Concept ''Toekomstvisie Huisartsenzorg''
"Huisartsenzorg in 2012: Medische zorg in de buurt".
LHV en NHG presenteren het concept-rapport "Huisartsenzorg in 2012: Medische zorg in de buurt". U treft hier een samenvatting van het rapport aan1. Voor het volledige rapport kunt u doorklikken naar de LHV-site. U kunt het rapport ook telefonisch aanvragen bij het NHG: telefoon: 030-2881700.
Huisartsenzorg in 2012: 'Medische zorg in de buurt'
Huisartsenzorg
De huisartsenzorg is het eerste aanspreekpunt van patiënten bij hun primaire
gezondheidsvragen. De huisartsenzorg anno 2012 biedt, teneinde op een veelheid
van medische vragen te kunnen antwoorden, een breed pakket aan diagnostische,
therapeutische en preventieve medische zorg. Daarnaast biedt de
huisartsenzorg begeleiding aan mensen en hun omgeving tijdens en na hun
ziekte.
Huisartsenzorg wil ook in de toekomst persoonsgericht, continu en toegankelijk
zijn. Aan deze termen kennen huisartsen de volgende betekenissen toe.
Huisartsenzorg blijft ook in de toekomst persoonsgericht en integraal. Dit
betekent toegesneden op de behoeften en mogelijkheden van de individuele
mens. Met kennis van de levensloop van de patiënt wordt de zorg geplaatst in
het bredere kader van de eigen leefomgeving en sociale context.
Continue zorg is duurzaam en strekt zich uit over langere periodes van het
leven. Deze continue zorg is beschikbaar gedurende het etmaal en zeven
dagen per week.
Toegankelijk betekent dat huisartsenzorg drempelloos toegankelijk is voor
ieder mens in Nederland en dat huisartsenzorg in de nabijheid van de patiënt
geboden kan worden.
Van huisarts naar huisartsenzorg
Om de ambitie van huisartsen te kunnen realiseren is het nodig om tussen nu
en 2012 veranderingen aan te brengen in de manier van werken van huisartsen
en de organisatie van de huisartsenzorg.
Huisartsen willen huisartsgeneeskundige zorg in de toekomst meer en meer
bieden vanuit de huisartsgeneeskundige voorziening, die kleinschalig van aard
is en beschikbaar in de nabijheid van de patiënt. Binnen deze voorziening zal
taakdelegatie en taakdifferentiatie plaatsvinden, die op een zodanige manier is
georganiseerd dat het persoonsgerichte karakter van de huisartsenzorg
gewaarborgd is.
De huisartsenzorg heeft binnen de gezondheidszorg een centrale rol. Binnen de
huisartsenzorg voeren huisartsen de regie. Academisch gevormde huisartsen
concentreren zich daarbij op specifieke, medisch inhoudelijke taken. Zij wijden
zich in de eerste plaats aan de directe patiëntenzorg. Als onafhankelijke huisartsen
luisteren zij naar de gezondheidsvragen van hun patiënten, vertalen
deze naar diagnoses, behandelen, begeleiden, adviseren en gidsen zij hun
patiënten en hun directe omgeving bij ziekte in de verschillende fasen van het
leven. Dit alles gedurende langere tijd.
Om de continuïteit en de persoonsgerichte benadering te garanderen heeft het
begrip huisartsenvoorziening zijn intrede gedaan. In een dergelijke voorziening
kunnen meerdere huisartsen de krachten bundelen. Daarnaast maakt
ondersteunend personeel deel uit van de huisartsenvoorziening. Zij bieden
gecoördineerde hulp aan de ingeschreven patiënten en maken daarbij gebruik
van een gemeenschappelijk persoonsdossier. Een goed onderhouden en toegankelijk
elektronisch medisch dossier is van vitaal belang voor de garantie
van kwaliteit en continuïteit van de huisartsenzorg, en meer in het algemeen:
de zorg. Dit dossier bevat de verslaglegging van de gezondheidstoestand en de
relevante achtergrondinformatie. Het dossier wordt per persoon of per samenleefverband
bijgehouden. Het ligt ter inzage voor de patiënt en voor alle door
de patiënt geautoriseerde hulpverleners. Het beheer van het elektronisch
medisch dossier ligt bij de huisarts.
5
Huisartsen staan voor kwalitatief goede zorg. Huisartsen realiseren dat door
structureel aandacht te geven aan de kwaliteit van het medisch handelen,
zowel persoonlijk, als binnen het samenwerkingsverband of regionale en landelijke
organisaties.
