijken Buurt 5 en Geuzenveld-Zuid ondergaan de komende jaren een enorme facelift. In Buurt 5 gaat meer dan de helft van de 2720 woningen tegen de vlakte. In Geuzenveld-Zuid gaan de slopers nog drastischer tekeer: van de 3365 huizen verdwijnen er 1965. Er komen bijna drieduizend woningen voor terug. 
In juni werden de plannen gepresenteerd, en zoals dat vaak gaat met grootschalige sloopplannen, kwamen die ook hier hard aan. Al vindt stadsdeelbestuurder Piet Dikken de kritiek over de gehele linie wel meevallen. Er zijn inmiddels driehonderd inspraakreacties binnen, maar volgens Dikken richten die zich vooral op 'een paar kleine onderdelen'.
Er kwam onder meer veel kritiek van de bewoners uit de Savornin Lohmanstraat, ÈÈn van de weinige buurten nog met eengezinswoningen. Volgens Dikken zijn eengezinswoningen 'goud' en moeten ze dus zo veel mogelijk worden gespaard, 'maar soms moeten ze wijken voor het grotere belang'. 
En het grotere belang is in dit geval: meer woningen in het stadsdeel. Op sommige plekken neemt het aantal huizen af, op andere plekken zullen mensen dichter op elkaar moeten wonen. En de Savornin Lohmanstraat is zo'n plek waar het stadsdeel, de gemeente en de woningbouwverenigingen willen 'verdichten', zoals dat heet. Sloop dus van deze 28 ruimteverslindende rijtjeswoningen, en efficiënte nieuwbouw.
Maar na kritiek uit de buurt, en daarna ook van de VVD-, CDA- en PvdA-fracties, heeft het bestuur besloten de sloop, die gepland stond voor 2006, tot ten minste 2013 uit te stellen. 
Dikken ligt daar niet wakker van, omdat 'je toch niet overal tegelijk kunt beginnen', maar directeur Jacques Thielen van Far West, ÈÈn van de drie consortia van woningbouwverenigingen is 'niet gelukkig' met uitstel. Zeker niet in de Savornin Lohmanstraat, een plek die belangrijk is, omdat daar heel wat meer woningen terugkomen. In meer woningen kun je meer mensen onderbrengen, en zeker in het begin van zo'n enorme volksverhuizing zijn nieuwe huizen een absolute noodzaak.
Uitstel van de sloop van de 58 woningen in de Dudokbuurt vindt hij minder erg. Ook de discussie over de hoogte van de drie torens in het Slotermeerhof doet geen pijn, maar dat het schoolgebouw aan het Sloterpark blijft staan, is wel een tegenvaller voor Thielen.
Far West had hier duurdere koop- of huurwoningen gepland, 'mooi aan het water, met uitzicht op het park, prachtig'. En, niet onbelangrijk, het complex zou geld opbrengen. ''Sociale woningbouw is heel duur; de koopwoningen zijn noodzakelijk om het hele plan haalbaar te maken,'' zegt Thielen. Elders in het stadsdeel moeten dus andere koop- of dure huurwoningen komen, ter compensatie. 
Dat brengt Dikken op een ander punt. Hij stoort zich eraan dat zo vaak wordt geroepen dat de stedelijke vernieuwing allemaal draait om 'geld verdienen'. Onzin, zegt Dikken. ''De drie consortia, Far West, Prospect Amsterdam en Westwaarts, schieten er sowieso 25 miljoen euro bij in, het stadsdeel 'een dikke 35 miljoen'. ''En dat doen we dus om een mooie, leefbare wijk te krijgen.''

bron:
© Het Parool, 18-10-2003