Huisartsen leveren een bijdrage aan behoud, uitbouw, vorming en versteviging
van de beroepsgroep, onder andere door mee te werken aan de opleiding van
(huis)artsen.
Een specifiek aandachtspunt is dat huisartsen een goede balans willen vinden
tussen privé- en professioneel leven. De behoefte aan deeltijdwerk zal toenemen,
evenals de wens om maatschappelijk gezien meer 'gebruikelijke' werktijden
te hebben.
Samenwerken en delegeren
Zoals gezegd, zal de huisarts steeds meer met anderen samenwerken. Dat
gebeurt in samenwerkingsverbanden met andere huisartsen, met professionele
ondersteuners en met andere zorgverleners, ieder met hun eigen deskundigheden
en verantwoordelijkheden. De assistente leidt de patiënt door een goede
eerste inventarisatie van de vraag naar de juiste medewerker in het samenwerkingsverband.
Binnen het samenwerkingsverband zorgen de huisartsen
voor de inhoudelijke verheldering van de hulpvragen en de coördinatie en de
samenhang van het zorg- en begeleidingsaanbod.
Samenwerken betekent: delegatie van taken. Management- en beheerstaken
worden gedelegeerd naar professionals op dit gebied die daartoe worden
aangesteld binnen of buiten de huisartsenvoorziening. Medische taken worden
gedelegeerd aan ondersteunend personeel. De delegatie betreft met name
die taken die met behulp van richtlijnen en protocollen controleerbaar zijn.
Delegatie vindt plaats met behoud van de persoonsgerichte benadering van de
huisartsenzorg. Huisartsen houden overzicht over het geheel aan gegevens die
beschikbaar komen. Hier ligt de meerwaarde van de huisarts: door de combinatie
van en besluitvorming op grond van de veelheid van gegevens zorgt de
huisarts ervoor dat de gehele behandeling meer is dan de som der delen.
6
Samenvatting
I. Inleiding
De besturen van de Landelijke Huisartsen Vereniging en het Nederlands
Huisartsen Genootschap hebben besloten om een nieuwe visie op het huisartsenvak
te ontwikkelen. Binnen de beroepsgroep en in de samenleving daarvan
hebben zich belangrijke ontwikkelingen voorgedaan. LHV en NHG willen proactief
het initiatief nemen tot een beschrijving van een eigen visie op de huisartsgeneeskunde
en de huisartsenzorg in 2012. Hiertoe installeerden zij op 1 januari
2001 de 'Projectgroep Toekomstvisie' met de opdracht: 'ontwikkel een door de
beroepsgroep breed gedragen toekomstvisie op de functie en de positie van de
huisarts in de gezondheidszorg en een geactualiseerde functieomschrijving van
de huisarts c.q. de voorziening huisartsenzorg'. Dit initiatief had de volgende
achtergronden.
Sinds het einde van de jaren vijftig van de vorige eeuw ontwikkelde de huisartsgeneeskunde
in Nederland zich tot een onmisbare schakel in het gezondheidszorgsysteem.
Eind jaren vijftig werd door een voorhoede van de Nederlandse
huisartsen de volgende visie op het vak van de huisarts gedefinieerd:
'De huisarts aanvaardt de verantwoordelijkheid voor een continue, integrale en
persoonlijke zorg voor de gezondheid van de zich aan hem toevertrouwende
individuele mensen en gezinnen. Hij ziet deze zorg als het opheffen, in hun
uitwerking belemmeren en waar mogelijk voorkomen van stoornissen in de individuele
of gezinsgezondheid (een drievoudige taak: curatief, revaliderend en
preventief).'
Vanuit deze visie kon de huisartsgeneeskunde - met grote inzet van de beroepsgroep
en de universitaire huisartsinstituten - uitgroeien tot de moderne huisartsgeneeskunde.
Het ontwikkelen van een gedegen onderzoeksprogramma en
beroepsopleiding door de huisartsinstituten en het ontwikkelen van een volwaardig
kwaliteitsbeleid met eigen richtlijnen door de beroepsverenigingen
waren hierbij belangrijke pijlers.
Het domein van de huisartsgeneeskunde breidde zich de afgelopen decennia
uit. Huisartsen konden steeds meer taken op zich nemen, waardoor werkzaamheden
vanuit de andere sectoren van de gezondheidszorg bij de huisarts
terechtkwamen. Gezondheid bleef onverminderd een belangrijk goed voor
iedereen waardoor vraag en aanbod bleven stijgen. Dit in combinatie met
technologische ontwikkelingen en nieuwe inzichten in de aanpak van ziektebeelden,
leidde tot een toenemende vraag naar huisartsgeneeskundige zorg.
Het geloof en vertrouwen in eigen kunnen leidde ertoe dat huisartsen deze
zorg boden. De keerzijde was een grote toename van de werkdruk voor huisartsen.
Waar de taken van de huisarts in een rap tempo toenamen, bleef de
ontwikkeling van de randvoorwaarden echter achter. Een voorbeeld is de
belangrijke randvoorwaarde van de capaciteit van huisartsen. Gezien de
taakuitbreiding en toename van de zorgvraag zou de capaciteit moeten uitbreiden.
De capaciteit staat nu en in de nabije toekomst echter onder druk.
Daar komt nog een extra belemmerende factor bij zoals ondermeer de wens
om meer in deeltijd te werken en de werktijden te normaliseren. Ook nam het
aantal mensen dat solliciteerde als huisarts-in-opleiding (haio's) af.
Het was kortom tijd om pas op de plaats te maken en als beroepsgroep te kijken
naar de toekomst: hoe ziet de huisartsenzorg in 2012 eruit? In welke richting
willen we ons ontwikkelen? Het Visie-project is de eerste stap in dit proces.
7
II. Methode
De uitwerking van de visie-ontwikkeling is in een gedegen proces ter hand
genomen. Kort weergegeven - veel uitgebreidere informatie treft u aan in een
separate onderbouwende tekst - bestond de methode om tot een toekomstvisie
te komen uit drie onderdelen:
a. een situatie-analyse;
b. het ontwikkelen van toekomstscenario's;
c. een inventarisatie van ambities van huisartsen tijdens visiedagen in het land.
a. De situatie-analyse
Op vijf verschillende manieren werd de huisartsenzorg vanuit verschillende
invalshoeken doorgelicht:
- een probleemverkenning
- het bepalen van de plaats in het zorgsysteem
- een krachtenanalyse
- een strategische positiebepaling
- het formuleren van de waarde van de huisartsenzorg (het handelsmerk).
b. Het ontwikkelen van toekomstscenario's
Daarnaast was het van belang inzicht te krijgen in de omgeving waarbinnen
de huisartsenzorg in 2012 zou functioneren en de mogelijke rollen van de
huisartsenzorg daarin. Dat gebeurde door verschillende scenario's te
ontwikkelen en door te denken. Met literatuuronderzoek en interviews met
deskundigen werden de scenario's verder onderbouwd en getoetst.
c. Een inventarisatie van ambities van huisartsen tijdens visiedagen in het land.
Huisartsen in het land werden geraadpleegd tijdens zogenaamde 'visiedagen'.
Het doel van de visiedagen was:
- de huisartsen te informeren over de eerste fase van het project;
- de ambities van de huisartsen te inventariseren;
- draagvlak te creëren voor een nieuwe visie.
Om dit doel te bereiken werden de huisartsen de situatie-analyse en de
toekomstscenario's voorgelegd zodat zij inzicht konden opdoen over de
mogelijkheden en beperkingen voor de huisartsenzorg in de toekomst en werden
zij met oefeningen uitgedaagd hun ambities, werkprocessen en organisatievorm
te formuleren.
Tijdens deze dagen werd ook nagedacht over het 'handelsmerk' van huisartsenzorg,
waarover in paragraaf III meer.
Deze visiedagen werden gehouden in 22 districten en op de universitaire huisartsinstituten
in de periode van april 2001 tot november 2001. De 695 deelnemende
huisartsen waren veelal vertegenwoordigers van hun huisartsengroep
(Hagro). Daarnaast bezochten 322 huisartsen in opleiding en 146 staf-leden
van de universitaire huisartsinstituten deze visiedagen.
Resultaten situatie-analyse
De huisarts is de spil in het Nederlandse zorgsysteem. Hij verwijst en begeleidt
de toegang tot tal van andere zorgverleners, handelt negentig procent van de
klachten zelf af en neemt slechts vier procent van het totale budget voor de
gezondheidszorg in beslag. Hij levert daarmee doelmatige zorg. De sterke punten
van de huisartsenzorg zijn de breedte van het aanbod, de continuïteit van
hulpverlening en de persoonsgerichte benadering van patiënten. Door het
(dreigende) gebrek aan huisartsen kan deze sterke positie in gevaar komen. Er
zijn geen directe concurrenten die de plaats van huisartsen kunnen overnemen.
Wel zijn er disciplines die deelgebieden van de huisartsenzorg zouden
willen invullen. Indien dat zou gebeuren zouden het persoonsgerichte karakter
van de huisartsenzorg en de continuïteit van zorg in het gedrang komen.
8
Deze kenmerken van de huisartsenzorg zijn echter een groot goed dat breed
gewaardeerd wordt en een belangrijke meerwaarde voor de kwaliteit van zorg
oplevert.
Uit de situatie-analyse kwam naar voren dat huisartsen de volgende knelpunten
ervaren:
1. De werkdruk voor de huisartsen is fors toegenomen;
2. Demografische en maatschappelijke ontwikkelingen in de maatschappij
leiden tot een grotere en gewijzigde zorgvraag;
3 De beroepsgroep vergrijst en er is een toenemende uitstroom;
4. Er dreigt onvoldoende aanwas van nieuwe huisartsen omdat het aantal sollicitanten
voor de huisartsenopleiding afneemt;
5. De ideeën over bereikbaarheid en beschikbaarheid in de beroepsgroep
wijzigen;
6. De arbeidsvoorwaarden voor huisartsen schieten te kort.
Resultaten scenario-ontwikkeling
Onderzoek naar zekerheden en onzekerheden om scenario's voor de toekomst
te kunnen ontwikkelen bracht het volgende aan het licht:
- de bevolking zal groeien en van samenstelling veranderen: vergrijzen en
meer multicultureel worden;
- de chronische morbiditeit zal toenemen en daarmee de zorgvraag;
- de huisartsenpopulatie zal veranderen, de vraag naar deeltijdwerken en
normalisering van werktijden neemt toe;
- de middelen (financieel en personeel) in de zorg zullen beperkt blijven;
- onzekerheid over de toekomstige inrichting van het zorgstelsel, de keuzes
die de politiek daarover zal maken, en de rol van zorgverzekeraars;
- onzekerheid over de gevolgen van de technologische vooruitgang voor de
huisartsgeneeskunde;
- onzekerheid over een kwaliteitsverbetering in de ICT in de (huisartsen)zorg.
Met deze zekerheden en onzekerheden als uitgangspunten werden vier scenario's
ontwikkeld en een optie voor de toekomst. In die vier scenario's is de
visie, toen nog als optie, getoetst. De visie bleek in alle scenario's stand te
houden.
Resultaten visiedagen
De analyse van de huidige situatie werd door de deelnemers aan de visiedagen
herkend.
De huidige generatie huisartsen en huisartsen-in-opleiding hebben de ambitie
een breed aanbod van taken te verzorgen. Zij onderschrijven het handelsmerk
van de huisarts (waarover in III meer) en willen dit in de toekomst behouden.
Ze zijn zich er volop van bewust dat hiervoor organisatorische maatregelen
getroffen moeten worden. De huisartsen gaven aan zelf vooral het uitvoeren
van medische taken te ambiëren.
9
III. Van huisarts naar huisartsenzorg
Handelsmerk
In de voorbereidingsfase en vervolgens in de visiedagen is het handelsmerk van
de huisarts geformuleerd. De uitkomst hiervan is het volgende handelsmerk.
Huisartsen bieden zorg en begeleiding aan hun patiënten en hun omgeving
op een persoonsgerichte, continue en toegankelijke wijze.
De huisarts biedt patiënten een breed aanbod van diensten, waarbij de huisarts:
- klachten weet te vertalen naar diagnosen om vervolgens een adequate aanpak
voor te stellen;
- klachten weet te voorkomen;
- patiënten en hun omgeving kan behandelen, verwijzen en begeleiden;
- gedurende lange tijd zorg biedt die op de persoon en zijn omgeving is
gericht.
Ten opzichte van andere zorgverleners onderscheiden huisartsen zich hierbij
met name door:
- de wijze van klachtenvertaling (namelijk vanuit een persoonsgericht en
generalistisch perspectief);
- de nabijheid;
- de persoonsgerichte benadering van de patiënten waarbij een klacht met
kennis van de levensloop wordt bezien in het bredere kader van de
leefomgeving en sociale context van de patiënt.
Deze kenmerken leiden tot een vertrouwensrelatie tussen huisartsen en
patiënten. De huisarts is als onafhankelijke vertrouwenspersoon met dit handelsmerk
in ons land een begrip. Huisartsen staan voor deze taken en voor een
kwalitatief hoge uitvoering daarvan. Goede huisartsenzorg is generalistisch en
laat zich niet versplinteren.
Tussen droom en werkelijkheid...
Zoals gezegd, huisartsen onderschreven dit handelsmerk tijdens de visiedagen,
maar gaven tegelijkertijd aan dat er een aantal ingrijpende wijzigingen nodig is
om dit handelsmerk ook in de toekomst te kunnen waarmaken. Dit zal met
name gevolgen hebben voor de manier waarop de huisartsenzorg ingericht is
en waarop huisartsen - zowel inhoudelijk als organisatorisch - hun werk doen.
Van zorg van huisartsen naar huisartsenzorg
De belangrijkste wijziging in de organisatie van de zorg is de herdefinitie van
'zorg van de huisarts' in 'huisartsenzorg'. Niet de huisarts, maar huisartsenzorg
als voorziening geeft uitvoering aan het handelsmerk. De huisartsenzorg
is in de toekomst georganiseerd in een samenwerkingsverband. Het samenwerkingsverband
kan verschillen qua grootte en intensiteit. Voor de relatie
tussen huisarts en individuele patiënt, de huisartsenzorg in het algemeen of de
huisartsenzorg buiten kantooruren gelden verschillende schaalgroottes.
De ideale schaalgrootte - die per situatie kan verschillen - moet nader uitgewerkt
worden.
Generalistische, persoonsgerichte en continue huisartsenzorg vergt een breed
aanbod. Huisartsenzorg biedt diagnostische, therapeutische en preventieve
medische zorg. Daarnaast draagt de huisartsenzorg zorg voor begeleiding van
mensen en hun omgeving tijdens en na hun ziekte. Dit brede aanbod aan huisartsenzorg
wordt door patiënten hogelijk gewaardeerd, het leidt tot een
kosteneffectieve hulpverlening en - door de generalistische kijk - tot een hoge
kwaliteit van zorg.
Uit registraties blijkt dat de huisarts dit brede pakket momenteel waarmaakt.
Om brede huisartsenzorg in de toekomst te kunnen garanderen is delegatie
10
aan ondersteunend personeel nodig, een intensievere samenwerking tussen
huisartsen en andere zorgverleners - zowel binnen als buiten de huisartsenzorg
- en differentiatie. Gezien de centrale rol binnen de gezondheidszorg stemmen
huisartsen af met andere zorgverleners.
Huisartsenzorg: persoonsgericht, continu, en toegankelijk
Het persoonsgerichte karakter van de huisartsenzorg blijft een belangrijk kenmerk
van het handelsmerk.
Persoonsgericht betekent in dit verband dat de geboden zorg op de persoon is
toegesneden en aansluit bij de behoeften en mogelijkheden van de individuele
mens. Binnen de huisartsenzorg wordt een ziektebeeld niet geïsoleerd bekeken,
maar met kennis van de levensloop in het bredere kader van de leefomgeving en
sociale context van de patiënt. Hierin onderscheidt de huisartsenzorg zich van
andere zorg, waar het uitgangspunt altijd een klacht of ziektebeeld is.
Continuïteit blijft een kenmerk van huisartsenzorg, ook als deze zorg vanuit een
huisartsenvoorziening wordt geboden. De term continuïteit heeft twee
betekenissen.
Continue zorg is duurzaam en strekt zich uit over langere periodes van het leven.
Daarnaast betekent continue zorg dat huisartsenzorg rond de klok beschikbaar
is. Huisartsenzorg is voor de avond-, nacht- en weekenddiensten in de toekomst
georganiseerd in goed functionerende dienstenstructuren.
Het belang van persoonlijke continuïteit is gelegen in de voorkennis die de huisartsenzorg
over patiënten opbouwt, een betere kwaliteit van de arts-patiëntrelatie,
een groter vertrouwen in de huisarts en een grotere tevredenheid bij zowel
patiënten als huisartsen.
Ten slotte is toegankelijkheid een belangrijk kenmerk van de huisartsenzorg.
Huisartsen zijn van mening dat de toegankelijkheid van de huisartsenzorg goed
gewaarborgd moet zijn. Huisartsenzorg behoort volgens huisartsen drempelloos
toegankelijk te zijn voor ieder mens in Nederland. Toegankelijk betekent ook dat
huisartsenzorg in de nabijheid van de patiënt geboden kan worden, inclusief
visites aan huis.
Goede ICT van vitaal belang voor de huisartsenzorg van morgen
Persoonsgerichte, continue en toegankelijke zorg blijven kenmerken van de
huisartsenzorg, ook in de nieuwe setting waarin dat gegeven zal kunnen worden.
Om dit te garanderen is een goede ICT van vitaal belang. De huisarts
beheert het medisch dossier van de patiënt. Daarin is de medische geschiedenis
van het leven van de patiënt vastgelegd. Met behulp van een goed onderhouden
en goed toegankelijk Elektronisch Medisch Dossier zijn relevante gegevens
beschikbaar voor patiënt of behandelaars bij nieuwe of recidiverende ziekteepisodes.
De huisarts draagt zorg voor een zorgvuldige interpretatie en overdracht
van de gegevens in samenspraak met de patiënt.
Huisartsgeneeskunde binnen de huisartsenzorg
Binnen de huisartsenzorg concentreert de huisarts zich op het medisch werk.
Wezenlijk voor de huisartsgeneeskunde is dat huisartsen luisteren, klachten vertalen
naar diagnosen, behandelen, adviseren, verwijzen en begeleiden. Omdat
de vraag toeneemt en complexer wordt, delegeren huisartsen een deel van de
medische taken naar ondersteunend personeel. Deze taken moeten op toetsbare
protocollen gebaseerd zijn. Het ondersteunend personeel voert onder verantwoordelijkheid
van de huisarts gedelegeerde taken zelfstandig uit. Ook zullen huisartsen
binnen de groep waarbinnen ze werken differentiaties kiezen.
Delegatie en differentiatie gaan echter nooit ten koste van het integrale karakter
van de huisartsenzorg. Huisartsen zijn verantwoordelijk voor de persoons11
gerichte zorg en begeleiding. Huisartsen hebben overzicht over het grotere
geheel van het leven, de levensgeschiedenis en omgeving van de patiënt. Door
de integrale en generalistische blik voorkomen huisartsen versplintering van
het zorg- en begeleidingsaanbod. Zij zijn eindverantwoordelijk voor de behandeling
van de patiënt. De meerwaarde van de huisarts is dat huisartsen er
daarmee voor zorgen dat de zorg en begeleiding van patiënten en hun omgeving
méér is dan de som van - al dan niet gedelegeerde - delen. Dat geldt niet
alleen voor de huisartsgeneeskunde, maar voor de zorg in het algemeen.
Huisartsenzorg is attent op en zorgt voor samenhang in de medische zorg.
In een dergelijk samenwerkingsverband is een juiste éérste inventarisatie van
de vraag een belangrijke voorwaarde. Een belangrijke rol is hier weggelegd
voor de assistent die de vraag van de patiënt op adequate wijze verheldert en
interpreteert. Op basis van deze inventarisatie wordt de patiënt naar de juiste
medewerker geleid. Huisartsen blijven verantwoordelijk voor de verheldering
van de hulpvraag en de kwaliteit van huisartsgeneeskundige zorg.
Werken volgens deze visie zal volgens huisartsen betekenen dat een nieuw
evenwicht gevonden zal moeten worden tussen verschillende polen, zoals
- tussen solitair werken en team- en netwerken,
- tussen zelf doen en delegeren/organiseren,
- tussen alles doen en durven kiezen.
12
IV. De weg naar de toekomst
Het is duidelijk dat er veel werk wacht als we de visie die we hierboven formuleerden
willen realiseren. In de komende jaren zal daar structureel en op
verschillende gebieden aan gewerkt moeten worden. Ook zullen enkele discussies
- zowel binnen de beroepsgroep, als met andere betrokkenen bij de
gezondheidszorg - met nog meer diepgang gevoerd moeten worden, zodat
goed onderbouwde en gedragen keuzes gemaakt kunnen worden.
Zonder volledig te zijn is op grote lijnen duidelijk dat er actie ondernomen zal
moeten worden op onderstaande punten. Bij al deze acties zijn zowel randvoorwaardelijke
als inhoudelijke aspecten te onderkennen. Daarom zullen de
Landelijke Huisartsen Vereniging en het Nederlands Huisartsen Genootschap
hierbij - ieder vanuit een eigen verantwoordelijkheid en deskundigheid - waar
mogelijk en nodig gezamenlijk optrekken.
1. beperking van de uitstroom uit het huisartsenvak, door het scheppen van
loopbaanperspectief;
2. concrete ondersteuning bij de bevordering van samenwerking, zowel binnen
de voorziening als met andere samenwerkingspartners (binnen een
geïntegreerde eerstelijn), onder andere met ondersteuning van de
beroepsverenigingen;
3. huisvesting en infrastructuur met (gemeentelijke) politiek en verzekeraars
mogelijk maken;
4. Op grond van de visie dient een aangepaste functie-omschrijving gemaakt
te worden, met een beschrijving van de daarbij behorende praktische
invulling en het daarbij behorende brede takenpakket van de huisartsenzorg.
Dit is van belang omdat huisartsenzorg expliciet duidelijk wil maken
welke zorg ze levert en omdat het van belang is dat de samenleving weet
wat ze van de huisartsenzorg kan verwachten (en wat niet).
5. verbetering ICT binnen de voorziening, de geïntegreerde eerstelijn en verticale
samenwerking tussen eerste en tweedelijn, inclusief adequaat elektronisch
patiëntendossier en goede informatie-uitwisseling;
6. de instroom in de huisartsenopleiding aantrekkelijker maken door het
imago van het vak te verbeteren en te investeren in de beroepsopleiding
zowel inhoudelijk als financieel;
7. opleiding en financiering ondersteunend personeel;
8. ontwikkelen van protocollen voor inventarisatie van de hulpvraag en te
delegeren taken;
9. opleiding en certificering van differentiaties;
10. inhoudelijke ondersteuning voor huisartsen bij actuele ontwikkelingen en
het kwaliteitsbeleid;
11. verbetering van de organisatie en inhoudelijke ondersteuning van avond-,
nacht-, en weekenddiensten;
12. structurele aandacht voor kwalitatief hoogstaande huisartsenzorg vanuit
de samenleving (i.c.: de politiek);
13.Het uitdragen van de Nederlandse visie op de huisartsenzorg en huisartsgeneeskunde
in internationaal verband, tegen de achtergrond van de
Europese eenwording.
De huisartsenzorg ziet zich sinds een aantal jaren geconfronteerd met een verzwaard takenpakket en een sterk toegenomen werkdruk. Hierdoor is de kwaliteit en continuïteit van de huisartsenzorg onder druk komen te staan. Overheid, huisartsen en verzekeraars onderkennen de noodzaak van het aanpassen van de organisatie van huisartsenzorg. Reeds in de meerjarenafspraken (1998) en in het convenant huisartsenzorg (1999) heeft VWS afspraken gemaakt met de landelijke koepels van huisartsen (LHV) en verzekeraars (ZN) over een betere organisatie van de huisartsenzorg zoals samenwerking binnen de eerste lijn in (wijk)gezondheidscentra en gestructureerde samenwerking tussen huisartsen in bijvoorbeeld duo- of groepspraktijken of HOED-praktijken.
Minister Borst heeft per 1 januari 2002 de subsidie voor startende gezondheidscentra verhoogd. Ook heeft zij wetgeving aangepast. Zij reageerde hiermee op een melding van de Landelijke Vereniging van Gezondheidscentra (LVG) dat landelijk acht gezondheidscentra in financiële problemen verkeerden nadat banken geen leningen meer verstrekten. Startende gezondheidscentra (deze zitten vooral in de zogenaamde Vinex-wijken) zijn een risico voor banken, omdat ze vaak een wankele basis hebben. Dit komt onder meer door hoge huisvestingskosten en een trage instroom van nieuwe patiënten.
Huisartsen die willen samenwerken kunnen vanaf 1 maart 2002 een beroep doen op de door VWS ingestelde taskforce knelpunten huisartsenzorg. De taskforce biedt ondersteuning bij het vinden van oplossingen voor bijvoorbeeld problemen met het vinden van geschikte en betaalbare huisvesting voor een groepspraktijk of gezondheidscentrum en is bedoeld voor het uitwisselen van ervaringen.
Invoering ANW-dienstenstructuur
De avond, nacht en weekenddiensten - de zogenaamde ANW-diensten - werden als zeer belastend ervaren door huisartsen. Om te voorkomen dat de continuïteit en kwaliteit van de huisartsenzorg buiten kantooruren in het gedrang kwam heeft de minister partijen opgeroepen om voor medio 2001 in het hele land zogenaamde ANW-dienstenstructuren op te richten. Dit zijn grote regionale samenwerkingsverbanden tussen huisartsen die er toe leiden dat elke individuele huisarts maar enkele malen per jaar ANW-diensten moet draaien. Zij heeft hiervoor jaarlijks ruim 68 miljoen euro voor de infrastructuur beschikbaar gesteld (Staatsblad, 2001). Eind 2001 bestonden in vrijwel alle delen van het land plannen of concrete initiatieven om dienstenstructuren te starten. Daarnaast is in maart 2002 een consulttarief van 20 euro voor de zorg tijdens ANW afgesproken.
De modernisering van de huisartsenzorg maakt onderdeel uit van de modernisering van de curatieve zorg. Daarin staan gereguleerde marktwerking en vraagsturing centraal. Partijen krijgen meer verantwoordelijkheden en de overheid komt meer op afstand te staan. Er komt meer ruimte voor differentiatie en lokale oplossingen. Dit komt tegemoet aan groeiende behoefte van huisartsen en verzekeraars om meer rekening te houden met de specifieke lokale situatie, zodat maatwerk mogelijk wordt (zie ook uitwerking Commissie Tabaksblat).
Werken in een maatschap of een praktijk heeft als groot voordeel dat je als (para)medicus minder kwetsbaar bent.
Ondanks meer dan vijf jaar specifiek beleid voor de huisartsenzorg in achterstandswijken blijft de huisartsenzorg er onder druk. De maatregelen van de Landelijke Huisarts Vereniging (LHV) en de zorgverzekeraars hebben er vermoedelijk wel voor gezorgd dat de situatie niet verder is verslechterd.
In opdracht van de LHV en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) onderzocht het NIVEL de werklast van huisartsen in achterstandsbuurten en de ontwikkelingen in de beschikbaarheid en toegankelijkheid van die zorg in de periode 1997-2002. Om die zorg te behouden en de werkdruk te verminderen krijgen individuele huisartsen in achterstandswijken een financiële ondersteuning per ziekenfondspatiënt. Daarnaast is er geld beschikbaar voor nieuwe initiatieven en experimenten die in een later stadium door structurele financiering kunnen overgenomen worden, bijvoorbeeld op het gebied van extra praktijkondersteuning. Het NIVEL evalueerde het effect van dit beleid.
Uit het onderzoek blijkt dat het achterstandsfonds er volgens de onderzoekers waarschijnlijk voor gezorgd heeft, dat huisartsen in de achterstandswijken het ondanks de aanhoudende werkdruk vol hebben gehouden. Er ontstond dankzij het achterstandsbeleid in deze wijken de afgelopen 5 jaar een nieuwe praktijkvorm met uitgebreide praktijkondersteuning door onder andere praktijkverpleegkundigen en allochtone zorgconsulenten. Huisartsen in achterstandsbuurten werken vaker samen in duo-praktijken, in groepsverband of in HOEDEN (‘Huisartsen onder een dak’, vaak gefinancierd door het achterstandsfonds). Speciale spreekuren bijvoorbeeld onder aanwezigheid van een tolk ontlasten de arts ook. Bijna alle huisartspraktijken in achterstandswijken maken voor de avond- en weekenddiensten gebruik van een centrale huisartsenpost. Ook het gebruik van call-centra neemt er toe.
Uit het onderzoek blijkt echter ook dat de beschikbaarheid en de toegankelijkheid van de huisartsenzorg in de achterstandswijken niet is verbeterd ondanks de genomen maatregelen. De directe en de telefonische toegankelijkheid van huisartsenzorg in achterstandsbuurten is nog steeds lager dan in de rest van Nederland. De beschikbaarheid van huisartsenzorg in achterstandsgebieden neemt zelfs af: hoewel er evenveel huisartsen werken als vijf jaar geleden, is het aantal uren huisartsenzorg toch verminderd omdat huisartsen in toenemende mate in deeltijd werken. Huisartsen in achterstandsbuurten hebben gemiddeld genomen kleinere praktijken (per fte.) dan hun collega’s elders. Bovendien is er onder nieuwe jonge huisartsen weinig interesse om in deze wijken een praktijk te openen of over te nemen.